Rondblik buiten de Grenzen
In de afgeloopen week is te Nürnberg weer de Rijkspartijdag gehouden ; de groote dag der nazi's, waarop politieke en partijbelangen besproken plegen te worden. En waar in Duitschland partij en Staat tot gelijkwaardige en in elkaar overgaande grootheden zijn geproclameerd, draagt deze jaarlijksche partijdag een officieel karakter. Daar komen de kopstukken van het Derde Rijk aan het woord om de politieke volgelingen met nieuw enthousiasme voor het fascistische ideaal te bezielen. En het moet gezegd, dat de organisatoren van zoo'n partijdag er slag van hebben om een imponeerende entourage, een pakkend geheel, in elkaar te zetten. Er wordt daar gewerkt met demonstraties en spreekkoren, met parades en licht-effecten, die door hun massaal en welverzorgd karakter niet nalaten het gesproken woord op de gewenschte wijze te ondersteunen.
Op vorige Nürnbergsche partijdagen had de leiding telkens voor een of andere verrassende mededeeling gezorgd, zoodat met eenige belangstelling werd afgewacht was er dit jaar zou komen. Het schijnt echter dat Hitler de politieke verrassingen — waaraan hij het de wereld inderdaad niet laat ontbreken —, reeds van te voren verbruikt heeft. Want wat we in de persverslagen over de laatste partijdagen lazen, kan moeilijk als fonkelnieuw worden aangemerkt. We weten zoo langzamerhand wel, dat door de nazi's Joden en communisten op één lijn gesteld worden en dat ze van beiden niets hebben moet. Ook was het reeds bekend, op welke wijze men volgens de nat.socialistische levensbeschouwing de „minderwaardigen" oftewel de erfelijk-zieken moet behandelen. „De millioenen en milliarden, die in het verleden werden uitgegeven en het ongeveer een milliard Mark dat wij ook thans nog jaarlijks moeten opbrengen voor de verzorging van erfelijk-zieken, is een verspilling van het volksvermogen, dat volgens onze nat.-socialistische opvatting tegenover het gezonde deel van ons volk niet te rechtvaardigen is. De nat.socialistische Staat heeft er evenwel voor gezorgd, dat voortaan uit minderwaardigen niet steeds weer nieuw leven van minderwaardigen kan worden geboren." Aldus een der nat.-socialistische sprekers, een zekere dr. Wagner, die nog de verzekering gaf, dat de nat.-socialisten daarmede „in overeenstemming handelen met den wil van den Schepper" !
Er is op dezen partijdag verder nog weer eens betoogd, dat Duitschland niet zonder koloniën kan en dat het nat.-socialisme in de afgeloopen jaren reeds veel bereikt had. Dit alles kon worden verwacht. Wat echter eenig opzien gebaard heeft, was de manier waarop de verschillende sprekers, en vooral de Führer, over het Bolsjewistische Rusland sprak. Hoe men te Moskou over den Nürnbergschen partijdag oordeelen zal, valt gemakkelijk te raden als men kennis neemt van wat Hitler o.m. in een zijner redevoeringen zeide :
»Wij zijn helaas niet in de positie der bolsjewistische Joden te Moskou, die de beschikking hebben over een overvloed van grondgebied. Bitter hard moet de Duitsche arbeider zwoegen om in zijn zeer bescheiden levensonderhoud te voorzien. Hoe zou het er evenwel voor ons uitzien, wanneer ik de beschikking had over het Oeralgebergte met zijn onberekenbare schatten, of over Siberië met zijn uitgestrekte wouden, of over de Oekraïne met zijn eindelooze vruchtbare vlakten ? Hoe zouden wij onder nationaal-socialistisch regiem deze streken tot den grootsten bloei brengen ! Wij zouden produceeren, produceeren, en nog eens produceeren ! De Duitsche bevolking zou zich in een overvloed van rijkdom baden !«
Het behoeft niet te verwonderen, dat de weinig critische hoorders deze niet ongevaarlijke, tendentieuse woorden met heil-geroep onderstreepten. Een volk, dat inderdaad onder zware lasten gebukt gaat, herademt als het de mogelijkheid van een betere toekomst voorgespiegeld ziet. Was het slechts de bedoeling van Hitler om zijn menschen hierdoor te verzoenen met het zware juk, dat ze te dragen hebben ? Een juk, dat vooral door de militaire lasten zoo zwaar drukt ? En wilde hij suggereeren dat die militaire lasten binnen afzienbaren tijd lusten zouden afwerpen, ten koste van het verfoeide Rusland ? Deze conclusie ligt voor de hand, maar de partijleiding heeft het 'blijkbaar noodig geoordeeld om het buitenland in dit opzicht gerust te stellen. Hitler zelf heeft verzekerd, dat hij slechts den strijd wilde aanbinden tegen de verderfelijke en Europa ondermijnende bolsjewistische ideologie en Van Ribbentrop heeft categorisch ontkend, dat Duitschland, nu het midden in zijn militairen opbouw zit, aan iets anders zou kunnen en willen denken dan aan vrede.
Maar, zoo vraagt men zich dan nog onwillekeurig af, waar zal Duitschland aan gaan denken als zijn weermacht eens volledig geperfectionneerd is ? En hoever die perfectionneering reeds gevorderd is en hoe snel die zich ontwikkelt, hebben de prachtig geregisseerde vertooningen van Nürnberg aangetoond.
Van beteekenis is ook het feit, dat Duitschland voorloopig nog niet zal deelnemen aan de Vijf Mogendheden-conferentie van de Locarno-Staten, welke in October te Londen gehouden zou worden. Dientengevolge zal deze conferentie, welke juist het organiseeren en stabiliseeren van den immers ook door Duitschland gewenschten vrede ten doel moet hebben, worden uitgesteld tot onbepaalden datum.
Na de dreigende woorden van Hitler is het welhaast ondenkbaar dat Duitschland zich nog zal laten vinden voor een vredes-organisatie, waaraan ook Sovjet-Rusland deelneemt. En van andere zijde wordt juist die deelname voor een effectieve organisatie onmisbaar geacht. Waarmede we maar zeggen willen, dat de kansen on een vreedzame samenwerking in het werkelijk belang van den vrede er na dezen Nürnbergschen partijdag er niet beter op schijnen te zijn geworden. Al werd er ook veel over vredeswil gesproken.
Van te voren werd de verwachting uitgesproken dat de nat.-socialistische toogdag mogelijk aanleiding zou zijn voor Hitler om een verzoenend gebaar te maken tegenover de Duitsche Belijdenisbeweging. We hebben hierover echter niets in de courantenverslagen gelezen. We zijn geneigd aan de stilzwijgendheid over dit punt zeker zooveel waarde te hechten als aan hetgeen over de andere kwesties gezegd werd «
Het behoort tot de nat.-socialistische manier van argumenteeren, om in fouten of gebreken van anderen een bewijs van eigen bekwaamheid te zien. En daarom was 't de sprekers te Nürnberg nogal vrij gemakkelijk om bewijzen aan te voeren. Ze hebben dan ook niet nagelaten om op den chaotischen toestand in Spanje te wijzen. Het blijft daar inderdaad nog steeds bloedig toegaan. De opstandelingen schijnen aan de winnende hand te zijn.
De interne toestand van Frankrijk is ook nog niet gesolideerd. Men weet, dat er eenige roering is ontstaan over de verklaring van den premier Blum, dat Frankrijk zich t. a. z. van Spanje afzijdig wil houden. De communisten, die sinds de ambtsaanvaarding van Blum hun revolutionaire actie eigenlijk nog nooit geheel beëindigd hebben, vonden in deze verklaring aanleiding om opnieuw uitgebreide stakingen te organiseeren.
Het voorbeeld der Volksfront-regeeringen in deze beide landen is voor den Belgischen premier blijkbaar aanleiding geweest om te verklaren, dat hij daar niets van hebben moet. Het vormen van „bloes" achtte Van Zeeland allerminst gewenscht.
Moet deze verklaring gezien worden als een poging van den Belgischen premier om zich van de Zuidelijke buren los te maken ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's