De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

DE VRIJHEID VAN DRUKPERS

7 minuten leestijd

De Regeering heeft een uitnemend werk verricht door aan de Staatscommissie ter voorbereiding van een partieele herziening van de Grondwet op te dragen om bij haar onderzoek ook te betrekken de artikelen 7 en 86 der Grondwet, aangaande het recht van de vrijheid van drukpers en het lidmaatschap van vertegenwoordigende lichamen van personen, die een streven tot uitdrukking brengen, gericht op verandering van de .bestaande rechtsorde met toepassing of bevordering van onwettige middelen.
Zooals bekend is, bracht de Staatscommissie haar rapport uit en verschenen de voorstellen dezer dagen in de nieuwsbladen.
Dat de Regeering, gezien de revolutionaire gezindheid, van sommige groepen der bevolking, gedwongen wordt om buitengewone maatregelen te treffen om het gezag te handhaven, de goede naam der burgers te beschermen en de orde en de rust in den lande te verzekeren, moge op zichzelf bezien, te betreuren zijn, maar een Overheid, die zich van Godswege geroepen weet en zich van hare verantwoordelijkheid bewust is, zou in haar taak te kort schieten, wanneer zij niet met alle haar ten dienste staande middelen voor haar Goddelijke roeping ais Overheid opkwam.
Wat nu het recht van de vrijheid van drukpers (artikel 7 der Grondwet) betreft, moge er aan herinnerd worden, dat deze vrijheid voortspruit uit een Protestantsch beginsel, het principe, dat diep in het leven van ons volk ingeworteld is en dat zelfs tijdens de Republiek, toen het fel bestreden werd, niet is uitgeroeid kunnen worden. De Staatscommissie, die eveneens het recht van de vrijheid van drukpers hoog aanslaat, schrijft in haar Verslag, dat het recht om zijn gedachten en gevoelens door middel van de drukpers te openbaren een der belangrijkste politieke rechten van het Nederlandsche volk is. Zij is dan ook gekant tegen een aantasting van dit recht door een voorafgaande goedkeuring te eischen van wat gedrukt zal worden.
Staat de Commissie dus met haar beide voeten op het Protestantsche beginsel van de vrijheid van drukpers, toch erkent zij daarnaast, dat de groote beteekenis van het recht der drukpersvrijheid niet blind mag maken voor de gevaren, die van de zijde van de pers de openbare orde en de goede zeden kunnen bedreigen. Vooral doen deze gevaren zich in de tegenwoordige tijdsomstandigheden voor, nu het misbruik van de drukpersvrijheid een meer stelselmatig karakter heeft aangenomen.
Daarom moet de eerbiediging van de vrijheid van de pers daar eindigen, waar die vrijheid in losbandigheid ontaardt.
Wel beperkt het bestaande artikel 7 der Grondwet nu reeds de vrijheid van drukpers. Immers het artikel luidt: „Niemand heeft voorafgaand verlof noodig, om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet". In de laatste woorden ligt de beperking. Maar deze beperking is van repressieven (beteugelenden) aard. De wetgever kan onder het vigeerende Grondwetsartikel zooveel maatregelen voorschrijven, als hij verkiest, echter kan hij geen verbodsbepalingen geven, waarbij openbaring van gedachten van voorafgaand verlof afhankelijk gemaakt zou worden.
Artikel 7 der Grondwet snijdt dus elke preventieve (voorkomende) censuur af. Het artikel bindt het recht van de drukpersvrijheid aan de aansprakelijkheid volgens de wet voor hetgeen door middel van de pers is geopenbaard.
Van die aansprakelijkheid nu zegt de commissie, dat deze, zooals ze in onze wetgeving is geregeld, de maatschappij niet voldoende heeft kunnen beschermen tegen grove verstoring van de orde door middel van de pers. Deze verstoring — aldus de Commissie — neemt in aard, en omvang een steeds ernstiger karakter aan.
Vandaar, dat wordt voorgesteld, ten einde aan het kwaad paal en perk te stellen, aan artikel 7 der Grondwet een bepaling toe te voegen, welke uitdrukkelijk ruimte laat het verschijnen van bepaalde uitgaven, waardoor een grove inbreuk wordt gemaakt op de openbare orde, tijdelijk te verbieden. Daarbij wordt de wetgever vrij gelaten om te beslissen, of dat feit een strafbaar feit zal moeten zijn, en of de bevoegdheid de verschijning van een uitgaaf tijdelijk te verbieden, alleen aan den rechter zal moeten worden verleend, dan wel of ook in geval van grove verstoring van de openbare orde, zonder dat deze nog een strafbaar feit zou behoeven op te leveren, of in geval van ernstige bedreiging der openbare orde, de verschijning van een uitgave tijdelijk door de Regeering of hare organen zou moeten kunnen worden verboden.
In verband met wat de Commissie voorstelt, zou het nieuwe artikel 7 van de Grond.wet dan luiden :
„Niemand heeft voorafgaand verlof noodig, om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
De wet kan regels stellen, volgens welke eene bepaalde uitgave wegens nader bij de wet te omschrijven grove inbreuk op de openbare orde tijdelijk kan worden verboden".
Dit wat artikel 7 der Grondwet betreft, belangende het recht van de vrijheid van drukpers; wij hopen D.V. de volgende week de aandacht te vragen, voor wat de Staatscommissie voorstelt tot wijziging van artikel 86 der Grondwet, aangaande het lidmaatschap van vertegenwoordigende lichamen van personen, die een streven tot uitdrukking brengen, gericht op verandering van de bestaande rechtsorde met toepassing of bevordering van onwettige middelen.

TEGEN DE REVOLUTIE HET EVANGELIE
De toestanden in West-Europa worden bij den dag ingewikkelder en slechter.
In Engeland heerscht groote bezorgdheid over Duitschlands bedoelingen ten opzichte van de Midden-Europeesche Staten Oostenrijk en Polen en ten aanzien van Frankrijk. De remilitarisatie van het Rijnland geeft aanleiding tot de onzekerheid op dit punt. De Engelsche premier verklaarde het de vorige week onomwonden in het parlement, dat Engeland heeft moeten afzien van optreden tegen Italië in het Abessynsche conflict, omdat er grooter gevaren voor het behoud van den vrede dreigen in Europa dan in Afrika. Wil de Volkenbond de sancties opheffen, dan zal — aldus minister Eden — Engeland erkennen, dat dit ook de Engelsche opvatting is. En daarmede wordt een streep gehaald door de maatregelen : economische-en militaire sancties, die de Volkenbond heeft aanvaard om de mogendheden te weerhouden de macht boven het recht te stellen.
In Spanje gaat het den weg op van Rusland. De Bolsjewistische terreur is bezig om zich meester te maken van de macht en de godlooze staat op het Iberische schiereiland te vestigen. Reeds hoort men van godsdienstvervolgingen en van het sluiten van kerken, als van zoovele voorteekenen van het komende Moscousche schrikbewind.In Frankrijk, waar bij de laatste verkiezingen het aantal communistische afgevaardigden van 8 op 82 klom, volgt het eene revolutionaire incident het andere op. Naar de bladen melden zijn thans 350 fabrieken in staking, omvattende pl.m. 350.000 stakers. Ook in de overheidsbedrijven deinst men er niet voor terug om de arbeid stil te leggen. Het ergste daarbij is, dat in afwijking van vroeger gevolgde strijdwijzen de stakers thans de werkplaatsen niet verlaten, doch deze bezet houden. Bij de jongste commune-herdenking, waaraan 600.000 betoogers deelnamen, liep in den stoet o.m. mede de leider van het Kabinet, een groep intellectueelen en een aantal officieren in burger.
En in België gaat het niet anders. Ook bij onze zuidelijke nabuur neemt de onrust toe, tengevolge van de stallingsbeweging, die zich blijft uitbreiden. De havenarbeid te Antwerpen, de textielnijverheid te Gent, de mijnarbeid in de Borinage liggen volkomen stil, zelfs in Brussel begint het te spannen. De uiterste linksche groepen, de communisten en de socialisten, staan nacht en dag in het
geweer.
Zoo dreigt in West-Europa van alle kanten gevaar en wordt het staatkundig-en maatschappelijk leven der volken ontwricht.
Ook in ons land de de voedingsbodem gelegd voor revolutionaire uitbarstingen, die, wanneer God het niet verhoedt, Nederland den. weg zullen doen opgaan van de Marxistische landen of van die landen die onder de fascistische dictatuur staan.
Om daaraan te ontkomen des het meer dan ooit noodig, dat allen, die zich voor Gods Woord buigen, zich aaneensluiten onder het devies van „tegen de revolutie het Evangelie".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's