KERK, SCHOOL, VEREENIGING
NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Vijftal:
te Zeddam : W. A. F. van Dijk te Oudkarspel, J. P. Scholte te Wehe, O. Staal te Abbenbroek, H. Sterringa te Schalsum en P. Stapert te 's Heerenberg.
Beroepen
te Groot-Ammers P. de Looze te IJsselmuiden — te Hierden bij Harderwijk L. Blok te Brandwijk en Gijbeland — te Westerhaar (Vriezenveen) cand. P. J. Mackaay, hulppred. te Driebergen — te Genemuiden (toez.) J. D. Kleyne te Ooltgensplaat — te Berkhout (toez.) N. W. J. van Linschoten, em. pred. van Paramaribo — te Bergum (toez.) G. J. J. Rensink te Harkstede-Scharmer.
Aangenomen :
naar Zevenaar (toez.) ds. mr. C. J. Bartels te Colmschate — naar Velp H. C. Valeton te Maastricht — naar Vollenhove (toez.) H. G. Groenewoud te Balk — naar Opwierde en als hulppred. te Solwerd en Marsum G. Jansma te Makkum — naar Westbroek ca. A. G. Oosterhuis te Daarle.
Bedankt:
voor Aalburg en voor Gameren A. G. Oosterhuis te Daarle — voor Dordrecht J. H. Mulder te Rotterdam-Charlois.
GEREFORMEERDE KERKEN.
Drietal:
te Tzum cand. C. v. d. Boom te Overschie, cand. F. Colebrander te Huizum en cand. A. S. v. d. Hoorn te Amersfoort.
Beroepen:
te Haarlemmermeer-Oostzijde C. G. Bos te Wester-Emden — te Tzum cand. F. Colenbrander, hulppred. te Huizum.
Aangenomen.:
naar Bolnes D. Warnink te Ter Aar.
CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK.
Tweetal:
te Zeist P. de Groot te Gorinchem en G. Salomons te Amsterdam-W. — te Bussum-Naarden J. Taminga te Harderwijk en P. de Smit te Utrecht — te DedemsvaartLutten D. Biesma te Drogeham en W. Ramaker te Kampen.
Aangenomen :
naar Nieuweroord (Dr.) cand. W. A. Zijlema te Bedum.
GEREFORMEERDE GEMEENTEN.
Tweetal:
te Borssele J. D. Barth te Dordrecht en P. Honkoop te Den Haag.
Beroepen : te Dirksland W. C. Lamain te Rotterdam-Zuid.
Toegelaten tot de Evangeliebediening.
Door het Prov. Kerkbestuur van Gelderland is toegelaten tot de Evangeliebediening de heer M. Verkerk, Buiksloterdijk 434, Amsterdam, die zich beroepbaar stelt in onze Gereformeerde gemeenten.
— Door het Prov. Kerkbestuur van Noord-Brabant is toegelaten tot de Evangelie-bediening de heer C. M. Langevéld te Maassluis.
Afscheid, Bevestiging en Intrede.
MELISSANT. Na bevestigd te zijn door ds. P. Bouw van Benschop met een prediking over Ef. 4 : 11, 12, deed 's middags ds. H. K. van Wingerden intrede in de Hervormde Gemeente te Melissant. Hij bepaalde zijn gemeente en zich zelf bij het Psalmwoord : Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht voor mijn pad. Was 's morgens bij de handoplegging reeds aanwezig ds. H. A. Labrie van Goedereede, 's middags bovendien de ringbroeders ds. Verkerk, Hovius en Kleyne. Nadat na de predikatie de jonge leeraar zich tot allerlei personen en colleges gericht had, o.a. tot den aanwezigen burgemeester, den heer D. J. Visscher, werd hij hartelijk toegesproken door ouderling D. Swart, namens den Kerkeraad der Gemeente, door ds. Labrie als consulent en vriend en door ds. Verkerk van Oude Tonge namens de ring. Toegezongen werden Psalm 71 : 2 en Psalm 132 : 6. De dankbare gemeente was beide malen in grooten getale opgekomen.
ALKMAAR. Ds. C. van Dop, van Hierden, die Zondag 11 October hier zijn intrede doet, zal bevestigd worden door prof. dr. H. Visscher.
HEUSDEN. Cand. F. L. van Duijkeren, thans hulpprediker te Leeuwarden, doet 27 September zijn intrede. Bevestiger is ds. G. Gerbrandy, van Leeuwarden.
LETTELBERT. Cand. W. Uilman, van Engwierum, doet 27 September zijn intrede. Ds. J. van Kuiken, van Uithuizermeeden, hoopt hem te bevestigen.
NlEUW-VENNEP. Ds. J. de Vries, van Haskerhorne, hoopt 13 September alhier zijn intrede te doen.
TULL EN 'T WAAL. Cand. L. Lagerweij doet Zondag 27 September zijn intrede. Bevestiger is ds. L. Boer te Scheveningen.
Ds. J. Pannebakker.
In de ziekte van ds. J. Pannebakker, Ned. Herv. predikant te Amersfoort, welke reeds enkele maanden duurt, is thans een gunstige wending gekomen. Het herstel zal echter langzaam voortgang hebben, zoodat er nog wel eenige maanden mee zullen verloopen eer ds. Pannebakker zijn arbeid zal kunnen hervatten.
Ingebruikneming Westerkerk te Gouda.
Het nieuwe kerkgebouw van de Ned. Hervormde Gemeente te Gouda in het stadsdeel Korte-Akkeren, de z.g. Westerkerk, zal Zaterdagmiddag 12 September officiëel in gebruik worden genomen.
Opgeheven predikantsplaats.
Door het Prov. Kerkbestuur werd de tweede predikantsplaats in de Ned. Hervormde Kerk van Zaltbommel opgeheven.
Ds. H. Jansen.
Wanneer hij zijn 65-jarigen leeftijd bereikt zal hebben (6 Januari 1937), stelt ds. H. Janssen, leger-en vlootpredikant in algem. dienst, zich voor af te treden als voorzitter van den Bond van Chr. Gereform. Jongelingsvereenigingen. Dit mededeelende in het orgaan van dien Bond, schrijft ds. Janssen : »De 65-jarige leeftijd, lijkt mij een passende leeftijd om mij zoo langzaam van het een en ander te ontdoen. Ik heb nog wel enkele idealen op het gebied van het vereenigingsleven, maar om die te kunnen realiseeren heb ik behoefte aan tijd, en ik heb juist geen tijd. Het leven wordt steeds drukker. Het werk groeit en breidt zich uit, maar de dagen worden niet langer dan 24 uur, en de week duurt slechts 7 dagen. Ik kan dus geen vrije tijd krijgen, tenzij ik wat los laat en met dat loslaten hoop ik met mijn 65 ste jaar D.V. te beginnen.
Gereformeerde Zendingsbond.
Jaarvergadering te Utrecht.
De Gereformeerde Zendingsbond komt 16 September a. s. in 37ste jaarvergadering bijeen te Utrecht, in het „Gebouw voor Chr. en Sociale Belangen".
Ned. Herv. Meisjesvereenigingen op G.G.
Leidstersvergadering té Utrecht.
Zaterdagmiddag hield de Bond van Ned. Herv. Meisjesvereenigingen óp G.G. in het gebouw van de N.U.C, te Utrecht, ëen leidstersvergadering.
Daar de presidente van den Bond, mevr. ds. Van der Wal, te Wageningen, verhinderd was, stond deze vergadering onder leiding van de 2e presidente, mevr. ds. v. d. Hoek, te Rouveen, die na de vergadering op gebruikelijke wijze geopend te hébben, het referaat van mevr. Van der Wal voorlas.
Doel dezer vergadering was, om meer contact te verkrijgen tusschen het hoofdbestuur van genoemde Bond en de leidsters der verschillende aangesloten vereenigingen en om tevens verschillende aangelegenheden betreffende „de Kandelaar", het blad, dat maandelijks door den Bond wordt uitgegeven, te bespreken.
Na de voorlezing van het referaat werd in de pauze gelegenheid gegeven tot het stellen van vragen, die daarna, voor zoover dit mogelijk was, door de 2e presidente werden beantwoord en waar dit niet mogelijk was, in het Hoofdbestuur behandeld zullen worden.
Ongeveer 22 vereenigingen waren door twee a drie leden vertegenwoordigd.
Om ruim half 6 werd deze geanimeerde vergadering, nadat nog staande het Bondslied gezongen was, door mej. Burggraaf, algem. bestuurslid, met dankzegging gesloten.
Vrije Universiteit.
Rectoraatsoverdracht.
De plechtige overdracht van het rectoraat aan de Vrije Uniiversiteit zal Woensdag 16 September a.s., om half 4, in het gebouw voor den Werkenden Stand te Amsterdam, plaats vinden.
De rector-magnificus, prof. dr. L. v. d. Horst, zal na vermelding van de lotgevallen der Universiteit, zijn waardigheid overdragen aan zijn opvolger, prof. dr. J. Waterink.
Om half 9 zal de nieuwe rector dien avond in het American-Hótel recipieeren.
Wederuitzending van dr. H. Kraemer.
Voor het fonds tot wederuitzending naar Ned. Oost-Indië van dr. H. Kraemer, den bekenden Godgeleerde van het Nederlandsch Bijbelgenootschap, kwamen hij het Bijbelgenootschap twee giften in, elk van ƒ 500.—.
Dr. K. Dijk benoemd tot hoogleeraar aan de Theologische School te Kampen.
Onder de groote en de belangstelling hebbende punten voor het agendum van de Generale Synode, behoorde ook de benoeming van een hoogleeraar ter voorziening in de vacature, door het overlijden van onzen diep betreurden professor Hoekstra ontstaan.
In sterke spanning zag men weken lang uit naar het tweetal eerst, en toen dat geheim bleef, naar de benoeming daarna. Vele gissingen zijn gemaald; . Naar dezen en genen wees men met den vinger.
Tot nu eindelijk de beslissing gevallen is, en dr. K. Dijk, van 's-Gravenhage, is benoemd. Die ook naar aller vermoeden wel op het tweetal zou staan.
De Synode heeft dus ditmaal niet een jongen man aangewezen, maar een dienaar des Woords, die reeds bijna een kwart eeuw lang en met eere de kerken heeft gediend.
Daarin is iets goeds. Voor de inleiding der aanstaande predikanten in de practische uitoefening van hun ambt, is het zeer goed, dat een man den katheder bezet, die reeds zelf in de practijk van het wondere ambt is geoefend en bekwaamd. In de leerschool der heilige bediening heeft een man als dr. Dijk een schat van wijsheid meegekregen, die den studenten aan de Theologische Hoogeschool naast deze wetenschappelijke voorbereiding niet anders dan ten goede komen kan.
[Dr. C. Bouma : Calvinistisch Weekblad.]
Christelijk Lyceum Harderwijk.
Tot conrector (vac. Fokkinga) : dr. J. G. van de Putte, leeraar wis-en natuurkunde aan genoemd Lyceum. Voor den cursus 1936—1937 zijn tijdelijk benoemd : voor de klass. talen : drs. J. M. Hoek, tijdelijk leeraar Geref. Gymnasium te Amsterdam ; voor Duitsch (tweede leerkracht) : drs. W. J. Buma, te Leeuwarden ; voor Nederlandsch : drs. N. F. Noordam, te Maarsbergen.
Het eenheidsplan van Stanley Jonesv
't Is nog niet zoo lang geleden, dat de werken van Jones grooten opgang maakten. Ook onder ons werden ze veel gelezen. Welk een eigenaardig Kerkbesef hij heeft, moge blijken uit het volgende, dat we ontleenen aan De Wekker:
Stanley Jones heeft in de „British Weekly" de Engelsche Christenheid een eenheidsplan voorgesteld. Ook aan ons, Nederlanders, heeft hij een voorstel gedaan. Hij meent:
wij moesten spreken van de eene nationale „Kerk van Jezus Christus in Nederland", en de bestaande kerken als onderafdeelingen daarvan leeren beschouwen. Zoo zou op den duur ook één organisatie kunnen tot stand komen, met als gemeenschappelijke belijdenis Matth. 16 vers 16, die groot moreel gezag zou hebben in de belangrijke vragen, die de wereld bezig houden. Een „Algemeene Raad" zou aan het hoofd komen te staan.
Stanley Jones deed er een practisch voorstel bij, dat dadelijk verwezenlijkt kan worden : als allen, die dit met hem wenschen, eens begonnen met op hun postpapier al vast te zetten: „Kerk van Jezus Christus in Nederland", en dan daaronder den naam van de groep, waar wij toe behooren : „Hervormden", „Gereformeerden", „Doopsgezinden" enz. Zou dit niet worden een groote manifestatie van eensgezindheid bij alle verscheidenheid, niet vormen een zichtbaar front tegen ongeloof en alle werken der duisternis, niet medewerken tot de versterking van elkanders geloof in de zekere toekomst des Heeren, van het onderling vertrouwen en van de vredesgedachte, wanneer deze beweging ook in andere landen veld wint?
De emeritus-ipredikant ds. J. W. A. Klinkhamer Bredius, te Baarn, heeft samen met ds. E. H. Blaauwendraad aldaar deze zaak ter harte genomen, en tot dit doel laten drukken voor Hervormden, die meewerken willen, eenvoudige gegomde strookjes met het opschrift „Lid van de Kerk van Jezus Christus in Nederland-Hervormden", en een sprekend sluitzegel in twee kleuren, met dezelfde woorden als randschrift. De prijs van het strookje ds £0.15 per 100, die van het sluitzegel ƒ 0.50 per 100.
Wie zooiets leest, begrijpt aanstonds, dat deze oecumenische beweging niet gedragen wordt door een Schriftuurlijk kerkelijk besef. Het gevaarlijke is, dat men den mond vol heeft over de Kerk" en over „de Kerk van Jezus Christus", en dat onze jonge menschen door al deze mooie en pakkende leuzen worden verstrikt.
Voor de Kerk geldt: „indien Gij in Mijn Woord blijft, zoo zijt gij waarlijk Mijn discipelen".
Aan den arbeid!
In ons land, hoe rustig het hier, vergeleken bij vele andere landen, gelukkig ook is, wordt eveneens stelselmatig en met volharding gewerkt aan de revolutionaire omzetting van den volksgeest. De moeilijkheden, de zorgen en de kommer, welke het deel van velen zijn, verslappen eenerzijds den weerstand tegen de revolutionaire propaganda, en maken anderzijds meer vatbaar voor de aanvaarding van valsche, doch verleidelijke leerstellingen. Verwarring en verdwazing zijn thans veelvuldig voorkomende verschijnselen. En er zijn partijen, bewegingen en groepen, welke het aanleggen op het doen toenemen van de verwarring en op het stichten van wanorde, teneinde daardoor een gunstige sfeer te verkrijgen voor de verwezenlijking van hare doeleinden.
Daarbij komt, dat wij een verkiezingsjaar tegemoet gaan, en er op moet worden gerekend, dat alles zal worden in het werk gesteld om het gezag te ondermijnen en onze parlementaire instellingen met lamheid te slaan.
Daarom te méér is het noodzakelijk, dat van onze zijde overal aanstonds de politieke arbeid weer wordt hervat.
[De Standaard.]
Huwelijksmoed.
Ds. J. D. Boerkoel schrijft in de Watergr. Kerkbode:
»Onlangs merkte iemand, naar aanleiding van de talrijke huwelijksbevestigingen in onze gemeente, op : dat gaat maar door !
Ik had maar één antwoord : gelukkig wel.
Ik heb respect voor den jongen man en de jonge vrouw, die, wanneer ze er maar even de kans toe zien, het huwelijk aangaan.
Ze hadden het zich wel anders voorgesteld. Ze hadden gedacht, dat ze zich wat royaler zouden kunnen inrichten. Dat ze een wat mooier en gerieflijker woning zouden kunnen betrekken.
Maar ze laten zich van hun voornemen niet weerhouden, als het wat minder moet.
Wanneer ze dan staan in het midden der gemeente, hooren ze 't zich verzekeren, dat ze, als ze hun huwelijk sluiten in de vreeze des Heeren, gewis mogen zijn van de hulp Gods, ook als men zulks het allerminst verwacht.
En ze toonen hun vertrouwen niet het minst in hun feestgaven voor Kerk en Armen.
Het mag met blijdschap worden vermeld, dat we bij onze huwelijksplechtigheden collectes krijgen, die er mogen zijn.
Dat is wel eens anders geweest. Dan stak, wat men voor Kerk en Diaconie over had, wel schraal af bij de pracht en praal, waarmede de stoet naar stadhuis en kerk reed.
Dit was geen algemeene regel. Maar vaak stelden de collectes toch teleur.
Tegenwoordig zijn we overtuigd, dat er naar vermogen wordt gegeven. Keer op keer hooren we : een mooie collecte.
Dat is een goed teeken. Om het vertrouwen In den Heere, dat de jonggehuwden in dezen moeilijken tijd vertolken in hun gaven.
Het leven zal dan verder bescheiden moeten worden ingericht «
De beteekenis van den Bijbel voor Vrijzinnigen.
Op de vergadering van de Federatie van Vrijz. Herv. Vrouwenvereenigingen in Friesland, gehouden op Woensdag 13 Mei te Leeuwarden, heeft ds. Sevenster, Ned. Herv. pred. te Hogeheintum, een lezing gehouden over : „De beteekenis van den bijbel voor de Vrijzinnigen" (bijbel met een kleine letter, Vrijzinnigen met een groote aanvangsletter geschreven !!)
Wij lazen het volgende verslag :
Er begint in onze kringen belangstelling voor de bijbel te komen. Ook het vraagstuk : „de bijbel op de openbare school", trekt veler aandacht. In 't algemeen is er een verblijdend opleven te merken.
De nood der tijden dringt. Er is behoefte aan vastheid in deze tijd. Afgronden gapen en men snakt er naar een vast steunsel te grijpen. De vlucht naar de dictator is slechts het zoeken naar een houvast. Wij beleven een aardbeving, waar we gaan of staan, en als we het buiten ons niet kunnen vinden, moeten we het binnen in ons zoeken.
Hoe kunnen we de rust van binnen vinden ?
Niet in de bijbel, niet in de Kerk, niet in de Maatschappij, niet in de hoeken, niet bij de menschen.
Rust van binnen, beteekent rust bij God.
We kunnen iets ervaren van de rust die er uitgaat van 't oude bijbelboek, als we het schilderij van Rembrandt zien, dat voorstelt, een oude Moeder, gebogen over 't bijbelboek. Haar gezicht spreekt van de rust, die de mensch vindt in 't oude boek van de Godsdienst.
Ook buiten dit boek wordt rust gezocht, b.v. bij de R.K. Kerk. Daar zitten de vrouwen en mannen niet verdiept in 't oude boek om rust en vastheid te verkrijgen. De Kerk geeft die vastheid, en de Paus en de Priesters. Als ge daaraan gehoorzaamt en luistert, geeft het U rust voor Uw ziel. Zeker heeft de vrome, die onder 't gehoor van een Priester als Guido Gezelle was, rust en vatsheid gevonden.
Er is een tijd geweest, dat alle menschen Roomsch-JKatholiek waren. Geestelijken lazen de bijbel, leeken niet. Toen kwam de hervorming en men begeerde de bijbel te lezen. Luther vertaalde de bijbel in de volkstaal en stelde zoodoende de menschen in staat de bijbel te lezen. Toch bleven de menschen naar een steunsel zoeken. Ze vonden 't niet meer in de kerk, maar zochten 't toen in de bijbel. De Protestanten zijn in hun strijd zich toen gaan beroepen op dit boek. Ze noemden het „de heilige schrift". Wat in de bijbel stond was Gods woord, waaraan men niet mocht twijfelen. Naarmate de wetenschap echter vorderde, en met haar een nieuwe wereldbeschouwing kwam, begon men te twijfelen aan de bijbel en werd, het door sommigen verguisd als een leugenboek.
Er zijn nu drie groepen: de R.K. die zeggen: „De bijbel hoort niet in de huiskamer", de Orthodox Protestanten, die de bijbel voor 't grijpen hébben, en de Vrijz. Protestanten, die de bijbel niet voor 't grijpen hebben, maar die toch weten, dat er in dit boek ook voor hen een machtige levenssteun te vinden is.
Er is een tijd geweest, dat wij, Vrijz. Herv., de bijbel niet waardeerden zooals nu. Critiek en afbraak hebben toch hun nut gehad en wij plukken er thans de vruchten van. Het is toch beter, dan sommige Orthodoxe voorgangers doen, die om het kinderlijk geloof hunner gemeenteleden niet te kwetsen, zeggen dat de bijbel van A tot Z Gods woord is, 'hoewel zij zelf daar niet meer van overtuigd zijn.
Zelfs Abraham Kuyper liet 'zich over de bijbel uit als een borduurwerk, waarvan de omtrek met zilverdraad en het binnenste met gouddraad bewerkt was.
't Is trouwens ook nooit de bedoeling van de schrijvers der bijbelboeken geweest, dat 't nageslacht dit als Gods woord zou opvatten. Ze hebben hun verhalen van goede en slechte menschen geschreven, zooals zij dit gezien en beleefd hadden.
De tegenstanders van de bijbel beroepen zich er dus ten onrechte op, dat zij het geweest zijn, die de bijbelcritiek hebben uitgevonden. Al de stormen, die er over dit boek gegaan zijn, dat in wel 500 talen vertaald, is, hebben er niet de waarde en de schatten u.it kunnen wegnemen, die er in verborgen zijn.
Wij hebben ons dus neer te zetten en kennis te nemen van de inhoud ? Wij hoeven niet alles te lezen, maar ieder zoéke in dit boek, wat voor hem nuttig is en tot steun kan sterken. Als Jezus zelf ook niet in des Schriften en koos hij ook niet! Hij aanvaardde toch ook niet „Het oog om oog en tand om tand !" Zoo moeten wij ook scheiden 't ware van 't onware.
Wij kunnen wel zalig Worden zonder de bijbel. Zijn we echter klaar met onze groote levensvragen ? Zoek toch in dit boek een oplossing en ervaar dat het een schat van levenswijsheid kan geven. Woorden van troost en liefde.
Ook voor onze jeugd mag het geen gesloten boek blijven. Als wij de geestelijke schatten, die onze Voorouders ons hebben nagelaten, ten volle zullen leeren kennen en waardeeren, moeten wij de bijbel kennen. Hoe zullen wij ooit dichters, als Vondel e.a., leeren begrijpen, als wij de bijbel niet kennen ? Of kunnen genieten van schilderstukken van Rembrandt, als wij omtrent de verhalen uit de bijbel onkundig zijn ? Laat de bijbel dus voor ons niet worden een boek, dat wij slechts in ons bezit hebben, maar dat ook de sporen draagt van veelvuldig gebruik. Vrouwen zijn gevoelsmenschen. Zet u dus neder voor 't oude boek van de Godsdienst. Geloof in 't Evangelie van Christus en wacht biddend en verlangend af. Dan zal voor U in deze donkere tijden een licht gaan schijnen en 't zal U koers doen houden op de fel bewogen levenszee.
De Souvereiniteit Gods en Zijn Vaderschap.
„Nooit mag worden vergeten, dat de belijdenis der souvereiniteit Gods nog om een andere roept, zal er geestelijk evenwicht zijn. Stond naast de waarheid der souvereiniteit niet een .polaire waarheid, gij zoudt u terneergeslagen voelen onder den overweldigenden indruk van Gods verhevenheid. De Almachtige zou voor u alleen zijn een God uit de hoogte, een God van verre. Doch de relatie der souvereiniteit is niet de eenige. Er bestaat tusschen God en den mensch ook een relatie als van vader tot kind. Krachtens schepping was Adam de zoon van God. En toen de mensch door den val niet meer waard was Gods zoon te worden geheeten, heeft Christus de relatie voor de Zijnen hersteld. Daaruit wordt geboren dat ondefinieerbare intimiteitsgevoel, dat den geloovige doet rusten aan Jezus' borst en in des Vaders armen.
Het is opmerkelijk, dat Calvijn nooit over de souvereiniteit Gods uitsluitend spreekt, maar er telkens Gods Vaderschap mee in verband brengt. Laat mij u één citaat geven uit honderden. Hij schrijft ergens in zijn Institutie: „laat ons bedenken, dat de uitdeeling van al wat God geschapen 'heeft in Zijn hand en souvereiniteit is — maar ook, dat wij Zijn kinderen zijn" ('I, 14, 22). Deze toon klinkt ook in alle Gereformeerde belijdenisschriften door. Daarin bewijst het Calvinisme zich als volkomen bijbelsch. Neemt Rom. 9, met die ontzettende uitspraak, waaraan zoovelen zich hebben gestooten : „Of heeft de pottenbakker geen macht (geen souvereiniteit, exousia) over het leem om uit denzelfden klomp te maken zoowel een vat ter eere als ter oneere" (vers 21). Maar het hoofdstuk, dat daaraan onmiddellijk voorafgaat, bevat een hoog gestemd loflied op het Vaderschap Gods. „Want zoovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Want gij hebt niet ontvangen den geest der dienstbaarheid (slavernij), die u weer zou voeren tot vrees, maar den Geest van het kindschap, door Wien wij roepen : Abba, Vader. Deze Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn". (Rom. 8 vers 14—16). En reeds tot Israël richtte God de aandoenlijke vraag : „ben Ik een Vader, waar is Mijn eer, toen Ik een Heer, waar is de vrees voor Mij ? " (Maleachi 1 vers 6).
Het Calvinisme is niet alleen consequent in zijn belijden van de souvereiniteit, maar ook van het Vaderschap Gods. Het kenmerkt zich door stoerheid, maar ook door teederheid. De ware Calvinist leeft uit het bewustzijn niet enkel Gods knecht, maar ook Zijn kind te zijn". [Prof. dr. V. Hepp. 2de Internationaal Congres van Calvinisten. Amsterdam, 1934.]
Het paleis van Calvijn.
Toen de Roomsche Kardinaal Sadoletus in Genève kwam en vroeg naar h et paleis van Calvijn, wees men hem een allereenvoudigste woning. In die woning huisde een zwak en ziekelijk man. En door dezen man heeft God zulk een groot werk willen doen !
De ware vrijheid.
Augustinus leerde : Deo servire, vera libertas, dat is : God te dienen, dit is de ware vrijheid.
Calvijn heeft dat overgenomen van Augustinus, die het weer geleerd had van Paulus. En Paulus sprak hier naar de meening des Heiligen Geestes.
Wanneer wij ons element vinden in de rechten en inzettingen des Heeren en deze ons gezangen zijn in het land der vreemdelingschap, dan is het leven waarlijk vrij. Zooals de visch vrij zich beweegt in het water.
Allen die God vreezen verwachten dan ook de oplossing van het kerkelijk vraagstuk, maar evengoed de vraagstukken van gezin, school, maatschappij en Staat, van het terugkeeren tot de ordinantiën Gods.
Alleen Italiaansche R.K. Missie
Abessynië geduld.
Nadat Italië Abessynië door zijn krijgsmacht overweldigd had, heeft het dit land geannexeerd. De Italiaansche dictator Mussolini) is aanstonds er op uit geweest om zooveel mogelijk Italiaansche invloeden In het nieuwe gebied te laten werken. Daarom heeft hij twee eischen op den voorgrond gesteld :
Ie. Alle missionairs moeten Italianen zijn.
2e. Alle naar Abessynië vertrekkende missionairs moeten zich nadrukkelijk verbinden om zich in elk opzicht te voegen naar de aanwijzingen van de Italiaansche regeermacht. De paus neemt zijnerzijds op zich, om, wanneer de missionairs zich daaraan niet houden en daarom uitgewezen worden, daar niet tegen in te gaan.
Wel heeft de Fransche gezant gepoogd gedaan te krijgen, dat de Fransche missionairs, die vanuit Tunis in N.-Afrika al een eeuw lang ijverig gewerkt hebben, van dezen maatregel uitgezonderd zouden worden.
Daartegenover heeft het Vaticaan den eisch gesteld, dat de bepaling, die in Italië sedert 1929 geldt, namelijk dat een bestrijding van de Roomsche Kerk door missies van andere godsdienstige gemeenschappen, op de manier van een openbare propaganda, verboden is.
Dit heeft de Italiaansche regeering toegezegd, met de beperking, dat een overgangsperiode van nader te bepalen duur zou vastgesteld worden — omdat de regeering geen moeilijkheden met Londen en Washington wil hebben door het aanstonds wegzenden van bijna uitsluitend Angelsaksische Protestantsche Zendelingen.
De Roomsche hiërarchie mag wel twaalf apostolische vicariaten in Abessynië instellen, maar elke benoeming voor leidende plaatsen moet door den vice-koning worden goedgekeurd. Het is te verwachten, dat eenige moeilijkheden zullen ontstaan tusschen de Roomsche vicariaten en de hiërarchie der Koptische Kerk.
[De Heraut.]
W.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's