De Predikantsvrouw.
Men zou in onzen tijd twee vrouwentypen kunnen onderscheiden. Het eene, dat opgaat en zich geheel bevredigd voelt in haar gezin of maatschappelijken werkkring en den daarmee samenhangenden levenskring, 't Is het type, dat haar heele wezen voelt in beslag genomen door de wereld der dagelijksche dingen, die in een vast tempo terugkeeren. Zij heeft geen innerlijke aandacht en dus geen tijd voor wat daarbuiten voorvalt en vindt het jammer en lastig, dat er toch een buitenwereld bestaat, waaraan zij door man, kinderen en couranten telkens wordt herinnerd. Zij geeft zich in den haar toevertrouwden kring met groote intensiteit, maar heeft neiging zich ermee te vereenzelvigen. Vaak weet zij een blije en rustige sfeer te scheppen.
Het andere type doet haar werk met niet minder liefde, geeft zich in gezin en werkkring met niet minder toewijding, maar op den achtergrond van gedachten-en gevoelsleven is een gespannen bezig-zijn ook met de wereld buiten eigen kring. Zij vindt die wereld niet lastig, maar weet eigen kring een deel van deze wereld, en de bewogenheid over 't eigene vloeit over in de bewogenheid over het wereldleven daarbuiten en omgekeerd. Zij ziet samenhang tusschen de verschillende bestaande levenssferen, ook tusschen verleden en heden en bouwt bewust mee aan een nieuwen tijd. Het ds het type dat vervuld is van een bijna te strak verantwoordelijkheidsgevoel, dat naast de rust en bevrediging in eigen leven kent de onrust over „de anderen". Alleen een sterke geest kan dit leven evenwichtig beheerschen en vaak tot een zeer groote energieontwikkeling voeren. Het zijn de menschen, die, als er belangrijk werk te doen ts, zich er nooit van-af-maken, maar dikwijls ten koste van eigen ontspannigstijd de gevraagde taak volbrengen. Men kan op haar rekenen en zij hebben geen last van „vergeten".
Een predikantsvrouw, die van beide typen iets in zich heeft, is een gelukkig mensch ! Al naardat het pastorieleven zijn eischen stelt, zal nu eens het eene, dan weer het ander type in haar op den voorgrond treden. De eene gemeente zal meer het eerste, de andere het tweede type waardeeren en in haar ontwikkelen, want ook de predikants vrouw wordt voor een groot deel door de gemeente gevormd.
Beide typen. Immers een pastorie moet zijn rustpunt door eenvoudige, natuurlijke, huiselijke gezelligheid, rustpunt voor gezins-en gemeenteleden ; m, aar een pastorie moet ook zijn brand punt, van waaruit vele lijnen loopen juist naar de buitenwereld. Er moet zijn : tevredenheid met het bestaande door innerlijke aanvaarding van het gegevene. Maar er moet tegelijk zijn : ontevredenheid door het bewogen-zijn over het onvolkomene in eigen èn anderer kring. En een predikantsvrouw, die nu eenmaal in dit pastorieleven een belangrijke plaats móét innemen, is er mee gebaat, wanneer haar aanleg dets 'van beide typen iS' zich vereenigt. Daarvoor is niet noodig, dat een predikantsvrouw angstvallig een gezet aantal uren per dag thuis is, want dat levert geen garantie voor een blije, rustige sfeer ! Evenmin dat zij in vele besturen zit, veel tijdroovend werk buitenshuis doet, zelfs niet dat zij een groot deel van haar huis altijd ter beschikking van gemeenteleden stelt. Wel is noodig een forsche, dragende liefde, tot wie op haar weg worden gebracht. Die liefde zal haar nu eens de telefoon zonder ergernis doen opnemen, al roept die haar vele malen achtereen uit haar werk, en die liefde zal haar dan weer geduld geven om de lange klacht van werkzoekenden of hulpbehoevenden tot het eind toe in zich op te nemen.
Een predikantsvrouw een belangrijke plaats in het pastorieleven ? Minder dan iemand zich kan voorstellen, heeft de predikant zelf gelegenheid zich aan eigen gezinsleven te wijden ! Hij toch moet gebruik maken van den vrijen tijd van anderen en is dus juist bezet, als zijn gezin bijeen is ; na schooltijd, theetijd, 's avonds. Zondagen, vrije Zaterdagmiddagen, maaltijden worden, net afgeknepen of net niet. En waar in ieder gezin Kerstdagen en Oud-en Nieuwjaar hoogtijden in het familieleven zijn, meestal met logé's, daar eischt het dubbel drukke predikantswerk in die weken ook dubbele voorbereiding en dubbele kracht. Juist op tijden als een ander na een jachtig uitgevoerde dagtaak zich neerzet om onder 't genot van een sigaar de krant eens door te nemen, is de dominee alweer op 't pad om catechisanten „die op geen ander uur kunnen komen", op te vangen en bij te werken, en de predikantsvrouw dB met of zonder de kinderen alleen. P.astorieromans, waarin van knusse rust, ellenlange gesprekken en wekenlange logeerpartijen verteld wordt, kunnen bijna naar 't rijk der fabelen verwezen worden. Alleen de humor en guitigheid van die boeken moeten in alle pastorieën tot in lengte van dagen blijven leven, omdat deze kurken zijn, waarop veel drijvend gehouden kan worden.
De predikantsvrouw en het alleen-zijn. Dit is in het leven van vele predikantsvrouwen het groote struikelblok ! Van October tot Paschen, globaal genomen, lederen avond, alleen in de huiskamer, tenzij mee naar bijbellezing, cursus, lezing, Zendingsavond, gemeentesamenkomst ed. (het ontspanningselement ontbreekt in een dergelijk leven te zeer). Alleen de Zondagavonden samen en dan nog geflankeerd door een stapel achterstallige couranten en lectuur. In geen enkelen anderen werkkring kan dit voorkomen ; met zorg wordt bij het opmaken van arbeidscontracten er op gelet, dat periodiek „vader 's avonds in zijn gezin kan zijn", het ploegenstelsel maakt dit mogelijk. Maar bij het predikantswerk is van deze afwisseling geen sprake : van October tot April heeft het predikantsleven iets van een continubedrijf, maar dan bediend door één vaste, doorwerkende garde. En in de groote steden zou dit continubedrijf eigenlijk door moeten gaan tot Juli, hoewel de zomermaanden aanmerkelijk verlichting geven voor hen, die niet bij kampeerwerk enz. betrokken zijn. Het meest drukkende is echter (en aan dezen druk zal het pastorieleven moeilijk ontkomen) dat ondanks alle werken, er toch steeds dingen onafgedaan moeten blijven liggen. Geen wonder, de „personeelsbezettiing van dit grootbedrijf" zou zeker verdubbeld moeten worden om aan eenigszins redelijke eischen, door het gemeentewerk gesteld, te kunnen voldoen. Dat de predikants-vrouw naar vermogen tracht de ontbrekende krachten aan te vullen, ligt voor de hand. Evenzeer dat deze leekenarbeid door den predikant het gemakkelijkst in het kader van zijn ambtelijk werk kan worden ingeschakeld : zij vordert geen extra tijd voor besprekingen, geen extravergadertijd ter voorkoming van misverstanden, enz. De gemeente vergete echter niet, dat zij geen recht op het werk van een predikantsvrouw heeft!
Alleen haar man is beroepen. Zij heeft slechts haar aanstelling tot mensch, tot vrouw, tot christen. En die zal haar aan werk doen bouwen, dat veelal niet door een willekeurig gemeentelid even gemakkelijk kan worden gedaan.
Als ooit twee menschen elkaars steun noodig hebben, dan wel predikant en predikantsvrouw in deze dingen.
Hoe vreeselijk het leven van een predikantsvrouw moet zijn, wanneer haar eigen leven niet gestuwd wordt door geloof, laat zich nauwelijks indenken. En dit kan voorkomen, want niet zij koos het beroep, zij werd gekozen door den man. Aan den man verbond zij zich vaak zonder eenige flauwe voorstelling van de eischen, die dit beroep ook aan haar zou stellen. Hier baat geen bezit van de tweeërlei aanleg! Waar het geloof ontbreekt, ontbreekt immers juist dat wat de talenten levend: en vruchtbaar doet zijn en een vreugde voor wie ze ontving ! Haar leven is hard, want het eischt groote, niet-verstane offers en het brengt eenzaamheid.
Maar voor wie de krachten van het Evangelie zelf kent, brengt het leven van de predikantsvrouw groote mogelijkheden ! Te mogen medearbeiden aan de vervulling van de meest reëele innerlijke behoeften van den mensch, daarbij aan te sluiten bij het verleden en te ziien naar de komende tijden, waarvoor ons leven medevoorbereiding is, zoo'n leven is rijkdom ! In de verwarring en tegenstrijdigheden van het leven van lederen dag te weten, dat er bestaat een „weg Gods", ook al is men door onwil en weerbarstigheid zelf hieraan niet toe, zoo'n leven is rijkdom !
Mevr. Waardenburg—Lindeyer.
[Algem. Weekblad.]
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's