Rondblik buiten de Grenzen
De gelegenheid, welke voor de leden van den Volkenbond openstond om voorstellen in te dienen tot herziening of verbetering van dit Instituut, heeft niet veel bijzonders opgeleverd. Men heeft blijkbaar wel de overtuiging gekregen dat er van uitsluitend formeele wijzigingen weinig verbetering is te wachten. Wat de zakelijke, juridische opzet betreft, is het met den Volkenbond ook wel aardig in orde. Maar — wat zijn wetten zonder zeden ? De geest, van waaruit de toepassing van de bestaande bepalingen plaats vindt, is het die steeds weer nieuwe mislukkingen tot gevolg heeft. Dat heeft Abessynië ondervonden en de Negus duidelijk doen uitkomen. „Heeft ieder der Staten" — zoo kon de verjaagde Keizer ter Volkenbondsvergadering terecht vragen — „den aanvaller zóó beschouwd als hadden deze hun persoonlijk een oorlogsdaad gepleegd, gelijk zijn handteekening onder artikel 16 van het pact hun verplicht ? " Het antwoord op deze pijnlijke vraag zal ieder duidelijk zijn. Men had ook zonder eenige wijziging in de bestaande statuten veel en veel krachtiger tegen den overtreder kunnen optreden.
Door Nieuw Zeeland is nu voorgesteld, dat alle Staten, leden en niet-leden van den Bond, onmiddellijk een plebisciet organiseeren over de volgende beide punten :
„Is het volk bereid automatisch en onmiddellijk deel te nemen aan sancties bij artikel 16 van het Volkenbondspact tegen lederen Staat, die door den Raad of de Volkenbondsvergadering wordt gekenmerkt als een aanvaller ? "
En voorts : „Moeten in dit geval de legers van de Staten onmiddellijk en automatisch ter beschikking van den Volkenbond worden gesteld ? "
Voor ieder, die het tragische Volkenbondsproces tegen Italië heeft gevolgd, zal het duidelijk zijn dat deze beide punten een belangrijke kwestie raken.
De chaotische toestand in Spanje blijft nog steeds voortduren. Niet alleen dat de „fascistische rebellen" tegen de „roode regeerders" strijd voeren, maar ook in heide kampen onderling heerscht weinig orde. Met name de regeering raakt het gezag over het door haar zelf bewapende gepeupel kwijt. Zij heeft nu een revolutionair gerechtshof ingesteld, dat bestaat uit drie beroepsrechters, vier vertegenwoordigers van de links-burgerlijke partijen en zeven vertegenwoordigers van socialisten, communisten en anarchisten. Voor deze Rechtbank zullen alle „volksen Staatsvijanden" terechtstaan. Anarchisten, die namens de regeering recht spreken ! 't Wijst er wel op, dat in Spanje nog verre van geordende toestanden heerschen.
De fascistische opstandelingen hebben een belangrijke sprong vooruit gedaan met de inname van de stad Irun. Het is daar, in de onmiddellijke nabijheid van de Fransche grens, bloedig toegegaan. Tenslotte moesten de regeeringstroepen wijken, nadat ze eerst nog tal van geestelijken, die waarschijnlijk van fascistische sympathieën werden verdacht, hadden gefusileerd en een voornaam deel van de ontruimde stad in vlammen hadden doen opgaan. Er wordt beweerd, dat drie Fransche marine-vliegers klaar stonden om de regeeringstroepen te steunen. Ook werd nog een Fransch wapentransport overmeesterd. Een en ander heeft dus zijn doel niet bereikt. Maar er blijkt opnieuw uit, dat er in Frankrijk bereid zijn om de geestverwante Spaansche troepen te helpen. Het communistische deel van de Fransche Volksfrontregeering voert zelfs openlijk actie voor een meer daadwerkelijke militaire hulp. Maar de socialisten voelen daar minder voor. Zij zien wel in, dat daardoor het gevaar voor het uitbreken van een Europeesch conflict zeer groot wordt. Of dit nu juist de bedoeling der Fransche communisten is ? Zij achten het in troebel water altijd goed visschen. In ieder geval werden te Parijs door de communisten demonstraties gehouden, waarbij doeken werden rondgedragen met opschriften als : „kanonnen voor Spanje" e.d. De positie der Fransche regeering als geheel wordt door dergelijke communistische actie niet prettiger. Als er over zulk een belangrijke buitenlandsche aangelegenheid geen eenstemmigheid heerscht tusschen de coalitiegenooten, vraagt men zich af, waarover men 't dan wèl eens kan zijn. Een vraag, die in dit verband toch reeds recht van bestaan heeft.
De Fransche premier, Leon Blum, heeft blijkbaar ingezien, dat hij, met thans aan den eisch der communistische arbeiders gevolg te geven, zijn positie wel zeer ernstig zou verzwakken. Op een groote feestvergadering van de socialistische federatie heeft Blum dan ook, zeer diplomatiek, maar niet minder krachtig van zich afgebeten. Hij noemde het standpunt der communistische arbeiders een „wreed misverstand" en verklaarde dat „het nationale belang boven iedere partijhartstocht moet staan". De premier heeft onomwonden gezegd, dat vrijheid voor Frankrijk om de Spaansche republikeinsche regeering met wapenleveranties te hulp te komen, dezelfde vrijheid voor Duitschland en Italië zou beteekenen om op grond van het internationale recht, de Spaansche opstandelingen te Burgos te erkennen als wettige regeering en deze hunnerzijds te hulp te komen. Blum dacht er dan ook niet aan om het (theoretisch !) neutrale standpunt prijs te geven.
En de regeering te Moskou heeft zich immers ook voor het Fransche interventie-voorstel uitgesproken ? Dat de Fransche communisten zich daar niets van aangetrokken hebben, zal echter ook wel niet buiten het mede-weten van de Sovjetmachthebbers omgegaan zijn. Die houden er wel van om een meerzijdige politiek te voeren......
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's