De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Heidelbergsche Catechismus (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heidelbergsche Catechismus (2)

Inleiding. (2)

6 minuten leestijd

Frederik III, sinds 1559 Keurvorst van de Paltz, een Duitsch landsvorst, was er over bedroefd, dat er in zijn rijk, dat hem toch van God, den Koning der Koningen was toebetrouwd, zooveel onkunde gevonden werd en zooveel verwarring heerschte, inzake den godsdienst en wat betreft de Schriftuurlijke Waarheid, die tot eere Gods en der menschen zaligheid en vreugd is geopenbaard.
Het was een zoo belangrijke tijd voor heel Europa, ja, voor heel de wereld. Oude banden vielen los. Nieuwe wegen werden overal geopend. En. daar gaf de Heere in Zijn grondelooze barmhartigheid een ontsluiting van de Schriften door de voorloopers van de Hervorming eerst, en toen door mannen als Zwingli, Luther en Calvijn, zooals nooit te voren nog was geweest! Zwitserland, Frankrijk, Duitschland, Nederland — ja, alle volkeren van Europa werden aangegrepen met een nieuw verlangen naar waarheid en recht. En de Kerk van Christus, verlost uit het diensthuis van Rome, werd weer gesteld in het midden der volkeren, als een pilaar en vastigheid der Waarheid.
Hoe verlangde de vrome Frederik III, zelf door Gods Geest geleerd, dat nu ook zijn volk zou worden onderwezen in de leer, die naar de godzaligheid is.
Er was wel belangstelling in zijn vorstendom. Ben frissche wind woei ook daar, in de Kerk, aan de Hoogescbool, onder het volk. De Geest des Heeren was ontwaakt. God was bezig om uit de duisternis over te zetten in Zijn wonderbaar licht. Maar hoe gering was de kennis! En dat, waar zoo velerlei leering zich aan de menschen kwam voordoen. Hoe zouden zij den rechten weg kennen en de dingen klaar en onderscheiden zien !
Het werd een ernstige vraag voor den vromen landsvorst, hoe hij zijn onderdanen inzake den godsdienst en de kennis der Waarheid een gids, een handleiding kon verschaffen. Opdat ze de zaligheid recht zouden leeren betrachten en ook voor alle terreinen des levens zouden weten, wat Gods rechten en inzettingen zijn. Want hij voelde : 't raakt het leven en het welzijn van land en volk en Gods eer en heilige Naam was er mee gemoeid.
Wat kon nu als middel dienen, om, ook vooral de kinderen, het opkomend geslacht, de rechte kennis der waarheid bij te brengen ? Niet een waarheid, bestaande uit dorre, levenlooze stukken, als waren 't stukken van hout of steen. Maar de levende waarheid, die tot de godzaligheid leidt, een iegelijk die gelooft.
Dan zou men ook kennis van zich zelf verkrijgen ; en kennis des heils, van troost en vrede. Dan zou men ook toegerust worden met kennis van de meest belangrijke vraagstukken van schepping, zondeval, verlossing, Kerk, Sacramenten, Koninkrijk Gods, eeuwigheid en toekomst. Dan zou men zich ook leeren verweren tegenover allerlei valsche leeringen, die juist in die dagen, dat de harten open gingen voor de waarheid Gods, allerwege werden geleerd en rondgebazuind, dikwijls onder de schoonste vormen en met de lieflijkste woorden.
De vrome Keurvorst dacht aan het woord des Heeren, bij Hosea gesproken : „Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is" (Hosea 4 vers 6a). En als een echte „Vader des Vaderlands" rustte hij niet voordat hij iets goeds gevonden had in deze, wat, onder beding van Gods genade, voor zijn volk tot een rijken zegen kon worden. Hij wilde een boekje hebben, dat in overeenstemming was met hetgeen de Heiland gezegd heeft: „Onderzoekt de Schriften, want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben, en die zij het, die van Mij getuigen" (Joh. 5 vers 39).
Dat verlangen hield de Keurvorst niet voor zich zelf alleen. Hij sprak er over met anderen, bijzonderlijk met twee bekende godgeleerden, waarvan er één hofprediker, terwijl de ander hoogleeraar was aan de Universiteit te Heidelberg, de hoofdstad van zijn land.
En in die twee mannen : Caspar 0levianus, de hofprediker, en Zacharias Ursinus, de professor in de godgeleerdheid, vond hij twee geschikte mannen om hem te helpen — gelijk Mozes voor den bouw van de tabernakel in Ahóliab en Bezaliël twee uitnemende medearbeiders vond. (Exodus 31 : 2—6).
Na veel over-en weerpraten, na veel mondeling en schriftelijk overleg en in goede samenwerking, kwam er, onder Gods genadig en voorzienig bestel, een boekje, waarin, aan de hand van de Schriften, gesproken werd, in 129 vragen en .antwoorden (1ste uitgave), over den weg der zaligheid, die gaat langs de drie stukken van: ellende, verlossing en dankbaarheid. Dit werd gedaan op dezelfde manier als Paulus dat doet in den Romeinenbrief en naar dezelfde werkwijze als Melanchton gevolgd was bij het schrijven van een uitlegging van den Romeinenbrief, waarin bijzonder op die drie stukken werd gewezen, maar aanleiding van den tekst: „Ik ellendig mensch, wie zal mij verlossen van het lichaam des doods ; ik danke God, door Jezus Christus mijnen Heere" (Rom. 7 vers 24, 25).
Daar liggen de drie stukken eenvoudig, maar helder en klaar voor ons : een ellendig zondaar, die de verlossing mag ontvangen en genieten in Jezus Chrlstus, om dan den Heere als een nieuw geboren mensch dankbaarheid te bewijzen voor die zaligheid.
God Zelf heeft er voor gezorgd, dat dit kostelijke vraag-en antwoordenboekje, dat van zoo onschatbare waarde bleek te zijn, ook in Nederland is gekomen. Oorspronkelijk was het een Duitsch hoekje. De naam „Heidelbergsche Catechismus" herinnert daaraan nog altijd. Maar terwijl het eerst in het Latijn en in het Duitsch gedrukt was, is het door den bekenden Petrus Datheen in (het Nederlandsch vertaald en tegelijk met zijn Psalmboek, in 1563, hier in de Noordelijke- en Zuidelijke Nederlanden (die toen één waren) verspreid, waar het door velen, in de dagen van de hagepreeken, met een blij hart en dankbare hand werd ontvangen.
In het zelfde jaar, dat de Catechismus is opgesteld, is hij ook in het Nederlandsch vertaald — zóó liefderijk zorgde de Heere ook hier voor Zijn Kerk ! — en sinds 1563 is. het ook óns leerboekje, dat een echt troostboek is en gaarne jongen en ouden wil helpen onderwijzen in de stukken der geloofswaarheid, naar uitwijzen van de Schriften.
Dat onze aloude Gereformeerde Kerk zich vrijwillig aan dit boekje gebonden heeft, komt, omdat onze Catechismus zoo'n kostelijke uitlegging en verklaring en toepassing geeft van hetgeen God Zelf in Zijn Woord heeft geopenbaard.
Niets anders wil de Catechismus doen, dan de Schriften uitleggen en Gods Woord ontsluiten, verklaren en toepassen. Zelf wil; hij niets zijn. Niet met eigen wijsheid komt hij. 't Gaat altijd weer om de goddelijke waarheden, ons in des Heeren Woord gegeven.
En daarom heeft dit boekje ook de eeuwen verduurd en zal het ook, naar we hopen en verwachten, nog tot in lengte van dagen het leer­ boekje blijven voor Kerk en School!
't Is een sleutel der Heilige Schrift; een beker om de Waarheid Gods ons te drinken te geven ; een plattegrond, waardoor het rondwandelen in de schatkameren van Gods heiligdom ons gemakkelijk wordt gemaakt. Het is de troost der ouden, de kroon 'der jongeren, het zwaard der strijdenden, de wegwijzer der dwalenden, een ladder met 129 sporten, die tot aan den hemel reikt.
[Wordt voortgezet.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De Heidelbergsche Catechismus (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's