De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

7 minuten leestijd

Daar doen zich momenten voor in het leven, dat één enkel feit zoó de aandacht weet te spannen, dat voor alles wat er verder gebeurt, geen oor meer overblijft. Was het zoo niet, toen den volke bekend werd gemaakt het heugelijk feit van de verloving van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana met den Prins van Lippe-Biesterfeld ?
Waar men ook menschen ontmoette, iedereen had het over dat ééne feit. 't Had er den schijn van of men zich omtrent niets anders interesseerde. Wel een bewijs, hoe de innerlijke gedachte leefde omtrent het voortbestaan van ons Koninklijk Huis. Met meer dan gewone bezorgdheid zag men de toekomst tegen. En ziet, opeens stond, wat men nauwelijks had durven wenschen voor ons : Een gelukkig paar, dat zich niet alleen aan elkander wil geven, maar zich wil wijden aan de hooge taak, door den Koning der koningen hun tezamen toebetrouwd.
Wat blijkt het ook hier weer waar te zijn, dat wij met een verrassend God te doen hebben. Niet de mensch, maar de Almachtige bepaalt de dingen. Hij neigt ook de harten der vorsten als waterbeken. Hij stiert de gangen van de machtigen dezer wereld, evengoed als die van de kleinste der menschenkinderen. Het lot der volkeren houdt Hij in de hand.
De dichter heeft het zoo treffend weergegeven in de bekende regels :
Geen ding geschiedt er ooit gewisser Dan 't hoog bevel van 's Heeren mond ; Zijn godd'lijk Almacht spreekt en 't is er, Zijn wil gebiedt en 't wordt terstond.
Nu is de neiging van het menschenhart zoó, dat hij dit gemakkelijker onderschrijft als het hem meeloopt, als het gaat, zooals hij het graag ziet; doch in het tegenovergestelde is het eveneens waar. Wanneer wij eens acht geven op wat er in onze bewogen tijden heel de wereld over plaats heeft. Het eene is al verschrikkelijker dan het andere. De eene ramp overtreft die, welke voorging, vaak zoozeer, dat men zichzelve de vraag stelt: „kan het wel erger ? "
En nu hier in ons land, waar dezelfde menschen wonen met een even zondig hart, die geen haar beter zijn dan welk volk ter wereld ook, ons zulk een verrassing te beurt valt, aan wiens bemoeienis zou dit anders zijn te danken dan aan den Heere alleen. Die Zijn Naam daarin verheerlijkt wil zien ?
Ook in dezen geldt: Gods barmhartigheden roemen tegen het oordeel.
Is dit het eerste, wat wij opmerken, daaraan verbindt zich vanzelf een tweede.
Daar gebeuren machtige, geweldige dingen op de wereld» waarvan heel de omgeving schokt. En toch moeten deze groote het afleggen tegen dat eene kleine. Welk een ontroering trilde door heel het volk. Sterke mannen bleef de stem stokken in de keel en van hoe veler gelaat de tranen vloeiden, is niet aan te geven, toen de boodschap den volke werd gedaan bij monde van het Koninklijk Huis zelve, dat de Prinses haren aanstaanden Gemaal had gevonden. Gemeten met de maatstaf, waarmede de wereld de dingen meet, iets wat volstrekt niet tot de ongewone dingen mag worden gerekend, en toch overstemt het al dat groote en geweldige.
Weet ge hoe wij het moeten zien ?
Wat God doet en geeft is altijd van dien aard, dat al het mensehen-gedoe er zoozeer door in de schaduw wordt gesteld, dat men het niet eens meer hoort en ziet.
Gods doen is alléén groot. 'Gods werk heeft alléén beteekenis. Dat op te merken, is van het hoogste gewicht. Immers hierdoor leert de mensch zijn afhankelijkheid in alles kennen. Als hij verwaardigd wordt in Godes kracht iets te doen, zie, daarvan is heil te wachten. Dan behoeven wij ons ook niet te schamen, wanneer men zegt: zou daarvan iets van beteekenis kunnen worden ? Als God het wil, ja.
Zoo zien wij ook ons werk, het moge zoo klein zijn als het wil en vol gebreken, als het gedragen mag worden door Gods genadige hulp, zoo zullen daarvan vruchten worden ingezameld die Zijn lof zullen vertellen.
Uit den aard der zaak valt er in deze dagen niet veel te verantwoorden. Evenwel wat ik ontving, heeft me tot dank gestemd aan den Gever van alle goeds.
1. De eerste post, welke ik ter verantwoording mij zag voorgelegd, kwam uit Rotterdam en wel uit Rotterdam-Centrum +Kralingen. Enkele posten waren van hier mij reeds geworden, zoodat hetgeen wat nu geboekt kon worden bedroeg ƒ118.82
'k Zeg de Rotterdamsche vrienden allerhartelijkst dank, en wel den Penningmeester, den heer Lagerwaard, in 't bijzonder. In plaatsen als de stad Rotterdam is een arbeid als deze voorzeker geen sinecure. Toch is deze zóó geloopen, dat aan de leiders alle eer toekomt. Nogmaals betuigen wij onze groote erkentelijkheid.
De enkele opmerkingen, welke gemaakt werden, hopen wij ter harte te nemen en bespreken haar met de Comm. van Actie,
't Zou jammer zijn, dat door de verhuizingen der leden hun adres verloren ging.
2. Na Rotterdam volgde Delft. Ook vanuit de Prinsenstad werden mij de contributiegelden toegezonden. Ook hier zullen de vrienden mijn warmen dank willen aannemen, 't Verliep ook hier geheel naar wensch. Onzen vriend H. Zoutendijk inzonderheid mijn welgemeenden dank.
De contributie bedroeg hier ƒ 44.—, terwijl het busje van den heer J. Olieman bevatte ƒ 7.25. Tezamen „ 51.25
3. Nummero drie kwam uit Sluipwijk. Hier is de kring wel iet of wat gemakkelijker te overzien. Evenwel brengen de tijdsomstandigheden, en wel op het platteland niet het minst, geen kleine moeilijkheden mee.
Vandaar onze hartelijke dank aan allen die hieraan hebben bijgedragen.
Ik ontving.........................„ 19.50
4. Nog een Afdeeling, die mij de gelden afdroeg voor contributie, en wel uit de Spaarnestad Haarlem. Wij zeggen ook de vrienden aldaar zeer hartelijk dank. De arbeid aldaar — en nu denk ik niet in de eerste plaats aan het inzamelen van gelden — is verre van gemakkelijk. Toch is 't niet onmogelijk, dat hierbij een helpende hand wordt toegestoken. Dat hiervoor onze gezamenlijke gebeden mogen opklimmen, n.l. de hand Godes vanuit den hemel. Dan loopt alles vanzelf.
De contributies bedroegen.......................... „17.25
Nogmaals onze vriendelijke dank.
5. Van een tweetal leden van onzen Bond mocht ik per giro de gelden voor contributie ontvangen, n.l.
van mej. B. te Elburg ....................„ 3.— en van den heer T. te Hoek van Holland.. „ 2.50
Onze persoonlijke dank willen wij hiervoor gaarne uiten.
6. Een tweetal busjes zijn ook in deze dagen geledigd, n.l. het bekende busje, dat elke maand in ons overzicht voorkomt, en wel van de fam. Bardelmeijer te Zegveld. 't Bedroeg deze keer.......................... „ 1.80
Wij zeggen ook haar allerhartelijkst dank voor de zorg voor de nalatenschap van vader Bardelmeijer.
7. Het volgende busje is indertijd geplaatst bij den heer D. B. van Lokhorst te Hilversum. Nu had ik het genoegen dat hij bij mij persoonlijk kon afdragen de niet onbelangrijke bijdrage van...................... „19.19
Dat een busje zulk een resultaat afwerpt, is voor een groot deel te danken aan de hand, die het presenteert. Ook de kleinste hand kan alzoo prachtig werk doen.
Wij zeggen, die hierbij de helpende hand toestaken, zeer hartelijk dank.
8. Uit eigen gemeente kwamen twee posten ditmaal binnen, en wel één gulden uit de collectezak van de Nicolaaskerk, terwijl bij mij aan huis werd bezorgd, door N. N. vijf gulden. Tezamen alzoo................... , 6.—
Daar ik weet, met hoeveel liefde deze giften gegeven worden, is mijn dank dubbel zoo groot.
9. Tenslotte nog eene collecte, n.l. welke gehouden werd bij de intrede van ds. Roosendaal te Randwijk, 'k Heb me verblijd, dat hier alzoo weer een eigen Dienaar des Woords zijn plaats mag innemen. Gorde de Heere hem Zelf met Zijn bizondere genade, opdat hij tot een rijken zegen gesteld worde voor velen.
De collecte voor onze fondsen bedroeg.. „ 18.30
Wij zeggen den Kerkeraad zeer hartelijk dank voor dit blijk van medeleven.
Tezamen geteld, kom ik tot een eindsom van f 257.61
Utrecht.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's