De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

16 minuten leestijd

NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Viertal:
te Zevenaar mr. C. J. Bartels te Colmschate, H. Boersma te Angerlo, W. A. Plug te Breedevoort en C. Dijkhuis, hulppred. te Winterswijk.
Zestal:
te Bergen op Zoom : L. C. ten Bruggencate te Dwingelo, W. J. Klaar te Renesse, G. J. de Nie te Brouwershaven, P. Prins van Wijngaarden te Terwolde, P. Smits, hulppr. te Eindhoven en W. V. d. Ven te Retranchement.
Beroepen :
te Dordrecht J. H. Mulder te Charlois-Rotterdam — te Wouterswoude J. G. R. Langhout te Den Bommel — Indische Kerk cand. V. E. Schaefer te Losser — te Aalburg en Heesbeen A. G. Oosterhuis te Daarle — te Zevenaar (toez.) mr. C J. Bartels te Colmschate — te Ridderkerk G. v. d Zee te Vaassen — te Eemnes-Binnen P. de Looze te IJsselmuiden.
Aangenomen :
naar Schiermonnikoog Joh. P. Warners, em. pred. te Bakkeveen — Indische Kerk cand. V. E. Schaefer te Losser — naar Zaandam (vac.-Evenhuis) J. Chr. Fritsche te Bergentheim (Ov.) — naar Joure (als hulppred.) S. J. Hoekstra, cand. te Ternaard.
Bedankt:
voor Haskerhorne ca. (toez.) J. Swijnenburg, cand. te Zeist — voor Groot-Ammers A. H. G. van Voorthuizen te Wezep — voor Gameren D. Th. Keek te Staphorst — voor Molenaarsgraaf A. G. Oosterhuis te Daarle.

GEREFORMEERDE KERKEN.
Drietal :
te Uithuizermeeden H. J. Riphagen te Schoonebeek, S. van Wouwe te Marum en H. Zandbergen te Drachten.
Beroepen :
te Bolnes D. Warnink te Ter Aar.

CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK.
Beroepen :
te Bunschoten en te Woordeloos cand. I. de Bruyne te Zwolle — te Nieuweroord (Dr.) cand. W. A. Zijlema te Bedum.
Aangenomen :
naar Kornhorn cand. D. van Wilsum te Soestdijk.
Bedankt:
voor Rozenburg en Sneek cand. D. van Wilsum te Soestdijk.

Afscheid, Bevestiging, Intrede.
Het was j.l. Zondag voor de Hervormde Gemeente van Langerak een blijde dag. Na bijna 8 jaar vacant te zijn geweest, werd des morgens als dienaar des Woords bevestigd cand. J. Slok van Delft. Als bevestiger trad op ds. W. J. van Lokhorst van Hilversum. Hij bepaalde zijn talrijk gehoor bij de woorden van Ezechiël 47 : 6 : „Hebt gij het gezien, menschenkind ? " Aan de handoplegging nam mede deel de consulent, ds. E. Schimmel van Ameide.
Des middags hield ds. J. Slok zijn intreepredikatie naar aanleiding van Psalm 51 : 14b en 15. Na de gebruikelijke toespraken tot de verschillende kerkelijke instanties en burgemeester en wethouders werd hij toegesproken door den consulent en door ouderling en president-kerkvoogd L. V. d. Schee, die den nieuwen leeraar deed toezingen Psalm 123 : 1. Vele vrienden en familieleden woonden beide diensten bij.

Buitengewone Classicale Vergaderingen.
In Dokkum en Franeker zijn dit jaar buitengewone Classicale Vergaderingen gehouden ter bespreking van de vraag of modernen en orthodoxen in de Hervormde Kerk kunnen samenwonen.
In Dokkum zal nu een tweede buitengewone vergadering worden gehouden, waar uitdrukkelijk de inhoud van het Evangelie als band der kerkelijke samenwoning zal ter sprake komen. De bedoeling is aldus geformuleerd : »Op een volgende vergadering zullen twee trachten uit te spreken, wie en wat Jezus Christus voor hen is, wat ze aan Hem hebben, — de anderen kunnen zich dan daarbij aansluiten.
Het streven moet er dan wederkeerig op gericht zijn geen dubbelzinnige uitdrukkingen te bezigen, m.a.w. te geven een dogmatisch verantwoorde belijdenis op grond van Gods Woord of daarin ressoneerende, opdat zoo moge blijken of die velerlei belijdenissen elkaar in één Kerk verdragen«.

Prof. dr. Joh. de Groot.
Van Groningen naar Utrecht.

Tot hoogleeraar aan de Rijksuniversiteit te Utrecht is als opvolger van prof. dr. A. Noordtzij benoemd om onderwijs te geven in het Hebreeuwsch, de Israëlietische oudheden, de uitlegging van het Oude Testament en de geschiedenis van den Israëlietischen godsdienst, prof. dr. Joh. de Groot, sedert 1928 hoogleeraar aan de Rijksuniversiteit te Groningen voor het Hebreeuwsch en de Israëlietische oudheden.
Door de benoeming van prof. De Groot in Utrecht blijkt tevens, dat de Regeering aan haar destijds gemeld voornemen tot samenvoeging van enkele leerstoelen, thans uitvoering geeft. Prof. De Groot volgt n.l. prof. Noordtzij op in de uitlegging van het Oude Testament, welk vak te Utrecht dus wordt samengevoegd met dat van het Hebreeuwsch. Te Groningen heeft dezelfde samenvoeging plaats; daar zal prof. dr. L. H. K. Bleeker, die thans de uitlegging van het Oude Test. doceert, het Hebreeuwsch erbij krijgen.
Prof. De Groot heeft, aleer hij hoogleeraar werd, de Ned. Hervormde gemeenten van Garrelsweer, Roodeschool, Vlissingen en Den Haag gediend. Te Groningen is hij leeraar geweest aan het Willem Lodewijk en aan het Stedelijk Gymnasium.

ARJA-Toogdag.
Den 3den October vindt de achtste ARJAtoogdag te Apeldoorn plaats (Arja is : Anti-Revolutionaire Jongeren-Actie). Deze jongerenmobilisatie omvat zeer velen. Zoodoende zijn bijzondere overeenkomsten voor goedkoop vervoer met de spoorwegen getroffen en is een Arja-toogdagfonds in vorming, waaruit reiskosten voor de verstafwonende afgevaardigden gedeeltelijk zullen worden vergoed. Informaties verkrijgt men bij het Arja-secretariaat : Haarlemmerstraat 62 huis te Amsterdam-West, den heer A. L. de Bruyne.
Ds. Woelderink, van Ouderkerk a/d IJssel, en prof. Dooyeweerd, van Amsterdam, zullen als sprekers optreden.

Het werkplan der Kerkvoogdijen.
De zeer actieve en ook invloedrijke Vereeniging van Kerkvoogdijen in de Ned. Hervormde Kerk heeft het volgende programma van werkzaamheden opgesteld, dat we letterlijk overnemen :
1. Bevordering van verlaging der electriciteitstarieven voor de kerk.
2. Het instellen van een onderzoek naar de behoefte aan deskundige hulp bij de kerkelijke administraties.
3. Overweging van de instelling van een borgstellingsfonds voor de kerkelijke ontvangers.
4. De behoefte aan meerdere subsidie voor de restauratie van monumentale kerken.
5. De bevordering van een uniform hoofdgeld en een uniform aanslagbiljet.
6. Het werk der Zuiderzeecommissie en de pogingen om gronden voor de kerk in het nieuwe gebied van den Staat kosteloos in eigendom te krijgen.
7. De verdere uitwerking van de arbitrage-gedachte.
8. Verdere uitwerking van de brand-en stormverzekering.
9. Een dieper gaande leiding inzake het zitplaatsenvraagstuk.
10. Het houden van een vergadering met de gedelegeerden der provinciale afdeelingen en het houden van één of meer streekvergaderingen.
11. Voortzetting der actie tot het zitting nemen van onze mannen in de provinciale colleges van toezicht.
12. Voortzetting der actie tegen de doodehandsbelasting.
13. De uitgifte van een zakagenda of iets dergelijks.
14. Het bevorderen van een nauwkeurige uitvoering der bevolkingsvoorschriften.
15. Bestudeering van eventueele wijzigingen van het reglement op de vacaturen.
16. De combinatie van kleine gemeenten of het bevorderen van het toestaan van hulppredikersgemeenten.

De Zending.
Het Indische Christelijke Weekblad „De Banier" schrijft het volgende over het feit, dat de Zendingsbijdragen in Nederland zoo sterk terugloopen.
»Wij zeggen ook dit jaar, evenals in 1935, rondweg, dat wij huiveren hij het lezen van de tijding, welke Oegstgeest weer naar Indië zond. Slechts één derde van hetgeen voor het tweede kwartaal 1936 noodig is, kwam binnen Dus : twee maanden geen salaris.... Neen, wij zullen de bedragen, die men in Nederland nog kan verreizen of verrooken of aan luxe ook kan besteden, niet leggen naast de fooi, welke de Zending van velen ontvangt. Het werd door anderen reeds eerder gedaan en wij willen nóch onszelf nóch den lezer oorzaak tot verhoogde ergernis geven Maar wèl moet ons uit de pen, dat vrij ons schamen, diep schamen voor de schande der Kerk, welke hier openbaar wordt. En — laten wij het zacht zeggen ! — voor de gruwelijke kortzichtigheid, waarvan velen onzer broeders en zusters in het vaderland blijk geven, door óók de Zending te plaatsen in het hoekje, waar de crisisslagen vallen En dat in een tijd, die de Christenen in Oost en West tot de hoogste activiteit moest prikkelen !«

Calvijn's Institutie.
Een belangrijke uitgave is door de Duitsche uitgeverij des Erziehungsvereins te Neukirchen, kring Mors, ondernomen, n.l. de Duitsche uitgave van de Institutie van Calvijn. De uitgave wordt verzorgd door prof. Otto Weber, te Göttingen, die het werk in het Duitsch vertaalt. Prof. Weber is een bekend voorman der Gereformeerden in Duitschland, medestander van de Hannoversche richting der Gereformeerden in dit land. De nieuwe uitgave is de eerste die in 350 jaren volledig verschijnt. Deel I zag reeds het licht. Prof. Weber geeft een vloeiende vertaling en heeft het werk uitgebreid met opschriften, aanteekeningen en registers.
Ook voor Nederland is deze uitgave bijzonder belangwekkend.

Calvijn's Institutie in het Spaansch vertaald.
Naar in de Pers gemeld wordt, is in bewerking een nieuwe vertaling in het Spaansch van Calvijn's Institutie, welke in goedkoope uitgave zal worden verkrijgbaar gesteld. Deze tijding in dezen tijd is inderdaad een teeken des tijds.

Staatskerk of vrije Kerk.
De Hervormde Kerk in het kanton Bazel is nog steeds een zuivere Staatskerk, wier kerkelijke aangelegenheden door de staatsautoriteiten beslist worden. Deze toestand wekt echter hoe langer hoe meer verzet. Men oordeelt, dat een Kerk alleen op vertrouwen aanspraak maken kan, als ze in wezen onafhankelijk is van machten, die niet-kerkelijk zijn. Teneinde een beteren toestand voor te bereiden, hebben een groot aantal predikanten en kerkeraadsleden een „vrije Synode" opgericht, welke ieder jaar samenkomen zal en voorshands als adviseerende raad voor de gemeenten van Bazelland optreedt. Kerkelijke zeggenschap heeft uiteraard deze Synode formeel niet, doch ze hoopt den weg daartoe te banen, dat een eigen kerkregeering op den duur ook formeel gezag ontvangen zal.

Tegen den godsdienst.
De Staatsuitgeverij der Sovjet-Unie heeft dit jaar 118 geschriften tegen den godsdienst in een oplaag van drie millioen exemplaren uitgegeven. Het zijn niet enkel vlugschriften in de Russische taal, maar ook in het Duitsch, Hebreeuwsch, Finsch, Tartaarsch en andere talen der nationale minderheden der Sovjet-Unie. Bijzondere vlugschriften worden voor de jeugd en voor het roode leger, die door de beste propagandisten worden geschreven, uitgegeven.

Het voetbalspel.
In Duitschland zijn de Olympische Spelen afgeloopen. De stad, waar over vier jaar deze spelen zullen worden gehouden is Tokio in Japan.
Bij de verschillende spelen moet de meest populaire sport, namelijk de voetbal, te Berlijn een zeer slechte beurt hebben gemaakt. De verruwing op dit gebied schijnt alle perken te buiten te gaan en de voetbalwedstrijden waren dan ook geen sieraad van de 0lympische Spelen.
Iemand, die in Rotterdam, eens een voetbalwedstrijd bijwoonde, zei ons: „ik ken geen plaats, waar méér gevloekt wordt".

Uit Rusland.
De Centrale Raad der Godloozen heeft besloten een schrijven aan de „Godloozen"bond in Mexico te richten en daarin de Mexikaansche godloozen geluk te wenschen met hun successen. Hierin wordt verklaard, dat slechts een strijd, die tot het bittere einde wordt gevoerd, een volstrekte zege over de Kerk kan brengen. De kerken, moskeeën en synagogen zijn — aldus heet het — de zetels der tegenomwenteling. Slechts de onverbiddelijke vernietiging der kerken verzekert de zege over de wereldreactie, die door de Kerk wordt voorbereid. In het zelfde schrijven heet het o.a. : »Men zegt u, dat de kerken historische gedenkteekenen zijn en derhalve niet vernietigd mogen worden. Daarop bestaat er slechts één antwoord: het zegevierend proletariaat zal nieuwe historische gedenkteekenen scheppen, evenals het in de Sovjet-Unie gebeurt*.
De Centrale Raad der Russische Godloozen zal den Mexikaanschen godloozen een roode vlag als geschenk doen toekomen.

De Kerk in Rusland.
Volgens amibtelijke opgaven van de stedelijke Sovjets te Leningrad, zijn aldaar 8 Russischorthodoxe kerken, 1 Protestantsche, 1 Roomsch-Katholieke, 1 moskee en 1 synagoge als zoodanig ingeschreven. Sinds 1918 zijn in totaal 168 kerken en bedehuizen in Leningrad gesloten. Ook werden alle kloosters en de kerken en kapellen, die zich in de kloosters bevonden, gesloten; voorts 18 kerkhofkapellen ; 8 kerken zijn museums geworden. Volgens dezelfde ambtelijke opgaven zijn bij een bevolking van 1 millioen menschen 90 priesters, van wie 38 Russisch-orthodoxe, te Leningrad ingeschreven. Geruchten, dat de Sovjet-regeering het luiden der klokken zou hebben veroorloofd, zijn niet in overeenstemming met de waarheid gebleken. De stedelijke Sovjets verklaarden, dat het luiden der kerkeklokken op de zenuwen der arbeiders zou werken. Elk der bij de overheid ingeschreven kerkelijke gemeenten heeft een kerkeraad, die hoogstens 20 leden tellen mag. De lijst dezer leden moet aan de G.P.Oe en aan de stedelijke Sovjet worden voorgelegd en door deze worden bekrachtigd.

De leer der uitverkiezing: en onze rustelooze, methodische beroepsarbeid.
Dat de invloed van den godsdienst groot is op ons leven, zal niemand tegenspreken. En ons geloof vormt mee ons karakter en bouwt ons leven. Zooals ons geloof is, zal ons leven zijn — al zullen de vele tegenstrijdigheden er altijd zijn, waarbij ons kleine peillood de diepte niet meten kan.
Nu is het centrale dogma van het Calvinisme : de leer der uitverkiezing. En dat is weer mee de ondergrond en het beginsel van onze rustelooze, tevens rationeel-methodische beroepsarbeid, zooals dat onder de Gereformeerden in alle landen gezien wordt.
In den bloeitijd van het Calvinisme stond de leer der uitverkiezing en verwerping in het middelpunt, zooals de groote Synoden van Dordrecht en Westminster kunnen getuigen.
En nu wist de christen van Gereformeerde belijdenis dat alles er is om Gods' wil, om God te verheerlijken. God de eerste, en God de laatste. „Uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen" De christen is geroepen om ieder voor zijn deel en alle geloovigen samen, Gods eer te zoeken in alle dingen, met het houden van Zijn geboden. De wereld afsterven, om in de wereld God te dienen en voor Hem te leven : Soli Deo Gloria ! Zóó werd de levensroeping van den Calvinist gezien. Zij moeten God verheerlijken door hun werk, in hun ambt en betrekking, Hem dienend naar Zijn Woord en gebod. Zoo werd het wereldsch beroep geheiligd. Dat was vrucht van de Reformatie ; en aan de activiteit, aan den rusteloozen, methodischen beroepsarbeid werd de sterkste spoorslag gegeven. Zoo ontstond bij de besten een staalhard, actief karaktertype, met een diep gevoel van afhankelijkheid, maar ook met een levendig verantwoordelijkheidsgevoel, dat zich uitstrekt over alle zes dagen, die God gegeven heeft, om al ons werk te doen. Hem kennend in al onze wegen !
Wat is een goed christen ?
Een bisschop der 7de eeuw beschreef een goed christen als iemand „die veel ter kerk komt; die de gave aanbiedt welke op het altaar aan God wordt geofferd ; die niet geniet van de vrucht van zijn eigen arbeid vóórdat hij een deel er van aan God heeft gewijd ; die, wanneer de heilige feesten naderen, kuisch leeft ook met zijn eigen vrouw gedurende onderscheiden dagen, opdat hij met een gerust geweten tot het altaar van God mag toetreden; en die, in de laatste plaats, de Geloofsbelijdenis en het Onze Vader kan opzeggen".
De apostel schrijft: „Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wèl luidt, zoo daar éénige 'deugd is en zoo daar éénige lof is, bedenkt dat" (Filipp. 4 vers 8).
„Zijt dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, en wandelt in de liefde" (Efeze 5 : 1 en 2a).
Calvijn zegt hij de uitlegging der Tien geboden : „God eischt van ons een wonderbare gloed der liefde, die Hij ook niet door de geringste listen der begeerlijkheid belemmerd wil zien". En ook : „Wij moeten leeren Hem door volkomen onschuld en ongehuichelde gehoorzaamheid te vereeren, en ons verder geheel en al geven in de hand van Zijn goedheid".
Gode de eere geven. En gehoorzamen. En werken !

De filosofie van de Boeddhistische visscher.
Zooals men weet, leert het Boeddhisme, dat men geen bloed vergieten mag en niemand dooden, ook geen dier. Het Boeddhisme leert gela­tenheid en passiviteit tegenover alle wereldsche gebeurtenissen. De opvoeding moet dienen om zachtheid van karakter te krijgen, met afkeer van sterke affecten, met inprenten van vreedzame-burgerlijke deugden.
Maar de Japanners, langen tijd uitsluitend Boeddhisten, werden met hun Boeddhisme en ondanks hun Boeddhisme, iets gansch anders! En de geschiedenis van de Boeddhistische landen Birma en Ceylon, is rijk aan gewelddaden. „Ook is" — zoo zegt prof. Hackmann in zijn boek : Die Welt im Osten (zie dr. N. Westendorp Boerma : Realistische Ethiek, blz. 172 — „zachtheid jegens dieren over 't algemeen volstrekt niet inheemsch op Boeddhistischen bodem, en vereenigingen tot dierenbescherming zijn niet onder de banier van het Boeddhisme, maar van het Christendom ontstaan, ofschoon men zulke bewegingen veel eerder verwachten zou op het gebied van de godsdienst, die gegrond is op de leer der reïncarnatie". Het gebod „niets levends te verdelgen", heeft, in 't algemeen gesproken, bij 'Zijn aanhangers niet die fijngevoeligheid gewerkt, welke we zouden verwachten.
De Boeddhistische visscher weet dan ook zijn beroeps-dooden wel te rechtvaardigen ! En wel met een sofistiek van deze soort: „dat hij de visschen niet doodt, maar slechts uit het water trekt; zij sterven daarna eenvoudig hun natuurlijken dood".

Doopersche tuchtmaatregelen.
Bij de oude Dooperschen zocht men vooral de misstanden in de afwijking van allerlei levensregels en voorschriften. Te Hoorn werd in 1700 het aannemen van een lid geweigerd, omdat hij een pruik droeg. Te Middelburg werd in 1683 een broeder afgesneden, omdat hij „ter Kaap voer". In 1795 een broeder, omdat hij „als soldaat naar Oost-Indië gevaren was". De gemeente van Terhorne weerde tusschen 1660 en 1670 een zuster van het Avondmaal, „omdat zij een gouden oorijzer droeg" enz.
Als voor de Kerk regel wordt: menschelijke vinding, gangbare meening enz., komen we in een verkeerden, vleeschelijken, eigengerechtigden weg. Dan wordt een Zeeuwsche muts, een Friesch oor ijzer, een witte bruidsjapon zonde genoemd en weert men dezulken af. Maar voor de Kerk gaat het om Gods Woord en de belijdenis.

Manifest van de Belijdenisbeweging.
Zondagochtend hebben alle predikanten van de Belijdenisbeweging in Duitschland van den kansel een brief voorgelezen, waaraan het volgende is ontleend :
»Het Duitsche volk staat voor een groote historische beslissing. Men moet thans weten of het Christelijk geloof in Duitschland kan blijven bestaan.
't Evangelie van Christus wordt thans bij ons bestreden, niet alleen door atheïsten, doch ook door lieden, die, zonder het bestaan van een God te ontkennen, de Christelijke openbaring weigeren te erkennen. Staat en Partij gebruiken hun macht tegen het Evangelie en de aanhangers hiervan.
Lang hebben we gezwegen, en we hebben den Führer met deze onderdrukking in kennis gesteld. Thans zijn we in naam. van Christus verplicht ons zwijgen te verbreken.
In het Nationaal-Socialistisch kamp leert men de mythe van Rosenberg en beperkt men de mogelijkheid van actie van de Kerk. Men onderdrukt het geweten en bespionneert de Christenen en vernielt alle moreele verplichtingen.
Tot onze diepe droefheid zijn we verplicht deze dingen te zeggen. We zijn bereid ons bloed te offeren voor het Duitsche volk, doch wij willen het Evangelie verdedigen. We vragen vrijheid van godsdienstoefening en vrijheid voor de Christelijke pers en voor de Christelijke liefdadigheid. We vragen, dat de Duitsche jeugd niet zal worden belemmerd door politieke oefeningen in het Christelijk familieleven. We vragen alle civiele machten in Duitschland er aan te denken, dat zij voor God verantwoording moeten afleggen en smeeken hen niets te doen tegen Zijn geboden en tegen de vrijheid van geweten van hen, die in God gelo'oven. We vragen de dienaars en dienaressen van de Kerk zonder vrees voor de menschen het Evangelie te bekennen.
Verscheidene predikanten en gemeenteleden zijn om hun geloof gevangen genomen en in concentratiekampen opgesloten.
We weten niet, wat ons wacht. Wat ook gebeure, laten wij gehoorzamen aan onzen hemelschen Vader. Laten wij de handen opheffen tot God.
O God, wees barmhartig voor ons volk, dat Uw waarheid bij ons blijve. Help ons te overwinnen. Amen".
Deze brief is onderteekend door dr. Koch, den president van de Evangelische Synode, en dominé Niemöller, namens de voorloopige leiding van de Belijdende Kerk in Duitschland.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's