De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

11 minuten leestijd

Een lastig karakter.
In de Belgische Kerkbode van Antwerpen stond dezer dagen onderstaand artikel, 't Is in België al net als bij ons, en bij ons als in België. Lees maar :
„Inderdaad, we ondervinden het wel" aldus ds. Homan te Antwerpen „dat er, evenals in andere landen, ook in België lastige karakters zijn. Het zijn kruidjes-roer-me-niet, die bij het minste of geringste, verstoord zijn ; moeilijke menschen, een ploeg voor zich zelf, voor de huisgenooten en voor anderen, 't Is met het humeur van deze menschen , als met een heel fijne balans, waarvan een der schalen al doorslaat, zoo er maar een stofje op valt. Ge kunt met uw vinger niet naar hen wijzen, of ze stuiven op als buskruit. Weeg toch ieder van uw woorden op een goudschaaltje ! Dat oog begint zoo onheilspellend te flikkeren. O, pas toch op ! Weet toch goed, wat ge tegen den man, tegen de vrouw zegt. Is het maar niet beter uw mond te houden ?
Deze brave menschen, zelf uiterst prikkelbaar, schijnen het niet erg te vinden, anderen te prikkelen. In dit opzicht toonen ze een merkwaardige nonchalance. Ze zijn buitengewoon vrijmoedig in hun critiek, jammer genoeg, meestal afbrekende critiek. Ze oefenen critiek uit op hun medeleden, op toestanden in de gemeente, vooral op den dominee. „De dominee doet geen huisbezoek genoeg. Hij leeft niet mee met de menschen. Wat zit er eigenlijk in zijn preeken ? De gemeente holt tegenwoordig achteruit. Ds dominee doet zijn best niet, om Roomsch-Katholieken voor het Evangelie te winnen. Wat doet hij eigenlijk met al zijn tijd ? Er moet noodig een nieuwe predikant komen !" Enz. enz. ! Maar de man, die elders critikeert, brengt zelf nóóit iets tot stand, dat tot waarachtig heil van de gemeente is. Stelselmatig ontwijkt hij alle verantwoordelijkheid. Als het ons een enkelen keer gelukt, den man over te halen, zich voor een werk in de gemeente beschikbaar te stellen, dan moet er niet de minste kink in den kabel komen, of onze vriend trekt zich ten hoogste gebelgd terug. Kink in den kabel, zeide ik los lusje in een zijden draadje, ware beter gezegd. Hij stelt zich zeer ontstemd aan, doch is innerlijk wat blij, dat hij een voorwendsel heeft gevonden, om zijn taak neer te leggen. Nu kan bij weer, naar de lust van zijn hart, zijn oude plaats in het kamp van het geheim of openlijk verzet innemen, 't Is een grillig, achterdochtig, twistziek mensch, onaangenaam tot in het merg van zijn gebeente. Ge kunt er aan doen wat ge wilt, 't is alles boter aan de galg gesmeerd Al zoudt ge hem in een pot met honing onderdompelen, hij blijft even zuur en wrang als tevoren. Een ongenietbaar mensch. Een volmaakt stekelvarken. Er behoeft niet eens gevaar te dreigen en toch heeft hij al zijn stekels overeind. Dat schijnt zoo zijn gewone dagelijksche dracht te zijn.
Natuurlijk mag je zoo'n man nooit naar de maan wenschen. Stel je voor, dat een Evangeliedienaar zoo iets deed. Maar wel wil ik belijden, den man meermalen naar het bosch te hebben verwenscht. Ik meen toch, dat daar de stekelvarkens thuis behooren.
Vriend Stekelvarken, houd toch op met al uw prikkels overeind te zetten en zoo, lederen dag, rond te loopen. Laat ook dat voortdurend geknor achterwege! Dat is allemaal goed voor het bosch, maar niet voor een woonhuis en nog minder voor een christelijke gemeente.
En dan, oefen ook eens wat critiek uit op u zelf. Ge hebt daar toch van binnen een klein tikkertje zitten ? Zegt u dat nooit wat ? Ik wil niet den staf over u breken, maar wel weet ik, dat niet allen zoo gunstig en grootmoedig over u oordeelen als gij zelf doet.
Wat ik vraag, is dit: dien de gemeente des Heeren ! Dien haar met loutere bedoelingen! Sla mee de hand aan den ploeg! Duw mee aan het karretje ! Kunt ge zoo gauw nog niet toegeven ? Welnu, luister dan ! Een zware wagen werd door een os, langs een modderigen weg, voortgetrokken. De assen der wielen steunden en zuchtten geducht, waarop de os zich omkeerde en deze woorden sprak : „Hola, daar ! Waarom zoo'n leven gemaakt ? Ik doe al den arbeid en toch steun en zucht ik niet. Waarom steun jij? "
Zij, die in onze gemeenten het minste doen, klagen het meest. De gave van te knorren bezitten zij het best, die de minste talenten bezitten, of, wat ze hebben in een zweetdoek verborgen houden. Wilt gij zoo'n mensch zijn ? Dan zal eenmaal ook u het woord gelden : „Werpt den onnutten dienstknecht uit in de buitenste duisternis !" (Matth. 25 vers 30).
Hoe wensch ik u de prijzende woorden toe uit hetzelfde hoofdstuk, vers 21 en 23 : „Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal Ik u zetten ; ga in, in de vreugde uws Heeren".
Broeder, wilt ge het 'bovenstaande, dat u, in den geest der liefde, gezegd wordt, niet in ernstige overweging nemen ?
Zijn er zoo ?
In het laatste nummer van „Onze Kinderen", een maandschrift over de opvoeding, uitgegeven bij Stenvert, in Meppel, gaf de heer Stemerding een schetsje van een gezin, waar moeder het 's morgens bij de ontbijttafel al te kwaad had. Zij gaf haar kinderen boterhammen, maar die waren nooit goed. Als er kaas op gelegd was, wou de een liever ham, de ander liever stroop. Als moeder er melk bij gaf, hadden ze liever thee en deze moeder was zoo dwaas, maar telkens weer naar de zin van de kinderen te handelen. Was de vader daar dan niet bij, om aan dat gezeur een einde te maken ? Ja, hij was wel aanwezig, maar hij had het ontbijt uitgekozen om tevens zijn krant te lezen. Zoo merkte hij weinig van wat er om hem heen gebeurde, 't Is niet onmogelijk, dat moeder maar wat gauwer toegaf aan de kinderen, om geen stoornis te brengen in de lectuur van vader.
Nu vraag ik : Zijn er zoo ? Stemerding verzekerde, dat er heusch wel zulke gezinnen waren, waar het 's morgens zoo toeging. En ik durf het niet tegenspreken. Er zijn inderdaad moeders, die maar al te veel luisteren naar wat de kinderen believen. Daar zijn ze al mee begonnen toen de kinderen erg klein waren. Moeder moet de regel brengen in het leven van de kinderen, van eten en drinken, van slapen, van kleeding, van uitgaan. En ga nu maar eens na, aan hoeveel moeders dat mislukt, vooral wanneer de kinderen wat grooter worden. Dan is het vaak niet zoo, dat de kinderen wat mee te zeggen krijgen, maar moeder heeft niets meer te zeggen. Van dat eten hadden we boven al een sprekend voorbeeld. Op die manier komen er ook zooveel menschen, die dit niet lusten, en daar niet van eten. Heel vaak is de grond voor zulke liefhebberijen gelegd in de jonge jeugd van de kinderen. Men doet verstandig ze alles te leeren eten. Maar dat krijgt men natuurlijk niet gedaan, wanneer men voor ieder weer een apart gerechtje heeft. Er staan bij sommige menschen allerlei potjes te vuur, om toch maar ieder te gerieven, en daarmee worden de kinderen van jongsaf bedorven.
Een gezonde jongen eet wat de pot schaft en als de één op een keer eens wat minder neemt, omdat hij er niet zooveel van houdt, welnu, dan eet hij de volgende maaltijd wat meer : hij heeft honger gekregen. Als moeder het uit misplaatst medelijden maar niet wat anders geeft en tusschen de maaltijden in hem met dit en dat verwent.
En gaat het in vele gezinnen wel regelmatig toe met het naar bed gaan van de kinderen ? Dat is een heele strijd bij sommigen, vooral met de zomertijd, als het 's avonds nog zoo licht is. De kinderen willen nog graag een beetje blijven spelen en o, wee, als moeder eens een beer toegeeft. Dan wordt het een zeuren, elke avond weer. Laat ze wijzer wezen. Eerst wordt er goed overwogen, hoe laat de ^kinderen moeten slapen. Een flinke slaap is voor de gezondheid, een van de eerste voorwaarden. En daarbij gewent ook de mensch aan vaste tijden. Dat weet ieder wel, die op leen vast uur moet opstaan. Daarom moeten de kinderen hier ook aan vaste tijden gewennen. En diep in mijn hart heb ik altijd de moeders beklaagd, die zoo'n halve, 't komt zelfs voor een heele avond, met half slaperige kinderen omzeulen, alleen maar, omdat ze nog niet naar bed willen.
En dan de kleeding ! Wat is dat een punt van discussie voor menige moeder, vooral met de meisjes. Daar is geen tevreden stellen aan de eischen van de kinderen. Ze zouden altijd met 't mooiste willen loopen. En daar hebben dé vriendinnetjes ook heel wat in te zeggen. Daarom is 't vóór alle dingen van belang, dat moeder ook hier goed weet, wat ze wil. Wanneer ze eenmaal aan het toegeven is, vindt ze geen eind meer. Daarom vaststellen bij zich zelf, wat de kinderen, aan zullen trekken, dat gereed leggen en daarmee uit. Daar gewennen ze ook gauw genoeg aan. 't Is bovendien van belang, aan de Meeding bij de meisjes niet te veel aandacht te geven. Daar is al heel wat ijdelheid mee gekweekt. Er wordt te veel aandacht gegeven aan dingen, die dat niet waard zijn. Moeder weet dat ook wel, maar 't is zoo moeilijk de lijn strak te houden tegenover de kinderen. Ieder moet hierin goed weten, hoe ver hij kan gaan. Wie de kinderen te weelderig kleedt en dan op de voeding moet bezuinigen, doet een dwaas ding.
En nu moet ik ook nog een woordje zeggen over dien vader, achter zijn krant, 'k Zou in het bovenstaande haast de schijn op mij laden, alsof ik alle verantwoordelijkheid zou willen laden op de moeder. Maar de vader gaat allerminst vrij uit. Er heerscht bij sommige vaders wel de gedachte, dat de vrouw maar voor de kinderen moet zorgen. Daar kan hij zich niet mee bemoeien, als hij ook eens een oogenblik thuis is, en sommige moeders trachten in die oogenblikken maar zooveel mogelijk de moeilijkheden te verbergen : de man kan zoo driftig uitvallen, als er eens wat is. En zoo zitten sommigen daar dan veilig achter hun krantje.
Maar 't is mis, heelemaal mis. Het is o, zoo noodig, dat vader zich ook met de kinderen bemoeit, aandacht aan hen geeft, met hen spreekt. En nu zullen we aannemen, dat vader weinig tijd heeft, maar dan zijn toch zeker de maaltijden de geschikte gelegenheden, dat vader nog eens wat ziet en hoort. Met zijn krant te lezen, blijkt hij meer belang te stellen in de groote wereld in de verte, dan in de kleine wereld, waar hij alles van behoort te weten.
Daarom, vader, leg die krant weg. Kijk eens in de kinderoogen. 't Is al heel erg, dat de tijd om met de kinderen saam te leven, u zoo spaarzaam is toegemeten, maar 't wordt nóg erger, als ge uit misplaatste belangstelling naar andere dingen, uw vrouw en uw kinderen vergeet. Ja, van de moeders wordt veel gevraagd en als 't niet goed gaat in 't huishouden, krijgen zij de schuld, maar de hoofdschuldige daar aan de ontbijttafel is niet moeder, die maar al te veel toegeeft aan de nukken van de kinderen ; zijn ook niet de kinderen, die probeeren, hoeveel ze gedaan kunnen krijgen, maar dat is de vader daar achter zijn krant.
Gr.
G. M.

De wezenlijke kern.
In een uiteenzetting van de wijsgeerige denkbeelden, die invloed hebben uitgeoefend op het Nationaal Socialisme, op de beschouwingen over ras en Staat, komt het Roomsch-Katholieke Kamerlid Van Poll tot deze conclusie :
»Kant echter is de „wijsgeer van het Protestantisme" genoemd. En terecht. Immers, de kern van het Protestantisme is deze : dat het den maatstaf voor de waarheid van een buiten menschelijke instantie verplaatste naar een binnen menschelijke; — het „ik" van Kant«.
Geen positief-geloovig protestant zal Kant accepteeren als den wijsgeer van het Protestantisme. En evenmin zal hij lals kern van het Protestantisme aanvaarden, wat de heer Van Poll, die blijkbaar Modernisme en Protestantisme vereenzelvigt, als zoodanig aanwijst.
De kern van het Protestantisme is de erkenning van het onvoorwaardelijk gezag der Heilige Schrift op elk gebied des levens.
De Reformatie ging, zooals Groen van Prinsterer terecht schreef, uit van de onfeilbaarheid der Openbaring, niet van de oppermacht des verstands; van de souvereiniteit Gods, niet van de souvereiniteit van den mensch.
De Reformatie der 16de eeuw heeft het veldwinnen van revolutionaire denkbeelden tegengehouden, ja het uitbreken van de Revolutie reeds toen voorkomen.
Zelfs een man als Fr. von Schlegel, die tot de Roomsche Kerk overging, heeft volmondig erkend, dat in de eeuwen, die aan de Hervorming vooraf zijn gegaan, allerlei in wezen antichristelijke denkbeelden in leidende kringen ingang vonden.
Wie buigt voor de Openbaring Gods, verplaatst toch den maatstaf voor de waarheid niet naar „een binnen menschelijke instantie". Wèl belijdt de Protestant, dat het gezag van Gods Woord door niemand minder dan den Heiligen Geest in 's menschen hart kan bevestigd worden.
[De Standaard.]
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's