De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

9 minuten leestijd

Het is waarlijk geen overdrijving, wanneer de stelling wordt geponeerd : „tusschen wat God doet en de mensch doet, is een hemelsbreed verschil". Niet alleen wat gedaan wordt, maar ook de wijze waarop, geeft ditzelfde onderscheid aan.
Laat ons maar eens bij het laatste beginnen. Als de mensch iets van plan is te doen, we zullen zeggen, hij heeft zich voorgesteld iets te zullen fabriceeren. Het terrein is uitgezocht, een schema van gebouwen ontworpen, de plaats is in gedachten reeds vastgesteld waar de verschillende werkbanken zullen worden geplaatst. Weet ge wat dan het eerste is wat gedaan dient te worden ? Aan de Overheid moet bericht worden gezonden omtrent deze plannen. Al de bescheiden dienen daaraan te worden toegevoegd. Dit alles is bij de wet geregeld. Wie het zoó maar zou wagen om te gaan bouwen, zonder meer, niet lang behoeft hij te wachten of van Overheidswege wordt hem een gebiedend halt toegeroepen.
Waarom zou dit nu zoó zijn ingeschakeld ?
Mag ik het u eens zeggen ?
Dat eischt de Hinderwet.
Een naam, zult ge zeggen, die voor tweeërlei uitleg vatbaar is.
Deze wet is een hinder voor ieder, die op zijn eigen houtje bezig is allerlei dingen te ontwerpen, die wel eens hinderlijk konden zijn voor een ander. Dit laatste stelt de wet in 't juiste licht.
Komt het niet voor, dat de eene mensch den anderen zóó hindert, dat de buitenstaander zeg­ gen moet: „die heeft geen leven" ? Is 't nooit vertoond, dat een of ander bedrijf zóó werd omgevormd dat met recht kon worden geklaagd : „hooren en zien vergaat ons".
Denkt eens aan stampende machines, dag en nacht, waar de eene ploeg de andere aflost. Dagploeg en nachtploeg, het zijn twee woorden, waarin voldoende wordt aangegeven wat het voor beteekenis heeft als de mensch aan het werk is.
Wat is dit met Gods werk heelemaal anders ! Hier wordt in den vollen zin van het woord het werk nooit onderbroken. Denkt maar eens aan het Schriftwoord : „Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook". Het werk der zaliging rust in handen, die nooit aflaten.
Is het een nooit onderbroken werk, de wijze, waarop dit geschiedt, treft u evenzeer, als geheel verschillend met wat u bij allen menschelijken arbeid is opgevallen.
Riep deze een Hinderwet in het leven, opdat de eene mensch den anderen niet al te veel hinder in den weg zou leggen, Godes arbeid is altijd majesteitelijk. Deze draagt een eigen stempel. Deze ademt stilte en is van alle drukte gespeend.
Wie denkt hierbij niet aan wat de Evangelist Mattheüs van den Heere getuigt als hij aanhaalt wat de profeet Jesaja van den Christus had geprofeteerd : Hij zal niet twisten, noch roepen, en daar zal niemand Zijne stem op de straten hooren. Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken en de rookende vlaswiek zal Hij niet uitblusschen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning".
Zoo was van den Christus geprofeteerd en zoo en niet anders waren Zijn gangen. Waar de Heere werkt, daar is het stil, daar wordt het stiller dan ergens. Van geen enkel ding is de Geest des Heeren zoo schuw als wel van het geschreeuw en geroep, dat zoo alle menschelijke arbeid typeert. Daarvoor wijkt die teedere Geest des Heeren uit. Hij woont en werkt, waar verbrokenheid des harten en verslagenheid des geestes wordt gevonden. Hier ademt Hij vrij.
En welke vruchten hiervan gezien worden, behoeft nauwelijks apart te worden vermeld. Hier rijpen plannen, die de komst van Gods Koninkrijk tot doelwit stellen, hier wordt gewilligheid geboren om alles wat Gods hand ons gaf in dienst te stellen van dien eenigen Behouder, onzen Heere Jezus Christus. Hier vlucht alle zoeken van eigen eer. Hier blijft maar één begeeren over, n.l. hoe wordt Gods Naam grootgemaakt in het toebrengen van zondaren.
God werkt in de stilte.
Let er wèl op: Hij werkt". Zie maar eens naar alles wat uw oog aanschouwt rondom u. De groei op den akker ging geruischloos. Het rijpen van de vruchten ging geluidloos. Zijn stem werd op de straten niet gehoord,
Hoe heerlijk is het, in die stilte te worden ingeleid, waarin God de Heere in u werkt beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen.
Zie, deze gedachten werden bij mij wakker geroepen, toen ik mij de stukken zag voorgelegd, waaromtrent ik het overzicht zou schrijven van deze week.
1. Het begon al dadelijk met het ontvangen van een post, welke een eigen karakter droeg. Door een Notaris uit Rotterdam werd uitvoering gegeven aan de uiterste wilsbeschikking van wijlen mej. KL, aldaar, een van die stillen in den lande, die aan onze fondsen 100 gulden had vermaakt ƒ 100.—
Evenzoo was het mij gegaan vlak voor mijn vacantie. Toen werd mij vanuit de gemeente van Hoogeveen medegedeeld dat aldaar een onzer stille, doch meelevende vriendinnen, mej. de wed. Z., was heengegaan, die onze fondsen ook op deze wijze had bedacht, door voor ieder van deze 100 gulden te bestemmen. Alzoo werd mij van hier overgemaakt „ 200.—
Voor beide zendingen zijn wij uiterst dankbaar. Wij gedenken beide geefsters met groote erkentelijkheid aan God, Die haar wil alzoo heeft willen leiden. Ook en inzonderheid hier mag worden opgemerkt Godes werk in de stilte. Waar een testament wordt opgemaakt, wordt het rumoer van de straat geweerd. Hier immers wordt iets beluisterd van den schuifelenden tred van den dood en daarachter de eeuwigheidspoorte geschouwd. Waar wij hier bij deze beide giften iets mogen opmerken omtrent de verbreiding van Gods Koninkrijk, zoo zeggen wij den Heere dank in de allereerste plaats en gedenken haar, die van ons heengingen, met dank in 't hart.
3. Wat hierop volgde, gaf nieuwe stof tot blijdschap. Onze voorzitter, ds. Van Grieken, van Rotterdam, zond me 100 gld. door hem ontvangen van N.N. voor het Studiefonds, met bijschrift: „voor opleiding van Predikanten in de Ned. Hervormde Kerk" „ 100.—
Dat hierdoor steun wordt gegeven aan onzen arbeid in stoffelijken zin niet alleen, behoef ik niet eens te zeggen. Veel sterker is die, in wat dit uitwerkt voor onzen geest. Onze moed wordt er door verlevendigd.
Wij betuigen den onbekenden gever zeer hartelijk onzen dank en verheugen ons ten zeerste in zulke krachtige blijken van medeleven.
4. Door ds. Vreugdenhil, van Gorcum, werden mij een tweetal giften toegezonden. Een gift van 1 gld. en een gift van 5 gld., voor de beide fondsen. Deze werden in zijn brievenbus gevonden „ 6, —
Wij zeggen beide gevers zeer vriendelijk dank en spreken bij dezen den wensch uit dat menige gift ons op deze wijze mag geworden.
5. Door den Penningmeester van de Afdeeling Alkmaar werden ons de contributiegelden afgedragen. Daarbij was de inhoud gevoegd van het busje van de fam. Kloosterboer, aldaar, zijnde 4 gld.
Tezamen was dit bedrag , 28.75
Wij zeggen de Alkmaarsche vrienden zeer hartelijk dank en spreken hij dezen den wensch uit en bede, dat Gods zegen rijkelijk ruste op den arbeid, die hier door onzen Bond wordt verricht.
6. Vanuit Slikkerveer kreeg ik ook weer een goede tijding. Onze vriend Van Beek heeft hier — hoevele jaren reeds weet ik niet precies — een busje, dat hij thans ter verzorging heeft toebetrouwd aan zijn dochtertje Maartje. Nu geldt ook hier het spreekwoord, : „goed voorgaan, doet goed volgen". Of spreekt een opbrengst als deze „ 11.05 niet voor zichzelf ? Wij zijn met deze jeugdige hulp ten zeerste ingenomen en zeggen vader en dochter allerhartelijkst dank voor wat zij in dezen voor onzen arbeid doen wilden. Gods zegen ruste er rijkelijk op.
7. Van den heer K. te Gortel kreeg ik een gift van vijf gld „ 5.—
Waarvoor ik hem zeer hartelijk dank zeg.
8. Evenzoo uit Hengelo werd op mijn giro overgeboekt 10 gld „ 10.—
De gever wenscht onbekend te blijven,
'k Betuig ook hem mijn warmen dank.
9. Door ds. Schroten, van Suawoude, kreeg ik zestig cent, opgespaard aan halve stuivers door N.N. te Tietjerk „ 0.60
Hij wil onzen dank in dezen wel betuigen ook voor dit blijk van medeleven.
10. Mej. Sw., alhier, zond mij 40 halve stuivers, met een begeleidend schrijven, waaruit haar hart spreekt „ 1.—
Onze vriendelijke dank.
11. Door ds. Van Dorp te 's Gravenhage kreeg ik van mej. N.N. 10 gld. voor onze fondsen „ 10.—
Hij wil de onbekende geefster onzen vriendelijken dank wel overbrengen ?
12. Van den Penningmeester van de Afdeeling Ouderkerk a/d IJssel mocht ik ook de contributiegelden ontvangen van de Afdeeling. Deze bedroegen , 42.75
Wij zijn hiervoor zeer erkentelijk en betuigen onze Ouderkerksche vrienden onzen zeer vriendelijken dank.
13. Nog een tweetal posten volgen. Het eerste dat zich aandient, komt uit Hazerswoude. Hier staat een van onze meest vruchtbare busjes. Mej. C. Qualm klopt elke drie maanden even bij mij aan om de inhoud af te dragen. Deze is de laatste jaren constant over de 25 gulden per kwartaal. Ook nu weer. Deze bedroeg precies ƒ 26.07. Toch zou het hierbij thans niet blijven. Zij had n.l. van N.N. nog ontvangen ƒ 12.Ö0, zoodat het tezamen bedroeg. .„38.57
De Hazerswoudsche vrienden zijn tè wel overtuigd van mijn dankbaarheid in deze, om hiervan elke keer weer opnieuw te spreken. Wat onze zaak niet verschuldigd is aan zulke trouwe werkers en werksters als hier worden gevonden, is moeilijk onder woorden te brengen.
Wij gedenken aan deze plaats ook onzen trouwen vriend en broeder, wijlen J. van Beek Szn., die door den Heere werd afgelost van zijn post. Wij gedenken hem met weemoed in het hart. Meer dan 25 jaar hebben wij hem zien staan vooraan in onze gelederen. De Heere trooste inzonderheid haar die achterbleef en zij haar verder gunstrijk nabij.
14. Het slot wordt gevormd door een gift, die mij bij de aankondiging ontroerde en verblijdde, 'k Ontving uit Schoonhoven een schrijven, waarin mij werd medegedeeld dat 100 gulden was gestort op mijn giro „100.—
(Dit was de opbrengst van het busje van wijlen onzen vriend Ds. v. d. Pauw, in Januari j.l. overleden. Wat voor gevoelens bij deze tijding bij mij werden wakker geroepen, valt niet gemakkelijk weer te geven. Onze te vroeg ontslapen vriend heeft met een ijver, zooals zelden wordt aangetroffen, dit busje willen verzorgen. Langen tijd, dat hij niet kon, tot eindelijk de mogelijkheid geheel werd weggenomen, omdat Gods hand hem wegnam.
Over het busje zelve heb ik niet durven schrijven, doch let nu eens op de bizondere zorg. Wat aan de hand ontglipte van den broeder, werd door de hand van zijn zuster overgenomen, die in bond met haar nichtje de zorg voor 't busje op zich willen nemen.
Kan het mooier en liever worden behartigd ?
Wij zeggen onze vrienden en vriendinnen in Schoonhoven, en inzonderheid de fam. v. d. Pauw, allerhartelijkst dank voor zulk een teer meeleven.
De Heere geve ook in dezen weg troost voor het gewonde hart en gebiede Zijn rijken zegen over alles.
Tezamen geteld kom ik tot niet minder dan
f 653.72
Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's