KERKELIJKE RONDSCHOUW
LIJST VAN VACATURES in de Ned. Herv. Kerk op 1 Juli 1936.
De heer A. de Beijl te Amsterdam was zoo vriendelijk ons onderstaande lijst van vacatures toe te zenden, die we natuurlijk met groote dankbaarheid gaarne hier overnemen. De gemeenten, die nog vacant zijn, maar reeds een beroepen dominé hebben, staan er niet op (b.v. Numansdorp, Kootwijk, Heinenoord, Waspik, Langerak).
Gelderland: Aalst, Angeren, Apeldoorn (vac.-H. Dekker), Arnhem (vac.-N. A. Becht), Asch, Brakel, Bruchem, Deil, Doornspijk, Druten, Elburg (1 vac), Emst, Erichem, Gameren, Haaften. Harderwijk (vac.-C. J. Veenhuijsen), Hattem (vac. G. J. Koldewijn), Hellouw, Horssen, Ingen, Kerk-Driel, Lienden, Nederhemert, Nijkerk (1 vac), Oldebroek (1 vac), Opheusden, Opijnen, Poederoyen, Rhenoy, Rozendaal, Rumpt, Rijswijk, Tiel (vac. J. C. Wissing), Tricht, Varik, Voorthuizen, Vorchten, Waardenburg, Wageningen (vac J. L. G. Gregory), Wamel en Dreumel, Well en Ammerzoden, IJzendoorn, Zalt-Bommel (1 vac), Zuilichem. Totaal 44 vacaturen.
Zuid-Holland : St. Anthonypolder, Bleskensgraaf, Delfshaven (vac P. G. Datema), Delft (vac. H. A. Leenmans), Dordrecht (1 vac), Giessen-Oudekerk, 's Gravenhage (2 vac). Groot Ammers, Hei-en Boeicop, Herkingen, Leerdam (1 vac). Maasdam, Meerkerk, Middelharnis, Moercapelle, Molenaarsgraaf, Nieuw-Beijerland, Nieuwenhoorn, Nieuwe Tonge, Nieuwland, Noorden, Oosterwijk, Oud-Beijerland, Ridderkerk, Rotterdam (2 vac), Schelluinen, Schoonhoven (1 vac), Schoonrewoerd, Spijk, Spijkenisse, Stellendam, Woerden (vac F. J. Broeijer), Wijngaarden, Zevenhoven, Zijderveld.
Totaal 37 vacaturen.
Noord-Holland : Aartswoud, Abbekerk, Alkmaar (2 vac), Amsterdam (vac. P. J. Roscam Abbing), Barsingerhorn, Beets en Oudendijk, Bovenkarspel, Callantsoog, Driehuizen, Zuid-en Groot Schermer, Eenigenburg, Groote-broek, Haarlem (vac C. J. van Paassen), Hauwert. Helder (1 vac). Hem, Hoogkarspel, Hoogwoud. Koedijk, Krommeniedijk, Limmen, Lutjebroek, Midwoud, Nieuw-Vennep, Noord Scharwoude, Obdam, Oost-en Westblokker, Oterleék, Oude en Nieuwe Niedorp, Oudorp, Petten, Ransdorp, Santpoort, Schellinkhout, Uitgeest, Ursem, Venhuizen, Warmenhuizen, Wervershoof, Westzaan, Wieringerwaard, Winkel, Wognum, Wijdenes, Zaandam-Oost (1 vac). Zuid Scharwoude, Zwaag, Zijpe (1 vac). Totaal 48 vacaturen.
Zeeland: St. Anna ter Muiden, Arnemuiden, Baarland, Breskens, Bruinisse, Domburg, Ellewoutsdijk, 's-Heer Abts en Sinoutskerke, Hoofdplaat, Kloetinge, St. Kruis, Middelburg (vac J. de Visser), - Schore, Stavenisse, Tholen (1 vac).
Totaal 15 vacaturen.
Utrecht: Amersfoort (vac. K. den Hollander), Breukelen, Eemnes-Binnen, Eemnes-Buiten, Eist, Jaarsveld, Kamerik, Leersum, Neder Langbroek, Over Langbroek, Tienhoven, Veenendaal (vac. N. van der Snoek), Waverveen, West broek.
Totaal 14 vacaturen.
Friesland: Aalsum, Beetsterzwaag (1 vac), Boyl, Britswerd, Deersum, Dokkum (1 vac), Dongjum, Eernewoude, Engwierum, Finkum, Gerkesklooster, Goïngarijip, Hardegarijp, Harlingen (2 vacaturen), Huins, Idaard, Irnsum, St. Jansga, Joure (1 vac), Kimswerd, Lippenhuizen, Lutkewierum, Makkum (1 vac). Marssum, Metslawier, Nijega-Opeinde, Olde en Nijeberkoop, Oosterwierum, Oostrum, Pingjum en Zurich, Ried, Schiermonnikoog, Schingen, Stiens, Terhorne, Terkaple, Terwispel, Warga, Wartena en Warstens, Weidum, Wommels, Wouterswoude, Wijnaldum, IJtens. Totaal 45 vacaturen.
Overijse1: Blokzijl (1 vac), Deventer (vac R. de Boer), Enschedé (vac. H. G. Oldeman), Kampereiland, Vriezenveen (1 vac), Willemsoord, Wijhe. Zwartsluis (1 vac), Zwolle (vac. Visser). Totaal 9 vacaturen.
Groningen: Den Andel, Baflo, Bourtange, Eenrum, Eenum, Eppenhuizen, Farmsum, Groningen (2 vac). Ham, Klooster Ter Apel, Kropswolde, Lellens, Lettelbert, Meeden, Middelbert, Niehove, Niekerk, Nieuw Scheemda, Noordbroek, Noorddijk, Opwierda, Oterdum en Heeskes, Pietenburen, Solwerd, Termunten, Thesinge, Tinallinge, Weiwerd, Westerbroek, Westernieland, Westerwijtwerd, Wilp, Winschoten (1 vac), Wittewierum, Woltersum.
Totaal 36 vacaturen.
Noord-Brabant: Aalburg, Dongen, Engelen, 's-Hertogenbosch (vac H. W. A. Voorhoeve), Heusden, Loon op Zand, Meeuwen, Ossendrecht, Rijswijk.
Totaal 9 vacaturen.
Limburg: Blitterswijk, Eijsden, Weert. Totaal 3 vacaturen.
Drente: Coevorden (1 vac), Frederiksoord, Hollandscheveld, Hoogeveen (vac.-J. Vermaas), Peize, Boden.
Totaal 6 vacaturen.
Men ziet: er zijn nog vacante plaatsen genoeg. Ook voor onze candidaten en onze dominees.
Aalst, Brakel, Bruchem, Doornspijk, Emst, Gameren, Hellouw, Lienden, Opheusden, Voorthuizen, IJzendoorn, Zuilichem, Bleskensgraaf, Delfshaven, Delft, Groot-Ammers, Hei-en Boeicop, Meerkerk, Middelharnis, Moercapelle, Molenaarsgraaf, Nieuw-Beijerland, Nieuwe Tonge, Noorden, Oud-Beijerland, Ridderkerk, Schelluinen, Schoon hoven, Schoonrewoerd, Stellendam, Wijngaarden, Zevenhoven, Zijderveld, Alkmaar, Arnemuiden, Bruinisse, Stavenisse, Tholen, Eemnes-Binnen, Eemnes-Buiten, Eist, Jaarsveld, Kamerik, Veenendaal, Westbroek, St. Jansga, Wouterswoude, Aalburg, Heusden, Loon op Zand, Hoogeveen. Open plaatsen, waar nog geen arbeiders zijn, genoeg!
Begeert men ze ook?
Ja — verschillende gemeenten beroepen, beroepen telkens weer.
Maar die vele andere gemeenten, waar men nooit een beroep uitbrengt? Is het altijd onmacht? Of .......
Beseft men wel hoe groote schade, geestelijke en financieele schade men aan een gemeente toebrengt ?
En denkt men er wel aan, hoe groote schade men ook nog toebrengt aan de gemeenten, in den Ring, die wel een predikant hebben, maar die nu telkens, noodgedwongen, hun dominé moeten afstaan voor een preekbeurt in die vacante gemeenten, waar men soms geen hand uitsteekt naar een eigen herder en leeraar.
De Confessioneelen en de Communistische predikanten
Wij kunnen niet met bewondering zien op de houding van de Confessioneelen ten opzichte van het optreden der Communistische predikanten aangenomen. Over 't algemeen zijn zij er tegen om iets te doen tegen de predikanten Snethlage en Boers, die het Russisch stelsel, met de Russische beginselen accepteeren en verdedigen en aanbevelen, hoewel we allen weten dat daarin een levens-en wereldbeschouwing vervat is, die uit den duivel is !
Ten spijt van alle mooie praatjes, dat dit zoo goed geregeld is in Rusland en dat dat zooveel beter is dan in Nederland — is en blijft het Russische stelsel en het Sovjet plan, met de Communistische beginselen, een satanisch stelsel. Ieder weet dat. 't Komt overal in uit. In de politiek, in de opvoeding, in de school, in het huwelijks-en gezinsleven, in de religie en de Kerk, in dogmatiek en ethiek, in geloofs-en levensleer — overal blijkt, dat het een Godlooze beweging is, met het doel om straks een nieuw land, een nieuw volk, een nieuwe wereld te krijgen, waar men eindelijk als hoogste wijsheid algemeen zal zeggen : „er is geen God!"
En nu staan de Confessioneelen te hinken op twee gedachten. Nu eens staan ze op dit been, dan weer staan ze op dat been, en zoo schommelen ze heen en weer en nemen geen houding aan die vertrouwen wekt. En daarbij schuiven ze alles af met het tooverwoord : „reorganisatie".
Op de Classicale Vergadering van Rotterdam kreeg een confessioneel predikant daarover heel wat te hooren van een kloeke confessioneele ouderling.
Dat was ernstig en degelijk en raak! Wij hopen, dat er zoo heel veel kerkeraden, dominees en ouderlingen zullen zijn, die graag willen doen wat onder Gods voorzienig bestel — — want wij zoeken het niet! — vlak voor onze voeten wordt gelegd. En waartoe Communistische predikanten die, in weerwil van de waarschuwing van de Synode, brutaal voortgaan met hun propaganda, overal waar ze maar even gelegenheid krijgen.
Wij hebben deze dingen niet gezocht! Deze dingen zijn er ! En nu gaat het er om, dat wij doen zullen wat vlak voor de hand ligt!
Wat hebben wij o p 't oogenblik aan al die theoretische waarheden ?
Dat overal deze zaak de aandacht trekt, blijkt b.v. ook uit een rustig, degelijk artikel van de hand van prof. Honig in „De Bazuin". Daarin zit niets hatelijks aan 't adres van de Hervormde Kerk (die mee door den uitgang van duizenden en duizenden Gereformeerden in grooter impasse is gekomen !). 't Is een uiting van meeleven met ons. We nemen het hier over :
„De a.s. Synode van de Nederl. Hervormde Kerk zal zich andermaal bezig houden met de zaak van de Communistische predikanten Snethlage en Boers.
Van meer dan één zijde dringt men er op aan, dat de Synode over deze predikanten — al verklaren zij : „wij zijn geen vijanden maar vrienden van het ware Christendom en de ware Kerk" — tucht oefenen en hen, als zij op den ingeslagen weg willen voortgaan — uit hun ambt ontzetten zal.
Ook „de Gereformeerde Bond" heeft zich tot de Synode gewend met den ernstigen naad : „werpt ze uit. Laat de Kerk niet door hen worden geschaad en ook niet worden gelasterd om hunnentwil".
Helaas! staart het Hervormd Weekblad De Gereformeerde Kerk zich zóó blind op de Reorganisatie van de Hervormde Kerk, dat zij niet met denzelfden oproep tot de Synode komt. Letterlijk schrijft dit Orgaan :
„Wat zal de Synode nu doen ? Zal ze zeggen : „Ik kan geen vriend van een vijand onderscheiden ! Ik kan geen vijanden zien. Hoe zal ik ze dan oordeelen en uitwerpen". En zal ze daarmee terugkeeren tot de orde van den dag ?
En zullen wij, Confessioneelen, hierin de Synode gelijk geven tegenover den Geref. Bond ? 'k Geloof, dat wij haar, als ze dit zeggen mocht, zullen moeten gelijk geven".
Prof. Honig zegt daarvan :
„Over deze uitspraak bedroef ik mij.
De Synode heeft toch immers ter harer beschikking de Heilige Schrift en de Belijdenisschriften der Kerk. Stelt nu de Bijbel de Synode — met name de orthodoxe meerderheid der Synode — niet in staat, om te oordeelen over de vraag: Is het Communisme lijnrecht in strijd met de hoofdwaarheden van het Christendom? En mogen dan communistische predikanten rustig voortgaan, leeringen te verspreiden, die voor Kerk, Staat en Maatschappij hoogst verderfelijk zijn?
De Synode kan, als ze slechts wil, zéér wel het recht zien en vrienden van het Chrisstendom van vijanden van het Christendom onderscheiden; en de eere Gods en de welstand van Kerk en volk eischen van haar, dat zij met de behandeling dezer communistische predikanten voortgaan zal — zoo noodig tot afzetting toe. Het schijnt mij zelfs toe, dat dit met de Organisatie en de Reglementen niet in strijd is. Hoe slap de Reglementen inzake de leer ook mogen zijn, tóch behoeft m.i. het Communisme in de Herv. Kerk niet te worden geduld".
Wij zijn Prof. Honig voor dit getuigenis dankbaar.
Sol justitiae, illustra nos!
1636—1936.
De Utrechtsche Universiteit bestond dezer dagen 300 jaar, welk bijzonder lustrum der vermaarde Hoogeschool luisterrijk, in tegenwoordigheid van Koningin en Prinses, is gevierd geworden.
In de Domkerk heeft de Rector-Magnificus, de opperste hoogleeraar, een rede gehouden, waarbij geleerde en bekende mannen, ook tal van officieele personen tegenwoordig waren.
Wij zijn er niet bij geweest en hebben dus deze rectorale jubileum oratie niet gehoord. Wij hebben deze magistrale rede ook niet gelezen. We hebben er alleen iets over gelezen hier en daar in verschillende „neutrale" (? ) en, christelijke bladen, welke couranten dus uit een verschillend beginsel leven. Achter de courant staat óók een levens-en wereldbeschouwing ! En al naar het levensbeginsel is zal de beoordeeling zijn van een principiëele historiebeschouwing. Want de historicus kan honderdmaal zeggen, dat feiten feiten en datums datums zijn. Achter de feiten zitten beginselen en achter alles zoekt de christen naar de werking van principiën, ziende op Hem, Die alles regeert en Die ons Zijn Woord heeft gegeven, om de dingen te beoordeelen bij 't licht, dat Gods Waarheid uitstraalt en naar alle kanten werpt op 't wereldgebeuren.
De Christelijke Pers is dan over de rectorale oratie van Prof. Volgraff niet erg gesticht. Geenszins omdat het geen knap stuk werk is geweest. Maar de hoogleeraar van de faculteit der letteren en wijsbegeerte heeft over het ontstaan, de geschiedenis en de toekomst der Universiteit gesproken. En toen heeft hij (volgens het verslag) dit gezegd :
„Welken voedingsbodem vond de jonge Hoogeschool en welke prikkels ontving zij uit de haar omringende samenleving ? Zij was opgericht in de ontluikende Gouden Eeuw der Nederlanden. Welke is de oorzaak geweest van dezen geestelijken en stoffelijken opbloei ? Dat was de Hervorming, wier zonen wij zijn, en onder wier hoede de Universiteit is gegroeid".
Deze woorden hebben al de hoorders, het corps diplomatique en de geleerde wereld, aangehoord. Ook de aartsbisschop en d6 nuntius die in de Domkerk zaten.
„Dat was de Hervorming, wier zonen wij zijn".. Liberaal, Socialist, Roomsche, Gereformeerde „wier zonen wij zijn" „en onder wier hoede de Universiteit is gegroeid".
De Hervormden kunnen rustig luisteren als het over de Hervorming gaat.
Maar — als dan die Hervorming nader gekarakteriseerd wordt en een professor gaat zeggen, wat die Hervorming nu eigenlijk geweest is, dan wordt het, niet alleen voor de Roomsche, maar ook soms voor een Hervormde een weinig kritiek.
„Dat was de Hervorming, wier zonen wij zijn", En wat is nu de Hervorming — „wier zonen wij zijn" — geweest ?
„De Hervorming", aldus prof. Volgraff, „is geweest een groote volksbeweging. Zij is ontstaan onder den invloed van het Humanisme der Renaissance. Het wezen der Hervorming is gewetensvrijheid. Hare werking is duizendvoudig. In het algemeen kan met Hegel worden gezegd, dat met de Hervorming in de geschiedenis der menschheid het rijk begint van den Geest, die het ware en het eeuwig zijnde zoekt. Zij heeft een aanzienlijke toeneming der volkskracht ten gevolge. De aard en werking van de Reformatie op de volksopvoeding en het Hooger Onderwijs is niet twijfelachtig.
De richting der Utrechtsche Hoogeschool was bij haar oprichting bepaaldelijk Calvinistisch. Maar de drijfveer der Hervorming, die gewetensvrijheid is, moest bij het Hooger Onderwijs vanzelf leiden tot vrij onderzoek en toetsing van alle kennis "
Hoe zou Calvijn zich hebben gehouden bij zoo'n karakteriseering van de Hervorming ? Calvijn die óók zooveel voelde voor het Hooger Onderwijs ?
En Voetius — die wel, nu hij gestorven is in een Roomsche Kerk ligt begraven, maar die, toen hij leefde ook daar gestaan heeft, waar nu prof. Volgraff stond, om óók zijn meening te zeggen over de Hervorming, in oorsprong en karakter.
Wij kunnen ons maar slecht vinden in de beschouwing van prof. Volgraff betreffende de Hervorming, haar ontstaan en haar karakter en haar werking.
Is daarmee nu het karakter van de groote Reformatie, waarbij namen als Luther, Zwingli, Calvijn, Melanchton en zoovele andere getuigen des Heiligen Geestes en profeten des Woords genoemd moeten worden een waarlijk niet alleen en allereerst mannen als Erasmus geteekend, als men van de Hervorming zegt, dat zij is geweest „een groote volksbeweging, die ontstaan is onder den invloed van het Humanisme der Renaissance" ?
Wij weten toch beter!
En wij nemen er als Protestanten van Gereformeerde Confessie allerminst genoegen mee ! Het is een geschiedenis beschouwing niet a la Groen van Prinsterer ! Maar van een onderwijzer van de Openbare School!
En om dan te zeggen, dat „het wezen van de Hervorming was gewetensvrijheid." Gewetensvrijheid zonder meer ? Was het om het geweten tot hoogste autoriteit te maken ? En dus de bron der waarheid en de autoriteit der waarheid in den mensch ? Om den mensch „zelfbeschikkingsrecht" te geven naar eigen believen ?
Wellicht dat de Aartsbisschop van Rome geglunderd heeft.
Maar de echte zonen en dochteren der Hervorming moeten zich hebben geërgerd !
En dan die mooie toepassing : „bij haar begin is de Universiteit Calvinistisch geweest, maar de drijfveer der Hervorming die gewetensvrijheid is, moest bij het Hooger onderwijs vanzelf leiden tot vrij onderzoek en toetsing van alle kennis".
Weg het Woord. Weg het beginsel, het wezen van de Hervorming. Weg het beginsel, het wezen van het onderwijs, van de wetenschap des christens, die Gods Woord, de openbaring Gods erkent als de bron, de toetssteen, het licht, de waarheid, de wijsheid, de wetenschap!
Wat zou onze Groen van Prinsterer zich geërgerd hebben aan deze van Hegels wijsheid doortrokken hoogleeraars oratie. In de dagen van Groen spraken de openbare onderwijzers ook zoo. En Thorbecke bestookte er Groen mee !
Jammer toch dat het liberalisme van den ouden stem, pel maar niet boven die droeve beschouwing en waardeering van de Hervorming kan uitkomen en met het onbestemde woord Protestantisme dan ook geregeld en zoo graag alles aangaande de Christelijke Confessie en het Gereformeerd .beginsel wil wègdoezelen en op losse schroeven zetten.
Sol justitiae, illustra nos!
16 December 1863 was er ook een groote schare bijeen in de Domkerk. Niet zoo geleerd en zoo voornaam als dezer dagen bij de herdenking van het 300-jarig bestaan der Utrechtsche Hoogeschool. En de Aartsbisschop van Rome was er óók niet.
Toch was er een groote schare bijeen op den dag des Heeren. Dr. H. F. Kohlbrugge, predikant der Nederlandsch Gereformeerde Gemeente te Elberfeld preekte!
Krachtig en heerlijk klonk het lied als voorzang : „De Heer is recht in al Zijn weg en werk ; Zijn goedheid kent in 't gansch heelal geen perk. Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht; Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht; Dat, ongeveinsd, in 't midden der ellenden, zich naar Gods troon met zijn gebeên blijft wenden. Hij geeft den wensch van allen, die Hem vreezen; Hun bede heeft Hij nimmer afgevwezen."
Het was van Ps. 145 het 6de vers.
En toen kwam die magere, rijzige gestalte van dr. Kohlbrugge op den kansel. De bidder, de balling, die van schreien en van zuchten wist, maar die, voor een oogenblik in zijn vaderland teruggekeerd en staande in de Kerk waar men hem gesmaad en gehoond had om der waarheid wil, er behoefte aan had, om de Gemeente te laten zingen : ,, De Heer is recht in al Zijn weg en werk." Heerlijk, om zóó nabij God te leven.
Ja — dan is de Heere nabij de ziel, die tot Hem zucht; Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht
Heerlijk, zóó een kind van God te mogen zijn ! Als dr. Kohlbrugge den kansel beklommen ia en de Godsdienstoefening een aanvang genomen heeft, begint hij als volgt te spreken:
Sol justitiae, illustra nos! Zon der gerechtigheid, verlicht Gij ons ! — Deze bede, aandachtige toehoorders, gaven onze vrome Vaderen Utrechts hoogeschool mede, toen zij de wereld zoude intreden als een kind des lichts, om eene moeder te worden van vele zonen des lichts, wien zij den strijd zoude leeren voor Kerk en Land en Vorst, en voor het behoud van het broze lijf.
In den mensch is het licht niet — dachten zij. De verlichting komt alleen van Boven. Maar zij komt, waar het gebed is !
Die vrome vaderen dachten aan de beloftenis Gods: Ulieden, die den Naam des He eren vreest, zal opgaan de Zon der gerechtigheid. Die beloftenis geloofden zij, aan de vervulling twijfelden zij niet door ongeloof. Zij gaven Gode de eer, en leerden het nageslacht God om, de vervulling te bidden.
Wie is die Zon der gerechtigheid anders dan Hij, Die van Zichzelven getuigt: „Ik ben het Licht der wereld". Niemand anders dan die Christus, Die ons van God gegeven is tot onzen hoogsten Profeet en eenigen Leeraar!
Zon der gerechtigheid, verlicht Gij ons!
Welk eene bede, die als reukwerk opgaat tot God ! Wat is lieflijker dan die Zon, Die ons gemaakt heeft, aan Wier goedertierenheid wij ons bestaan te danken hebben. Die al onze duisternissen doet opklaren, en een einde maakt aan onzen nacht van duizend zorgen, duizend nooden, duizend dooden ?
Wie zou niet liefhebben en om Zijn licht vragen Hem, Die de weg, de waarheid en het leven is, en de banier draagt boven tienduizend ? Alles is dwaling, tenzij die groote Christus, dat eeuwig Licht, ons verlichte ; — en Hij wil ons verlichten.
Wat onze Hoogeschool als bede ontving, dat het onzer aller bede worde: „Zon der gerechtigheid, verlicht Gij ons!" Zoo die bede ons gegeven werd, kunnen wij, dewijl zij op eene beloftenis rust, van de verhooring verzekerd zijn. Waarom ? Omdat des Heeren goedertierenheid tot in eeuwigheid is; omdat onze allergoedertierendste Vader in den hemel het gaarne ziet, dat wij van Zijn lieven Zoon, de eenige Zon der gerechtigheid voor Hem, alles verwachten. De Zon der gerechtigheid is er. Zij schijnt aan den hemel van Gods genade, Zij schijnt voor u.
En ik treed voor u op, opdat ik u allen opwekke, om voor u zelven, voor Kerk en Land en Troon hare verlichting in te roepen.
Ik treed voor u op, om te getuigen, dat de belofte van den opgang van deze Zon der gerechtigheid ulieden aangaat. Dat die u aangaat, als 't volk van den God van Nederland, omdat Zijne goedertierenheid eeuwiglijk gebouwd wordt (Ps. 89 : 3). Ik treed voor u op, opdat gij, bij de belijdenis van uwe eigene blindheid, behoefte mocht gevoelen aan de verlichting van dien grooten Christus, Die alleen weet wat in God den Vader is ons ten goede en in Hem moogt gelooven. Gelooven voor uzelven, voor Kerk en Vaderland en Oranje.
Ik spreek, omdat ik geloof. En ik spreek als geboren Nederlander, die wenscht en bidt, dat hetgeen van Gods Woord bij de bijzondere personen vervuld wordt, ook geheel aan onze natie vervuld worde ; ik spreek als een die vasthoudt aan het drievoudig snoer: Kerk, Oranje en Vaderland.
Waar beloften zijn, daar heeft men van die beloften te getuigen, opdat de zucht en wensch om vervulling zooveel mogelijk algemeen worde. De Heere is getrouw. „Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht, tot in het laatste nageslacht !"
Ligt dan in óns de grond van hoop voor de toekomst ? Neen, en nogmaals neen, als wij op onszelven zien. En toch is er gegronde hoop, als wij op de vrije goedheid Gods zien. Geen hoop, zoo het van óns menschen moet komen. Alle hoop, zoo wij genade ontvangen, om te bidden om des Heeren Geest.
Om u tot zulk bidden, tot bidden zonder ophouden, in uwe binnenkameren en in het openbaar, op te wekken, houden wij u voor, wat des Heeren Geest doet en doen kan. Enz."
Toen werd het Woord ontsloten bij het profetische gezicht dat we vinden in Zacharia 4, het gezicht van den gouden kandelaar en het oliekruikje met de twee olijfboomen, die voor het aangezichte van den Heere der gansche aarde staan!
Zóó werd 16 December 1863 gepreekt in de Domkerk te Utrecht, met de zinspreuk voor oogen : Soljustitiae, illustra nos!
Wij zijn van oordeel, dat dr. Kohlbrugge meer begrip gehad heeft van het ontstaan en wezen van de Hervorming en het Calvinistisch beginsel, en het fundament der wetenschap, dan prof. Volgraff.
En dan zegt men toch der Hervorming" ! maar : „wij zonen
De modernen en de geesten hoofdzaak geschiedenis. De stichting van de Vrije Gemeente.
De Modernen in de Hervormde Kerk hebben altijd een moeilijke positie ingenomen, want zij weten, dat de Hervormde Kerk een belijdende Kerk is, met een eigen leer, en dat in de Reglementen is voorgeschreven, dat die leer der Kerk door alle besturen moet worden gehandhaafd. Ook toen de woorden „geest en hoofdzaak" zijn uitgevonden was het, om te verklaren dat het niet ging om een letter, maar dat het wel ging om den geest en om de hoofdzaak van de belijdenis. Die geest en hoofdzaak — en dus de belijdenis, de leer der Kerk zelve, — mocht niet geloochend worden. De Modernen vonden dat in strijd met het Protestantsch beginsel der vrijheid.
Had de Synode dus „het conflict tusschen het confessionalisme en de leervrijheid" zoeken te ontzielen, door het zóó te stellen: „wel niet de letter, maar wel de geest en de hoofdzaak der leer" — de moderne predikanten waren er niet over tevree. „Zij verlangden met hun beginselen als leeraars en verzorgers of erkend te worden of te worden geweerd". En de Synode zat voor de zooveelste maal in een moeilijk geval.
Er was bij haar aangedrongen op wijziging van het artikel, waarin de handhaving der leer was voorgeschreven. Een voorstel daartoe werd echter verworpen. Slechts vier stemmen hadden zich er vóór verklaard. De tijding daarvan was door de orthodoxen met blijdschap vernomen. Voor de Modernen was deze beslissing een teleurstelling. Zij werden opnieuw gesteld voor de vraag, of zij blijven konden in een Kerk, waar de besturen geroepen waren om de leer te handhaven.
De Synode wilde hen blijkbaar inzake de belijdenisvragen ter wille zijn door 't facultatief stellen der vragen", terwijl zij ook „de aanneming wenschte te veranderen". De ouderlingen, die er bij tegenwoordig zouden zijn, zouden slechts „toehoorders" wezen, om te letten op de kennis der leerlingen". De leerlingen hadden alleen maar te verklaren, dat „zij het evangelie van Jezus Christus met een oprecht geloof aannamen".
Tegen deze voorstellen, die om advies naar de Classlcale Vergaderingen werden gezonden, kwam uit het geheele land heftig verzet. De Synode dorst op den ingeslagen weg niet voort te gaan en in 1876 werd bepaald, dat de vragen onveranderd moesten gehandhaafd blijven.
Dat wekte nu weer onrust in het kamp der modernen. Door dezen werd een groote adresbeweging op touw gezet, waarbij 400 predikanten en 40.000 gemeenteleden met alle kracht protesteerden tegen „de schending van het protestantsch beginsel".
Het Comité van Moderne predikanten en gemeenteleden nam 20 October 1877 de volgende motie aan :
„Het Comité, waardeerende het streven van de Synode om tegemoet te komen aan de wenschen der modernen, verklaart zich onvoldaan met hetgeen de Synode gegeven heeft en neemt zich voor met kracht te blijven streven ten einde meer vrijheid voor de moderne richting te krijgen". Iemand van orthodoxe richting vraagt zich af: „Is er nog niet genoeg leugen in de Kerk, dat die Kerk nu nog een nieuwe leugen officieel moet gaan stempelen ? Is die Kerk nog niet genoeg geworden tot een aanfluiting, dat zij nu nog de schande op zich zal gaan laden van een woordenspel, waarbij de vraag ontstaat, niet voor de modernen, niet voor de evangelischen, niet voor de orthodoxen, maar voor ieder eerlijk gemoed, of de tijd niet is aangebroken om het voorbeeld te volgen van een man als Paulus te Corinthe, toen hij het stof afschudde van zijn voeten en voor zijn evangelieverkondiging tijdelijk herberg zocht in het huis van eenen Justus, wiens huis paalde aan de Synagoge".
Prof. Rauwenhoff trok de volgende slotsom : „De Synode van 1875 had ten minste een zuivere verhouding in het leven geroepen door haar verklaring, dat zij de eischen der modernen niet kon inwilligen. Die van 1877 biedt ons een schijn van bevrediging aan, die ons geen stap nader tot de vrede kan brengen. Nu is er niets gewonnen en tevens nog het resultaat van 1876 verloren. Ik zie geen andere uitkomst, dan dat men zijn geestverwanten in de gemeente bijeenroept en met hen, indien zij talrijk genoeg zijn, een eigen vereeniging vormt of met hen overgaat tot een ander Kerkgenootschap, waarin men zich beter te huis voelt ?
Naar dien raad luisterden twee predikanten te Amsterdam, het waren de broeders P. H. en Ph. R. Hugenholtz. Zij besloten om de Hervormde Kerk te verlaten.
In hom woord van rekenschap: „Waarom gaan wij heen ? " (Amsterdam, Scheltema en Holkema. 1877) schreven zij:
„Uitgaan moeten wij om der waarheid wil. Want inderdaad, hoe goed de bedoeling der Synodale middelmannen ook geweest zij, en wij willen hun goede trouw geen oogenblik verdenken, onwaar is hun bevredigingsmiddel, dat ons door hen geboden wordt. Onwaar is de overweging, waarmee zich de moderne aannemeling kan paaien, dat hij zich alleen vereenigt met hen, die Jezus als den Zoon vereeren, zonder dit zelf te doen.
Helaas, onwaar is onze Kerk in merg en gebeente Ach, men went aan al deze dingen en ik ben de eerste om met schaamte te belijden, dat de gewoonte ook mijn geweten had in slaap gewiegd; men wordt onwillekeurig verstrikt in dit weefsel van leugen en conventie, tot eindelijk de oogen opengaan".
Op 1 Februari 1878 legden de beide predikanten Hugenholtz hun ambt neer als predikant der Ned. Hervormde Gemeente te Amsterdam, nadat op den gedenkdag der Kerkhervorming dr. P. H. Hugenholtz zijn afscheid gepredikt had, waarbij hij als tekst had de woorden uit den Brief aan de Hebreen 11 : 8: Hij is uitgegaan, niet wetende waar hij komen zou".
De stichting van de „Vrije Gemeente" was daardoor een feit geworden. (Zie: De Doleantie van dr. J. C. van der Does, blz. 181—185).
Het Algemeen Weekblad voor Christendom en Cultuur schrijft: „In deze maand (van 12—14 Juni) zal in Geneve herdacht worden hoe vierhonderd jaar geleden de Reformatie geboren werd. De Kerk en de theologische faculteit van Geneve hebben alle Presibyteriaansche en Gereformeerde Kerken ter wereld, en bovendien alle theol. faculteiten, uitgenoodigd om aan deze herdenking mee te doen. Waarom is Calvijn heden ten dage meer dan alleen maar een mensch uit het verleden en waarom is zijn invloed op de huidige theologisohe situatie steeds meer groeiende ?
In den strijd der Duitsche Kerken om vrijheid en evangelische vrijheid heeft het Calvinisme de leiding genomen. De Lutheranen spreken al van een „calviniseering van het lutheranisme". De Barthiaansche theologie is in wezen een wedergeboorte van het Calvinisme en tallooze theologen houden zich weer bezig met Calvijns „Institutio", een van de onvergetelijkste en invloedrijkste documenten der Reformatie.
Calvijn dankt zijn nieuwen invloed op de hedendaagsche kerkelijke wereld aan het feit, dat hij de aandacht niet vestigt op in menschen geboren moreele of religieuze ideeën, maar op de souvereiniteit van God en Zijn Woord alleen. In een wereld, die in vrome ervaringen, in historische gebeurtenissen om het bloed en den bodem der natie God tracht te vinden, leert Calvijn ons alléén Luisteren naar het Woord van God !
Daardoor heeft hij de onafhankelijkheid der Kerk van alle menschelijke machten en theorieen gegrondvest en versterkt.
In zijn leerstelling, diat God de eenige Souverein van de wereld is, vindt de Christelijke Kerk van vandaag een geestelijke vrijheid, die nooit overwonnen kan worden !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's