De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

19 minuten leestijd

DE PREDIKING DES WOORDS IN DUITSCHLAND.
Met groote belangstelling hebben wij acht geslagen op de uitgave „Bekenntnis Predighen" in Duitschland (Chr. Kaiser Verlag. München). Dat zijn preeken van belijdenisgetrouwe Duitsche predikanten als Asmussen, Beckmann, Cordier, Dietz, Kloppenburg, enz. Ieder die deze preeken leest zal zich er over verheugen, dat het Evangelie zóó in Duitschland verkondigd wordt. Dat is vroeger wel anders geweest. Maar de methode van de preek, meer nog de inhoud ervan, is heel anders geworden en veel beter.
Het heeft dan ook onze volle sympathie wat ds. Barkey Wolf, Geref. predikant van Den Haag schrijft in Timotheüs (Geïll. Weekblad, uitgave La Rivière en Voorhoeve, Zwolle) van 22 Augustus j.l., in een artikel : „Een indruk uit Duitschland", dat een naklank is op een vacantieverblijf aldaar.
„Het is genoeg, dat men maar naar de gezichten van de Dultsche menschen kijkt, om er van overtuigd te worden, dat Duitschland schooner en gelukkiger is geworden", heeft dr. Goeibbels onlangs gezegd. Dat neemt dr. Barkey Wolf zóó maar niet over. Hij zegt, dat hij, ook na zijn vacantiedagen, die hij als naar gewoonte in Duitschland doorbracht, niet in staat is om over Duitschland, in zijn tegenwoordigen toestand, te oordeelen. Maar „wat ik hier wèl wil doen, is uitdrukking geven aan wat mij diep getroffen heeft op één punt nl. de prediking in de Duitsche Kerken. Ik heb daar zulk een opvallende verandering aangetroffen in den loop van slechts enkele jaren, dat ik er hier m; et een dankbaar hart iets over wil vertellen".
En dan schrijft dr. Barkey Wolf ais volgt:
„Tot voor enkele jaren geleden droeg de prediking in de Duitsche Protestantsche Kerken over 't algemeen een sterk geprononceerd karakter: het was het karakter van een slappen, verzwakten Schleiermacheriaanschen geest. Ik herinner mij nog levendig de preeken, aangehoord in de Domkerk te Berlijn in de oorlogsjaren. Hoe arm waren die preeken over 't algemeen toch! Hoe lieten zij de menschen leeg in het ééne ding, dat de ongelukkige menschen noodig hadden! En ook in latere jaren had ik nog herhaaldelijk dien onbevredigenden indruk onder een preek, omdat de essentieele waarheden van het Christelijk geloof : het Kruis van Christus en het geloof in het werk van God er in ontbraken. De dominees hadden niet „in Paulus gebeten". Men kende Paulus nauwelijks meer. Men voelde het zoo duidelijk aan die predikers, dat zij nooit eens de steile berghelling van Paulus' gedachten hadden beklommen en zich ook innerlijk niet verwant gevoelden aan zijn denkbeelden".
De Duitsche dominees waren over 't algemeen zachte, vriendelijke predikers, met „fluweel in den mond", zooals Spurgeon eens zeide, maar zelden of nooit klonk er in hun stem iets als van staal of ijzer of donder. Dat is nu anders geworden.
„Wat mij opviel is in de eerste plaats, dat de politiek, die vroeger een overwegende plaats innam in de prediking, nu op den kansel vrijwel rusten blijft. Geen partij propaganda meer; geen verheerlijking van den Duitschen geest, van het vaderland of van den Führer, zooals vroeger schering en inslag was, maar een echte, Bijbelsche Evangelieverkondiging, die rechtstreeks: tot de harten spreekt".
„Wat mij ook zinnebeeldig toescheen voor de geestelijke kentering op de Duitsche kansels, was de keuze der teksten (van de „Belijdenispredikanten" n.l.). Driekwart van de preeken, die ik hoorde, hadden een tekst uit de brieven van Paulus tot uitgangspunt! Wat een omkeer ! Paulus, die zoolang in discrediet geweest is om zijn positivisme en om de theologie van het kruis, favoriet geworden op de Duitsche kansels! Hij blijkt den geest van de Evangeliedienaars tegenwoordig te voeden en deze voeden op hun beurt met Paulus' geest de gemeente".
Een heele verandering van de preek dus. En óók veel meer belangstelling in de gemeente voor de prediking van het Evangelie ! Dat is een dubbele zegen.
„Het verhalend karakter, dat de Duitsche preek vroeger zoo sterk kenmerkte, is bezig te verdwijnen en door een sterk dogmatischen inslag vervangen te worden. De preeken lijken mij steeds meer substantieel te worden, terwijl het merkwaardige is, dat de Kerken er niet minder vol, maar juist omgekeerd veel voller bij worden. Het prachtige kerkgebouw in Freudenstadt was, volgens den koster, 15 jaar geleden, niet voor de helft bezet. Tegenwoordig kan het de scharen 's Zondags bijna niet bevatten. Ook de Bijbellezingen trekken 's Woensdagsavonds veel menschen".
Ook van het dorpje KIosterreichen-bach wordt meegedeeld, dat de Kerk vol stroomt sedert er een jonge predikant staat, die het Evangelie in den geest van Paulus, Luther en Calvijn predikt.
Zoo is er een heerlijke opleving, geestelijk en kerkelijk, waar te nemen, welke den christen uit het buitenland, die Duitschland bezoekt, met hartelijke belangstelling en dankbaarheid vervult !
„Deze vreeselijke tijd", zoo schrijft dr. Barkey Wolf ten slotte, „is niet enkel oordeel, maar ook voordeel voor de Duitsche Christenen. God doet Zijn kinderen in dit land rijkelijk den zegen der beproeving, die kostelijker is dan goud, ervaren".
„Wij lezen, dat er op de plaats waar Christus gekruisigd werd, een hof was. Ben paar akelige kruisen ! Alles donkerheid en verlatenheid om den Man van Smarten, die er sterft. En toch, op diezelfde plaats een hof, waarin de winden spelen en de bloesems hun kleurige pracht vertoonden.
Ook in Duitschland een kruis. En dat kruis is bang en zwaar en donker.
Maar ook een hof. Een hof rondom het kruis. Een hof, met het Kruis als middelpunt.
„De schapen van de kudde dringen nauw saam, nu de hemel vol wolken wordt!"
Zij 't óók bij óns zoo. De nood is groot. De Heere zij ons genadig.

HET SAMENGAAN VAN SOCIALISTEN EN COMMUNISTEN
In de nieuwsbladen heeft het volgende bericht de ronde gedaan :
„De leider van de Belgische Arbeiderspartij, Minister Vandervelde, heeft in een pers-gesprek verklaard, dat de fusie van de sociaaldemocratische en communistische partijen in België alleen nog een kwestie van tijd is. Deze fusie zal, ook op het internationaal terrein, worden nagestreefd. In dit verband wees Vandervelde op de principieele samenwerking van socialisten en communisten, welke reeds in Frankrijk en Spanje is bereikt, terwijl de mogelijkheid van een soortgelijke fusie ook in Engeland, Zweden, Nederland, enz., waar zij vroeger op een onverzettelijke oppositie stuitte, door de leiders van de arbeiderspartijen wordt bestudeerd. Persoonlijk, aldus Vandervelde, ben ik geenszins een tegenstander van een unie der twee internationales, doch het ligt voor de hand dat een volledige fusie in alle landen slechts geleidelijk en na vrij lange en misschien nog moeilijke onderhandelingen te bereiken zal zijn".
Men ziet dus welke richting we uitgaan !
In Frankrijk heeft het Communisme en bolsjewisme z'n triomfen behaald. In Spanje zit achter de huidige regeeringspartij (hoe lang nog ? ) het Russisch communisme. En nu verklaart minister Vandervelde, de leider der Sociaal-democratische arbeiderspartij in België, dat het daar ook maar er toe komen moet, dat communisten en socialisten gearmd verder opmarcheeren.
De laatste gebeurtenissen in België wezen er reeds lang op, wie hier aan de touwtjes trekken. En de allerlaatste dingen laten het nog duidelijker zien : het gaat al meer en meer de kant van het Bolsjewisme uit. Niets ds meer veilig.
„De moeilijkheden in het militaire kamp van Beverloo" (België) zijn ook niets anders dan het werk van communistische raddraaiers. Reeds geruimen tijd, feitelijk vanaf het oogenblik, dat het wetsontwerp tot verlenging van den diensttijd werd aangenomen, werd van communistische zijde getracht de militairen tot ontevredenheid op te ruien en in kampen en kazernes ongeregeldheden uit te lokken. Tot voor korten tijd bleef het bij allerlei „kwajongensstreken*', die wel niet in militair verband toelaatbaar zijn, doch die op zichzelf geen ernstig karakter droegen. Maar de laatste dagen lekten allerlei dingen uit, die er op wezen, dat men het plan koesterde de gang van zaken in het kamp van Beverloo heelemaal in de war te sturen. Men zou van plan geweest zijn de levens-middelenmagazijnen en de keukens in brand .te steken ! Donderdag 13 Augustus zijn toen zes communistische raddraaiers in arrest genomen, waarbij bleek dat zij ook andere wapenen hadden dan die tot hun uitrusting behooren. Opruiing en opwekking tot dienstweigering was reeds herhaalde malen voorgekomen en daarom heeft men nu ingegrepen.
Met zulke dingen nu voor oogen zegt de leider der S.D.A.P. in België, dat socialisten en communisten maar samen moeten gaan. Zooals in Frankrijk en in Spanje, zóó moet het ook in België worden ; ook in Nederland ; ja, overal.
Men zij, meer nog dan vroeger, gewaarschuwd voor het communistisch gevaar ! En al de allures van de Socialisten zijn allerminst te vertrouwen, noch hier, noch in andere landen.
De beginselen werken door. En de beginselen, de grondbeginselen, van communist en socialist, zijn dezelfde ! Dan kruipt het bloed waar 't niet gaan kan. Waarbij Rusland heimelijk en in 't openbaar z'n machtige invloed laat gelden ! Zie maar op Spanje ! En op Mexico!
WAT IS HET COMMUNISME IN WERKELIJKHEID ?
Prof. Sebestyèn, hoogleeraar aan de Geref. Theol. Hoogeschool te Budapest, heeft zelf alles meegemaakt, wat zich in Hongarije afgespeeld heeft. En in zijn mooie boekje : ,,Het Communisme in z'n ware gedaante" vertelt hij dan ook, wat nu het Communisme, dat zoo mooi schijnt, in werkelijkheid is.
Het is niets anders dan het zuivere revolutionaire Marxisme.
Theologisch is het: het totale atheïsme en bewust goddelooze ongeloof. Philosophisch : het puur materialisme. Ethisch : de totale ommekeer van de christelijke beginselen en de proclamatie van „het evangelie van den haat". Het is de practijk van de zedelijke anarchie. Cultureel: de vernietiging van alle idealistische en wezenlijke cultuur en de wederopleving van het ruwste barbarisme. Economisch : de vernietiging van het privaat bezit en de geheele structuur van het tegenwoordig leven. Sociologisch: de vernietiging van het organische leven der maatschappij ; en in de 7de plaats beteekent het Communisme Politiek: de terreur van het proletariaat en de tyrannic van klassenhaat, wraakzucht, hebzucht en gewetenloosheid.
In Hongarije geloofde men dat niet. En men ontving het Communisme als iets nieuws, komende met vele mooie beloften. Maar zooals overal, ging het ook daar : alles werd omgekeerd en wat er voor in de plaats kwam was allervreeselijkst.
Op politiek gebied: zij vernietigen de oude staatsorde. De Koninklijke familie wordt weggejaagd, of zelfs desnoods vermoord. Het parlement uit elkaar geslagen; de voornaamste vroegere leiders van het land in hechtenis genomen of vermoordt Het geheele leger en de burgermaatschappij wordt ontwapend en de sociaaldemocratische arbeiders en communisten van kop tot teen gewapend. De gevangenissen en tuchthuizen worden geopend, omdat naar hun meening daar meestal de martelaren en slachtoffers van de vroegere kapitallstische maatschappij ingekerkerd waren.
Zoo gebeurde het dan ook, dat b.v. in Budapest, tijdens: de Sovjet-regeering, de beruchtste moordenaars, inbrekers en oplichters, leidende personen geworden zijn in de regeering. Enkelen van hen zaten ook in den hoogen raad van justitie en hebben officieele vonnissen uitgesproken.
Ook op maatschappelijk gebied kwamen allerlei verrassingen. Het verschijnen van alle burgerlijke couranten was verboden ; alleen de organen van de vroegere soc-democraten en het communisme mochten blijven.
De dictatuur en de terreur werd geproclameerd en de wildste ophitserij tegen de burgermaatschappij was begonnen. In de „roode" couranten b.v. heeft men bijna dagelijks kunnen lezen : „Er is nog te weinig bloed vergoten !"
Overal kon men verraders en spionnen verwachten, zoodat het 't veiligst was de uiterste omzichtigheid te betrachten. En de vreeselijkste berichten werden verspreid inzake moorden, plunderingen, brandstichting, roof enz. terwijl de gruwelijkste mishandeling plaats vond van de burgerij en het schandelijkst optreden tegen vrouwen enz.
Op economisch gebied werd aanstonds geproclameerd, dat er geen privaat bezit meer bestond. De banken werden gesloten en hun geld in bezit genomen. Ook de grond en de huizen waren van meet af aan het algemeen eigendom, der maatschappij ! Meer dan twee kamers mocht geen familie hebben. In de andere kamers moesten dan proletariërs wonen. En zoo gebeurde het, dat in de prachtige kasteelen en heerenhuizen en woningen van vlijtige, stille burgers de proletariërs zijn gaan wonen en in de mooiste salons zijn dikwijls fornuizen, waschtobben enz. enz. geplaatst, terwijl het leven van de vroegere eigenaars met allerlei opzettelijke en boosaardige plagerij onmogelijk werd gemaakt. Er zijn ook troepen Van rechercheurs van roode soldaten gevormd, die de woningen van de burgers en van den adel gingen onderzoeken. ledere familie, die niet proletarisch of sociaal-democratisoh was, moest een deel van de kleeren, ondergoederen, schoenen enz. aan de proletariërs overlaten. Ook alle effecten en juweelen van eenige waarde moesten ingeleverd worden. De safe-loketten in de banken met hun geheelen inhoud werden in toeslag genomen. De kelders werden overal onderzocht om de voorraad levensmiddelen, brandstoffen enz. te controleeren. Wapens mochten bij burgers niet gehouden worden. Piano's, orgels enz. werden opgeschreven om weggenomen en aan de proletariërs uitgedeeld te worden. Beroemde schilderijen, meubels, bibliotheken enz. werden tot „publiek eigendom" verklaard, gesloten of vernietigd.
„Alles behoort u !" was de leuze aan 't adres van het proletariaat. „Alles behoort ons !" lag op de lippen van de machthebbers. De burger mocht geen privaat bezit hebben; alleen de proletariërs ; die mochten alles hebben ! En zoo gebeurde het, dat de prachtstukken van meubelen, piano's, schilderijen, kleeren enz., van de rijke burgerfamilies en van den adel, later in de woningen van sociaal-democratische en communistische arbeiders zijn terug gevonden, met tal van „gestolen voorwerpen".
Nu moet men zich eens indenken hoe al die onderzoekingen in de privaat-woningen door de roode rechercheurs toegingen!
Nooit had men van deze roode elementen rust. Zij kwamen zeer dikwijls in den nacht en ruw en brutaal traden zij overal op. Niemand was z'n leven zeker, niets was meer z'n eigendom.
Vreeselijke weken en maanden zijn doorgemaakt ! ledere keer als de bel ging, werden de zenuwen geschokt, want nooit wist men wie er kwam en wat er ging gebeuren. Om levensmiddelen, kleederen, ondergoederen, juweelen, geld, wapens enz. vroeg men telkens weer. Steeds werd men „aangeklaagd" allerlei in bezit te hebben, dat verboden was. En de gevangenis wachtte, met de vreeselijkste plagerijen en pijnigingen. Dolk of galg moest men verwachten. En het is waarlijk geen wonder, dat er talloos vele zenuwzieken waren.
Daarbij kwam de honger. Er was langzamerhand geen brood, geen vet, geen suiker, geen melk, geen vleesch meer. Aardappelen waren er in heel Budapest niet meer te krijgen. En dan de angst: hoe lang zal dit alles nog duren ?
Kleine kinderen, oudere menschen stierven van honger. Allerlei nieuwe bepalingen wat geld en handel betreft kwamen er, die het leven totaal omgekeerd hebben. De huwelijken werden feitelijk losgemaakt en de scheidingen uiterst vergemakkelijkt. Onrijpe jongens en meisjes konden door eenvoudige aanmeldlng getrouwd worden. Buitenechtelijke kinderen werden met de echtelijke geheel op één lijn gesteld.
De justitie werd geheel nieuw georganiseerd en de rechtspraak (? ) werd geheel geschoeid op de beginselen van de klasse-politiek.
Geestelijken, predikanten, priesters, monniken enz. werden met krankzinnigen op één lijn gesteld, werden staatsgevaarlijk geacht en kregen in de nieuwe communistische maatschappij geen burgerrecht, en dus ook geen stemrecht!
De opheffing van het privaat bezit en de doorvoering van de principes van vrijheid, gelijkheid en broederschap hebben heel 't economisch leven omgezet en de bloeiende bedrijven ten slotte vernietigd.
Het Communisme doodt de persoonlijkheid en komt alles en allen dwingend, onderworpen maken aan het recht van den sterkste. De „gevangenisstaat" moet alles doen en schrijft alles voor aan allen. En zoo heerschte de zedelijke en cultureele anarchie, wat alles tot een chaos maakte.
Is het wonder, dat men in Hongarije huivert Voor het Bolsjewisme, dat overal z'n kop opsteekt en uit de volkerenzee opkruipt als het satansbeest met zeven kappen en tien hoornen, van buiten en van binnen vol van Godslastering ?

CONCENTRATIE VAN CHR. SCHOLEN.
De liberale heeren hebben geen geduld, blijkens de zoet-lieve vragen van den heer Fortuijn Drooglever, lid der Eerste Kamer, om te wachten op het woord dat de Regeering zelve spreken zal als de Staatscommissie, in zake de Scholenconcentratie benoemd, rapport heeft uitgebracht.
En nauwelijks had de Rotterdamsche burgemeester z'n vragen gesteld of de N. Rott. Ct. deed er in een hoofdartikeltje nog een schopje boven op !
Natuurlijk gaat het ook nu weer naar de oude beproefde wijze van redeneeren : er zijn openbare scholen opgeheven, nu moeten er ook bijzondere scholen worden opgeheven!
Als de eene jongen die veel te veel heeft wat moet teruggeven, omdat hij te veel, veel te veel heeft — schreeuwt hij gewoonlijk moord en brand en roept dan : „maar dan moet hij ook teruggeven !"
Ook als die „hij" veel, veel minder heeft dan die brutale slokop
De voorstanders van de openbare school doen nog altijd, of zij alléén recht hebben. Zij eerst en zij liefst alles.
Bn als ze nu moeten missen b.v. 229 scholen, waarvan 100 eemmansscholen en 51 met slechts 20 of minder leerlingen, dan schreeuwt men moord, en brand en roept: maar dan moeten er óók zooveel bijzondere schalen worden opgeheven !
Terwijl er in werkelijkheid zulke kleine bijzondere scholen niet zijn!
Wij moeten ons door al het geschreeuw van de linksche heeren en dames niet al te zenuwachtig maken.
Wij gaan geen scholen opheffen, omdat de vrijzinnig en dat eischen. Wij zullen het alleen doen, indien we in strijd met de wet zijn met onze scholen. Overigens willen wij onze vrije scholen houden, als ze zijn overeenkomstig de bepalingen van de wet, die de vrijheid van het onderwijs waarborgt.
Wij deelen met onze bijzondere scholen in al de bezuinigingen van het openbaar onderwijs. Dat is rechtvaardig. Dat willen we en zullen we dragen (als men ons ook daarin maar niet soms er tusschen wil nemen !).
En overigens willen wij zooveel mogelijk onze Scholen met den Bijbel houden, als we daarmee zijn in de lijn van de Wet.
Zeker magen wij geen misbruik van de vrijheid, die wij genieten. maken
We mogen maar niet luk raak een school gaan stichten, omdat b.v. anderen het ook doen. We mogen geen school gaan stichten uit oorzaken van tweedracht en verdeeldheid, zonder prlncipieele basis. Daarvoor is de School-wet niet. En daarvoor moeten we en mogen we de Schoolwet ook niet gebruiken.
Maar overigens moeten wij onze grondwettelijke rechten verdedigen en handhaven. De vrijheid van het onderwijs moet blijven.
Onze vrijheid worde intusschen geen bandeloosheid en roekeloosheid. Vooral nu niet.
Laat ons daarvoor waken. Heel ernstig!

KOHLBRUGGE
De reis naar het Wupperdal (3).

Hier .in het Wupperdal werd de Heilige Schrift niet alleen onderzocht door de predikanten of de theologen. Bijbelkenners waren er in overvloed. Mannen als de leerhandelaar Ball, zijn buurman Muller en de van der Heijdts wisten nauwkeurig te beoordeelen of een preek in overeenstemming was met de Schrift en werkten reeds daardoor mede tot den bloei van een krachtig gemeenteleven. Hier wist men nog, hoe een naar Gods Woord gereformeerde gemeente er moet uitzien.
Gottfried Daniël Krummacher heeft zich buitengewoon verdienstelijk gemaakt door de verbreiding van de nieuwe geest in de kerkelijke gemeente. Hij was een bijna ontoegankelijke natuur, een persoonlijkheid, met veel eigenaardigheden en zonderlingheden, een eenzame vrijgezel, over wien tot nu toe prachtige anecdoten verteld worden. Zelf zou hij er wel nooit aan gedacht hebben, zich met een profeet te vergelijken, maar Kohlbrugge had niet heelemaal ongelijk, wanneer hij de naam van Gottfried Daniël Krummacher tegelijk met die van Elia noemde. Wij vinden allerlei eigenschappen van Elia bij dezen man terug, vooral het reformatorische van den profeet.
Gottfried Daniël Krummacher verrast telkens weer, hoe meer men hem leert kennen. Ondanks de geslotenheid, van zijn karakter werden allerlei menschen van de meest verschillende godsdienstige gezindheid door hem aangetrokken.
De mystici meenden evenzeer door hem bevredigd te worden als de aanhangers van een nuchtere, kerkelijke, zakelijke vroomheid. De Piëtisten met hun afkeer van al het confessioneele vereerden hem evenzeer en luisterden gaarne naar zijn preeken over de „Worsteling en overwinning van Jakob" en over „de omzwervingen van Israël door de Woestijn", als de uitgesproken confessioneele christenen, die wisten, dat niets de Kerk zou kunnen helpen dan alleen terugkeer tot de reformatoren en tot hun prediking van Gods vrije genade en verkiezing. Dat Kerk en opwekkingsbeweging niet, zooals elders zoo vaak het geval was, naast elkander stonden zonder eenig onderling verband, maar in het Wupperdal elkander juist wederkeerig beïnvloedden en op elkander inwerkten, dat had men vooral te danken aan Gottfried Daniël Krummacher en zijn naaste vrienden. Toen deze „oude" Krummacher in Elberfeld kwam, geroepen door de kringen, die meer nog dan door de geest van Tersteegen door het woord van Calvijn aangeraakt waren, geroepen vooral door Wilhelmina van der Heydt, hield hij zijn eerste preek over het woord van Paulus : Niet dat wij heerschers zijn over uw geloof. Hij heeft een gemeente vergaderd van mannen en vrouwen, die in alle ernst er aan dachten hun verkiezing vast te maken.
Men heeft te weinig oog gehad voor de diepte en warmte, die in zijn ziel woonde. Typeerend in hem was zijn liefde voor de waarheid, die al het onware, in het bijzonder op godsdienstig gebied, tot in het diepst van zijn ziel haatte.
Alleen tot deze Krummacher heeft Kohlbrugge zich innerlijk aangetrokken gevoeld. Kohlbrugge kon met zijn prediking aansluiten aan de verkondiging, die Elberfeld nu sedert jaren van de oude Krummacher te hooren kreeg. In Gottfried Daniël Krummacher heeft zich het worstelen van de gemeenten te Elberfeld en Barmen om kerkelijke vrijheid en zelfstandigheid belichaamd. Hij was meer dan een figuur in de opwekkingsbeweging ; hij was een man van de Kerk, die de Kerk als zoodanig naar Gods Woord Ingericht wenschte te zien.
Krummacher had aan het liberalisme van zijn tijd de oorlog verklaard en zich liever als een mysticus, als een antinomist, als een, die in het tuchthuis behoort, laten beschimpen, dan dat hij de zuivere leer der Kerk liet verwoesten. Hij had ondervonden, dat Christus prediken ten allen tijde een gevaarlijk ding geweest is. Had hij zich niet de persoonlijke haat van zijn collega's, de grimmige toorn van den burgemeester en van een liberale burgerij op den hals gehaald, toen hij er voor opkwam, dat Kerk en politiek gescheiden moeten blijven en dat de Kerk haar aangelegenheden zelf te regelen heeft? Moest hij zich niet de vervolging door de Kerk zelf laten welgevallen, toen hij geen andere macht m geestelijke zaken wilde erkennen dan de Kerkeraad en de Synode, toen hij strak en stijf vasthield aan de Gereformeerde, op Gods Woord, gegrondveste en naar dat Woord georganiseerde presbyteriale en synodale Kerk aan de NederRijn ?
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's