DE HEILIGE DOOP
Er is veel meer belangstelling voor den Doop, dan vroeger onder ons. Men wil zich gaan bezinnen op de beteekenis van dat Sacrament. Uit tal van gesprekken en vragen blijkt dat. En wij verblijden er ons hartelijk over. Als ons volk den Doop eens beter mocht leeren verstaan, wat zou het volksleven er bij winnen. En als in de Kerk de Doop eens meer op de rechte plaats mocht komen, wat zou het voor ons huiselijk en voor ons kerkelijk leven tot groot, geestelijk voordeel kunnen worden ! Ook voor de school, in gezonden zin genomen.
Het is lang zóó onder ons geweest, dat, nu ja, de Doop was er, maar 't was eigenlijk iets, dat zoo ongeveer buiten ons leven stond. We kwamen er mee in aanraking, als ons kind gedoopt moest worden. En dan was er velerlei zorg. Aangifte voor 'den Doop, kerkgang, doopkleed, doopvisite, enz. Maar dan was het ook weer afgeloopen. ''t Moest gebeuren, en 't gebeurde ook, maar — wat hebben wij en wat heeft ons kind er eigenlijk aan ? Het was wel indrukwekkend, en er was misschien een wensch, een verzuchting, misschien een stille bede, dat er nog eens iets goeds uit geboren mocht worden. Maar méér niet.
Zóó zijn de menschen ook veelszins opgevoed in de Kerk. De menschen kunnen het werkelijk niet helpen. De Doopsbediening is er ook dikwijls naar geweest!
Dat is de laatste jaren wel anders geworden, gelukkig. Hoewel er nog veel te wenschen overblijft. Heel veel, helaas! We moeten ons mooie Doopformulier meer en beter gaan lezen. We moeten acht geven op hetgeen de Catechismus zoo eenvoudig en duidelijk leert. Dan wordt de Doop méér dan een oude gewoonte, waarbij misschien een zucht geslaakt wordt, zoowel op den preekstoel als aan den voet van den kansel.
Als wij ons kind mogen laten doopen in het midden van Gods Gemeente, wat gebeurt er dan?
Het eerste wat er gebeurt is, dat de Heere God naar voren treedt en ons aanspreekt, zeggende : „Ik wil u tot een God zijn en de God van uw zaad".
Bij ons is er dus heelemaal geen verdienende oorzaak, of een of andere grond, waarop wij iets te eischen of te hopen hebben. Noch bij ons, noch bij onze kinderen. Maar wat de Heere doet, mag niet worden gering geacht. De God des Verbonds treedt in 't licht en spreekt Zijn Woord en wil Zijn Woord afteekenen in een zichtbaar ding, namelijk het water, om Zijn woord. Zijn belofte en toezegging ook te bezegelen in de besprenging daarmee aan het voorhoofd van ons kind.
De God des Verbonds treedt naar voren en Hij wil in het volle licht staan. Daarop moet dan ook ai onze aandacht zijn. Niet op óns, noch op ons kind, maar op God: , den God des Verbonds, Die sprekend en handelend optreedt.
Waarom gaan wij dus naar de kerk met ons kind, om dat te laten doopen ?
De Catechismus zegt het zoo mooi. Omdat onze kinderen, zoowel als de volwassenen, in het verbond Gods en Zijne Gemeente begrepen zijn. ('Catechismus Zondag 27).
Dat is de oorzaak, dat we ons kind laten doopen. „Zoo moeten zij ook door den Doop, als door het teeken des Verbonds, in de Christelijke Kerk ingelijfd, en van de kinderen der ongeloovigen onderscheiden worden, gelijk in het Oude Verbond of Testament door de Besnijdenis geschied is, voor welke in het Nieuwe Verbond de Doop ingezet is". (Catechismus Zondag 27).
Het verbond Gods ; de God des Verbonds staat dus op den voorgrond. Die roept, en dan mogen we samen zingen:
God zal Zijn waarheid nimmer krenken. Maar eeuwig Zijn verbond gedenken ; 't Verbond met Abraham, Zijn vrind, Bevestigt Hij van kind tot kind«.
Dat bekende vers uit Psalm 105 laten wij altijd zingen vlak vóór de bediening van het Sacrament van den Heiligen Doop, opdat èn de Gemeente én de doopouders bijzonder aan dat Verbond Gods, aan den God des Verbonds, gedachtig zullen zijn. Zie op Mij, zegt de Heere. Om als „bondelingen" ieder voor zich en allen saam de vraag ons dan te stellen : hoe staan wij in dat Verbond, hoe staan wij tegenover dien God des Verbonds ?
De Doop, ónze Doop, moet ons veel meer bezig houden. En dat — laat ons eerlijk zijn! — was onder ons veel te veel in vergetelheid geraakt. Heel dat Verbond was onbekend !
En wat wil die God des Verbonds, Die ons èn onze kinderen tegemoet treedt bij den Doop, ons dan toezeggen en beloven, aanschouwelijk voor oogen stellen en het bezegelen van het Sacrament ?
Onze Catechismus zegt het weer zoo mooi: „ en dat hun (n.l. onze kinderen) door Christus' bloed de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, Die het geloof werkt, niet minder dan den volwassenen toegezegd wordt".
Twee dingen worden dus aan onze kinderen toegezegd of beloofd. En wel: „de verlossing van de zonden door Christus' bloed"; maar daar komt gelukkig nóg iets bij, en wel niets meer en niets minder dan de belofte van „den Heiligen Geest, Die het geloof werkt".
Dat wordt aan die kleine kinderen toegegezegd en beloofd, waarbij zij in niets behoeven onder te doen voor de volwassen menschen !
Zóó goed en barmhartig en genadig is God, de God des Verbonds: , dat Hij bij den Doop ons èn onze kinderen van deze weldaden wil spreken, na de rechtvaardigmaking in Christus en de wedergeboorte en het geloof door den Heiligen Geest. Niets, niets uit ons! Maar Hij wil ons alles toezeggen, beloven, geven, waarvan Hij ons in den Doop een zichtbaar teeken en een onbedriegelijk zegel geeft, opdat we het zien en gelooven zullen.
Dan moet het dus niet zijn een vormelijk, koud, ongevoelig aanvaarden van deze dingen, zonder meer. Geen onverschillig verachten van deze dingen. Ook niet een hoogmoedig, farizeesch roemen in ons zelf, alsof wij en onze kinderen dat alles nu verdiend hebben en waardig zijn.
Neen, noch het een noch het ander moet het wezen.
Maar bij de belofte Gods — waarin de Heere oprecht is — zal ons harte nu werkzaam bevonden moeten worden, dat we er ook waarachtig, geestelijk deel aan mogen hebben en onze kinderen als levende lidmaten Christus worden ingelijfd !
De genade Gods wordt duidelijk zichtbaar en heerlijk aan ons èn aan onze kinderen betoond bij de bediening van het sacrament van den Heiligen Doop. En nu gaat het om het geestelijk bezit van de kwijtschelding onzer zonden, om Christus' wil; om de rechtvaardigmaking door des Middelaars bloed; Om het nieuwe leven in Christus, door den Heiligen Geest; het sterven van den ouden mensch en de opstanding van den nieuwen mensch.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's