De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Heidelbergsche Catechismus (9)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heidelbergsche Catechismus (9)

De geestelijke vaders van den Catechismus (3)

7 minuten leestijd

Luther spreekt zich in het „Voorwoord" van den Catechismus uit over de vorm van „vraag en antwoord" en zegt dan verder : „De Catechismus wordt als een kleine religieuse encyclopedie in handen gegeven van elk huisvader. Deze zal den inhoud bekend maken aan allen, die in zijn huis zijn. Hij zal aanvullen, wat op de school is geleerd'" („huiscatechisatie").
In de 19de eeuw zegt Vinet : „Nog heden geef ik aan den Catechismus van Luther de voorkeur boven alle, die ik ken".
De groote Hervormer koos de eenvoudige, kinderlijke terminologie, om daarin en daardoor dan te grijpen de diepten van het leven en de kinderen en eenvoudigen daaraan voor te stellen en daarmee bekend te maken. „Indien wij" — zegt hij — „kinderen willen opvoeden, moeten we kind worden met hen". En bij het schrijven van zijn Catechismus heeft hij daaraan gedacht. Meer dan andere is zijn leerboekje dan ook begrijpelijk voor het volk. Men voelt, dat hij zich tot weinig ontwikkelden richt, de antwoorden zijn kort en eenvoudig, gemakkelijk te vatten en te onthouden. [Voor ons ligt een exemplaar, dat geestig geïllustreerd is en voorzien van ouderwetsche, mooie afbeeldingen, waardoor de beteekenis der geestelijke dingen naderbij gebracht wordt aan degenen, die het boekje gebruiken.]
Wat de wijze van behandeling der stof betreft, kunnen we opmerken, dat Luther begint met de Wet des Heeren. Dat is voor hem de Godsopenbaring in het Oude Testament, die sterk tot ons allen spreekt en blijft spreken. Daar worden we voor de rechterstoel getrokken en zondaar gemaakt, om dan te komen tot de behoefte aan de zaligheid, niet zooals in de biechtstoel werd geleerd, maar zooals het Woord Gods, met name het Nieuwe Testament leert, en wat kort samengevat en van ouds begrepen is in de Apostolische Geloofsbelijdenis; met de belijdenis van den Drieëenigen God, waarvan weer het groote centrale middelpunt en hoogtepunt is : Jezus Christus, waarachtig God en waarachtig mensch, gestorven voor onze zonden en opgewekt tot onze rechtvaardigmaking (12 geloofsartikelen).
Beginnende met de Wet, „veronderstellen de woorden : „Ik ben de Heere, uw God, Die u uit Egypteland heb uitgeleid" noodzakelijkerwijs een blik achterwaarts, op de eerste openbaringen des Heeren, want zij wijzen op Jehova, den HEERE, den God des Verbonds, Die tot den mensch gesproken heeft, zeggende : „Ik wil u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn" — om dan dat volk er op te wijzen, dat zij, zonder afgodendienst, moeten voortgaan door Gods Woord en door Gods Geest geleid, in Jezus Christus kennende al hun zaligheid".
Daarom volgt noodzakelijkerwijs — volgens Luther — na de behandeling van de Wet, de bespreking van het geloof des christens, hetwelk tot uiting komt met de Kerk van alle eeuwen, naar luid van de Apostolische Geloofsbelijdenis. „Ik geloof in God " zijn de eerste woorden, en die woorden leiden dan aanstonds tot het centrale: „Gelooft in den Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden".
Door de behandeling van het 2de en 3de geloofsartikel („Ik geloof in Jezus Christus, den eeniggeboren Zoon van God, onzen Heere" enz.) geeft de Catechismus de geheele heilsgeschiedenis in Jezus Christus, onzen Heere, ontvangen van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria, geleden onder Pontius Pilatus, enz. enz. En verder volgt dan de stichting van de Kerk door den Heiligen Geest en de wandel des geloofs in heiligmaking en met goede werken ; niet in knechtelijken zin als slaaf, maar in de geestelijke vrijheid als kind des Vaders.
En zoo komt het, dat dan als derde stuk behandeld wordt: het Gebed, en wel het Onze Vader. Met behandeling straks van de Sacramenten.
Luther heeft bij dit alles aan een logische volgorde gedacht (van ouds gebruikelijk : Wet — Geloofsbelijdens — Gebed) ; en hij zei: De mensch heeft drie dingen noodig te kennen om zalig te worden : 1". wat hij wel en niet moet doen ; en dit zeggen de Tien Geboden ; 2". als hij uit eigen kracht niet doen en laten kan wat noodig is, moet hij weten, waar de kracht daartoe te verkrijgen is, en dat zegt hem het geloof (de twaalf Geloofsartikelen) ; 3". moet hij weten hoe hij handelen en wandelen moet en strijden als christen, en dat onderwijst hem het Gebed.
Luther richt zich hierbij zoowel tot het verstand als tot het gevoel en legt sterk den nadruk op den wil. Luther, de zoon van het gewone volk, had medelijden met het volk, dat geheel onwetend was ; hij zag den erbarmelijken toestand, waarin het gewone volk verkeerde, en werd ontroerd bij het zien van den afgrond van bederf, welke de biechtstoel openbaarde. En vandaar riep hij vol liefde en geestdrift uit: „Ja, ik zal het volk het eenig noodige brengen !"
Naast den Catechismus van Luther kwam later de Catechismus van Calvijn.
Toen in 1536 Calvijn te Geneve kwam op zijn doorreis, werd hij door Farèl gedwongen het ambt van predikant daar te aanvaarden. De vloek Gods zou hem achtervolgen, indien hij zich daaraan onttrok — zei Farèl.
Getroffen door de onwetendheid van het volk en begeerig een positieven godsdienstigen grondslag te leggen, daarbij in 't licht stellend, dat de Hervorming meer was dan negatief werk en ontkenning, publiceerde Calvijn onmiddellijk — waarschijnlijk met medewerking van Farèl — een Franschen Catechismus. De titel van de Latijnsche uitgave bewijst, dat deze Catechismus eerst in het Fransch verscheen. [Langen tijd meende men, dat geen enkel exemplaar van deze eerste uitgave in de Fransche taal meer bestond, totdat in 1878 een exemplaar werd teruggevonden en herdrukt. Een „herdruk" ligt voor ons.]
Deze Latijnsche uitgave verscheen in 1538 te Bazel; ingedeeld in 58 hoofdstukken, en geheel opgesteld volgens het plan van den Kleinen Catechismus van Luther. Hij werd weldra in de Kerk van Geneve in gebruik genomen.
Op 16 Januari 1537 richtten Calvijn en Farèl een schrijven aan den Raad over de organisatie der Kerk. Hierin komt voor : Er moet een kort en gemakkelijk overzicht zijn van het christelijk geloof, dat aan alle kinderen wordt geleerd en dat zij op zekere tijden van het jaar voor de predikanten komen opzeggen. Het is zeer noodzakelijk, dat dit geschiedt om onder het volk de zuivere leer te bewaren, en te verhoeden, dat de Evangelische belijdenis worde afgescheurd. Op deze wijze zal zij stipt worden onthouden en van vader op kind worden doorgegeven".
Op 16 Januari 1537 keurde de Raad het verzoek goed en alzoo moesten de kinderen „Het Kort Begrip" (la Somme) van Calvijn van buiten leeren.
Wanneer Calvijn, door de vijandschap van velen, Geneve verlaten heeft en naar Straatsburg is gegaan, wordt hij in 1541 door den Raad weer teruggeroepen. 26 Mei 1541 schreef de Magistraat hem, dat de oordeelen Gods op de stad waren gevallen, wegens hun ondankbaarheid je­gens de getrouwe dienstknechten ; dat Geneve bijna niet meer op een Kerk geleek, en dat zij bijna geheel zou zijn verdwenen, als God Vinet niet had gezonden, enz.
Calvijn week voor het dringende verzoek van den Magistraat en kwam 3 September 1541 te Geneve terug.
Maar hij verklaarde den Magistraat nadrukkelijk, dat hij het ambt van predikant slechts zou aanvaarden, als het volk zich onderwierp aan een strikte en strenge discipline. Tot de predikanten van Geneve sprak hij : „Bij mijn terugkeer uit Straatsburg heb ik in alle haast den Catechismus gemaakt, want ik wilde nimmer het ambt van predikant aannemen, als men mij niet bezwoer den Catechismus en de tucht te zullen houden". „Terwijl ik schreef, is men de bladen komen halen om ze naar den drukker te brengen".
Hij had dien van l536 geheel herzien en den tekst verdeeld in 55 hoofdstukken of Zondagen.
[Wordt voortgezet.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De Heidelbergsche Catechismus (9)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's