De macht der duisternis verslonden
’t Werd nacht voor Jezus — ons verrijst de dag ; Die 't zonlicht schiep, wordt door geen licht beschenen;
Als een verlaat'ne moet de Helper weenen; De gansche schepping beeft bij Zijn geklag. Wie siddert niet? De Leeuw uit Juda brult, Den Zoon der liefde treft des Vaders roede ; Wat wonder, dat natuur in 't zwart zich hult? O Zielelicht, hoe schijnt Gij mij ten goede !
Nu weet ik, dat de macht der duisternis Verslonden is. Moet ik in 't duister dwalen. Van troost beroofd, alleen, door diepe dalen, En zonder raad, toch blijft het mij gewis : Eer stort de zon, voor eeuwig uitgedoofd, In 's afgronds poel, om nooit meer licht te schenken.
Eer ik van Jezus' liefde zij beroofd. Hij mij niet meer genadig zou gedenken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's