De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

18 minuten leestijd

NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Beroepen :
te Oldebroek J. H. Koster te Montfoort — te Oud-Beijerland J. D. Kleyne te Ooltgensplaat — te Wijngaarden en te Moercapelle cand. J. F. N. van Harrevelt te 's-Gravenhage — Indische Kerk, W. Sikken te Made en Drimmelen — te Stavenisse J. G. R. Langhout te Den Bommel — te Harlingen Th. E. v. d. Brug te Oosternieland en Oldenzijl.
Aangenomen :
naar Dussen (N.-Br.) cand. J. C. Hooykaas te Wassenaar — naar Prot. Kerk in Indië, cand. I. H. F. S. Enklaar te Delden.
Bedankt:
voor Wierden en Middelharnis K. van de Pol te Boven-Hardinxveld — voor Loosduinen (2e pred. plaats) J. Loos te Oudega (W.).

GEREFORMEERDE KERKEN.
Beroepen:
te Uithuizermeeden H. Zandbergen te Drachten.
Aangenomen :
naar Wateringen cand. K. Schouten te Amsterdam.

CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK.
Aangenomen :
naar Nieuw-Amsterdam, cand. P. H. van Marrum te Franeker.
te Franeker.
Bedankt:
voor Doesburg, cand. P. H. van Marrum te Franeker.

Afscheid, bevestiging en intrede.
KOOTWIJK. Candidaat J. W. van der Linden, van Utrecht, is Zondag door prof. dr. J. Severijn, hoogleeraar te Utrecht, bevestigd in het kerkgebouw van Kootwijkerbroek, met een predikatie over 2 Cor. 5 vers 20 en 21. Ds. Van der Linden deed intrede, sprekende over Ezech. 34 : 15 en 16. Toegezongen werd Psalm 20 vers 1. Ds. J. G. Terlouw, van Garderen, sprak als consulent en namens den Ring. Ouderling Van der Ham sprak namens den Kerkeraad. Voorts werd het woord gevoerd door den president-kerkvoogd en door het Hoofd der School. B. en W. van Barneveld woonden mede den dienst bij. (De Stand.)
RANDWIJK. Men schrijft ons: Zondag 23 Aug. had na een vacature van vijf jaar, de bevestiging plaats van Candidaat G. C. Roosendaal. Als bevestiger trad op ds. H. A. de Geus, van De Bilt, die als uitgangspunt voor dezen voormiddagdienst koos 2 Tim. 2 vers 15, verdeelende deze tekst in drie punten, n.l. 1. De ernstige roeping van den leeraar; 2. De benaarstigde plaats der gemeente ; 3. De belofte naar 't Woord.
De bevestiger liet onder oplegging der handen, waaraan ook deelnam de consulent ds. L. G. Bruin, van Heteren, candidaat Roozendaal toezingen de zegenbede uit Psalm 134 vers 3.
Des namiddags deed ds. Roosendaal zijn intrede naar aanleiding van het Schriftgedeelte 2 Petrus 2 vers 19, verdeeld in deze drie hoofdgedachten : 1. Wat hier van het Woord gezegd wordt; 2. Hoe wij ons tegenover dat Woord hebben te gedragen ; 3. Welke vrucht dat Woord naar de belofte afwerpt.
Gebruikelijke toespraken volgden. Aanwezig waren zes Ringpredikanten, ds. Gunning, van Kesteren en ds. Jhr. Martens van Sevenhoven.
In beide diensten was het kerkgebouw tot in de uiterste hoeken bezet.
De Gemeente die zoo lang verlangend heeft uitgezien naar een eigen herder en leeraar is zeer verheugd, dat de ledige plaats nu onder ons is vervuld.
— Ds. C. van Dop, Ned. Hervormd predikant te Hierden, die het beroep naar de Ned. Hervormde Gemeente te Alkmaar (vac.-ds. J. C. Terlouw, nu te Garderen) aannam, hoopt op Zondag 4 October afscheid te nemen van zijn tegenwoordige gemeente, om Zondag 11 October zijn intrede te doen te Alkmaar.

Kerkrestauratie te Baarn.
Dezer dagen is een aanvang gemaakt met de verbouwing der Ned, Hervormde Kerk aan de Brink. Men zal boven de consistoriekamer een catechiseerruimte maken, en tevens het voorste gedeelte der kerk, waar zich de preekstoel, ouderlingenbanken enz. bevinden, geheel veranderen en in overeenstemming brengen met den verleden jaar reeds gerestaureerden kansel en de zich daarnaast bevindende betimmering.

De Landdag in Den Haag Dinsdag 15 September.
Zooals reeds eerder gepubliceerd, is, hopen de Ministers dr. H. Colijn en mr. J. A. de Wilde op dezen toogdag te komen.
Verder zullen als sprekers optreden (alphabetisch) : ds. B. E. J. Bik, Herst. Evang. Luth. pred. te Enkhuizen ; ds. W. Bijleveld, Chr. Geref. pred. te Haarlem; mr. G. A. Diepenhorst, voorzitter van het Verband van A.R. Prop. Clubs in Nederland, te Zeist; dr. K. Dijk, voorzitter van den Ned. Bond van Jongelingsvereenigingen op Geref. grondslag, Geref. predikant te Den Haag-West ; ds. M. van Grieken, tweede voorzitter Centraal Comité van Antirev. kiesvereenigingen, Ned. Herv. predikant te Rotterdam ; J. Schouten, waarnemend voorzitter van hét Centraal Comité van Antirev. kiesvereenigingen, lid der Tweede Kamer, te Rotterdam; en A. Warnaar, voorzitter van het Prov. Verband van A.R. Prop. Clubs in Zuid-Holland., Burgemeester te Hazerswoude.

Ned. Hervormde Kerk te Hoevelaken.
Zooals wij onlangs berichtten heeft dr. C. J. K. van Aalst, oud-president van de Ned. Handelsmaatschappij ter gelegenheid van zijn 70sten verjaardag het toestuur van de Ned. Hervormde Gemeente te Hoevelaken aangeboden de verbouwing van de kerk van genoemde gemeente voor zijn rekening te nemen, een aanbod, dat met groote dankbaarheid aanvaard werd.
Vorige week heeft in tegenwoordigheid van een aantal genoodigden de eerste steenlegging voor de verbouwing plaats gevonden. Zij geschiedde door een kleinzoon van dr. van Aalst. Bij deze gelegenheid werd door dr. C. J. K. van Aalst een korte rede uitgesproken.

Aanstaande Studenten.
Voor degenen, die van plan zijn in het a.s. najaar zich te laten inschrijven aan een der openbare inrichtingen van Hooger Onderwijs in Nederland, spreekt op Maandag 7 Sept., des av. 7.15—7.45, mr. E. P. Verkerk, burgemeester van Boskoop, voor de N.C.R.V.-microfoon. Onderwerp: „Calvinistisch Studentenleven aan Openbare Universiteiten".

Gemengde huwelijken.
In de Leidsche Kerkbode schrijft ds. Wiersinga :
»In het jaaroverzicht van een onzer kleine stadskerken vond ik het volgende :
Van de 14 huwelijken, waarbij leden of doopleden onzer gemeente betrokken waren, waren er slechts 4 normaal. Slechts in 4 gevallen behoorden beide partijen als belijdende leden tot een Gereformeerde Kerk. Verder werd 1 huwelijk bevestigd van twee doopleden. In 9 gevallen was het huwelijk „gemengd". Van deze 9 huwelijken werden er 2 bevestigd in de Geref. Kerk, 1 in de Ned. Herv. Kerk, 1 in de Chr. Geref. Kerk, terwijl 5 bruidsparen totaal geen kerkelijke bevestiging aanvroegen of begeerden.
Deze cijfers vind ik ontzaglijk benauwend, vooral wanneer wij er op letten, wat dikwijls van de gemengde huwelijken het gevolg is. En als wij dan bovendien nog denken aan de verlovingen, die officieel of nog niet officieel, maar dan toch door de ouders erkend worden, dan schreit ons hart om het volgende geslacht, dat den steun van een trouwen vader of een biddende moeder moet missen en gevaar loopt voor altijd verloren te gaan.
Nu moet ge niet al te vlug zeggen : „zeker een slechte gemeente daar ; bij ons zal dat wel heel anders zijn". Die gemeente staat als een zeer meelevende, trouwe gemeente bekend. En ge moet eens informeeren of uw scriba ook zoo'n lijstje van huwelijken in uw gemeente kan maken. Dan zult ge waarschijnlijk weer schrikken.
Deze cijfers zijn inderdaad verbijsterend.

De dominee in het hooiland.
»Van Petrus Mees, die in 1676 als predikant te Noordwijk stond, wordt in de kerkelijke annalen meegedeeld, dat hij op een Zondagmiddag niet op den kansel verscheen en zijn hoorders tevergeefs liet wachten.
Hoe groot was de verbazing van de kerkgangers, die, toen zij teleurgesteld huiswaarts keerden, den dominee op het land zagen werken.
Men diende een klacht tegen ds. Mees in bij het Classicaal Bestuur, omdat hij „instee van te predicen op Sondagh naemiddagh sijn hooy hadde gesweelt".
De predikant voerde tot zijn verontschuldiging aan, dat het dien Zondagmiddag prachtig zomerweer was, uitnemend geschikt om te hooien. Voorts verklaarde de dominee, dat hij van zijn schamel tractement geen knecht kon betalen en wel verplicht was zelf het werk te doen.
Ds. Mees kwam er met een berisping af „om sijn onvoorsichtiglijck en quadt exempel" en moest plechtig beloven dat hij voortaan „getrouwelick en frommelick" zijn dienstwerk zou verrichten.
Het was in die dagen geen zeldzaamheid, dat een predikant vanwege zijn schraal tractement genoodzaakt was boerenwerk te verrichten*.
(N. Rott. Ct.)

Huldiging prof. dr. Karl Barth.
Een werk van meer dan gewone beteekenis is het thans bij het Chr. Kaiser-Verlag te München verschenen werk „Theologische Aufsatze", bundel van opstellen uit diverse landen, aan prof. dr. Karl Barth ter huldiging bij zijn Susten verjaardag aangeboden. Het werk bevat niet minder dan 6-24 bladzijden en geeft uit en over en rondom, de dialectische theologie en de school welke Karl Barth gevormd heeft de meest volledige oriënteering, die thans te verkrijgen is. Natuurlijk beduidt deze oriënteering aangaande de dialectische theologie, daar (Barth met zijn theologie midden in de tijdsproblemen staat, tegelijk een stuk tijdgeschiedenis. 'Zoo is bijvoorbeeld de Duitsche kerkstrijd zonder kennis van Karl Barth in het geheel niet te begrijpen, de geheele belijdenisbeweging, met name de richting Niemöller-Wuppertal, wordt door deze theologie beheerscht. De geheele oecumenische beweging met al de problemen ^van het complex „Kerkstaat-Volk", wordt door Earth's theologie telkens geraakt en bevrucht. Al de ethiekproblemen van dezen tijd zijn door het Barthianisme acuut geworden enz. Dit werk legt alles in één bundel samen ter tafel. Het is een daad van beteekenis, dat deze bundel verschijnt.
Ook bijdragen van Nederlanders ontbreken niet. We vinden stukken van dr. K. OH. Miskotte, prof dr. Th. L. Haitjema en prof. dr. A. H. de Hartog.
Een in de inhoudsopgave vermeld opstel van ds. Hans Asmussen „Karl Barth und die bekennende Kirche" moest bij de uitgave helaas worden weggelaten.
(Ned. Chr. Persbureau).

De Orthodoxie en het Modernisme.
Dr. J. Ch. Kromsigt, die de buitengewone Classicale Vergadering te Dokkum, waar gehandeld is over het samenwonen in één Kerk, bijgewoond heeft, schrijft er in „De Gereform. Kerk" over „Wat Orthodoxie en Modernisme elkander te zeggen hebben" en zegt dan :
Ik meen telkens tweeërlei te hooren, iets dat de Orthodoxie meer bepaald tot het Modernisme, maar ook iets dat het Modernisme tot de Orthodoxie zegt. Dit tweeërlei: De Orthodoxie zegt tot het Modernisme : bij u komt de belijdenis van den Christus der Schriften en der Kerkelijke Confessie, de belijdenis van Jezus Christus, gestorven om onze zonden, opgewekt om onze rechtvaardigmaking, niet tot z'n recht.
Dat verhindert onze gemeenschap met u; dwingt ons om ons tegenover u te stellen !
Het Modernisme van zijn kant zegt tot de Orthodoxie : hij u komt de Bergrede niet tot haar recht. (Troeltsch, Heering, enz.).
Een bijzondere verklaring van de Bergrede mag daarbij echter niet uitgespeeld worden tegen het Evangelie, dat Paulus predikt. Daarom nu mogen Orthodoxie en Modernisme zóó maar niet zónder meer saamblijven in een saamwoning, die dan noodwendijg dubbelhartig is en de Kerk maakt tot een huisje dat tegen zichzelf verdeeld is.
Zij mogen echter ook niet uiteengaan, zonder als in Gods tegenwoordigheid gevraagd te hebben, of Hij hen wellicht de een door den ander een boodschap van Zijnentwege te zeggen heeft en of Hij wellicht door Zijn voorzienig bestel daarom, hen heeft saamgebracht.
Daarbij  mag niet vergeten worden, maar 't moet veeleer uitgangspunt zijn, wat Hij aan onze Kerk in haar belijdenisschriften reeds gegeven heeft. De kerkelijke belijdenis moet als „norma normata" nog tot toetsingsnorm van particuliere gevoelens en leeringen dienen (zooals de geijkte ellestok de maatstaf is in 't gewone verkeer), hoewel zij zelve aan Gods Woord als „norma normans" (gelijk de ellestok aan de ijk) onder Geestesleiding toetsbaar blijft.
Dat is voor de Kerk de ontwikkelingsweg, door den Heer des Woords Zijn Kerk gewezen, opdat de ontwikkelingsmogelijkheden voor haar ontwikkelingswerkelijkheid mogen worden".
De Souvereiniteit Gods en het Koningschap van Christus.
„Bestaat er ook verband tusschen de souvereiniteit Gods en het Koningschap van Christus ? De Schrift laat u daaromtrent niet in het onzekere. De Drieëenige God oefent Zijn souvereiniteit thans uit door Hem, Die zoowel Scheppings-als Verlossingsmiddelaar is. Hij heeft Christus gezalfd tot Koning over Sion, den berg Zijner heiligheid, tot Koning van Zijn Kerk, maar terwille van Zijn gemeente voert Hij ook het regiment over de volkeren. Als Opperste Wijsheid verklaarde Hij reeds onder de oude bedeeiing : „door Mij regeeren de Koningen, door Mij heerschen de heerschers" (iSpr. 8 : 15, 16), kort vóór Zijn hemelvaart deed Hij de proclamatie uitgaan : „Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde" (Matth. 28 vers 18). Draagt wij als Scheppingsmiddelaar alles door 't woord van Zijn kracht (Hebr. 1 vers 3), ligt de voorzienigheid in Zijn hand — als Verlossingsmiddelaar rijdt Hij naar de visionaire voorstelling van Johannes op het witte paard, overwinnende en opdat Hij nog meer overwinne (Openb. 6:2). De souvereiniteit Gods beteekent voor de gevallen menschheid dan ook Christocratie. Voor Christus moet alles zich buigen. Aan Hem alles gehoorzamen. Christus legt toeslag op heel de wereld en op heel het leven. Zij, die een christelijke wetenschap, een christelijke staat en staatkunde, een christelijke maatschappij, een christelijke kunst als monstruositeiten, als afgoden wandmerken, hoe eer hoe beter moeten borden verbrand, doen — zij het dikwijls on­ bewust — tekort aan de souvereiniteit van God en Zijn Gezalfde en willen buiten het religieuze erf hun banden verbreken".
„Wij moeten elkander dan opwekken : houdt de souvereiniteit Gods hoog! Loopt als herauten voor den zegewagen van Koning Jezus en trompet door heel de wereld: Knielt voor Christus, al gij volken. Knielt voor Christus, gij beoefenaars der wetenschap. Knielt voor Christus, gij meester in de kunst. Knielt voor Christus, gij leidsman in de maatschappij. Knielt voor Christus, gij werkgever en werknemer". [Prof. dr. V. Hepp. 2de Internationaal Congres van. Calvinisten. Amsterdam, 1934.]

Geneve in het begin van de 19de eeuw.
„Het achttiende-eeuwsche: Geneve", aldus mej. Elisabeth Kluit in: Het Reveil in Nederland blz. 7—9), „had weinig meer van de stad van Calvijn. Het rationalisme vierde er hoogtij. D' Alembert schreef in de groöte Pransche encyclopaedie : „Meerdere predikanten van Geneve gelooven niet aan de Goddelijkheid van Jezus Christus; terwijl zij beweren, dat men in de Schriften nooit letterlijk moet nemen hetgeen de menschelijkheid en de rede niet kan verdragen De godsdienst te Geneve is bijna geheel teruggebracht tot de aanbidding van één God, althans bij de ontwikkelde klassen, slechts de eerbied voor Jezus Christus en de Schriften onderscheidt het nog van een volledig Deïsme."
De officieele Kerk was doortrokken van een natuurlijke, redelijke godsdienst met als hoogste doelwit het geluk en de deugd van den mensch.
Toch waren er ook in Geneve nog brandpunten van godsdienstig leven.. In 1741 werd ook hier door Graaf Zinzendorf een Broedergemeente gesticht. Het Geneesch Réveil knoopt aan toij het piëtisme van deze Herrnhutters. Dat piëtisme van deze omgeving maakte grooten indruk. Zoo wordt met levendige kleuren in de geschriften van Ami Bost geschilderd de aandoening, waarmee hij terugdenkt aan de viering van den Goeden Vrijdagavond. Bij het hooren van de woorden : „Het is volbracht, en het hoofd buigende gaf Hij den geest", viel men op de knieën, waarbij men slechts tranen had.
Het Geneefsch predikantencollege was echter weinig gesteld op deze piëtistische invloeden en eischte de ontbinding van het gezelschap der Vrienden op grond van verboden sectarisme. Het bezoeken van de Broedergemeente werd verboden.
In 1816 preekte ds. Cellérier Sr. op Kerstmis over de Goddelijkheid van Christus. Hij was niet polemisch, maar gaf slechts een belijdenis van zijn geloof in dit dogma. Even later sprak een jong predikant en weerlegde het gezegde met de waarschuwing, dat de mensch zich niet moest verdiepen in zaken, die vergen lagen in den schoot der Eeuwigheid,
't Oogenlblik van den strijd naderde. In Maart 1817 preekte Malan over het onderwerp : „De mensch kan slechts door Jezus Christus gered worden". De inhoud verliep in korte trekken als volgt: „de mensch is verloren, de mensch is zondaar en kan niet door zichzelf gered worden, de verloren zondaar vindt zijn redding in Christus".
Den volgenden dag verscheen een zijner collega's om hem mede te deelen dat dergelijke preeken niet toelaatbaar waren vanaf den kansel. Malan antwoordde, dat hij slechts gepreekt had volgens zijn overtuiging".
Toen ging het geheele predikanten-college zich ermee bemoeien en verbood aan Malan de gewraakte preek ook nog in de andere kerken van Geneve te houden. De strijd was uitgebroken. De predikanten waren nog niet tevreden, er moest méér gedaan worden om de rust te bewaren. Zoo kwamen zij op het denkbeeld om de prediking aan handen te leggen Het beruchte Reglement van 3 Mei 1817 werd afgekondigd. Voortaan zou het verboden zijn om in de preek te bespreken of te noemen : de wijze waarop de Goddelijke natuur zich vereenigd had met den mensch Jezus Christus; de erfzonde ; de wijze waarop de genade werkt of de doelmatigheid der genade; de praedestinatie. Jonge predikanten en proponenten moesten dit Reglement onderteekenen".
Een zwenking in Rusland ?
Een medewerker schrijft aan de N. R. Crt:
In de laatste weken gingen door de pers herhaaldelijk berichten, die wezen op een zwenking van de Russische regeering in haar houding tegenover godsdienst en Kerk. Zooals wij in het tijdschrift „Orient und Okzident" lezen, staat deze nieuwe koers in verband met een ommekeer van de Russische politiek op alle terreinen van het openbare leven ; een ommekeer, die zich uit in een bewusten nadruk op de humanistische grondslagen van het Socialisme. Het schoolonderwijs ondergaat een verandering in dezen zin, dat de individueele opvoeding meer op den voorgrond treedt; de historische faculteiten worden hersteld ; er wordt meer aandacht geschonken aan het historisch verleden der Russische volken ; Russische classici worden weer uitgegeven. Het gezinsleven wordt weer in eere hersteld als de eigenlijke basis van het maatschappelijke leven. Wetten worden uitgevaardigd tegen abortus en ter bemoeilijking voor de echtscheiding.
Het meest verrassend was wel het bericht, dat in het nieuwe grondwetsontwerp geen bepalingen voorkomen, die de uitoefening van de kerkelijke en rellgieuse plichten verhinderen en dat daarin de „vrijheid tot uitoefening van religieuse culten" verzekerd is. Aan de kerken zal weer toestemming gegeven worden de klokken te luiden. Een commissie Stelt in de groote steden een onderzoek in naar de kerkelijke behoeften, opdat de uitoefening van den cultus vergemakkelijkt wordt. Aan de kerkelijke gemeenten zullen zelfs credieten worden verstrekt om de klokkentorens te herstellen. In den laatsten tijd zijn de wetten opgeheven, die de geestelijken stempelden tot burgers van den tweeden rang en die hen het verblijf in bepaalde stadsgedeelten verboden.
Reeds sedert geruimen tijd was een verflauwing van de anti-religieuse beweging te constateeren. De groote kerkelijke feesten konden dit jaar in volle vrijheid en zonder eenige stoornis van de zijde der Godloozen-organisaties en onder groote deelneming der bevolking gevierd worden.
Het onlangs gehouden Communistische Jeugdcongres liet, niet zonder de uitdrukkelijke interventie van Stalin, den eisch der communistische jeugd om in de school anti-religieuse propaganda te maken, vallen.
Dat zijn verschijnselen, die doen verwachten, dat voor de Kerk in Rusland wellicht een nieuwe tijd aanbreekt.

De vrouw en het beroep.
Op de Conferentie voor paedagogie en psychologie, te Luzern gehouden,
behandelde mejuffr. Emmy Bloch, redactrice van het Zwitsersche Vrouwenblad, het onderwerp: De vrouw en het beroep. Zij wees op verschillende vragen, die zich hier voordoen : op beroepskeuze en beroepsvoorbereiding der vrouw; op den invloed van 'beroepsarbeid op het vrouwenkarakter; op de levensinrichting van de in het toeroep werkzame vrouw.
Het meisje vat haar beroepstaak meestal niet ernstig op, aldus de spreekster ; het spreekt van zelf, dat we deze uitspraak geheel voor haar eigen rekening laten. Zij beschouwt haar meer als een overgang tusschen den schooltijd en het huwelijk. Vandaar minder intensiteit 'in den arbeid.
Het streven der vrouw moet er op gericht zijn, eenerzijds bekwaam te worden in het toeroep, en anderzijds een flinke huisvrouw en moeder te worden. Dit brengt een splitsing der krachten mee. Het is schoon, als de drieheid : keuken, Kerk, kinderen, het arbeidsterrein der vrouw vormen mag. Echter zijn er in Zwitserland 80 duizend vrouwen meer dan mannen !
Natuurlijk moet de opvoeding der vrouw er op gericht zijn, alle in haar gelegde vermogens tot ontwikkeling te brengen.
Dwazen of misdadigers ?
Zoo vraagt de „Echo de Paris" naar aanleiding van de uitingen, gedaan op de vergadering van het Fransche Nationale Onderwijzerssyndicaat, te Lille gehouden.
Een onderwijzer heeft daar verklaard: wij zullen in geen enkel geval naar de wapenen grijpen, ook al is de oorlog tegen ons gericht. Wij behoeven niet te dreigen met algemeene staking. Twee millioen mannen zullen eenvoudig weigeren de uniform aan te trekken. De regeering kan er onmogelijk zes millioen gendarmen op afzenden, om die weigeraars in de gevangenis te zetten.
Een ander verklaarde, dat hij wel tegen eventueele fascisten in het eigen land zou strijden, niet echter tegen buitenlandsche fascisten. Een invallend leger moet men met strooiblaadjes tegemoet gaan, inplaats van met wapenen.

Het Socialisme.
Hugo de Groot en de leeraars van het natuurrecht zijn de geestelijke vaders van het Socialisme. Het Socialisme is gezaaid door de Duitsche wijsbegeerte en de kapitalistische productiewijze heeft het wortelen doen schieten en vruchten doen dragen. Het liberalisme is daarbij de koesterende zon geweest.
Het Socialisme, dat een economisch stelsel is en een maatschappelijk vraagstuk, dat betere verdeeling van den arbeid en van de vruchten van den arbeid wil, zegt wel, dat de godsdienst geen aangelegenheid van 'belang is en als een private, persoonlijke zaak voor ieders beoordeeling blijft, maar het ter deure verwijzen van het geloof en van de religie staat gelijk met te zeggen : „God er buiten — wij redden ons zelf wel".
Bebel heeft 31 December '81 in den Rijksdag gezegd : op politiek terrein streven wij naar de republiek, op economisch gebied naar het Socialisme, en op het terrein, dat men tegenwoordig het godsdienstige noemt, naar het atheïsme.
Het Socialisme is een wijsgeerig stelsel, dat als zoodanig naar het atheïsme streeft. Het stoelt op den wortel van het materialisme. Uit en met het historisch materialisme werd en wordt alles verklaard. Alles wat er is, is stof, en de beweging van de stof is de grond van alles. En de mensch heeft z'n verstand gekregen om daarvan te maken wat er van te maken is ; ook om er van te halen, wat er van te halen is.
Daarvoor heeft de mensch waarlijk God niet noodig.
Is er wel een God ?
Maar dat is een private aangelegenheid, waarover ieder maar oordeelen moet zooals hij wil. Doch de godsdienst er buiten !
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's