De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ERASMUS EN WIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ERASMUS EN WIJ

Bij de 400ste terugkeer van zijn sterfdag.

9 minuten leestijd

Bij de 400ste terugkeer van zijn sterfdag.
II.
Iets over zijn werken en hun invloed.
Het is waarlijk niet gemakkelijk om in één artikel een overzicht te gaven van Erasmus' geschriften en hun inhoud. Zijn pen is verbazend vruchtbaar geweest, zijn werken beslaan tien folio-deelen met tezamen ruim 12000 kolommen druks.
De grootheid van Erasmus tegenover zijn tijdgenooten wordt dan ook inderdaad, op treffende wijze uitgedrukt door de verhouding van zijn indrukwekkende folianten tot wat anderen presteerden, en dat soms, óók in letterlijken zin, heel weinig gewicht in de schaal legde. ^)
In zekeren zin behooren ook zijn honderden bewaard gebleven brieven tot zijn werken. Bij de sterke ontwikkeling van het schrijven van brieven, hebben wij te doen met een karaktertrek van het humanisme, dat een afkeer had van het abstracte, en zocht naar het concrete, het realistische. „Over de wijze van het brieven schrijven heeft Erasmus zelfs een schoolboekje toet licht doen zien.  — Bijna twee duizend exemplaren zijn er van Erasmus' brieven gedrukt, hetgeen daarom van beteekenis is, omdat men, mede aan de hand van deze bewaard gebleven correspondentie, veel van zijn leven kan nagaan. Het geheel zijner brieven, die gericht zijn aan de meest vooraanstaande geleerden en vorsten van zijn tijd, is een rijke bron voor de studie van arm persoon, eeuw en werk. In een „Woord vooraf" van prof. Huizing a in een pas verschenen bloemlezing uit de brieven van Erasmus, zegt hij naar aanleiding van deze correspondentie: „Een zeiltocht op die zee van dagelijksche mededeeling uit een der sterkst bewogen tijdperken der geschiedenis blijft iedereen aanbevolen." Daarom wijzen wij in dit artikel op deze interessante uitgave. ^).
Vele van Erasmus' geschriften worden maar een enkele maal genoemd. Over het algemeen laten zij zich indeelen in twee 'groepen. Sommige zijn literair van aard, andere bewegen zich op het gebied der theologie.
Zijn studies — om er een aantal te noemen — over de opvoeding eens vorsten; over het christelijk huwelijk; over de liefelijke eendracht der kerk; over de wijze van preeken ; over het biechten; over de christelijke weduwe ; over de zuiverheid der kerk (zijn laatste geschrift), gaan wij voorbij zonder ze te bespreken. Ook op zijn samenspraken kunnen wij niet nader ingaan.
Toch willen wij ze hier noemen met het oog op het feit, dat zij belangrijk zijn voor de kennis der cultuurgeschiedenis, van zeden en gewoonten uit het begin der16e eeuw. •^) - Zijn tractaat over den vrijen wil toespreken wij in het volgend artikel, wanneer Erasmus' verhouding tot Luther en de Reformatie ter sprake komt.
Na deze schifting, die met het oog op het kader dezer artikelen noodzakelijk was, beperken wij ons tot het volgende.
In 1509 kwam Erasmus uit Italië terug. Hij had geen verheffenden indruk gekregen van het kerkelijk leven aldaar. Paus Julius: was hem. te krijgshaftig, althans niet „apostolisch" genoeg. Daarom laat Erasmus hem later in een geschrift, dat waarschijnlijk in 1518 van de pers kwam, in vol ornaat voor de poort van het hemelsch paradijs verschijnen, om zich echter te zien buitengesloten. De bisschoppen waren hem te groote brassers ; de kerk zag hij in verval; de geestelijkheid geesteloos ; het volk arm ; de vorsten op allerlei gebied roofgierig; kortom, hij was met afkeer vervuld, van de toestanden, zooals hij die daar aantrof. De heiligenvereering, het monnikswezen en de aflaathandel stuitten hem tegen de borst.
Onder den indruk van deze ervaring schrijft hij, in Engeland aangekomen, zijn : Lof der Zot held, het werk, dat nog steeds ertoe dwingt, zijn kwaliteiten te erkennen. Reeds tijdens zijn leven is het veertigmaal herdrukt. Zoodat de beteekenis van dit geenszins zwaarwichtige, noch streng-wetenschappelijk boekje niet moet worden onderschat.
Erasmus spaart niets van wat de R. K. Kerk voor heilig en eerwaardig hield. Hij hekelt personen en zaken zóó scherp, dat men zich met verwondering afvraagt, waarom hij niet terstond bij het optreden van Luther diens zijde heeft gekozen.
Wij hebben hier echter wei in het oog te houden, dat Erasmus' protest ging tegen de ontaarding der Kerk, niet tegen de Kerk als zoodanig. Hij dacht door zijn strijd tegen ruwheid, domheid en bijgeloof, beschaving, verstand en oprechte vroomheid in de plaats te brengen.") Erasmus' critiek had een humanistisch uitgangspunt, Luther's optreden daarentegen heeft een theologisiche instelling. Slechte oppervlakkig bezien, wilden beiden hetzelfde. Luther wilde wel wat Erasmus wilde, doch ook méér, hetgeen Erasmus echter te ver ging. Zoodat deze dus eigenlijk niet wenschte, wat Luther nastreefde.
Volgens Erasmus is de wereld een tafereel der dwaasheid, zonder welke zij niet bestaan kan. Het leven der stervelingen is in den grond eigenlijk niet anders dan een soort tooneelstuk. Ieder treedt met een ander masker op, en speelt zijn eigen rol. Van alle leven is de dwaasheid: de beweegkraoht, de motor! Bij de menschen gaat humbug nu eenmaal boven de waarheid. Hoe onbekwamer iemand is, des te meer hij bewonderd wordt. „Ga maar naar de kerken : als er over ernstige dingen gepreekt wordt, zit alles te dommelen, te geeuwen en zich te vervelen. Maar als de redenaar een of ander oudewijvenverhaaltje begint te vertellen, worden zij wakker, gaan rechtop zitten en hangen aan zijn lippen". ") Zijn deze woorden ook nü nog niet actueel, nu zoovele fantasten zichzelf promoveeren tot verkondigers van het Woord Gods ? Hebben dezulken niet veelal een eclatant succes te boeken ? En wordt ook in dezen tijd in de prediking des Woords inleg niet veelal gieprefereerd boven uitleg ?
Wordt het overige werk van Erasmus meer uit historisch oogpunt bestudeerd, — de ,,Lof der Zotheid" wordt gelezen om zijn zelfs wil. Het is een scherpzinnig boekje, waarin weliswaar somtijds in komischen trant scherpe waarheden worden gezegd, al zou een beschouwing op den voet — wat hier natuurlijk niet mogelijk is —ons tot veel critiek aanleiding geven. Vooral zijn aanhaling van Schriftwoorden is zeer bedenkelijk. Maar in het met bijtenden spot hekelen van wantoestanden op kerkelijk en maatschappelijk terrein, ligt zijn verdienste. Zijn werk was een tijdscritiek, en hij, de tijdscriticus, was in 'dit opzicht de „primus inter pares". Met opzicht tot de doorwerking van de beginselen der Hervorming is het verschijnen van de „Lof der Zotheid" van belang geweest.
Een tweede werkje, waarbij we even willen stilstaan, is Het Handboek van den christenstrijder. Het heeft een tamelijk positieve voorrede, waarmede Luther in bijzondere mate zijn instemming moet betuigd hebben. '^) In dit geschrift geeft Erasmus uiting aan zijn standpunt ten opzichte van de godsdienstige praktijk zijner dagen, die zooveel te wenschen overliet. Het geheel is een handleiding om een krijgsman, Christus waardig, te worden. Het boekje, dat eigenlijk „Enchiridion" heet (een Grieksch woord, dat in de oudheid zoowel dolk als handboekje beteekende), bedoelde een wapen te zijn in 'de hand van den christenstrijder, die een groote dosis zelfkennis behoort te bezitten, en wiens gedrag onberispelijk moet zijn.
Inderdaad roept Erasmus terug tot de Schrift: een roep, die ook uit zijn mond z'n beteekenis heeft. Doch ook hier is het als in zijn andere geschriften : niet de verwantschap met het apostolisch tijdperk, niet zijn gegrepen zijn door de Waarheid Gods (als Calvijn) deed Erasmus, spreken, zooals hij sprak, maar een krachtig verzet tegen de spitsvondigheden der scholastiek wordt in zijn streven openbaar. Wat op zichzelf heel belangrijk is, mits wij ons maar bewust zijn, dat zij.n greep naar de oudheid een zoeken is naar leiding en methode ; niet naar de christelijke religie zélf ! Daarom wordt de Heere Jezus Christus op één lijn gesteld met allerlei andere denkers en „fakkeldragers" der menschheid. Al plaatst Erasmus Hem aan het hoofd van hen allen, — principieel is Hij van hen niet onder­ scheiden. Ziedaar „het" fundamenteel verschil tusschen het Humanisme en het Reformatorisch beginsel. ^} Ook tegen Erasmus' spreken over „de philosophie van Christus" hebben wij ernstige bedenkingen, wijl de christelijke religie van alle wijsbegeerte onderscheiden is, hebbende een eigen wortel, een eigen leven en een eigen doel.
In het licht van zijn devies : „Terug naar de bronnen", moet ook Erasmus' uitgave van het Nieuwe Testament in het Grieksch — later ook in het Latijn — worden gezien. Ook hierin verrichtte 'hij een arbeid, waar van de Reformatie de rijpe vruchten plukken zou.
De Grieksche uitgave van het Nieuwe Testament, die in 1516 voor de eerste maal verscheen, — dus één jaar vóór 15117 ! — en die later nog vele malen door hem herzien is, was bestemd om de „Textus receptus" te worden, totdat men in de negentiende eeuw andere wegen ging bewandelen. De kennis van de oude talen is hier een onmiskenbaar belangrijke factor geweest om de Hervorming te ruggesteunen.
Luther gebruikte de 2e druk als grondslag voor zijn vertaling van het N.T. in het Duitsch. Calvijn zwaaide Erasmus grooten lof toe om zijn voortreffelijk werk, al is hij het lang niet altijd met Erasmus eens, in welke gevallen Calvijn, naar het getuigenis van dr. Cramer, in den regel gelijk heeft. »)
Hoe groot de draagwijdte van Erasmus' werk is, moge nog blijiken uit het feit, dat reeds in 1523 Luther's vertaling, in het Nederlandsch overgezet, allerwege verspreid' werd. Voorheen was de Bijbel een zeldzaam boek. i")
Met de laatste drie werken, die wij ietwat uitvoerig bespraken, heeft Erasmus zijn tijd gewonnen. Dat is van belang; maar ook nu nog, na vier eeuwen, wordt hun beteekenis erkend door allen, die inzien, dat óók de Reformatie niet uit de lucht gevallen is, maar op Gods tijd en op Zijn wijze is voorbereid.
Dat Hij daar.aan een geleerd man als Erasmus heeft willen dienstbaar stellen, is een zegen, die wij niet gering achten mogen.
O.

d. Z.


1) Dr. J. Lindeboom, Het Bijbelsch Humanisme in Nederland, Leiden 1913, blz. 113. 2) Dr. J. A. C. van Leeuwen, Erasmus, Baarn 1914, blz. 41.

2) Erasmus in den spiegel van zijn brieven. Een keuze uit de brieven van Erasmus, vertaald en toegelicht door dr. O. Noordenbos en Truus van Leeuwen, Rotterdam 1936.

3) Een mooie vertaling en bewerking van de „Lof der Zotheid" ds uitgegeven bij de Wereldbibliotheek, Amsterdam 1933.

4) Zie de inleiding van de in noot 4 aangehaalde uitgave, blz. 5 v.v. ") Dr. J. Huizinga, Erasmus, .Haarlem 1924, blz. 97 v.v.

5) Realencyklopaedie für protestantische Theologie und Kirche, 3e Aufl., Bnd. V, LeipEig 1898, in voce : Erasmus, S. 439.

8) Dr. A. Kuyper, Encyclopaedic der Heilige Godgeleerdheid., Ie deel, 2e herz. druk. Kampen 1908, blz. 140 v.v. Vgl. ook : prof. dr. H. Visscher, De Gereformeerde Theologie, Baarn 1910, blz. 3 v.v.

9) De Heilige Schrift bij Calvijn, Utrecht 1936, blz. 90 v.v. Overigens onze leidsman niet!

10) Prof. dr. P. J. Blok, Geschiedenis van het Nederlandsche Volk, Ie deel. Leiden, z.j., blz. 590.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

ERASMUS EN WIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's