De Heidelbergsche Catechismus (5)
Het land, waar het boekske geboren is. (3)
Otto Hendrik, de neef van Frederik, werd door den Keizer, wegens zijn openlijk toetreden tot de Augsburgsche Confessie (Luthersche Geloofsbelijdenis van 1530) en het Srnalkaldisch Verbond, van zijn zetel gejaagd en uit zijn Staten verbannen, en zocht toen een schuilplaats aan het hof van zijn Oom Frederik II. Zijn plotselinge verschijning sloeg den schrik in 't hart der monniken, maar stortte de Wijdste verwachtingen in het gemoed der Hervormden. En niet te vergeefs vestigden zij hunne hoop op hem. Hij schudde zijn oom wakker, en geholpen door anderen (o.a. door den Kanselier Hartmann van Eppingen) bewoog hij hem tot 't doen van een beslissende stap. Na met Melanchton geraadpleegd te hebben, toeval de Keurvorst Frederik II, die voor zijn neef als gevaarlijke mededinger vreesde, dat de mis niet meer in het Latijn, maar in de landtaal zou gelezen worden ; dat het Heilig Avondmaal onder beide teekenen zou worden bediend; en aan de priesters werd het huwelijk toegestaan. Op het Kerstfeest van 1545 ontving hij zelf met zijne gemalin, eene. Deensche prinses, en zijn gansche hof, in de Slotkerk, het Heilig Avondmaal onder beide teekenen van brood èn wijn (waar anders de kelk of beker aan de leeken onthouden werd) en den 3den Januari 1546 werd het openlijk in de Kerk van den H. Geest op Protestantsche wijze gevierd.
Vier dagen vóór de opening van 't Concilie van Trente, in welks eerste zitting de kardinaal Maroni de uitroeiing der 'ketterij, de herstelling der kerkelijke tucht en den vrede als hoofddoel dezer bijeenkomst aankondigde, was de machtigste en invloedrijkste Keurvorst van het Duitsche rijk, openlijk een verklaarde aanhanger van Luther geworden !
De hervorming der Kerk bepaalde zich echter nog maar alleen tot de leer en strekte zich niet uit tot de kerkelijke gebruiken of misbruiken. De Middeleeuwsche eeredienst bleef, met uitzondering van de mis, nog in stand. In de kerken hingen en stonden nog geschilderde en gesnedene heilige beelden en velen deden nog een knieval voor die beelden bij het binnen treden van het kerkgebouw. Ook de wijwaterbak hing nog op de plaats en werd nog soms gebruikt.
Met Melanchton werd. door den Keurvorst nu ook gesproken over de hervorming van de Hoogeschool te Heidelberg, maar de eigenlijke voltrekking daarvan kwam pas in 1561, onder Frederik III.
De Keurvorst verloor de vriendschap van zijn beschermer Keizer Karel V. En toen kort daarop de godsdienstoorlog uitbrak, werd ook Frederik daarin betrokken, zij 't dan niet rechtstreeks, en door den slechten afloop van dien strijd kwam hij in de grootste moeite. Om de gunst van den Keizer weer te winnen, moest de Keurvorst veel terug nemen van wat hij in het belang van de Hervorming had gedaan. Maar gelukkig moest de Keizer, door de nood gedrongen, aan Duitschland een volkomen godsdienstvrijheid toestaan. Nadat de Keurvorst voor de Hoogeschool nog tal van maatregelen had kunnen treffen, stierf hij 26 Februari 1556 in den ouderdom van 74 jaren. Zijn lijk werd, op bevel van Palzgraaf Otto Hendrik, zonder eenige Roomsche ceremoniën, onder het gezang van een lied van Luther, in de H. Geest kerk ter aarde besteld.
Nog slechts twee dagen was Otto Hendrik in het land, of er kwam de invoering van de Evangelische leer en de afschaffing van den Roomschen eeredienst. In onbegrijpelijk korten tijd werden de kerken van al, wat aan het oude bijgeloof herinnerde, gereinigd ; en een nieuwe Kerkorde werd afgekondigd. Ais richtsnoer werd de H. Schrift genomen en de predikanten hadden zich te houden aan de Augsburgsche belijdenis. Als Catechismus werd de Wurtembergsche, door Brenz vervaardigd, ingevoerd.
De godsdienstoefeningen zouden als volgt worden ingericht: de gemeente zou met een Duitsch koraal-gezang beginnen, daarop zou de predikant de absolutie geven, een leerrede houden, het algemeen Kerkgebed voor alle standen uitspreken en het gezang der gemeente zou weder de godsdienstoefening besluiten.
Niet minder eenvoudig, geheel naar het voorbeeld van Wurtemburg, zou het Heilig Avondmaal worden gevierd. De gemeente moest het lied zingen : „Wij gelooven alleen in één God" ; de predikant tot zelfbeproeving vermanen en in het gebed den bijstand van God afsmeeken ; daarop de gemeente zingen : „Onze Vader in de hemelen"; vervolgens de predikant met verstaanbare woorden de instelling voorlezen en het brood en den wijn uitdeelen.
Bij den Doop werd het exorcisme (of uitbanning van booze geesten) afgeschaft; daarentegen werd een plechtige beproeving en voorstelling van hen, die voor de eerste maal aan de tafel des Heeren wilden gaan, en dus een soort van bevestiging van nieuwe lidmaten, ingevoerd. De geestelijken zouden voortaan in een eenvoudig zwart koorkleed optreden.
De nieuwe Kerkorde vorderde ook een nieuw ingericht Kerkbestuur. De Keurvorst stelde een Kerkeraad aan als het hoogste besturend college.
„Zoo was binnen weinige weken eene geheel nieuwe gedaante gegeven aan het kerkelijke leven en dat der gemeente. Zonder strijd, zonder verdeeldheid, was alles tot stand gekomen. Het volk ontwaakte uit den droom en wreef zich verbaasd de oogen ; maar dit was geen droom".
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's