De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERK. SCHOOL, VEREENIGING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERK. SCHOOL, VEREENIGING

22 minuten leestijd

NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Drietal:
te Delfshaven (vac.-Datema), H. Bout te Genemuiden, W. Deur te Renkum en J. D. Kleijne te Ooltgensplaat.
Beroepen:
te Rotterdam (vac.-dr. Callenbach) M. J. C Visser te Leeuwarden — te Angeren C. D. Israël te Hattem — te Haarlem (Vereen, v. Vrijz. Herv.) G. H Moll van Charante te Borger — te Kampen (Vereeniging v. Vrijz. Hervormden) L. A. N. v. d. Kreeken te Berkhout — te Dedemsvaart (toez.) H. J. van Heerden, cand. en hulpprediker te Eindhoven — te Nieuwe Tonge K. v. d. Pol te Hardinxveld — te Wamel en Dreumel D. J. Haspels, cand. en hulppred. te Wijk aan Zee — te Hoogeveen W. Vroegindewey te Zegveld —te Harlingen J. C. Salverda te Hoofddorp.
Aangenomen.:
naar Kampen (Ver. Vrijz. Hervormden) C. N. V. d. Kreeke te Berkhout (N.-H.) — naar Deventer C. B. Burger te Bergen op Zoom — naar Stiens (toez.) F. W. J. Brümmer te Bergum (Fr.). — naar Zwolle M. N. W. ^Smit te Kerkrade — naar Lettelbert-Enumatil cand. W. Wilman te Engwierum.
Bedankt:
voor Spijkenisse G. H. J. Marsman te Urk — voor Groot-Ammers G. Alers te Dordrecht — voor Apeldoorn en Het Loo M. N. W. Smit te Kerkrade.

GEREFORMEEBDE KERKEN.
Drietal:
te Zevenhuizen (Gr.) J. Dijk te Sellingen, J. ten Hove te Gees en W. Reinders te Overschild.
Tweetal :
te Abcoude cand. C. v. d. Boom te Overschie en J. C. Jonkers, cand. en hulppred. te Rotterdam-Zuid — te Molenaarsgraaf-Brandwijk K. Dekker, cand. en hulppred. te Zaandam — te Zwijndrecht M. Boukema te Leidschendam en J. C. Hagen te Sprang.
Beroepen :
te Molenaarsgraaf-Brandwijk K. Dekker, cand. en hulppred. te Zaandam — te Abcoude J. C. Jonkers, cand. en hulppred. te Rotterdam-Zuid.
Aangenomen :
naar Winsum (Fr.) cand. J. Janssens te Groningen — naar Utrecht (voor den miss. dienst te Poerworedjo) dr. J. v. d. Linden te Tzum — naar Abcoude J. C. Jonkers, cand. en hulppred. te Rotterdam-Zuid (Katendrecht).

CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK,
Tweetal:
te Ede L. S. de Boer te Arnhem en J. Tamminga te Harderwijk.
Beroepen :
te Zeist W. Bijleveld te Haarlem — te Lutten en Dedemsvaart K. Bokhorst te Murmerwoude.

Bevestiging en intrede.
NUMANSDORP. Ds. H. K. Queré van Domburg hoopt 26 Juli zijn intrede te doen te Numansdorp, na bevestigd te zijn door ds. G. W. K. Hugenholtz van Klaaswaal.

Jubileum.
Jubileum. Donderdag 25 Juni herdacht ds. J. M. Muller, Ned. Hervormd predikant te Dieren zijn zilveren ambtsjubileum. Behalve te Dieren stond de jubilaris te Eist.

Hulpprediker.
De diensttijd van cand. C. Metselaar als hulpprediker te IJsselmonde is tot eind October verlengd.

Afscheid te Delfshaven.
Zondagochtend is dr. P. G. Datema, Ned. Herv. predikant te Delfshaven, aan wien met ingang van 1 Juli eervol emeritaat is verleend, in de Mathenesserkerk te Delfshaven, voor de laatste maal als predikant dezer gemeente in de godsdienstoefening voorgegaan. De dienst droeg geen bijzonder karakter, er werden geen afscheids­woorden gesproken od toespraken gehouden.
Dr. Datema, die 84 jaar oud is en bijna 61 jaar predikant is geweest, waarvan bijna 47 jaar te Delfshaven, was de oudste dienstdoende predikant der Ned. Hervormde Kerk. Hij aanvaardde op 11 Juli 1875 het predikambt te Veessen (Geld.) en diende verder nog de gemeenten van Ee (Fr.) Weesp, Hasselt (O.) en sedert 15 December 1889 Delfshaven. Op 8 dezer was het 60 jaar geleden, dat hij tot doctor in de theologie promoveerde.

Drietal te Delfshaven.
In de vac.-dr. Datema is door het Kiescollege een drietal gemaakt bestaande uit de predikanten ds. Bout te Genemuiden, ds. Deur te Renkum en ds. Kleijne te Ooltgensplaat.

Het nieuwe kerkgebouw te Leerbroek.
De door brand vernielde Hervormde kerk te Leerbroek is thans geheel gerestaureerd en Donderdagavond in gebruik genomen.
Heeft de buitenkant een geheel veranderd en verbeterd aanzien gekregen, doordat het gebouw op een mooi oploopend terrein staat, ook het inwendige is er mooier op geworden en aanpassend aan den tijd.
De ingang der kerk loopt thans door den toren, van waar men door twee deuren de kerk binnenkomt. Boven den preekstoel is een gedenkraam aangebracht.
Behalve een consistoriekamer ds een ruime vergaderzaal aanwezig, benevens een predikantenkamer. De kerk heeft een heete luchtverwarming, de kerkeraadskamer een centrale (heet water)verwarming. De verlichting is electrisch.
Het geheel maakt een bijzonder aangenamen, stemmigen indruk.
Bij de ingebruikneming waren, toen ook alle hoeken, gangen en paden bezet waren, ongeveer 1000 personen aanwezig.
Ds. J. G. van leperen, de pastor loei, verzocht, nadat gezongen was Psalm 84 vs. 1, den kerkeraad den cadeau gekregen bijbel op den kansel te brengen, wat door ouderling Van Toor geschiedde, waarna ouderling Slob een toepasselijk woord sprak.
Vervolgens riep ds. Van leperen alle aanwezigen een hartelijk welkom toe, hen wijzende op het groote en verblijdende feit, dat de gemeente weer in haar kerkgebouw mocht samenkomen, maar bovenal dat de gemeente met Samuel mocht belijden de woorden uit 1 Samuel 7 : 12 : „Tot hiertoe heeft ons de Heere geholpen”.
Spr. bepaalde zijn gehoor bij het volk van Israël, dat zich verloren achtte toen de Filistijnen kwamen, maar hoe de Heere Zijn volk uit de benauwdheid hielp door het zenden van een geweldig onweer. Zoo ook hier : de Heere bracht ons in den nacht van 3 op 4 Maart 1935 door het afbranden van ons kerkgebouw in benauwdheid, maar nu op dezen avond schenkt de Heere ons verlossing in ons
nieuwe kerkgebouw.
Nadat gezongen was Psalm 66 : 5, 6 en 9, werd een orgelbespeling gegeven door den heer F. Schuiling, organist en muziekleeraar te Rotterdam, opdat de gemeente de muziek van het nieuwe orgel zou kunnen beluisteren.
Daarna werd het woord gevoerd door Burgemeester Slob, door ds. Enklaar van Leerdam als afgevaardigde van het Prov. Kerkbestuur van Zuid-Holland, door ds. Schimmel van Ameide namens 't 'Classicaal Bestuur van Gouda, door ds. De Gidts van Asperen namens den Ring Leerdam, door den heer Schuitemaker namens de Jongelingsver. „Obadja" en de Meisjesvereeniging „Bidt en Werkt" en ten slotte door den heer Bruinboge, namens de Knapenvereeniging „Samuel". (De Standaard).

Portret van wijlen prof. dr. D. Plooy.
In bijzijn van prof. dr. C. W. Vollgraff, rector magnificus, en prof. dr. J. M. Baart de la Faille, secretaris van den academischen senaat en de hoogleeraren Obbink, Severijn, Brouwer, Van Rhijn, Noordtzij, Baart de la Faille, Verrijn Stuart en eenige genoodigden is gistermiddag in het universiteitsgebouw te Utrecht het door den Rotterdamschen schilder Herman Mees geschilderde portret van wijlen prof. dr. D. Plooy overgedragen aan de weduwe van den geliefden hoogleeraar mevr. de weduwe B. H. W. Plooy—Gunning.
Volgens den wensch van het comité droeg deze plechtige overdracht een uiterst eenvoudig en sober karakter.
De praeses van de faculteit der theologische studenten, de heer J. Hoogenkamp, voorzitter van het comité, zette in enkele woorden uiteen, dat de studenten de nagedachtenis van prof. Plooy hebben willen eeren, die voor hen allen op verschillende wijze, iets heeft beteekend.
De voorzitter van de theologische faculteit, prof. dr. Severijn, zeide, dat er in de kringen dier faculteit groote erkentelijkheid heerscht, omdat de studenten van hun dankbaarheid hebben willen getuigen voor hetgeen prof. Plooy is geweest voor de faculteit, de studenten en de universiteit.
De heer J. Hoogenkamp betoogde daarna, dat prof. Plooy geenszins onder zijn studenten is vergeten. Zijn invloed is daarvoor te groot geweest en de herinnering aan hem is levendig. Zijn onderwijs was niet gemakkelijk toegankelijk, maar
opende wijde perspectieven en getuigde van groote zelfstandigheid.

Bezuiniging op Hooger Onderwijs.
Leerstoelen Oude Testament en Hebreeuwsch worden vereenigd.

Naar het „Handelsblad" verneemt ligt het in de bedoeling der Regeering, aan de drie Rijksuniversiteiten de leerstoelen voor de exegese van het Oude Testament enz. met die voor Hebreeuwsch te combineeren. Aan de Universiteit te Utrecht zal daarom de vacature van prof. Noordtzij (Oude Testament) bezet worden door prof. dr. J. de Groot, hoogleeraar in het Hebreeuwsch te Groningen ; te Groningen zal dan prof. L. H. K. Bleeker, die het Oude Testament doceert, het Hebreeuwsch erbij nemen. Te Leiden zal prof. dr. G. J. Thierry, hoogleeraar in het Hebreeuwsch, na het emeritaat van prof. dr. B. D. Eerdmans in 1938 tevens de wetenschap van het Oude Testament te doceeren krijgen.
In Staatsblad no. 367 is een Koninklijk besluit van 5 Juni verschenen, waarin de bepaling in art. 4 paragraaf 1 van het Academisch Statuut, dat een hoogleeraar uit de faculteit der letteren in de theologische faculteit het Hebreeuwsch doceert aangevuld met de woorden „tenzij een der hoogleeraren van de faculteit der godgeleerdheid met het geven van dit onderwijs is belast".

Vierde Nat. Chr. Schoolcongres.
Het vierde Nationaal Christelijk schoolcongres met Internationale afdeeling zal van 29—31 Oct. a.s. te Utrecht worden gehouden, onder leiding van ds. J. Barbas, Ned. Herv. predikant te Hengelo (G.), voorzitter van den Schoolraad voor de Scholen met den Bijbel

Benoemingen bij het Chr. Onderwijs.
Tot Hoofd: Amersfoort. (J. v. Dieststraat 2, vac H. Thijs), N. v. d. Vlist, thans hoofd te Krimpen aan de Lek.

Emeritaat.
De volgende predikanten der Ned. Hervormde Kerk gingen vanaf 1 Januari 1936 tot heden met emeritaat: P. H. Kapteyn Jr. te Eenrum, J. Kloots te Heusden, J. Kalma te St. Jac. Parochie (werd voorganger N.P.B, te Zandvoort), ds. H. E. G. V. d. Meene te Over Langbroek, F. S. Knipscheer te Zalt-Bommel, P. J. Roscam Abbing te Amsterdam, J. Benders te Rijswijk (N.B.), H. Visser te Zwolle, J. B. Vegter te Engwierum, dr. G. A. R. d. Bergh van Eysinga te Santpoort, H. de Boer te Deventer, H. G. Oldeman te Enschedé, M. Tinga te Baflo, dr. J. R. Callenbach te Rotterdam, H. Smelt te Druten, C. J. Meyer te Harlingen, J. A. Bruins Jr. te Stiens, J. J. Knap te Groningen, J. Gouverneur te Rozendaal (G.), L. H. Wesseldijk te Willemsoord (O.), W. de Leeuw te Groote lindt, J. A. Hoek te Nijega.

Overleden :
Vanaf 1 Januari 1936 tot heden zijn overleden de predikanten : A. Prins te Neder-Langbroek, L. J. van Leeuwen te 's Gravenhage, H. H. Schipper te Hollandscheveld, W. R. Boerendans te Kerkdriel, J. Deetman te Alkmaar, G. J. A. Offerhaus te Eernewoude, C. J. H. Verwijs te Breukelen. (Ingezonden).

Vereeniging van Godsdienstonderwijzers in de Ned. Hervormde Kerk.
Bovengenoemde vereeniging hoopt op Woensdag en Donderdag 8 en 9 Juli haar 646 Jaarvergadering te houden in het Broederschapshuis te Bilthoven.
Behalve de gewone huishoudelijke aangelegenheden staan op de agenda als sprekers vermeld: Baron van der Borch tot Verwolde, Burgemeester
van Bilthoven, over „De Oxfordgroepbeweging"; H. Heeresma te Amsterdam.: „Een verduisterde Waarheid"; J. A. Schalekamp te Sliedrecht :Belijdeniscatechisatie" ; G. van Dulben te Eindhoven : „in Roomsch Brabant" ; H. Bakker te Velp: „Ons wenk en de Kerkstrijd in Duitschland".
Tevens houdt de Vereeniging „Simeon" haar 38e jaarvergadering.

„Neerbosch".
In de Zaterdag j.l. vermelde jaarvergadering der Weesinrichting Neerbosch zijn tot bestuursleden herkozen ds. W. C. Posthumus Meijjes (voorzitter), mr. C. de Roon Swaan en Ir. G. van Sprang. Tot lid der vereeniging zijn gekozen : ds. G. Bos, Dedemsvaart ; prof. dr. G. J. W. Bruins, Wassenaar ; jhr. mr. L. E. de Geer van Oudegein, Arnhem; mr. H. C. Hintzen, Rotterdam; ds. J. H. Jansen, Batenburg ; ds. Th. J. Mudde, Brummen ; mr. D. J. W. Muller classis, Amersfoort; mr. F. A, Nelemans, Rotterdam; ds. P. J. Pop, Hees; ds, J. H. Stelma, Kralingen ; mr. J. A. de Visser, Arnhem en J. Westrik, burgemeester van Barneveld.

Giften en Legaten.
De Salatiga-Zending te Utrecht heeft van wijlen mej. V. V. V. te G. een legaat groot ƒ 10.000 ontvangen.
Het Zendingsgenootschap der Evangelische Broedergemeente te Zeist heeft een anonieme gift van ƒ 40O0.— ontvangen.
— Ds. Jac. Poort, Ned. Hervormd predikant te 's-Gravenhage, ontving een gift van duizend gulden tot dekking van de schade, die de Ned. Herv. Gemeente aldaar dezer dagen geleden heeft.

Weer een procedure.
Ds. H. J. de Groot, Ned. Hervormd predikant te Voorst, heeft, nadat alle pogingen om een oplossing in der minne te bereiken zijn mislukt, de Ned. Hervormde Gemeente van Voorst voor de rechtbank te Zutphen doen dagvaarden tot betaling van het aan hem verschuldigde achterstallige tractement vermeerderd met de rente van dit bedrag tot den dag der voldoening en met veroordeeling van de gemeente in de kosten.
Gelukkig is dit proces afgewend, doordat de Kerkvoogden aan den Raad van Beheer het verschuldigde hebben voldaan en de afrekening met den predikant kon plaats hebben. De Protestantsche Kerk in Indië.
De Synode neemt belangrijke besluiten. Over .de voortgezette zittingen der eerste .algemeene Synode van de Protestantsche Kerk in Ned. Oost-Indië ontvingen we het officieele verslag, waaraan we nog ontleenen, dat Donderdag 11 Juni concept-regels voor het afleggen van geloofsbelijdenis en voor de huwelijksinzegening werden aangenomen.

De taalverschillen.
Over de verhouding tusschen Hollandsch en Maleisch sprekenden in de kerk werd besloten, dat de eenheid der kerk boven alle taalverschil uitgaat, dat om taalverschil geen ondergeschiktheid mag plaats vinden en dat gewenscht is, dat de voorgangers der Hollandsch sprekenden Maleisch leeren en die der Maleisch sprekenden Hollandsch. Voorts zullen er per jaar minstens 4 gecombineerde kerkeraadsvergaderingen van de Maleisch en de Hollandsch sprekenden moeten plaats vinden, zullen de classicale vergaderingen waken voor de bewaring der vastgestelde hoofdlijnen in dit opzicht en wordt het algemeen kerkbestuur gemachtigd om een centrale commissie hiervoor te benoemen.

De beslissing over de belijdeniskwestie.
Omtrent het vraagstuk der belijdenis werd een nauwkeurig geformuleerd voorstel aan de vergadering voorgelegd. De inhoud daarvan luidde als volgt:
De algemeene Synode der Prot. Kerk in Ned. Indië begeert, dat de belijdenis van Jezus Christus in het midden dier Kerk wordt ontvouwd voor de menschen van dezen tijd en in deze landen.
Zij spreekt uit, dat dit belijden in dezen tijd en in deze landen niet kan geschieden zonder het verband met en zander voortbouwen op de belijdenis der Christelijke Kerk van alle eeuwen, gelijk die in het Apostolicum tot ons is gekomen.
Zij acht zich geroepen om deze belijdenis in den gemeenschappelijken arbeid en eeredienst dezer kerk een levende plaats te geven.
Dit voorstel werd met bijkans algemeene stemmen aangenomen, waarbij het hier niet ging om een compromis-formuleering, maar om het op zich nemen van de taak der Kerk ten opzichte van de belijdenis.

Bevestiging predikanten.
In de Javaansche kerk te Malang werden 12 Javaansche predikanten bevestigd. Zij legden hun belofte af in handen van ds. van Hoogstraten.

Ouderlingen-Conferentie.
Op de Ouderlingen-Conferentie der Gereformeerde Kerken sprak ds. G. G. de Graaf van Amsterdam over zijn bekend onderwerp: „Algemeene en bijzondere genade". Hij deed het aan de hand van de volgende stellingen :
1. Genade is in de Schrift de gunst Gods, zij het verbeurde gunst. Het woord drukt een verhouding uit, in welke God Zich tot menschen stelt. Genade staat tegenover toorn. Ze wordt door God in Zijn verbond alleen aan de Zijnen geschonken, want in genade geeft God Zichzelf Zoo moet de term „algemeene genade" verworpen worden. Wel is er te spreken van een zekere goedheid, die God aan ongeloovigen toont.
2. De gunst of genade, die door het Eeuwige Woord ons geschonken wordt, beheerscht de structuur der gansche wereld. In het Eeuwige Woord, dat de onderhouder is van de verbondsgemeenschap, vindt ze haar bestand. Dan moet ook nu haar bestaan rusten in de genade, die God de Zijnen in den Christus schenkt. Van een zoogenaamde algemeene genade, die niet haar grond vinden zou in het kruis van den Christus 'kan geen sprake zijn. Dit kon reeds uit Joh. 1 : 1—18 afgeleid worden, het wordt echter in Koloss. 1 : 12—20 letterlijk gezegd.
3. Hierbij is verondersteld, dat door den zondeval de gemeenschap tusschen God en mensch gansch verbroken werd, en die gemeenschap alleen door den Christus in het verbond der genade werd hersteld. Daarmee staat in verband, dat van een Vaderschap Gods over alle menschen naar de Schrift niet kan gesproken worden.
4. De genade of gunst gaat in logischen zin aan de natuur vooraf, daar de gansche schepping door de gunst in het Eeuwige Woord bestaat. Men moet dus niet vragen naar de verhouding van natuur en genade, want dat zou de gedachte wekken, dat de genade supra-naturalistisch bij de natuur bijkwam. Men dient te vragen naar de verhouding van genade en natuur.
5. Men kan dan ook niet onderscheiden tusschen tweeërlei terrein, een onderbouw van algemeene genade, waarin geloovigen en ongeioovigen zich tezamen bewegen, en een bovenbouw van bijzondere genade, die alleen voor geloovigen toegankelijk is.
6. In de goedheid, die God om Zijn verbond in den Christus met de geloovigen nog aan de ongeioovigen bewijst, is veel, dat hen huns ondanks leidt en ten deele verlicht. Toch ligt in hun leven de tendenz, om zich met dien zegen van God vrij te maken.

België en Frankrijk.
De stakingsbeweging zoowel in België als in Frankrijk luwt, gelijk eenigszins te voorzien was. In beide landen vormen de socialisten een integreerend deel der regeering ; deze regeering zit pas ; en er is ten slotte nog wel zooveel gezond verstand bij de meerderheid der stakende arbeiders, dat zij begrijpen hun eigen mannen in de gelegenheid te moeten stellen om in de regeering een deel van hun wenschen te realiseeren. Bovendien is aan de wenschen der stakers in belangrijke mate tegemoetgekomen. In België is het werk in alle bedrijven waarin de arbeiders volledige voldoening hebben verkregen hervat.

Het einde der sancties.
Engelands initiatief om te Geneve het einde der sancties voor te stellen heeft al reeds zooveel landen gewonnen, dat 'de volkenbondsvergadering den uitslag althans in dit opzicht wel van te voren weet. Toch zal het besluit te Geneve wel eenige bitterheid voor Italië behouden. Men zal niet loslaten, dat Italië ais aanvaller gebrandmerkt is. Veeleer zal dat nog eens onderstreept worden. Men zal de annexatie van Abessynië zeker niet erkennen. Men blijft den Negus als staatisrechterlijk wettig vorst van dit land beschouwen. Misschien dat Geneve uit spijtigheid over de onafwijsbare nederlaag inzake de sanctie-politiek, de idealen waarom men deze politiek volgde, nog eens met dubbelen nadruk vooropstelt.
Maar de volkenbond wordt er niet sterker door. Zijn constructie moet herzien worden. En het is mogelijk, dat inmiddels meerdere staten afbrokkelen. Thans weer heeft Honduras als lid bedankt.
In het Engelsche Lagerhuis is de kwestie opnieuw besproken en is een scherpe critiek geleverd op het regeeringsbeleid. De oppositie diende de volgende motie in : „De regeering heeft door haar gebrek aan een krachtige en oprechte buitenlandsche politiek het prestige van dit land neergehaald, den volkenbond verzwakt, den vrede in gevaar gebracht en daardoor het vertrouwen van het Huis verspeeld".

Prof. dr. M. van Rhijn.
Prof. dr. M. van Rhijn te Utrecht is naar aanleiding van het derde eeuwfeest der universiteit aldaar benoemd tot eere-hoogleeraar aan de hoogeschool te Papa in Hongarije.

Zending in Abessynië.
De Zending in Abessynië zal volgens ontvangen berichten met kracht worden voortgezet. De toestand van de in Abessynië werkende zendelingen wordt voor den zendingsarbeid niet ongunstig geacht. De Hermannsburgerzending onderhoudt naast haar post te Addis Abeba, welke als steunpunt in de hoofdstad van groot gewicht is, posten te Bedella en Lallo-Schalleotta. Het bij de Zendingspost te Addis Abeba behoorende weeshuis zal in de toekomst bijzondere beteekenis krijgen als Evangelistenseminarium.

Wereldconferentie te Edinburgh.
Tot dusver zijn voor de deelname aan de wereldconferentie te Edinburgh in 1937 door 72 kerken, 260 gedelegeerden en 55 plaatsvervangers benoemd.

Het Calvinistisch Congres te Geneve (3).
Belangrijke onderwerpen zijn behandeld ais : „Verkiezing en roeping" ; „Verkiezing en prediking" ; „Verkiezing en Kerk" ; „Verkiezing en Sacrament".
Dr. G. Oorthuys, Ned. Herv. predikant te Amsterdam heeft een referaat gehouden over : „De praedestinatie in de Calvinistische Dogmatiek, dogmatisch gezien". We geven van deze lezing het Verslag, dat we ontvangen van het Ned. Chr. Persbureau :
Dr. Oorthuys begon met de vraag te stellen naar de plaats, welke het leerstuk der praedestinatie in het geheel der theologie inneemt. Bedoeld is, aldus spreker, de wezenlijke plaats, de innerlijke beteekenis. Toch is ook de uiterlijke plaatsing ten opzichte van de andere dogmen niet onverschillig. Dat bewijzen de verschillende edities 'der Institutie. In 1536 behandelt Calvijn de electie als onderdeel van de leer der Kerk, die immers het geheel der uitverkorenen is. Van 1539—1554 vorm en de leer der praedestinatie en die der providentie een apart hoofdstuk na de leer aangaande het geloof. In 1559 is de providentie gevoegd bij de leer van God in het eerste boek, terwijl de praedestinatie haar plaats behoudt na het geloof. Deze uiterlijke ordening nu drukt ten volle uit de wezenlijke plaats, die aan de leer der praedestinatie in de Calvinistische dogmatiek toekomt. Dit blijkt, wanneer wij nader onder de oogen zien de beteekenis die de praedestinatie heeft 1. voor de leer van God ; 2. ten opzichte van de leer der verlossing ; 3. ten opzichte van de leer van het geloof (Woord en Sacrament).
In de verschillende definities die Calvijn geeft van de praedestinatie (Institutie m XXI 5 en 7, Consensus Genevensus) staat Gods wil sterk op den voorgrond. „God heeft naar Zijn eeuwig welbehagen, waarvan elders geen oorzaak bestaat, tot de zaligheid bestemd, die het Hem goeddacht, met verwerping des anderen". Ten allen tijde heeft men Calvijn's God daarom genoemd een God van onredelijke, tyrannieke willekeur, en Calvijn een nominalistische Godsleer verweten. Het nominalisme (Duns Scot, Occam, Biel) herleidt alles tot den wil Gods, die souvereine willekeur is. Op de vraag (Anselmus) : „Waarom God mensch werd ? " luidde het nominalistische antwoord : alleen omdat God het gewild heeft. Zoowel onze zonde als ook Christus' offer hebben dat gewicht, dat God er aan toekennen wil. — Ten onrechte dicht men (Walker, Bois) Calvijn zulk een nominalistisch Godsbegrip op grond van zijn praedestinatieleer toe. Wel is Gods wil voor ons de norm van alle gerechtigheid, maar God is gebonden aan eigen heilig wezen (Lecerf IIe intern. Congres v. Gereformeerden, Amsterdam 1934). Ook in den voorbeschikten val en in de eeuwige reprobatie handhaaft Calvijn de rechtvaardigheid Gods, hoewel voor ons ondoorgrondelijk. Dit is geen vlucht in het ongerijmde, doch een vlucht in de aanbidding, in het geloof, in God. Calvijn weigert philosooph te worden, wil niets anders zijn dan God-geleerde, Christusverkondiger, evangeliebode. Ook ten opzichte van de leer der verlossing trachten de philosophen Calvijn met zijn praedestinatieleer in den wijsgeerigen hoek te dringen. W. Walker en dr. Haentjes (Hollandsch Remonstrant, Hegeliaan) trachten te bewijzen dat de eeuwige verkiezing en genade Gods een wezenlijke verlossing door Christus overbodig maken. Wanneer God van eeuwigheid liefhad, die Hij verkoos, dan behoefde Christus deze verkorenen en beminden niet meer met God te verzoenen. Haentjes beweert, dat Calvijn zelf dan ook Christus slechts den spiegel en interpreteerder dier verkiezing noemt, niet den bewerker en verdiener der genade, Calvijn heeft dit echter zelf van te voren reeds herhaaldelijk en ten duidelijkste weerlegd, en uiteengezet, hoe Gods heilig en rechtvaardig wezen ons slechts begenadigen kan door Christus' voldoening aan zijn gerechtigheid en ons daarom slechts verkiezen kon in Christus (Eph. 1). Al is God met Zijn liefde de eerste, zoodat daaruit Christus' offer voorkomt, nochtans heeft Christus met Zijn offer wezenlijk ons Gods genade verdiend en verworven. Het zijn echter niet slechts de philosophen, die met de leer der praedestinatie de wezenlijke voldoening en verzoening door Christus dreigen krachteloos en noodeloos te maken. Heel de piëtistisch-Gereformeerde theologie en vroomheid heeft, schoon onbewust, dezelfde tendenz. Sinds Amezius en Teellink (Holland), Parker en Perkins (Engeland) is de rechtvaardiging uit het geloof in Christus alleen op zij gedrongen door het wedergeboren leven als kenmerk der verkiezing. Het geloof verkoren te zijn is gekomen in de plaats van het geloof in Christus. Van verborgen fundament is de verkiezing geworden de deur om in te gaan. Dit gaat regelrecht tegen Calvijn in, die altoos den verslagen zondaar naar Christus verwijst en nimmer naar de verkiezing. Gelooven in Christus is de eenige weg des behouds, en het eenig bewijs der verkiezing. „De verkiezing gaat wel aan 't geloof vooraf, maar zij wordt alleen uit het geloof gekend" (Cons. Genev.). Zoo komen wij vanzelf tot ons derde punt van bespreking :
Welke plaats neemt de leer der praedestinatie in ten opzichte van de leer aangaande het geloof, aangaande Woord en Sacrament ? Nimmer verwijst Calvijn het geloof naar Gods eeuwig raadsbesluit. Het geloof richt zich op God en op Gods gunst, en daarom op Christus ; want niemand is Gods gunst deelachtig dan alleen door Christus. Daarom, hoewel het geloof alles voor waarachtig houdt wat ons God in Zijn Woord openbaart, het gaat toch in het geloof om Gods gunst. Daarom rust het geloof alleen op Gods belofte van genade in Christus, het geloof rust niet op eenige zekerheid aangaande de verkiezing, maar op Gods beloften in het evangelie. Het geloof is in zijn wezen een vast vertrouwen, dat Gods Geest door het evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen aan anderen maar ook aan mij vergeving der zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken zijn uit loutere genade alleen om de verdiensten van Christus" Heidelb. Cat. Z. VII, Institutie III, I en II). Daar de sacramenten zegelen zijn op Gods evangeliebelofte, rust het geloof niet slechts op het Woord, maar ook op het sacrament, dat gegeven is tot versterking van het geloof. In den dood belooft, bezegelt, biedt God zelf vergeving der zonden en wedergeboorte in Christus aan. En die het gelooft, die heeft wat God belooft en verzegelt. Dit geldt ook van den kinderdoop. Baptisme en piëtisime, in den grond verwant, beredeneeren dat God onmogelijk aan al die kinderkens, van wie velen later goddeloozen blijken te zijn, vergeving en wedergeboorte beloven en bezegelen kan. Calvijn leert dit nochtans nadrukkelijk. Niettegenstaande de verkiezing, ook over de kinderen, handhaaft hij den kinderdoop gelijk de besnijdenis als bezegelde belofte Gods van Zijn volle genade ook voor de kinderkens, van wie Christus sprak: „hunner is. het koninkrijk der hemelen". En als zij het gelooven zijn zij behouden. Want "Wij worden gerechtvaardigd uit het geloof alleen. En het geloof grijpt niet de verborgen verkiezing aan, maar de geopenbaarde beloften Gods in Woord en Sacrament. Zoekt men naar bewijzen zijner verkiezing, dan noemt Calvijn reeds dadelijk bij zijn definitie van de praedestinatie er drie, waarvan de beide eerste voor dit leven gelden: roeping, rechtvaardiging, verheerlijking. Het slothoofdstuk van de leer der praedestinatie (in, XXIV) handelt daarvan. Geroepen te zijn door het evangelie en die roeping innerlijk .gehoorzaam te zijn in het geloof, dat zijn de kenteekenen der verkiezing. Verlegde men later het zwaartepunt naar nauwkeurig omschreven kenteekenen van het wedergeboren leven, van den staat der genade, Calvijn heeft van geen ander kenteeken der verkiezing willen weten dan van de rechtvaardiging uit het geloof. En de innerlijke roeping, hoe scherp ook onderscheiden van de uiterlijke, scheidt hij nimmer van het Woord noch van het geloof.
Zoo blijft dan de wezenlijke plaats der praedestinatie, der verkiezing en verwerping verborgen in Gods hand, maar openbaar in het geloof. Het geloof is vertrouwen op Gods genade in Christus en zal des te voller verstaan wat genade is, als het weet, dat niet slechts Christus, maar ook het gelooven in Christus uit Gods eeuwige liefde geboren is, en daarom nimmermeer kan vergaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERK. SCHOOL, VEREENIGING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's