De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

Voorwerpelijke en Onderwerpelijke Prediking *)

7 minuten leestijd

I.
Het onderwerp dat wij met u gaan behandelen is van blijvende beteekenis. Het is ten allen tijde van belang te spreken over de prediking. Want met die prediking is immers bedoeld de verkondiging van het Woord Gods. Bij dat Woord begeert een ieder te leven, die voor zijn gezag buigt en onder zijn beslag is gekomen.
Zoolang er een gereformeerde belijdenis is, zal het Woord des Heeren uitgangspunt en middelpunt en inhoud zijn der prediking. Want (can. Dordr. III, IV, 17) „God heeft het Evangelie verordend tot een zaad der wedergeboorte en een spijze der zielen, " Van dit brood leeft de Kerk, en door de genade des H. Geestes worden de zielen van Gods kinderen ermede gevoed. Uit dat Woord wordt de stof geput, die in de prediking aan de gemeente des Heeren wordt voorgesteld. Het is de onuitputtelijke goudmijn, waaruit ieder prediker de schatten van genade en ontferming heeft te voorschijn te brengen, welker glans het hart verheugt, en welker rijkdom een arme ziel doet opspringen van vreugd.
Wat ieder dienaar des Woords dus aan de gemeente zal brengen; en wat iedere gemeente, als zij zich schikt onder het Woord, mag verwachten en verlangen te hooren, is dat niet een vraag, die altijd door actueel blijft ?
Misschien zult gij zeggen : dat spreekt vanzelf; die vraag stellen is haar beantwoorden. De zaak is eenvoudig genoeg, klaar als de dag. De prediking moet brengen „het Woord Gods". Daarmede is alles gezegd. Dat Woord is de Waarheid. Dat Woord is zoo rijk en veelzijdig, dat het voor alle tijden en iedere omstandigheid iets heeft; het leven kan niet zoo bont en afwisselend zijn, of het vindt in het Woord des Heeren zijn afspiegeling; geen verhouding zóó ontwricht, of in dat Woord kunnen wij vinden, hoe zij wordt recht gezet; geen levensterrein, waarvoor niet in dat Woord de lijnen liggen getrokken, de beginselen aangegeven, waarnaar het leven zich te richten heeft.
In één woord: al de veelvormigheid en afwisseling, al de bontheid en rijkdom van de schepping Gods wordt door Zijn Woord voor Zijne gemeente getrokken en gebracht onder het licht Zijner almogende kracht. Al de volheid van de schuld en verschrikking en ellende eener van Hem afgevallen wereld komt, als de oogen opengaan voor de waarheid van Zijn Woord, te staan in het klaar en vertroostend schijnsel van Zijn eeuwige liefde en onveranderlijke trouw.
Het Woord openbaart Zijn liefdewezen ; en wat zou de prediking anders te doen hebben, dan de heerlijkheid van dat eeuwig Wezen, gelijk die uitblinkt in schepping en herschepping, te verbreiden ?
Ik geef het u gaarne toe. Zoo rijk het leven is, zoo rijk kan ook de prediking zijn van het Woord der waarheid.
Dat wij, als wij handelen zullen over de prediking van het Woord, in aanraking komen met een onderwerp, dat werkelijk actueel is, zal bij u wel op geen tegenspraak stuiten. En naar ik hoop, evenmin, wanneer ik dit nog nader ga bepalen, en spreken ga over „voorwerpelijke en onderwerpelijke prediking."
Zoo toch raken wij de vraag, hoe in en door de prediking het Woord des Heeren wordt verkondigd en toegepast, de vraag ook, waarmede de eerste in nauw verband staat, naar de begeerten, de behoeften, den wensch, den smaak van velen, die de gereformeerde beginselen liefhebben.
Zeker, zij allen wenschen te hooren „de waarheid." Maar hoe moet die waarheid naar het Woord worden gebracht, uiteengezet, aangedrongen ?
Wat de één — binnen den kring der gereformeerden blijf ik — geniet als stevige, gezonde kost, zal een ander verachten, zeggende : dat men hem steenen voor brood voorzet. En wat dezen laatste de ziel doet wegsmelten, daarvan zal de eerste mogelijk zeggen, dat het laffe spijze is, die zijn ziel niet vermag te versterken. Wordt dat niet een moeilijk geval voor een dienstknecht des Heeren, die begeert en meent, het Woord der waarheid recht te snijden, en dan vaak ontwaren moet, dat men geen smaak heeft in hetgeen hij der gemeente voorzet ? Dringt zich hier niet deze gedachte aan ons op : een bedienaar van het Woord Gods mag zich wel terdege rekenschap geven van zijn ontzaglijke verantwoordelijkheid ; zich klaar bewust zijn, langs welke lijnen hij zijn werk der prediking wil laten loopen, en waarom langs d i e lijnen. Niet alleen moet hijzelf zijn onder het beslag van het Woord, dat hij heeft te brengen, en bij de waarheid, die hij verkondigt, leven. Maar óók moet hij weten, hoe hij het best het zwaard des Woords hanteeren zal; hij moet er niet mede schermen en goochelen, zoodat het flikkert en blinkt in de oogen der verbaasde toeschouwers, maar het gebruiken tot het doel, waarmede God het hem heeft in de 'hand gegeven. En dat temeer, omdat de kennis der waarheid, die naar de godzaligheid is, boe langer hoe meer te loor gaat. Het gereformeerde volk verlangt en verwacht vaak eene prediking, die met de gereformeerde beginselen slechts in een vér verwijderden samenhang staat; indien nu de dienaar des Woords deze beginselen en hunne draagkracht niet of ternauwernood verstaat, wat is dan een volstrekt niet denkbeeldig gevaar ?
Immers dit: dat hij, inplaats van naar den eisch zijner roeping te verkondigen : „dit is de weg, wandelt daarin" wordt gedreven, zich richt naar de wenschen en begeerten der gemeente. Misschien brengt hij het zoover, dat hij geëerd wordt als iemand, die „spreekt naar het hart van Jeruzalem"; maar misschien is dit slechts een fraaie naam voor de bedenkelijke zaak, dat hij geleerd heeft, den menschen naar den mond te praten. En als het zoover is gekomen, als gemeente en leeraar niet gezamenlijk staan onder de tucht van het Woord der waarheid, dan zinken zij met elkander op lager peil.
Ieder uwer zal mij toegeven, dat het van aangelegen belang is, hoe de waarheid Gods wordt gepredikt; en ieder zal verstaan, dat hierin een wederkeerige invloed werkt van gemeente op leeraar, van leeraar op gemeente,
In de wijze nu waarop de waarheid Gods wordt gebracht, speelt de vraag naar het voorwerpelijke en onderwerpelijke een belangrijke rol. Wanneer ik enkele gedachten hierover in uw midden ga uitspreken, vergeet ik natuurlijk niet, dat er verscheidenheid van gaven is. Persoonlijke aanleg, levens-en zielservaring, karakter en geestelijke ligging, het zijn altemaal factoren die de wijze bepalen, waarop men de schatten grijpt welke in het Woord liggen opgetast.
Doch dit bijzondere en persoonlijke is niet het eenige. Dan zou over deze zaak ook weinig anders te zeggen zijn, dan dat zij beheerscht en bepaald wordt door den wederkeerigen invloed, dien herder en kudde van elkaar ondergaan. Er zijn echter ook algemeene factoren, die hier bewust of onbewust mede in het spel zijn. En daarom bestaat de mogelijkheid, door deze^ naar voren te brengen, over het voorwerpelijke en onderwerpelijke in de prediking te handelen. Dat het wenschelijk en nuttig kan zijn, dit te doen — ik hoop, dat gij het met mij zult eens zijn.
„Voorwerpelijke en onderwerpelijke prediking." Niet zonder opzet heb ik deze beide elementen verbonden door het woordje „en". Daarmede zijn ze naast elkaar gezet, meer niet, en anders niet. Ik had ze ook tegenover elkaar kunnen plaatsen, door er tusschen te zetten het woordje „of". En ik zou ze ook aan elkaar kunnen koppelen, en spreken van voorwerpelijke-onderwerpelijke prediking,
(Wordt voortgezet).

*) Referaat gehouden door prof. dr. J. A. C. van Leeuwen op de 13de Jaarvergadering van, den Gereformeerden Bond. 1918. Omdat deze lezing al lang uitverkocht is en er toch telkens naar gevraagd wordt, drukken wij dit referaat nog eens af.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's