MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
„Neen, niets van gehoord. Wat zou dat ? "
„Nu, zij is toch ziek. Longontsteking geloof ik".
„Elske ? En ik heb haar vóór een paar dagen nog gezien ! Zij ging naar het dorp om boodschappen te doen en maakte nog gekheid met Bouke".
„'t Kan wel, maar zoo ik je zeg, en longontsteking is gevaarlijk".
„Zonde ; zoo'n flinke meid. Niet te hopen, dat die dood gaat. 'k Mocht ze wel". Een oogenblik was Pleun dat vreemde van zoo juist vergeten, omdat Elske met haar krankheid haar in beslag nam. Elske was een van die enkelen, die voor Pleuntje nog wel eens een goed woord over had en zich niet boven haar stelde. Omdat zij óók diende, en bij ervaring wist wat het zeggen wil een verschovene te zijn. En die nu ziek, en ook gevaarlijk, zooals Murk zei. Want hij wist het wel. Als Murk zooiets zeggen ging, dan was het ook waar. En hij had van een heele boel dingen verstand, omdat hij bij veel menschen kwam en met velen sprak. Daar moest zij even over nadenken. Als Elske eens dood ging, dan miste zij er al weer een op deze wereld. Zou het kunnen ? Zoo'n sterke meid, en die dood ? Maar je hoorde er meer van. In de rouw-advertenties kwamen wel vaker jonge menschen van twintig, dertig jaar voor.
Zoo stonden zij daar. Murk naast de kar, het oog niet van Pleun afgewend, en zij op 't boenstap, in de eene hand den boender, in de andere de kookpan, die zij bezig was glad te schuren. En wéér was het stil.
Hè, wat was die Pleun toch een flinke meid, zooals zij daar stond, de mouwen van haar jak tot boven de ellebogen opgehaald, het haar verward om het hoofd door het vele bukken en het vrije spel van den wind, de stevige beenen in een paar klompen, door Bouke wel eens spottend oorlogsschepen genoemd.
En wat was die Murk toch een guitige vent, niettegenstaande zijn manke been, dat hij zóó met haar praten ging en vertelde wat hij wist, nog vóór vrouw Siderius dit te weten kwam. En weer keek zij hem aan, vlak. in het oog, oog in oog, nu zonder zich te bukken en te kleuren, en toen was het alsof er een uitwisseling plaats had, waarbij hij iets aan haar en zij iets aan hem kwijt gaf, wat nooit weer op te vorderen was en voor altijd eigendom van den ander bleef.
Vanaf dit oogenblik was hun verhouding tot elkaar anders geworden. Zonder dat zij dit behoefden te zeggen ; zij voelden het beiden en waren hierin één, ook als Murk niet op „Lucht en Veld" was. Meer dan ooit gingen zijn gedachten naar de boerderij, waar hij zooveel vertoefd had, maar nu om een andere reden dan voorheen, en als hij in het vrije veld was, blikte zijn oog onwillekeurig in de richting van „Lucht en Veld". Terwijl het voor Pleun de mooiste dag in de geheele week werd, waarop zij weer lustig en moedig werken kon, als Murk met zijn negotie in 't zicht kwam en op de boerderij verscheen. Geen minuut behoefde hij bij het hek te wachten, omdat zij 't al geopend had nog vóór hij hier genaderd was, en dan spraken hun oogen een taal, die zij beiden verstonden.
Natuurlijk kon dit op den duur niet verborgen blijven. De boerin was de eerste die deze ontdekking deed. Als Murk op komst was, veranderde Pleun. Dan werd zij druk en gejaagd of begon op haar manier te zingen, waarbij de melodie niet altijd even zuiver klonk, maar wel eens denken deed aan Japie van der Meer, toen die nog geen heilsoldaat was en soms zoo slingerend langs den weg kon gaan. 't Slingerde bij Pleun ook en soms leek zij geheel van de wijs te zullen raken, maar daarvoor was zij dan ook dronken, al was het in anderen zin dan bij Japie. Dat bemerkte vrouw Siderius nu sinds een week of wat, en dan óók nog iets anders. Dat soms dagen van te voren door Pleun werd opgenoemd wat men „nóódig" hebben moest, als Murk kwam. Wanneer zijn naam genoemd werd, was zij éen en al aandacht en meer dan voorheen bracht zij hem in 't gesprek.
„'k Weet niet, wat ik aan Pleun heb, maar ik geloof warempel, dat zij op haar ouden dag nog verliefd wordt", zei de boerin tegen haar man, toen de meid opnieuw aan het opnoemen geweest was van allerlei dingen, waaraan groote behoefte bestond. Haar schrobber was aan het eind, en de luiwagen kon niet meer gebruikt worden, en de morgen-trekpot was gescheurd, en daar lag maar één lampeglas meer voor het breken, en de eene emmer was zoo lek als een zeef. Binnenkort verjaarde haar zuster ; hoe de vrouw het vond, als zij deze met een mooi kopje met schoteltje vereerde of een doekspeldje, of een andere aardigheid.
Toen heeft de boerin zich niet meer goed kunnen houden. Plotseling kreeg zij een hevige lachbui, zoodat haar heele constitutie, zooals Siderius het noemde, in beweging kwam — en dat beteekende wat — en daarop sprak zij : „Weet je wat wij doen, Pleun ? We koopen straks de heele kar van Murk leeg". Wég was de meid, omdat zij begreep, ontdekt te zijn. 's Avonds kreeg de boer het verhaal.
„Heb je van je leven !" riep Siderius, en nam bij vergissing tweemaal een dikke pruim uit zijn koperen tabaksdoos. „Heeft die kleine Amor op dat oude hart nog een pijl gericht ? Daar is nu toch geen pot zoo scheef of er past wel een deksel op. Maar hier moet ik meer van weten".
En de daad bij het woord voegende, riep hij plotseling zoo hard hij kon, door de deur naar de keuken : „Pleun ! Pleun !"
Buiten adem kwam deze aandraven, denkend dat er onraad was. „Wat is er ? " vroeg zij onthutst.
Siderius zette een ernstig gelaat.
„Heb je ook van Murk gehoord ? " vroeg hij.
Opeens verschoot zij van kleur en werd bleek. „Van Murk ? Toch geen ongeluk ? "
„O neen, houd je maar kalm ; 'k wou maar eens weten hoe het met hem was", klonk het lachend.
Toen begreep zij alles.
„Loop naar de pomp", zei ze allesbehalve eerbiedig tegenover haar meester, en daarmede verdween zij even haastig als zij was binnen gekomen.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's