WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT
Dood leven ?
Dood leven ?
De machine, de drukke machine, maakt zooveel leven dood. De machinearbeiders, en ze zijn tien duizend maal tien duizend in getale, zijn veelszins menschen, die levend dood zijn; verlengstukken van de machine, nummers in de rij. 't Moet alles vlug, —vlug en nóg vlugger gaan. En alles versterft. Het leven gaat er uit.
Het volgende stukje lazen we in „Algem. Weekblad". Ook zoo iets van vlug, vlug en nóg vlugger. Maar vol „dood leven". Boven het stukje staat: De Rijksautoweg gereed, 't Speelt in Duitschland. Het luidt als volgt:
»In Heidelberg vragen wij den weg naar Frankfort. Beleefd en zakelijk zegt de man : Wilt u den bergweg of de nieuwe Reichsautobahn ? " De autobahn, antwoorden we. Tien minuten later zoeven we over het vlakke betondek. Het is ongelooflijk. Twee breede, ruime wegen naast elkaar, gescheiden door een strook gras. Elke weg is in tweeën verdeeld : onbelemmerd kun je een langzame wagen voorbij rijden, nergens voetgangers, fietsers of wagens-met-paarden. Je kunt elke snelheid rijden, die je verkiest. Met een pink hou je, bij wijze van spreken, het stuur vast en je voet komt niet meer van het gaspedaal omhoog. Aftakkingen worden al een kilometer van te voren aangegeven ; zes honderd meter verder is er weer een waarschuwing, na tweehonderd meter nóg een. De aftakking buigt eerst naar rechts en kruist ons dan via een tunnel of een viaduct. Je kunt ongehinderd doorrijden. Nergens zijn hindernissen; stoppen onderweg is verboden. Op regelmatige afstanden ligt een parkeerterrein. Op de viaducten talrijke nieuwsgierigen. Dit is snelverkeer van den eersten rang.
Maar — na een half uur wordt mijn voet stijf. Ik heb eigenlijk niets meer te doen. Je zou best een robot, een machinemensch, aan het stuur kunnen zetten. Regelmatig verslindt de radiator de kilometers. Het is snel, dat is zeker. Voor het goederenvervoer is de weg een prachtige oplossing. Maar — het rijden is ongelooflijk vervelend. Na een paar uur snak ik naar een gewone weg, een weg met bochten, met honden, met huizen en met menschen. Deze weg leeft niet; hij is dood. Een doode, rechte streep door het land, eindeloos, tot aan den horizon.
De moderne techniek voert ons levenstempo op. Wij verplaatsen ons met snelheden, die voortdurend toenemen. Maar er gaat iets verloren, dat we nooit meer zullen terug vinden. Tenzij — tenzij wij het vliegtuig, de auto, het groote mailschip en den breeden verkeersweg verlaten en op onze voeten terugkeeren naar „het duinravijn, waar de bloemen zijn«.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's