De Heidelbergsche Catechismus (4)
Het land, waar het boekske geboren is. (3)
De Paltziscihe Kerk zou eenmaal de moeder der Hervormde Kerk in Duitschland worden. Maar Lodewijk, de Vreedzame, zag alles „vreedzaam" aan. Het zou drie en dertig jaar duren eer er een „doorbraak" zou komen.
In April 1518 — omstreeks zes maanden nadat hij de 95 stellingen te Wittenberg had bekend gemaakt — kwam Luther in Heidelberg. Ook daar liet hij 40 stellingen publiek maken (26 April 1518, welke stellingen (door Luther paradoxen genoemd) .betrekking hadden op den vrijen wil des menschen, de genade, het geloof, de rechtvaardiging des zondaars voor God, de goede werken en vooral de rechtvaardiging door het geloof, zonder de werken, volgens de leer van Paul s en Augustinus.
Het dispuut had plaats niet in de Hoogeschool — omdat de hoogleeraren en monniken zich er aan ergerden — maar in de kapittel-zaal van het klooster, in tegenwoordigheid van vele burgers, hovelingen, studenten, monniken, professoren enz. „Er was maar één roep over de scherpzinnigheid, rechtvaardigheid en zachtmoedigheid van Luther". „Door zijn korte en aan de Heilige Schrift ontleende antwoorden, brengt hij ieder in verbazing. Hij is een andere Erasmus, doch hetgeen deze slechts ingewikkeld te kennen geeft, leert hij onbewimpeld". (Bucerus)
„Zoo werd alhier door Luther" — schreef Capito in 1525 aan Zwingli — „de eerste steen gelegd voor den tempel der hervorming en de voortreffelijkste mannen, die hier werkten, kunnen wij als zijne geestelijke nakomelingschap toeschouwen ; een schoon toewijs, hoe belangrijk ook het korte verblijf van een groot en op christelijke wijze verlicht man is voor een Kerk en een oord, dat daar ontvangbaar voor is".
Onder de bekeerlingen van Luther behoorde vooral Butzer of Bucerus, een dominikaan, toen hofprediker van 's Keurvorsten broer Paltzgraaf Prederik. Hij was door zijn getuigenissen der Heilige Schrift en door zijne duidelijke en heldere bewijzen overwonnen en tot eene andere overtuiging gebracht. Wat Bucerus den volke predikte, verkondigde hij van den katheder bij de verklaring van het Evangelie van Mattheüs, en zóó groot werd welhaast de schare zijner hoorders, dat de gehoorzaal te klein werd.
Maar dat wekte tegelijk de woede op bij zijn tegenstanders en weldra moest hij zich stellen onder de bescherming van zijn meester, den Paltsgraaf. Toen deze hem niet langer beschermen kon, bood Frans von Sickingen hem op zijn slot een schuilplaats.
De Keurvorst was een vreedzaam man, die echter de twisten niet kon tegengaan en bedwingen. Maar hij was afkeerig van geweldige maatregelen en versmaadde den raad van Hendrik VIII. Koning van Engeland, om de ketterij te vuur en te zwaard uit te roeien ; en zijn oude Duitsche trouw en eerlijkheid deed hem openlijk zijn afkeer openbaren van het voornemen, om het aan Luther gegeven woord, te schenden, en hem als een anderen Huss te Worms ter brandstapel te verwijzen. „Het zou" — zeide hij „tot eeuwigen blaam en schande van den Duitschen naam strekken, indien het woord, niet slechts door den Keizer, maar door geheel het rijk aan hem gegeven, werd geschonden".
Maar uit vrees of staatsbelang — bleef de Keurvorst hinken op twee gedachten. „Hij kon niet kiezen tusschen Christus en den Keizer, en hij had, gelijk Pilatus, Christus wel willen los laten en de vriend des Keizers blijven".
De Universiteit te Heidelberg, door pauselijke brieven tot handhaving der oude leer opgewekt, was meer dan ooit gezind om met kracht zich tegen elke nieuwigheid, te verzetten.
De hoop van de Hervormden was nu op 's Vorsten broer Frederik, van den Opperpaltz en Neuburg. Deze had van zijn jeugd af aan een zwervend leven geleid, was reeds vroeg in 's Keizers dienst getreden en had steeds de belangen van het huis van Oostenrijk tegenover de Protestanten op de rijksdagen gehandhaafd, . Maar op dien te Augsburg, in toet jaar 1530, waren zijne oogen voor de waarheid geopend; was het hem duidelijk geworden, wie zij waren, die men zoó hardnekkig als ketters veroordeelde. Hij had hun geloofsbelijdenis hooren voorlezen, en van dien tijd afaan schaarde hij zich onder „de bezadigde Roomsch-Katholieke vorsten, die wenschten, dat de kerkelijke geschillen niet door het zwaard en door bloed, maar door gesprekken en toegevendheid mochten worden beslecht. Hij liet zelfs de hervorming in zijn Staten toe. Maar hij was een zwak vorst, een man van het oogenblik, die zich door de omstandigheden liet regeeren en aan de genietingen der aarde verslaafd was. In 1545 Keurvorst geworden, op zestigjarigen leeftijd, was en bleef hij een zwak vorst.
[Wordt voortgezet.]
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's