De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ERASMUS EN WIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ERASMUS EN WIJ

Bij de 400ste terugkeer van zijn sterfdag.

9 minuten leestijd

I.
Iets over zijn leven.

In dit jaar wordt onze aandacht gevraagd voor twee belangrijke feiten.
Het was in Maart 400 jaar geleden, dat de Institutie van Calvijn voor de eerste maal verscheen. Dit werk heeft de geschiedenis van vier eeuwen beheerscht, en staat nog steeds in het centrum, der theologische belangstelling. Ook in het jaar van zijn vierde eeuwfeest heeft de Institutie nog véél te zeggen voor hen, die met Calvijn willen terugkeeren tot de gehoorzaamheid des Woords. Daarom is het goed, dat op verschillende wijzen aandacht is geschonken aan dit magistrale werk van Calvijn, dat reeds bij zijn verschijning zooveel opzien heeft gebaard. ^)
Er is echter nog een tweede feit, dat óók door ons, menschen van Gereformeerde levensopvatting, dient te worden herdacht.
Terzelfder tijd dat de Institutie van Calvijn gedrukt werd, bracht een ander geleerde in dezelfde stad — Bazel — óók een handleiding tot het leven des geloofs ter perse. Het was Erasmus, die zijn Ecclesiastes, een werk van gemoedelijke moralistische geloofsopvatting, drukken deed. Hoe geheel anders echter dan Calvijn gaf !
Erasmus heeft de verschijning van dit werk echter niet lang mogen overleven. Hij stierf op 12 Juli 1536. En waar er nu allerwegen in woord en geschrift aandacht wordt geschonken aan den persoon en het werk van Erasmus, daar verdient het o.i. aanbeveling, dat wij er in ons blad niet stilzwijgend aan voorbijgaan.
Wij stellen ons voor, eerst enkele historische feiten te memoreeren. Uitvoerig kunnen wij daar in niet zijn, hetgeen ook niet behoeft, want ook in 1934 heeft dit blad enkele artikelen over Erasmus gepubliceerd, naar welke wij den belangstellenden lezer verwijzen. ^)
In de tweede plaats is wellicht een overzicht van zijn geschriften en hun inhoud ter oriënteering van belang. Vervolgens mag zijn houding tegenover de Reformatie niet onbesproken blijven, terwijl het tenslotte onze bedoeling is om in het licht van de Calvijn-herdenking het reformatorisch beginsel te stellen tegenover het humanistisch principe.
Ziedaar de stof voor een viertal artikelen.
Erasmus aanschouwde op 27 of 28 October 1466 of 1469 het levenslicht. De onzekerheid van den datum is te wijten aan de onwettigheid van zijn geboorte: zijn vader was waarschijnlijk priester. Zelf is hij altijd zeer gevoelig geweest voor de smet, die op hem rustte. Zoodat misschien niet ten onrechte mag gevraagd, of psychologisch gezien, zich hieruit niet zijn heftige critiek op de geestelijken in later tijd laat verklaren.
Als knaap van vijf jaar bezocht hij reeds de Latijnsche School te Gouda. Op negen-jarigen leeftijd stuurde zijn vader hem naar Deventer, om daar, mede door enkele leerkrachten uit de Broederschap des Gemeenen Levens, te worden onderwezen. Na als koorknaap te Utrecht te zijn geweest, keerde hij naar Deventer terug om zich vandaar, naar aanleiding van den dood zijner moeder, die aan de pest stierf, wederom naar Gouda, waar zijn vader woonde, te begeven. Doch ook deze stierf spoedig, waarna hij onder drie voogden kwam te staan, die hem te 's-Hertogenbosch ter school zonden. Hij had het hier om allerlei redenen allerminst naar zijn zin, zoodat hij zich later, op aandringen van zijn voogden, liet opnemen in het Augustijner-klooster Steyn, bij Gouda. Doch ook hier, waar hij in 1492 de priesterwijding ontving, hield hij 't maar enkele jaren uit. Op den duur bevredigde het kloosterleven hem niet. Hij was een onrustige geest, die er naar snakte om met de wereld der wetenschap in aanraking te komen.
Toch zijn de jaren zijner jeugd en het verblijf in het klooster voor hem van beteekenis geweest. Hij had uitstekend Latijn geleerd. Zoodoende was hem de mogelijkheid geopend om de Latijnsche schrijvers te bestudeeren. Zijn aanraking met de klassieken der oudheid heeft aan zijn verder leven dan ook de richting gegeven, die zijn aanleg eischte.
Erasmus roep van bekwaam Latinist is dan ook aanleiding geworden van zijn „bevrijding" uit het klooster. De bisschop van Kamerijk had een secretaris noodig, die goed Latijn kende, om hem te vergezellen op een reis naar Rome. Dat was iets voor Erasmus ! De reis ging echter niet door, en hij moest met de veelvuldige verplaatsingen van het eene verblijf naar het andere genoegen nemen. Het viel hem daarom tenslotte bij den bisschop niet mee. Werkelijke rust zou Erasmus dan ook zijn leven lang niet vinden Hij vond ze niet daar, waar Augustinus ze vond : in God. 3)
Toch boft Erasmus weer : hem werd toegestaan zijn klassieke studiën voort te zetten te Parijs, terwijl hij bovendien een jaarlijksche toelage kreeg. Hoewel hij daar hard werkt, hetgeen zijn gezondheid inderdaad heeft geschaad, gelukte 't hem niet om den vurig begeerden doctorsgraad in de theologie te verwerven. Armoede drukte hem zwaar, zoodat hij met het geven van lessen in zijn onderhoud moest voorzien.
Na in 1496 ziek in Holland te zijn teruggekeerd, ging hij toch op aanraden van zijn vrienden weer naar Parijs terug.
De positie van iemand, die van intellectueelen arbeid leven wilde, was in dien tijd verre van aanlokkelijk. Hij moest in hoofdzaak van geldelijke ondersteuningen leven. Dat vanwege zijn afhankelijkheid de oprechtheid wel eens leed en dat hij terwille van een versteviging van zijn maatschappelijke omstandigheden wel eens tot vleierij zijn toevlucht „moest" nemen is in het licht van zijn tijd niet onverklaarbaar.
Een periode van kentering is voor Erasmus zijn eerste verblijf in Engeland geworden, waarheen een vriend hem meegenomen had. Erasmus had een afkeer van scholastiek, — waarover in een volgend artikel een en ander. Vandaar dat zijn aanraking met den rijken Thomas Morus en den vromen studieman John Colet, die in Italië gereisd had, en onder den invloed der idealistische wijsbegeerte was gekomen. Erasmus eigenlijk voor het eerst van zijn leven bevrediging voor zijn geest schonk. Hij wierp zich, aangestoken door het enthousiasme van Colet, met energie niet alleen op de klassieke letteren, maar ook op de studie der godgeleerdheid. Een theolooog in den waren zin van het woord is hij echter nooit geweest.
De samenwerking tusschen Colet en Erasmus was van dien aard, dat de eerste hem gaarne te Oxford wilde houden om op nieuwe wijze den Bijbel te doceeren. Zijn bescheidenheid — hij was van oordeel, dat hij nog niet bedreven genoeg was in de grondtalen — was oorzaak, dat hij het professoraat van de hand wees.
Wanneer hij het heeft over de intuïtieve Bijbelverklaring van Colet, zonder kennis van de grondtaal, dan zegt Erasmus tot zijn vriend — en hier kunnen wij nog wel wat van hem leeren — : „Gij handelt niet voorzichtig, waarde Colet, om water uit een puimsteen te willen halen. Hoe zal ik zoo onbeschaamd zijn, te onderwijzen, wat ik zelf niet geleerd heb ? Hoe zal ik anderen verwarmen, terwijl ik zelf ril en beef van de koude". 4) Het gevolg van deze opvatting was, dat Erasmus de consequentie trok en Grieksch ging leeren !
Hij keerde naar Parijs terug en werkte hard; hij gaf les en schreef boeken. Hij had het inderdaad moeilijk, hetgeen des te tragischer was, omdat hij uit Engeland een flinke spaarpot had kunnen medebrengen, welke hem echter door de douane-ambtenaren te Dover was ontnomen. Dat was nog erger dan reisbelasting ! Het verlies van zijn geld stortte Erasmus dus opnieuw in groote zorgen, zoodat het inderdaad niet te verwonderen is dat hierdoor over zijn heerlijk verblijf in Engeland een donkere schaduw werd geworpen. Hij was bitter over zijn ongeluk en schrijft later: „Het gaat mij, zooals het doorgaans gaat: de wond, in Engeland ontvangen, begint nu eerst pijn te doen, nu zij ouder geworden is, en dat te meer, omdat ik geen enkele wedervergelding kan uitoefenen". ^) In later tijd is hij er echter in geslaagd, zijn leed in zichzelf te verwerken. Zoodat hij toch op letterkundig terrein nog veel heeft kunnen presteeren.
Na een afwisselend verblijf, — dan woonde hij hier, dan daar — vertrekt hij in 1506 naar Italië, voor hem het land van beloften ! Reeds spoedig gelukt het hem, hier te promoveeren tot doctor in de theologie.
Tusschen 1509 en 15il4 verblijft Erasmus weer in Engeland, waar hij zijn levenswerk aanvangt: een uitgave van het Nieuwe Testament en de brieven van Hieronymus. Hij geeft colleges in de theologie en in het Grieksch. Zijn ster rees steeds hooger. Hij begon beroemd te worden en de zorgen weken Niet weinig heeft daartoe zijn : „Lof der zotheid" bijgedragen, waarover iets in een volgend artikel.
Tijdens zijn verblijf te Leuven — 1516 tot 1531 — valt de aanraking met Luther. Hier moet Erasmus, die de vernieuwing der Kerk als vrucht der klassieke beschaving verwachtte, zijn houding bepalen tegenover de Hervorming, waarbij blijken zal, dat de kloof, die er is tusschen Humanisme en Reformatie, niet kan worden over­brugd. Uit wat Erasmus thans schreef, en ook uit het kiezen van zijn verblijfplaatsen, bleek zijn verzet tegen de mannen van de nieuwe leer.
In de laatste periode zijns levens kwam Erasmus hoe langer hoe meer buiten het werkelijke leven te staan. In het diepst van zijn gemoed was hij een man van eendracht en vrede, wat niet wegneemt, dat hij heftig fulmineeren kon tegen wat hij als verdeeldheid zag.
De directe invloed van zijn woord verminderde allengs, doch zijn aanzien klom torenhoog. Als geleerde van wereidvermaardheid stierf hij op 12 Juli 1536.
Dat hij nog leeft, nadat hij gestorven is, bewijst de belangstelling, die dezer dagen voor hem wordt aan den dag gelegd.
Zijn prachtig op den top van een berg gelegen graf te Bazel verkondigt nog thans in schoon Latijn zijn enorme geleerdheid. ") Ook wij zijn van zijn kwaliteiten overtuigd ! Maar óók hiervan : dat de beteekenis van Calvijn überhaupt oneindig grooter is, al heeft hij op zijn sterfbed nadrukkelijk medegedeeld, dat hij geen grafschrift wenschte. '')) Wij vragen : zou soms beider grootheid niet juist in dit simpel feit geteekend zijn ?
Grootheid voor de wereld kan soms klein zijn bij God omdat God het zwakke der wereld uitverkoren heeft, opdat Hij het sterke zou beschamen.
D.
d. Z.


1) Zie de artikelenreeks van schrijver dezes over : „Calvijn en wij" in de Vaandrager van 23 October 1935 en volgende nrs. (24e jrg.). - ) De Waarheidsvriend van 30 Aug. en

6 Sept. 1934 (25e jrg). => ) Inquietum est COT nostrum, donee requiescat in te : ons hart is onrustig in ons, totdat het rust vindt in U (o God).

3) Prof. dr. J. Huizinga, Erasmus, Haarlem, 1924, blz. 44. ") Huizinga, t.a.p., blz. 46 v.v.

6) Dr. F. Pijper, Het graf van Erasmus, in : Nederl. Archief voor Kerkgeschiedenis , nieuwe serie, 4e deel, 1907, blz. 111 v.v.

7) Dr. E. Stakelin, Johannes Calvin, Bnd. 2, Elberfeld 1863, S. 470.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

ERASMUS EN WIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's