Rondblik buiten de Grenzen
Het laat zich op 't oogeriblik reeds aanzien, dat de befaamde sancties tegen Italië den langsten tijd geleefd hebben. Er zijn meerdere teekenen die er op wijzen, dat deze Geneefsche strafmaatregelen, zonder afdoende uitwerking te hebben gehad, binnenkort officieel als „opgeheven" zullen worden verklaard.
En nu doelen we niet allereerst op het courantenbericht, dat er tusschen Rome en Berlijn een non-agressie-, (een niet-aanvals-) verdrag zou worden gesloten, dat op 30 Juni officieel zou worden onderteekend, indien op dien datum de sancties niet door Geneve zouden zijn opgeheven. Dit bericht kwam te kennelijk van belanghebbende zijde, — en werd bovendien later weer A tegengesproken —, om alleen daarin reeds een voorteeken te zien van het naderende einde der sanctie-maatregelen.
Als men echter kennis neemt van hetgeen de laatste dagen in Engelsche regeeringskringen over deze aangelegenheid is gezegd, zal men het met ons eens zijn, dat onze voorspelling niet al te gewaagd lijkt. Niemand minder toch dan de Engelsche minister Chamberlain heeft dezer dagen — zij het niet met zooveel ronde woorden —, verklaard, dat voortzetting der sanctie-politiek een dwaasheid zou zijn. De strekking van deze verklaring krijgt temeer relief als men in aanmerking neemt, dat onlangs minister Hoare, die voor enkele maanden door den: aandrang der publieke opinie, moest aftreden, omdat hij op voor Italië te gunstige voorwaarden Abessynië aan Mussolini had willen „beschikbaar stellen", nu weer met vlag en wimpel in het Kabinet Baldwin werd opgenomen. Een oogenblik scheen het of de meerderheid van het Engelsche ministerie van een opheffing der sancties niets moest hebben en of de ministers die in deze richting hadden gesproken zouden moeten verdwijnen. In tegenstelling daarmede wordt nu echter medegedeeld, dat zélfs minister Eden het standpunt van Chamberlain deelt. Als men zich herinnert, dat het met name Engeland is geweest, dat op het nemen van sancties tegen het schuldig-bevonden Italië heeft aangedrongen, en dat speciaal de Engelsche minister van Buitenlandsche Zaken, Sir Anthony Eden, van deze gedachte de vurige pleitbezorger was, zal men kunnen begrijpen, dat Italië zich over het punt der sancties niet veel zorgen meer maakt.
We zeiden het reeds : practisch zijn deze maatregelen dan' ook op een mislukking uitgeloopen.
Men hoopt nu door een reorganisatie van den Volkenbond te bereiken, dat dit instituut den invloed verkrijgt welke het op jammerlijke wijze getoond heeft te missen. Waarschijnlijk zal men in dit opzicht wat trachten te bereiken door het treffen van regionale pacten. Begint dat weer niet veel te lijken op de beruchte „belangengemeenschappen" die voor den wereldoorlog zoo gewild waren?
Langzamerhand schijnt in Frankrijk de binnenlandsche rust weer te zijn weergekeerd. De stakende arbeiders zijn weer aan 't werk gegaan nadat zij, zooals uit het vorige overzicht reeds viel op te maken, hunne eischen voor het grootste deel ingewilligd zagen. Dat ze de 40-urige werkweek er door wisten te krijgen wordt begrijpelijkerwijs als een groote overwinning beschouwd. Dat is het inderdaad ook, als men alleen op de directe gevolgen let. Maar het is wel zeer twijfelachtig of de Fransche industrie deze vermeerdering van lasten op den duur kan dragen zonder haar export^mogelijkheden ernstig te schaden. Laten we afwachten.
Wat direct na de Belgische verkiezingen, reeds viel waar te nemen blijft ook nu nog bestaan : de Belgische arbeidersbevolking wil het voorbeeld der Fransche collega's volgen. Einde vorige week slaagde de afgetreden premier Van Zeeland, daartoe ten tweede male door den Koning aangezocht, er in een Kabinet samen te stellen. Onder leiding van den r.k. eersten minister bestaat het kabinet uit 6 socialisten, 5 R.K., 3 liberalen en 1 partijloozen.
Het is voor dit nieuwe kabinet-Van Zeeland te hopen, dat de stakingen tot een einde kunnen worden gebracht voor deze den omvang hebben aangenomen welke ze in Frankrijk hadden. De laatste berichten hieromtrent luiden nog niet erg gunstig. In de mijn-en metaalindustrie nemen de stakingen toe. In de Antwerpsche havens wordt eveneens nog druk gestaakt. Slechts in de diamant-industrie is men tot een voorloopige overeenstemming tusschen werkgevers en werknemers gekomen.
Gelukkig geeft de figuur van Van Zeeland aan bet nieuwe ministerie het cachet van betrouwbaarheid. Of zijn invloed echter zoo groot is dat daardoor voorkomen wordt, dat de arbeiders aan economisch-onaanvaardbare eischen, vasthouden ? Het voorbeeld van Frankrijk wettigt in dit opzicht geen optimistische verwachtingen.
Op den schijn afgaande zou men geneigd zijn te zeggen, dat in de houding van Rusland ten opzichte van den godsdienst een gunstige wijziging gekomen is. Er werd immers een ontwerp grondwetsherziening gepubliceerd, waarbij kiesrecht en gewetensvrijheid wordt gegarandeerd. Dat wil zeggen, zoo luidt de verklaring, het recht tot uitoefening van een godsdienst naar keuze, zoowel als de vrijheid tot het voeren van antireligieuze propaganda. Ook zonder de laatste toevoeging zouden we over de aangekondigde gewetensvrijheid in de Sovjet-Unie nog niet erg enthousiast zijn. Ondanks de tallooze klachten die over ergerlijke chrlsten-vervolging in Rusland werden geuit, verkondigden de propagandisten der Sovjet-Unie immers altijd reeds dat in het „Sovjet-paradijs" algeheeie gewetensvrijheid bestond ? Dat er aan den werkelijken toestand door deze grondwetswijziging veel veranderen zal gelooven we daarom niet. Zoomin als het erg aannemelijk lijkt, dat „de dictatuur van het proletariaat" binnenkort plaats zal maken voor een werkelyken volks-invloed op de regeering.
Zoowel de binnen-als de buitenlandsche politiek die Rusland de laatste jaren gevoerd heeft wettigt (de waarschuwing om beloften van die zijde met eenige reserve te beluisteren.
Het lijkt ons toe dat de aankondiging van bedoelde grondwets-wijzigingen bedoeld is om een guinstigen indruk te maken op de Westersche Staten. Uit alles blijkt, dat Japan zijn expansiepolitiek consequent door wil zetten. En Rusland ziet dat met angst in het hart aan. Evenals trouwens China, waar zich binnenlandsche oneenlgheid openbaart, die door Japan heet .te zijn beïnvloed. Het is alles-behalve rustig in het verre Oosten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's