KERKELIJKE RONDSCHOUW
KOHLBRUGGE
Zijn levensgeschiedenis.
De reis naar het Wupperdal.
Op dertigjarige leeftijd ondernam Hermann Friedrich Kohlbrugge een reis naar Duitschland, die hem naar het Wupperdal voerde.
In een preek over Psalm 37 („Beveel den Heere uw wegen ") vertelt Kohlbrugge van deze tijd het volgende :
»Ik had eer, goed en kracht vergeefs op het spel gezet om de Kerk van mijn vaderland te redden. Alles was vruchteloos. Dan kom ik hierheen, loop op zekeren dag langs de straat en zie een man, die steenen bikt. Ik let er nauwkeurig op, die man was zoo vol ijver, en zijn oogen waren beschermd, zoodat de steensplinters, die in het rond vlogen, hem niet konden schaden. Toen vroeg ik hem : „Man, wat doet u hier ? " — „O, mijnheer", antwoordde hij, „ik bereid den weg !" — „Maar die harde, puntige kiezelsteenen kunnen je op den weg veel pijn doen !" — „O, die zullen wel zacht gemaakt worden !" — „Zou de koning ook. hier langs komen ? " — „Dat weet ik niet, maar ik denk 't wel!" — „Man, zeg eens, wat heb je toch hier op je hoofd ? " — „De koninklijke hoed ! De kokarde van den koning ! Ik draag ze met eere !" — „Ei", dacht ik, „die man hier bikt steenen en draagt toch de kokarde van den koning ! Hij is geen commandant of generaal, maar is tevreden met deze eenvoudige arbeid, steenen te bikken en den weg te bereiden, en dient toch zijn koning 1 Nu dan, Heere God, geef nu ook mij genade, dat ik mijn hooge gedachten moge laten varen, alsof ik iets zou kunnen I Gij hebt mij Uw Woord gegeven ; geef mij genade, dat ik daarmee tevreden ben en den weg moge bereiden !«
Inderdaad, al eindigde ook de reis van Kohlbrugge naar het Wupperdal uiterlijk met een nieuwe ramp — dit ééne werd hem geschonken : de zekerheid, dat hij, als een straatmaker aan den weg, de hoed en de kokarde van den Koning droeg.
De dokters, die het lijden van Kohlbrugge toeschreven aan besmetting door de tering van zijn vrouw, adviseerden hem andere luchtstreken op te zoeken door een reis langs de Rijn. Daarom begaf Kohlbrugge zich op weg en ging met zijn driejarig zoontje Gerrit over Rheden en Arnhem de rivier op, deels met de boot, en deels met de diligence.
Overal zocht hij de stillen in den lande op, die, zooals hij zich gaarne placht uit te drukken, de sprake Kanaans verbonden. Bij hen voelde hij zich heelemaal thuis. Van Emmerik, „waar slechts drie christenen bekend zijn", begaf hij zich naar het hooggelegen Elten, waar hij door den katholieken pastoor uitgenoodigd werd tot een bezoek aan de kerk. Kohlbrugge ging met hem tot aan het hoogaltaar en bracht daar den pastoor onomwonden de dwaling van zijn geloof onder 't oog. Daarbij werd hij zeer luidruchtig en vergat heelemaal, waar hij zich bevond en dat de gemeente reeds voor de katholieke godsdienstoefening bijeengekomen was.
Daarna ging het verder. Xanten : in de Victorsdomkerk zag Kohlbrugge de mooiste en rijkste en kostelijkste „geestelijke poppekast" in Duitschland. Wezel: Met voldoening werd geconstateerd, dat hier konventikels gehouden werden, door twintig menschen bezocht. „Maar de predikanten zijn stom en behooren tot de eerwaardige doodkistenmakers".
In Ruhrort werd langer halt gehouden. Al kon hij ook bij zijn bekenden vriend, een scheepskapitein, niet logeeren, omdat diens vrouw juist bevallen was, zoo heeft hij toch ergens anders bij geestverwanten onderdak gevonden.
Men noodigde hem spoedig uit om voor kleine kringen te komen spreken, ja, ook uit Orsoy en Baerl aan de Neder-Rijn ontving hij dergelijke uitnoodigingen. Maar hij weigerde. Daarvoor gaf hij overal zijn beschouwingen over de kerkelijke toestanden. Zeer weinig gesticht toonde hij zich over hetgeen men aan de Rijn „Evangelische Kerk" placht te noemen. De Unie beviel hem zoó weinig, dat hij meende, niet met een goed geweten in zulk een Kerk predikant te kunnen zijn. Toonaangevende mannen in de gemeente werkte hij daarom ernstig op het gemoed, — verdienden zij niet, eerder remonstrantsch (dat beteekent zooveel als : ongeloovig-vrij zinnig) dan gereformeerd te heeten ? Het gelukte hem zelfs, twee menschen daarvan te overtuigen.
In Ruhrort ontmoette Kohlbrugge een man uit Elberfeld, een godvruchtige Lutheraan, wiens naam was Nettelbeck; deze noodigde hem uit om naar het Wupperdal te komen. Kohlbrugge nam de uitnoodiging aan, en zoo ging het over Duisburg, Kaiserswerth, Düsseldorf en Hettmann naar het Oosten, een nieuw keerpunt in zijn leven tegemoet.
Reeds acht jaar geleden had Kohlbrugge de preeken van den Lutherschen predikant Friedrich Strausz uit Elberfeld in het Nederlandsch vertaald en daardoor deze fijne en diepzinnige geest met een sterke neiging tot romantiek in zijn vaderland bekend gemaakt. Strausz, schoonzoon van Wilhelmina van der Heydt, die voor de opwekkingsbeweging in het Wupperdal een buitengewone beteekenis heeft, reeds op jeugdige leeftijd als hofprediker naar Berlijn beroepen, schrijver van de fijngevoelige „Avondklokketonen", heeft dit verdienstelijk werk van Kohlbrugge nooit geheel vergeten.
iDe grenzen der nationaliteit speelden in die dagen even weinig een rol, als in alle tijden, waarin een geestelijk ontwaken door de Kerk gaat.
(Wordt voortgezet.)
DE UNIE-COLLECTE
De 58ste Unie-collecte staat gehouden te worden in Augustus.
Is dat nog noodig ?
Wij antwoorden, zéér beslist: ja! Naar ons oordeel mag geen enkele gemeente achterblijven nu. Waarom ?
Wij nemen hier over de woorden van een van de officieele circulaires van De Unie »Een School met den Bijbel :
»De voorbereiding der Unie-collecte geeft herhaaldelijk aanleiding tot de vraag, waarvoor eigenlijk deze collecte nog noodig is. Sommigen meenden, zoo oppervlakkig geoordeeld, dat zij toch gevoegelijk kan worden gemist.
Dit oordeel Is niet juist en dient met kracht te worden weerlegd.
De Unie-collecte is nog steeds onmisbaar.
Waarom ?
Om te doen gedenken, hoe God de Heere ons Christelijk onderwijs heeft groot gemaakt. Om. een oogenblik te doen stilstaan teneinde in herinnering te brengen de gebeurtenissen van Augustus 1878, toen alles voor de School met den Bijbel verloren, scheen en op te merken, hoe sindsdien door Gods wonderbare leiding ons Christelijk onderwijs in ongebroken lijn van ontwikkeling tot grooten bloei is gekomen. En om dan door een gave te doen bezegelen de liefde en de dankbaarheid voor hetgeen God ons en onzen kinderen in de School met den Bijbel heeft geschonken.
Vergeten van onze historie doodt de waardeering, fnuikt de dankbaarheid, verkilt de liefde voor de zaak van het onderwijs en breekt de kracht der beginseltrouw.
Daarom zij de Unie-collectedag onder ons volk een gedenkdag van groote beteekenis. Daarom blijve de Unie-collecte in eere, als midden in den strijd voor 't behoud van onze hoogste goederen.
Daarom in de eerste plaats, maar daarnaast ook omdat de opbrengst der collecte niet kan worden gemist.
Onjuist is de meening van velen, dat de Uniecollecte gehandhaafd blijft uitsluitend als monument der historie, doch dat zij practisch zonder eenig bezwaar zou kuimen worden afgeschaft. De Staat zorgt immers voor alles ?
Niets is minder waar ! De opbrengst is noodig:
1. Voor onze plaatselijke scholen voor gewoon lager, uitgebreid lager en voorbereidend lager onderwijs. De vergoedingen uit de publieke kassen bewegen zich in de dalende lijn. Onze scholen mogen daaronder niet lijden, en waar levensbelangen van het onderwijs worden bedreigd, moet worden bij gesprongen. Voor vele jonge onderwijzers is nog een plaats in de school te vinden. Dat hun de gelegenheid wordt gegeven het Christelijk onderwijs te dienen, is niet alleen hun persoonlijk belang, maar niet minder het belang van onze scholen.
2. Om het Locaal Comité in staat te stellen handrelking te doen aan noodlijdende scholen in andere plaatsen (hoe dringend heeft het Christelijk bewaarschool onderwijs, het Christelijk onderwijs voor schipperskinderen en niet minder het Christelijk buitengewoon lager onderwijs voor de misdeelde kinderen dien steun noodig).
3. Om de plicht der dankbaarheid na te leven tegenover de Oud-Strijders bij het Christelijk onderwijs, die midden in den schoolstrijd hebben gestaan en thans met een karig pensioen tevreden moeten zijn of in het geheel geen pensioen genieten, en om de vereenigingen te steunen, die aan onderwijzers en hun weduwen barmhartigheid bewijzen.
4. Om de plaatselijke propaganda, voor de School met den Bijbel te kunnen bekostigen; men verzuime niet een bedrag te reserveeren voor een dit jaar in eigen omgeving te houden Schooldag.
5. Om de algemeene Uniekas in staat te stellen door een bijdrage uit de opbrengst der collecte, om werkzaam te zijn voor de behartiging van de algemeene belangen van het Christelijk onderwijs.
Op dit laatste worde bijzondere nadruk gelegd.
Laten wij niet vergeten, dat ons Christelijk schoolwezen een éénheid, een gemeenschap vormt. Kortzichtig egoïsme beperkt den blik tot de behartiging van de belangen van eigen school en doet vergeten, dat er ook verantwoordelijkheid is voor het welzijn van de gemeenschap, waartoe die eigen school behoort.
En toch is het ook voor eigen school van zoo groot belang, dat het Christelijk schoolwezen als eenheid bloeit.
Daarom is, zoolang behoeften van die gemeenschap om voorziening roepen, de plaatselijke toestand nimmer een voldoende verontschuldiging voor het nalaten der Unie-collecte.
De Unie wenscht de belangen der gemeenschap te behartigen. Zij verleent steun aan de wetenschappelijke beoefening der Christelijke paedagogiek; aan de Bibliotheek ten dienste van het Christelijk onderwijs; aan de verzorging der Oud-Strijders, enz. Maar vooral heeft zij middelen noodig voor de
Propagranda.
Haar taak is, den strijd aan te binden en te 'bezielen tegen alle onverschilligheid en lauwheid in eigen kring ; te zorgen, dat ook 't opgroeiende geslacht bekend zij met de beginselen en de historie van het Christelijk onderwijs.
Daartoe worde zij ook dit jaar in staat gesteld door een ruime bijdrage uit de plaatselijke collecten.
Men werpe niet tegen dat de economische nood 't houden der collecte verbiedt. Het kleine offer, dat de Unie vraagt, kon altijd worden gemist en is altijd met liefde gebracht.
Mannen Broeders! slaat de hand aan den ploeg !
Treft uwe voorbereidingen. Berust niet in voorstellen om de collecte dit jaar achterwege te laten. Gebruikt het materiaal, dat de Unie voor u gereed houdt.
De Heere schenke u en ons bij dezen arbeid Zijnen zegen!«
De bedoeling is, dat de Unie-collecte, indien eenigszins mogelijk, aan de huizen gehouden wordt.
Als dat beslist niet kan, dan een collecte in de kerk.
De historische datum is 3 Augustus.
1878 was het jaar van het Volkspetitionement.
1878 — 3 Augustus — 1936.
De 58ste Unie-collecte zij van den Heere gezegend !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's