De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

6 minuten leestijd

KERK EN STAAT.
Het onderwerp van den dag : de verhouding van „Kerk en Staat" of „Staat en Kerk". Wat mee z'n oorzaak vindt in de gebeurtenissen in Duitschland. Eh wat mee verband houdt met de beginselen van de NSB. hier te lande.
Wij willen in deze rubriek „Uit de Pers" een paar verslagen opnemen, zooals wij die vonden in de courant.
Op de IIIde Ledenvergadering van de Friesche Predikantenvereeniging 2 Juni j.l. te Leeuwarden gehouden hield dr. A. W. M. Odé van Koudekerk aan den Rijn een referaat over „Kerk en Staat". We nemen het verslag uit , Hervormd Zendingsblad" over:
Allereerst werd het wezensverschil tusschen Kerk en Staat aangetoond. De Staat is van deze wereld, handhaaft orde en recht en steunt op macht. De Kerk is niet van deze wereld, voedt op tot het Koninkrijk Gods en vindt haar kracht in Gods Woord. In den : Staat gaat het om de uiterlijke gedragingen, maar in de kerk om het hart van den mensch.
Hoe is de onderlinge verhouding?
Bij de primitieve volken zien wij, hoe de religie het sociale leven beheerscftit. In Israël vinden wij de theocratie. Het conflict ontbrandt, als de Christelijke Kerk hotst tegen de staatsvergoding van het Romeinsche rijk. Eerst wordt de Kerk onderdrukt. Het keerpunt is er onder de regeering van keizer Constantijn ; later wordt het christendom staatsgodsdienst. Aan de overheerschende positie van de Roomsche Kerk heeft de Reformatie een eind gemaakt.
Het probleem „Kerk en Staat" is in de laatste jaren sterk naar voren gekomen door de gebeurtenissen in Rusland en Duitschland. Het is des te dringender, nu ook onder ons de Kerk haar vat heeft verloren door haar gedeeldheid en het staatsgezag is ondermijnd door partijpolitiek. Zoowel in Kerk als in Staat valt tegenwoordig reactie waar te nemen. Het is wel zeer noodig zich van de door God gegeven roeping bewust te worden.
Laat men de opvattingen van de uitersten, als anarchisten, buiten beschouwing, dan zien wij de verhouding tussohen Kerk en Staat op 4 verschillende wijzen gesteld:
1. Scheiding tusschen Kerk en Staat. 2. De Staat ondergeschikt aan de Kerk. 3. De Kerk ondergeschikt aan den Staat; . 4. Samenwerking van Kerk en Staat, ieder binnen eigen gebiedsterrein.
1. Het denkbeeld van de scheiding tusschen Kerk en Staat is filosofisch gefundeerd In het rationalisme. Wat theoretisch kon, was echter in de practijk onmogelijk.
Wel zag het liberalisme van de vorige eeuw dit principe als verwezenlijkt in den z.g. neutralen staat. Thorbecke zag de Kerken als menschelijke instellingen en wees den godsdienst terug tot privaatzaak. Maar het is duidelijk, dat het wezen der Kerk, als openbaring van Gods Geest, aldus geheel miskend wordt.
Vanuit een anderen gezichtshoek wordt tegenwoordig voor scheiding gepleit, n.l. door Karl Barth, zooals hij cultuur en Godsrijk tegenover elkaar stelt. Verder ligt deze (beschouwing ook ten grond aan het streven van de vereeniging „Kerk en Vrede".
Spreker ging na, hoe in ons land door de Fransche revolutie de scheiding tusschen Kerk en Staat zich voltrokken heeft. De z.g. „gelijkheid" ontnam de Kerk alle bevoorrechting. In 1798 werden zelfs alle fondsen der Kerk nationaal bezit.
2. Rome huldigt het beginsel „De Staat ondergeschikt aan de Kerk". Rome ziet de Staat niet als gevolg van de zondemacht. Thomas van Aquino leert, dat de Staat er zonder den val toch ook zou geweest zijn, omdat de mensch een sociaal wezen is en er leiding noodig is. Omdat alle gezag van God is, moet de Staat zich — volgens Rome — aan de Kerk onderwerpen.
Dit trotsche gebouw van Roomsche wereldbeschouwing werd door de Hervorming verbroken. Het Protestantisme wil niet, dat de Kerk den Staat zal overheerschen, maar dat Kerk en Staat beide zich zullen buigen onder Gods Woord. Hoedemaker merkte treffend op: „De Kerk schrijft niet voor, maar licht voor." Wij willen geen Staat „onder de Kerk", maar een Staat „met den Bijbel".
3. Als een typeerend voorbeeld van de ondergeschiktheid van de Kerk aan den Staat, noemde spr. den toestand in Indië ten tijde der Oost-Indische Compagnie. De Overheid had in kerkelijke zaken alles te zeggen. Dit bleef ook daarna nog zoo. In 1835 maakte Koning Willem I nog uit, dat er in Indië slechts één Protestantsche Kerk mocht zijn. Rome kreeg daar eerst in 1847 een zelfstandige positie. En de Indische Kerk is pas kort geleden op zich zelf komen te staan. In 1935 had de administratieve scheiding eindelijk plaats. Thans worden de ambtsdragers door de Kerk benoemd.
Het zijn in onzen tijd „nationaal-socialisme" en „fascisme", die den Staat op het terrein van de Kerk willen laten regeeren.
Hitler schrijft in „Mein Kampf", dat hij het niet tot zijn taak rekent, godsdienstige hervormingen aan te brengen. Hij waardeert de confessies als steun in het volksleven. Maar op deze wijze is de Staat vooropgesteld en wordt de Kerk in afzondering teruggedrongen. Terecht merkt Brunner hiertegen op, dat in de verhouding tusschen Kerk en Staat het laatste woord moet zijn aan Christus.
4. Voor samenwerking van Kerk en Staat in dienst van God is vooral geijverd door den grooten christen-staatsman van de vorige eeuw, Groen van Prinsterer. Hij wilde, dat de overheid zou zorgen, dat het leven van de Kerk niet werd ondermijnd, en aan de Kerk der Hervorming de behulpzame hand zou bieden. In dit verband noemt spr. art. 36 der Nederlandsche Geloofsbelijdenis. In 1905 werd het door de Geref. Kerken gedeeltelijk tusschen haakjes geplaatst; men ging daarbij uit van het principe van „de vrije Kerk in den vrijen Staat". De Staat behoort dan tot het terrein der aigemeene genade. Zoo echter wordt de gedachte aan de „christelijke overheid" principieel los gelaten. Aan Romeinen 13 geeft men een uitlegging, alsof de overheid slechts een taak zou hebben ten opzichte van de tweede tafel der wet!
Tegen de Staatsbeschouwing van het neo-calvinisme heeft Hoedemaker zich gekeerd met al de kracht, die in hem was. Hij wees op de goddelijke roeping der overheid, op het feit, dat naar haar wezen en historie de Staat zelf als christelijk moet gezien worden en hief de leus aan : „Heel de Kerk en heel het volk !"
In tegenstelling met Hoedemaker, die hierbij een bepaalde Kerk, de Ned. (Herv. Kerk, centraal stelde, wilde de Savornin Lohman de verschillende Kerken eerbiedigen. De spanning tusschen Hoedemaker en Lohman is die tusschen het profetische en het juridische. Lohman voert aan, dat art. S6 geen Staatsstuk is, maar geloofsbelijdenis. In deze ingewikkelde vraag haalt spr. met instemming het woord van prof. Haitjema aan, die art. 36 neemt: „de conscientiekreet der Kerk".
Tenslotte wordt de bestaande verhouding onder oogen genomen. Aan alle Kerkgenootschappen wordt gelijke bescherming verleend. Van den Staat als Gods dienaresse wordt niet meer geweten. Het atheïsme kan vrij propageeren. Met dankbaarheid valt te constateeren, dat de Kerk vrij is van Staatscontrole. Maar de tegenwoordige toestand kan allerminst voldoen en deze is ook zoo maar niet opeens te herstellen. Aan de predikanten is de taak gegeven, ook ten opzichte van dit vraagstuk de eischen van God's Woord te doen hooren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's