De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

8 minuten leestijd

Elke tijd heeft zoo zijn eigen karakter. Wie in den winter zal willen doen, wat in den zomer dient te gebeuren, wordt als een dwaas versleten, en terecht. Alles heeft zijn gezetten tijd, zegt de wijze koning.
Zoo is het ook miet ons werk.
Als Juni in het land is gekomen, zoo behoeft mij maar een kleine wenk te worden gegeven om de kwitanties te schrijven en toe te zenden aan Zoo zijn de overleggingen, die ik bij me zelven maak.
Daarbij komt nog, dat van enkele penningmeesters van afdeelingen mij het verzoek reeds gewerd hun in dezen de noodige bescheiden te doen geworden, wat ik bij een enkele dan ook reeds heb gedaan.
Doch nu heb ik ook een verzoek, n.l. mij te willen helpen zooveel als in uw vermogen ligt.
Zou ik van de penningmeesters, want deze weten hetgeen wat men als contributie heeft geteekend het allerbeste hoeveel dit is, mogen ontvangen een volledige lijst. De vele veranderingen — adressen ook — maken het mij haast onmogelijk, alles ordelijk te doen verloopen. Het is niet alleen onaangenaam, maar ook zoo tijdroovend, hiervan niet alle gegevens te hebben. De afdeelingen kunnen mij het werk zoozeer vergemakkelijken, 't Is al geen klein werk, dat op mijn schouders is gelegd ; hierin gesteund te worden wordt door mij ten hoogste gewaardeerd.
Mag ik binnen, enkele dagen uw gegevens tegemoet zien ?
Ik reken er op. De kwitanties moeten voor het einde dezer maand worden verzonden.
Ge doet het, niet waar ?
In dezen werd ik door niemand tot nu beschaamd.
Dit over de kwitanties. Thans laat ik het overzicht van wat dezer dagen inkwam, volgen.
Dit beschaamde ons ook niet, stem.de het tot dank aan God. integendeel
1. Vanuit Amersfoort werd mij nog aan nagiften op de Paasch-inzameling ƒ 6.50 afgedragen ƒ 6.50 'k Was hiermee ten zeerste ingenomen en betuig mijn oprechten dank aan de gevers.
2. Door ds. Heijer te Vlaardingen kreeg ik van den heer en mej. B. voor het Studiefonds „ 2.50 de verschillende leden van den Bond. 't Dringt zich vanzelf bij mij op.
Ge moet beginnen met dezen arbeid. De leden wachten er op. Straks zijn verschillende menschen van huis. Ge hebt er moeite mee beleven, als ge 't nog langer uitstelt".
Met deze gift ben ik dankbaar verblijd, en zeg ook den zender vriendelijk dank.
3. Door ds. van Dorp te 's-Hage kreeg ik van N. N. voor het Studiefonds „ 10.— Zou ik hem dezen vriendendienst mogen vragen : dat hij den onbekenden gever onzen hartelijken dank overbrengt ?
4. Collega van den Boogert uit Zuid-Beijerland heeft den inhoud van de catechisatiebus mij willen overmaken. Deze bedroeg niet minder dan twintig gulden „, 20.— Voorzeker is dit geen kleinigheid. Onze dank Is hiermee in overeenstemming. Wij zeggen hem ten zeerste dank.
5. Op mijn giro-biljet kreeg ik een rijksdaalder, met als onderschrift G. te Z „2.50
Ook deze gift wordt door mij hoogelijk gewaardeerd. Achter deze gift staat iemand, die met ons meeleeft, inzonderheid thans. Dat ons werk ook door hem den Heere geduriglijk wordt voorgelegd, daarvan houden wij ons verzekerd.
6. Door ds. Fokkema ontving ik als bij hem afgedragen onderscheidene giften, waaronder ook de inhoud van het busje van mej. v. W. zijnde ƒ 5.41 tezamen tot een bedrag van , 22.41
Mijn allerhartelijksten dank
7. Van de fam. D. werd mij het busje overhandigd ter opening. Wanneer ik mij herinner dat het nog maar een paar maanden is geleden, dat ik het ook mocht doen, vraag ik me zelve af van hoeveel meeleven dit getuigt. De inhoud was niet minder dan „ 9.24
Wat ik reeds mondeling betuigd heb, doe ik nogmaals op deze wijze. Ik ben er door verblijd.
8. Vanuit eigen gemeente zorgde nog een onzer vrienden voor een aangename gewaarwording. Een couvert n.l. werd mij overgereikt, met den volgenden inhoud : ƒ 10.— voor de Wijk, ƒ 5.— voor den Med. Dienst op Midden-Celebes, ƒ 2.50 voorden Geref. Bond, ƒ 2.50 voor het Studiefonds, samen „ 20.—
Ik behoef nauwelijks op te merken, hoe zulke blijken van warm meeleven onzen arbeid licht maken. Het doet zoo echt goed in dezen tijd van alles afkeuren en iedereen in gebreke stellen, een anderen toon te hooren en een daad te merken, waaruit een andere geest is te speuren. Gods zegen ruste er rijkelijk op.
9. Verleden Zondag had ik het voorrecht tweemaal te mogen voorgaan in de gemeente van Kampen. 'k Heb dit vaker gedaan. Daar zijn weinig jaren over heen gegaan, dat ik dit niet mocht doen. 't Is zoo langzamerhand regel geworden. Toch doet het mij elke keer weer goed, eens tusschen de broeders te verkeeren. De prediking van den vollen raad Gods wordt hier op hoogen prijs gesteld. Uit alles blijkt, dat men dit niet alleen voor zichzelven begeert, doch evenzeer dit ook voor anderen wenscht en begeert. Vandaar de niet geringe steun, welke onze Bond uit deze gemeente mag ondervinden. Wie ons gewoon overzicht volgt zal dit telkens weer kunnen opmerken.
Bij gelegenheden als deze mag ik voor onze fondsen ook altijd een collecte houden. De opbrengst valt in den regel niet tegen.
Hoe groot deze dit keer was, wordt pas later gemeld.
Een onzer vriendinnen kan niet nalaten wanneer ik passeer, mij een tientje in de hand te stoppen. Ik weet welk een warm hart hierbij klopt. Ik ben er altijd ten zeerste mee verblijd. De Heere gebiede daarover Zijn onmisbaren zegen „ 10.—
10. Thans kom ik tot enkele posten, waarvoor wijlen onze vriend Fliehe altijd de biondere hulp van den zetter inriep. „Ge moet", zoo waren zijn woorden „de vette letters maar eens opzoeken". Zoo gaat het ook mij met wat ik nog te vertellen heb.
Vooreerst een oud-leerling, die mij hoogelijk verblijidde met een ondubbelzinnig Wijk van erkentelijkheid voor genoten steun in de jaren van zijn studie, te zenden. Hij zond mij „ 100.—
Dit stemt tot grooten dank in de eerste plaats aan God, Die daartoe het hart bewoog, en vervolgens wordt onze arbeid er zoo hoogelijk door vergemakkelijkt, 't Maakt onze moed weer levendig, om op dien weg voort te gaan. Wij betuigen onzen allerhartelijksten dank.
11. Vervolgens kreeg ik gelegenheid mijn gevoelens te uiten toen uit een onzer gemeenten mij 'n briefje gewerd waarin werd aangekondigd het resultaat van een in eigen kring gehouden inzameling voor onze fondsen.
Vanuit Zeist was mij reeds kond gedaan, dat men met het werk zoo goed als gereed was gekomen.
Dezer dagen werd het mij afgedragen, Van het ingezamelde was voor onze beide fondsen de prachtsom van ƒ 102.40 bestemd.
De penningmeester van de afdeeling alhier was zoo gelukkig deze tè mogen zenden.
Ds. Bartlema zond er nog als door hem gecollecteerd op 4-4-'36 een gulden bij.
Alzoo tezamen uit Zeist ontvangen „103.40
Dat deze gelden door mij werden ontvangen stemt mij eveneens tot grooten dank. De Heere heeft het wel gemaakt. Allen die hieraan hebben meegewerkt kunnen zich verzekerd houden van mijn erkentelijkheid in deze.
12. Het sluitsteentje komt uit de Gemeente van Hazerswoude. De vriendelijke tegemoetkomende houding van den Kerkeraad aldaar blijkt ons ieder jaar opnieuw. Hiervoor onze bizondere dank te betuigen is onze dure verplichting, waarvan ik mij op deze manier ook gaarne kwijt. Ik zeg hem in bizondere mate dank. 't Speet me meer dan ik zeggen kan, dat ik dit niet persoonlijk heb kunnen doen, door een Zondag in hun midden te kunnen zijn. De aangename herinneringen, uit vervloten jaren, worden dan nog eens opnieuw verlevendigd.
Zoo is dit werk om aldaar een Zondag voor te gaan en bij deze gelegenheid een collecte voor den Geref. Bond en zijn fondsen te houden, door een tweetal collega's overgenomen.
Ds. Klusener van Bodegraven heeft dit 's morgens willen doen, terwijl in den avonddienst ds. Oostenbrug van Gouderak wilde voorgaan. Wij zeggen aan deze beide collega's zeer hartelijk dank.
De opbrengst van de collecte was als altijd ver boven onze verwachting uitklimmend. Of wat zegt ge van een inzameling als deze, wanneer ik er nog bij reken wat als nagift van N. N. „uit dankbaarheid" n.l. ƒ 5.— er nog aan werd toegevoegd, dat het geheel niet minder bedroeg dan 180 gulden „ 180.— Zoo zult ge verstaan hoe ik te moede was.
De Hazerswoudsche vrienden hebben mij opnieuw aan zich verplicht. Den penningmeester M. Noordam wil ik ook allerhartelijkst dank zeggen, evenals onzen vriend Jac. V. Pijlen, voor wie geen moeite om ons te helpen te veel is.
Wanneer ik de verschillende posten bij elkaar optel kom ik ook nu weer tot een eindsom, die ver uitklimt boven mijn verwachting, n.l.
f 486.55
Wat ik reeds gevraagd heb doe ik bij dezen nog eens, n.l. mij de behulpzame hand toe te reiken bij het innen van de kwitanties.
Ge zult deze hulp mij niet onthouden, is 't wel?

Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's