De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

7 minuten leestijd

De Kerk in Spanje (2).
We nemen nog een vervolgstuk over uit het artikel in de N. Rott. Ct. over de Kerk in Spanje:
De Spaansche kerk van heden is slechts de schaduw van de levende, scheppende geloofsgemeenschap van de zestiende eeuw. Deze schaduw brengt kilheid en dood in de Spaansche ziel. Tegen vijftig theologen, wijsgeeren, asceten en mystici van de zestiende eeuw kan men nauwelijks één man van beteekenis van heden noemen. Wat de clerus nu biedt is reproductie, slappe decoctie, en geen scheppend werk.
De clerus, de lagere clerus, bestaat goeddeels uit armen van geest. Paupers, voortgekomen uit het proletariaat, slecht gevormd in de seminaria, zonder geestelijke stuwkracht en zonder belangstelling verzinken zij in de suffe sfeer van de dorpen en kleine steden. Met hun inkomen van ongeveer honderd peseta's per maand leiden zij verder een poover bestaan.
De hoogere clerus, bijna zonder uitzondering insgelijks van nederige herkomst — zelden wordt een zoon van goeden huize geestelijke, een aristocraat vrijwel nooit —, is goeddeels creatuur, en blijvend afhankelijk van de politiek. Vroeger van de Kroon, vanwege het recht van benoemingen dat aan de Kroon eigen was, sinds de Republiek van de tallooze koninkjes. De hoogere Spaansche clerus toont vele kenmerken van de cliënten der feodale families, afhankelijkheid, slaafschen eerbied, verregaaande toegeeflijkheid voor de hooggeplaatsten, en een treffende warsheid van het cultureele leven. In zulk een sfeer geraakt men allicht verstrikt in kleine en grootere intrigues.
Het veel besproken artikel 26 van de grondwet der Republiek had heilzaam op de kerk kunnen inwerken. Men heeft gesproken van vervolging van de katholieke kei^k. Wie de moeite neemt artikel 8 van het ontwerp te vergelijken met het aangenomen artikel 26 zal moeten erkennen dat hier goede wil en verdraagzaamheid beslissende factoren zijn geweest. De kerk werd binnen haar natuurlijk gebied teruggewezen. Was de Spaansche Kerk en de Spaansche clerus van het gehalte der Fransche of Nederlandsche geweest, dan had zij tot wedergeboorte kunnen komen. Zij had al haar actie kunnen richten op de innerlijke regeneratie van zichzelf om de geestelijke taak welke op haar rust naar behooren te volbrengen. Deels heeft zij dit gedaan, getuige de Acción católica. Grootendeels heeft zij echter allen 'tijd en inspanning besteed aan politieke actie. Reactionaire politieke actie, waarin de schatten die voor kerken, ziekenhuizen, scholen en asylen besteed dienden te worden, zijn verspild. Het geld dat diende voor het heil van het volk, is besteed aan wapenen tegen het volk. Ter herwinning van de politieke macht.
Volgens artikel 26 kwam de Spaansche Kerk in de maatschappelijke positie van de Pransche en de Nederlandsche. Haar geestelijke werkzaamheid werd in geen enkel opzicht beperkt. Integendeel. Zij werd genoodzaakt uitsluitend geestelijk werk te doen. De Spaansche clerus is uit deze gedwongen proefneming gediscrediteerd naar voren gekomen. Voor de allereenvoudigste verrichtingen en verplichtingen bleek het grootste deel der geestelijkheid lust noch gaven te •bezitten. Men zal het Unamuno moeten nazeggen : „De lediggang en de rusteloosheid zijn de doodelijke kwalen van de Spaansche geestelijkheid."
Het is duidelijk dat tegen dit kerkelijk instituut, hetwelk slechts leven genoeg bezat om het maatschappelijk en politiek bestaan te dempen en neer te drukken, het anti-clericalisme fel aanbotste. Dit Spaansche anti-clericalisme was naar den vorm en, den opzet aan het verouderde Pransche anti-clericalisme ontleend, het was evenwel innerlijk anders. In Frankrijk was en is krachtig geloofsleven, 't Is zelfs in Frankrijk een traditie een krachtig, overtuigd en scheppend geloof te verbinden met anti-clericale actie. In Spanje is het geloof een zeldzame bloem. Het anti-clericalisme heeft in Spanje alle vinnige kenmerken van anti-religeuse actie. Het is goeddeels de actie van min of meer technisch-verstandelijk uitgeruste menschen, vrijwel niet van geestelijk gevormde menschen. Het wordt door de bijzondere toestanden en karaktereigenschappen — spoedig een actie van den haat. Het volk, dat niet kan onderscheiden tusschen anti-clericalisme en bestrijding van de kerk en geestelijkheid, neemt op zijn wijze de actie over. Het ziet immers al de wegen tot verbetering van zijn lot afgezet door de kerk.
Toch zijn er in de kringen van de jongere intellectueelen en kunstenaars verscheidenen, die een oprecht geloof verbinden met anti-clericale actie. Men denke aan het tijdschrift Cruz y Raya.
De kerk heeft in dezen burgeroorlog openlijk partij gekozen. Men heeft de zaken elementair voorgesteld en verkondigd dat het hier een strijd was tusschen een godloochenend communisme en een in christelijk geloof wortelend autoriteitsbesef. Deze voorstelling van zaken is kennelijk onjuist. De wettige regeering van Madrid bestond en bestaat grootendeels uit burgerlijke elementen. Een man als Azana zou in ons land tot de conservatieve elementen worden gerekend. De los Rios, Albornoz, Prieto verschillen in opvattingen niet van Albarda ten onzent. Zy hebben nooit de kerk als geestelijk instituut aangevallen. Ik verwijs naar hun geschriften.
Mij heeft in mijn rondreizen door Simnje in deze droevige weken diep getroffen dat de kerk volhardt bij haar vergissingen. Honderden priesters en nonnen hebben eigen en anderer fouten met hun leven betaald, en nog gaan de oogen van de Spaansche geestelijkheid niet open. Zij ontketent een actie van haat en onverzoenlijkheid in het opstandige gebied. Niemand laat een waarschuwende stem hooren. Geen enkele geestelijke verheft zich om verzoening te prediken of om de allerverschrikkelijkste fusilladen tegen te gaan. Het eenige wat ik van geestelijken heb bemerkt is, dat zij vliegmachines zegenen, tanks naar de Heilige maagd laten noemen, troepen aanvuren die tegen Spanjaarden moeten strijden, ter dood veroordeelden de biecht afnemen als de stumperds den tijd hebben zich voor den dood voor te bereiden.
De kerk maakt openlijk gemeene zaak met de opstandelingen. De kerk heeft zelf het zwaard opgenomen (er waren kerken en kloosters tijdig met geschut gewapend). De oude coalitie, welke de Spaansche kerk herhaaldelijk noodlottig is geworden, is nu weer in alle bloedige consequenties aangegaan."

Wolven en duisterlingen.
„In deze dagen van spanning heeft", aldus „de Rotterdammer", het Nederlandsche volk zich van een goede zijde laten kennen.
Met de nuchterheid, onzen landaard eigen, heeft men het groote nieuws op monetair gebied ontvangen.
De vertrouwen-wekkende rede van dr. Colijn werd met vertrouwen beantwoord en nóch bij de spaarbanken, noch in de winkels is van opwinding iets gebleken.
Het was of ieder, hoe ook politiek georiënteerd, gevoelde : nu gaat het er om, onze echt-Nederlandsche kalmte te bewaren, nu is er geen tyd voor gekrakeel, nu moet samengewerkt worden met de Regeering, die, hoe men overigens ook over haar denkt, er niet een is van scharrelaars en debutanten op monetair gebied, doch die ook in deze moeilijke omstandigheden den weg zal wijzen, welke met Gods hulp ons volk door de moeilijkheden heen zal helpen".
„De Rotterdammer" heeft blijkbaar hetzelfde schunnige pamflet van de N.S.B. ontvangen als bij ons, in den nacht van Maandag op Dinsdag in de brievenbus gestopt is. Daarom schrijft dit christelijk dagblad verder :
Die dag van gisteren is voor een bepaalde beweging blijkbaar een teleurstelling geworden.
Zij wilde rumoer, agitatie, verwarring.
Het bleef rustig.
Daarom zond zij nog in den nacht een strooibiljet met, waarin gevraagd wordt: „Slikt dit volk dan letterlijk alles ? "
En in dit strooibiljet, op bevel van Utrecht in een oplage van 1 millioen exemplaren door de afdeeling „Propaganda" verspreid, tracht de Nationaal Socialistische Beweging — want deze hebben wij op het oog — beweging te veroorzaken, verwarring te scheppen, het volk op te hitsen op een onverantwoordelijke wijze. Reeds de vette opschriften „Het Nederlandsche volk het slachtoffer !" en „Devaluatie het begin van het failliet" geven aan wat het doel is van dit biljet en op een niet te qualificeeren wijze wordt getracht het volk op te jagen opdat het zich zal werpen in de armen van de N.S.B.
„Slikt „dit volk" dan letterlijk alles ? " zoo wordt gevraagd.
En wij antwoorden : neen !
Dit volk, ons Nederlandsche volk, slikt deze ophitsing en deze vorm van verdachtmaking niet. Het slikt niet de mededeeling van de N.S.B., dat „waarborgen tegen uitkleeding van het Nederlandsche volk door geldwolven en duisterlingen" achterwege zullen blijven omdat op het oogenblik, dat deze profetie verschijnt, reeds is ingediend een wetsontwerp, waar bij prijsopdrijving met zes maanden gevangenisstraf en inbeslagneming van goederen wordt bedreigd.
Het slikt niet de leugen en verdachtmaking uit Utrecht.
Het weet nu waar de wolven en duisterlingen te vinden zijn, die crisis-winst willen maken uit de verwarring, die zy zelf willen stichten".
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's