STAAT EN MAATSCHAPPIJ
BUITENLANDSCHE STEMMEN
De monetaire politiek van het Kabinet, welke niet van devaluatie wil weten, maar er op gericht is om de gulden gaaf te houden, vindt nog altijd bij onderscheidene groepen der bevolking ernstige bestrijding.
Deze groepen droomen van wat men tegenwoordig noemt „muntcorrectie", ' gouden bergen.
Gelukkig wordt men hier en daar wijzer.
Dat de politiek van het Kabinet inzake het muntstelsel nog zoo dwaas niet is, moge blijken uit de stemmen, die b.v. in België en Frankrijk opgaan tegen de devaluatie.
In de eerste plaats de stem, die uit België gehoord wordt, 't Belgische dagblad De Standaard schreef dezer dagen het volgende :
»Men mag de oogen niet sluiten voor de groote gevaren, die het land bedreigen : er kan niet meer aan worden getwijfeld, een bittere misnoegdheid stijgt op uit de diepste lagen der bevolking. En het is misschien de eerste maal, dat handelaars en andere middenstanders een opvallende solidariteit betuigen met de stakers, dat een bediendenstaking zoo uitgebreid was, dat een staking zooveel goedkeuring vond. Dit alles geeft te denken. De roes, de begoocheling en, de bluf, van de zoogezegde „oeconomische hernieuwing" zijn voorbij, de waan van de voordeelige devaluatie is ingestort, wij staan voor wat voorzien werd: een harde, bittere werkelijkheid.
En opnieuw dreigt dit alles zich te wreken op de bewlnddragende partijen : men heeft arbeiders en bedlenden een harden winter doen doormaken, onder de hypnose van een schijnwelvaart door de tripartite en haar oeconomische herlevingspolitiek gebracht. De hypnose is ten einde, de bevolking is wakker en bewust en maakt onmeedoogende verwijten aan allen die haar hebben willen wijsmaken dat het land gered was. Arbeiders, bedienden, en ook vele bedrijfsleiders, komen verarmd uit het avontuur.
Men zal met dit nieuw bewustzijn rekening moeten houden. De tijd van de Belgische New Deal-slagwoorden is voorbij. De chloroform helpt niet meer. Er is nu een andere politiek en een werkelijke redding noodig«.
In de tweede plaats de stem uit Frankrijk. Deze stem is van niemand minder dan van den Franschen Minister van Financiën. Over het standpunt van dezen Minister ten opzichte van de devaluatie schrijft de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 18 Juni 't onderstaande :
»Vincent Auriol, de minister van financiën, heeft een correspondent van de Tribune des nations een interview toegestaan, waarin hij zijn meening te kennen heeft gegeven over de devaluatie. Ik ben een grondig tegenstander van devaluatie, zeide de minister, die daarmede antwoord gaf aan de velen, die meenen, dat er heil te verwachten is van een zekere „aanpassing" van den franc. Deze lieden verkeeren blijkbaar in de meening, dat, indien men den franc omlaag brengt, het pond en de dollar op hun tegenwoordige niveau kunnen blijven. Men moet echter niet vergeten, dat zoodra wij zouden hebben aangepast, het evenwicht opnieuw verbroken zou worden, omdat de monetaire politiek van de Angelsaksische landen, uitsluitend door overwegingen van opportuniteit wordt gevoerd. Auriol achtte het dan ook beter een politiek te voeren, die berustte op de ervaringen, die Frankrijk met deze politiek heeft gehad. In Frankrijk is 25 milliard franc aan biljetten en 20 milliard aan goud onttrokken. Een herleving van het oeconomische leven kan dit geld weer terugbrengen.
Tot zoover het oordeel van den Franschen Minister over het vraagstuk der devaluatie.
Het zijn gulden woorden, die èn uit België èn uit Frankrijk vernomen worden.
Voor de devaluïsten in Nederland ongetwijfeld leerzaam. Zij mogen daarbij ook kennis nemen van wat de Duitsche financier dr. S. H. M. Schütz eenigen tijd geleden schreef : dat hij bewondering had voor het financieel beleid in Nederland en voor de monetaire politiek, die hier te lande wordt gevoerd.
Zoo stelt het buitenland het Kabinet-Colijn in het gelijk.
Laat ons volk van deze stemmen goede nota nemen !
NOG EEN BUITENLANDSCHE STEM
Toen wij het bovenstaande geschreven hadden, kwam ons onder de oogen het orgaan van den Christelijken Boeren-en Tuinders bond „Het Platte Land", waarin uit De Standaard een Engelsche ervaring ten aanzien van devaluatie wordt overgenomen.
„Het Platte Land" zegt onder het opschrift: „Nuchtere objectiviteit vóór alles eisch":
»De invloed der devaluatie in Engeland op de bedrijven van land-en tuinbouw blijkt uit een artikel in een onzer dagbladen op wel zeer ondubbelzinnige wijze.
Wij laten bedoeld artikel hieronder volgen en voegen er geen nader commentaar aan toe, maar spreken den wensch uit, dat onze lezers, onze boeren en tuinders, deze objectiviteit zullen weten te waardeeren.
In onzen tijd een eigenschap van groote waarde.
Engelsche ervaringen weinig bemoedigend.
Er zijn onder de land-en tuinbouwers in ons land niet zoo weinigen, die meenen dat hun belangen gebaat zouden zijn met het verlaten van den gouden standaard. Ook onder trouwe Anti-revolutionairen, die onder geen beding hun partij en Minister Colijn ontrouw zullen worden en die terwille van groote landsbelangen ook wel van propaganda voor devaluatie willen afzien, treft men menigeen aan, die, wat zijn persoonlijke belangen aangaat, den gulden toch wel graag zou zien devalueeren.
Voor dezen is het van bijzonder belang om kennis te nemen van hetgeen „The horticultural advertiser", een toonaangevend Engelsch tuinbouwblad, in zijn nummer van 17 Juni schrijft over de bemoeienis van de Engelsche regeering met land-en tuinbouw daar te lande :
»De critiek op het beleid der regeering met betrekking tot den landbouw schijnt in alle deelen van het land toe te nemen. Wij doelen hierbij niet op de politieke critiek, daarmede bemoeien wij ons niet, maar critiek op het economisch beleid geoefend door boeren, landarbeiders en allen die met het platteland in rechtstreeksche betrekking staan.
Terwijl de voorzitter van de National Farmers' Union (den Nation. Boerenbond) satyrisch verklaart, dat de regeering haar zorgen voor den landbouw op „pijnlijke en buitengewoon langzame" wijze uitbreidt, spreekt de voorzitter van de „Agricultural Workers' Union" (den Landarbeidersbond) van de „mislukking" van de landbouwpolitiek der regeering. Wat den tuinbouw betreft, de huidige Minister van Landbouw noemt hem haast nooit«.
Men ziet het: boeren, tuinders en landarbeiders zijn allen even ontevreden over het beleid der regeering in dit land met zijn gedepreciëerde munt.
Zeer teekenend voor de gevolgen der devaluatie voor land-en tuinbouw is dit citaat:
»In December deelde de Minister in het Lagerhuis mede, dat de subsidies voor agrarische doeleinden het vorige jaar bedroegen £ 16.710.502. Hij zeide ook, dat de waarde der binnenlandsche productie in drie jaar tijds met £ 910.000 gedaald was, en dat het aantal landarbeiders verminderd was van 716.607 in 1931 tot 672.104. Dit is geen schitterend resultaat van zooveel belastinggeld, aan den landbouw besteed«.
Het is evenmin een prachtig resultaat van de devaluatie. Immers de achteruitgang van de opbrengst van den landbouw — in een land dat al zijn bodemproducten zelf verbruikt en dus van uitvoermoeilijkheden in dit opzicht geen last heeft — wordt nog scherper geaccentueerd, als men in aanmerking neemt, dat de ponden van '31 nog ƒ 12.— waard waren en die van '35 slechts ƒ 7.50. Het terugloopen van het aantal landarbeiders — alweer : zelfs in Engeland, waar de landbouw geen uitvoermoeilijkheden ondervindt — spreekt de suggestie als zou devaluatie zulke schitterende perspectieven openen voor de werkgelegenheid, ook nadrukkelijk tegen.
Verschillende boeren en tuinders verwachten van devaluatie verlaging van hun loonuitgaven. In den aanvang zal dit ongetwijfeld zoo zijn. Devaluatie is een geniepige vorm van loonsverlaging, die de toch reeds schraal betaalde landarbeiders uiterst pijnlijk treffen zal. Maar op den duur kunnen de loonen niet beneden een zekere grens blijven. In 't vierde jaar van de devaluatie in Engeland waren loonsverhoogingen aan de orde van den dag. Wij citeeren voor de laatste maal :
»In 1935 werden in 34 graafschappen loonsverhoogingen bereikt. In vier graafschappen werden de loonen voor het overwerk verhoogd ; in drie werd de arbeidsweek verkort«.
Daar gaan de „voordeden" van de devaluatie ! Voor de tuinders en boeren is het voordeel tijdelijk geweest; de arbeiders hebben dienzelfden tijd armoede geleden. En als het morphine-spuitje uitgewerkt is, zijn allen er geen haar beter aan toe dan vóór de injectie.
Ook de ervaring in Engeland komt de pleiters voor devaluatie niet in het gevlij.
Welke ervaring eigenlijk wel ?
Naast de stemmen, die wij hierboven uit België en Frankrijk lieten spreken, geven wij ook de Engelsche ervaring der voorstanders van devaluatie ter rustige overweging door.
De critici ten onzent, die het beleid van de Regeering op alle onderdeden steeds met felheid afkeuren en die zoo gaarne de ontevredenheid tot een wanhoopsstemming zouden zien overslaan om daaruit politieke munt te kunnen slaan, zullen voortaan wat voorzichtiger moeten zijn, wanneer zij het over de zegeningen van de devaluatie hebben, die daarom zegeningen zijn, omdat zij tegen de monetaire politiek van het Kabinet ingaan. Deze critici zullen begrijpen, dat op het terrein der devaluatie niet veel politiek succes te behalen is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's