MEDITATIE
Wedergeboren tot eene levende hoop
Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die, naar Zijne groote barmhartigheid, ons heeft wedergeboren tot eene levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de dooden.
Wedergeboren tot eene levende hoop
De apostel Petrus blijkt diep doordrongen van de waarheid, dat de lof des Heeren den oprechten betaamt. Hij eindigt niet met den lof Gods, maar zet er zijn brief mee in.. Blaast hij daarmee te hoog van den toren ? Allerminst. De lof des Heeren moet altoos worden bezongen, aan het eind, maar ook aan het begin. Deze lof is Go de-verheerlijkend en ziel-zaligend. En de apostel is niet alleen persoonlijk vervuld van dezen lof, maar doet al Gods gunstgenooten in deze lof-en dankzegging deelen, want het leven van al Gods kinderen moet voor alle deelgenooten aan de weldaden des heils eene voortdurende bron van dankerkentenis zijn.
Het staat toch wèl met het geestelijk leven, wanneer de lof des Heeren uit het beweldadigd hart opwelt. Alle namaak en kunstvertoon is hier uit den booze. Het waarachtiglijk en blijmoedig prijzen van den God van alle heil is een van de kostbaarste vruchten van de werkingen des Heiligen Geestes. Wanneer die Geest de snaren van de ziele-harp beroert, wordt verstaan en beoefend, wat de dichter van den 138sten Psalm heeft voorgezongen :
„'k Zal met mijn gansche hart Uw Vermelden Heer', U dank bewijzen". eer.
Die lof betaamt den oprechten. Waar het waar, zaligmakend geloof ontbreekt, kan het lied van den lof niet anders dan valsch klinken. Deze zuivere toon is het eigen bezit van alle ingewijden en ingeleiden.
Die Geest, Die met hunnen geest getuigt dat zij kinderen Gods zijn, doet hun het hart vreugdevol opheffen tot den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus.
In dat „onzen" ligt de kracht der bezieling. Ontbreekt die band, leeft niet in het bewustzijn de wetenschap, dat ik niet mijns, maar mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus eigen ben, dan is het ook met alle prijzen des Heeren in den waren zin des woords gedaan. In het kindschap Gods wortelt de waarachtige lof-en dankzegging.
In het diepe zelf-besef van het kindschap Gods ligt verborgen de wetenschap: al wat ik heb en ben, is niet van mij, maar is mij genadiglijk geschonken en bereid.
De natuurlijke mensch leeft bij en uit zichzelf; in handhaving van zichzelf en verloochening van den levenden God. In het leven van Gods kinderen is het precies andersom; daar en dan leert men zichzelven verloochenen om den Heere te prijzen.
In den wedergeboren mensch is krachtens de daad der wedergeboorte de vreugde in God gegeven.
Voorwerp van dien lof kan alleen Hij zijn, die dat leven des Geestes in de harten der Zijnen Wrocht door de liefelijke en krachtdadige werking des H. Geestes.
Daarom wordt maar niet zonder meer den Heere de eer gegeven, maar zeer bepaald de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus. Buiten den door God gegeven en gezonden Middelaar is er geen leven der genade bestaande: maar door en in Hem is het en moet het zich uiten. Zelfs uit den mond der kinderen en der zuigelingen verwekt zich de Heere lof. Het leven der wedergeboorte is niet iets van den wedergeborene zelf, om daarmede op zichzelf te staan — dan ontstaat geestelijke verwarring en inbeelding des harten —, maar is en moet altoos verbonden zijn aan dien God en Vader, Die alleen in en door Christus Jezus wederbaart tot eene levende hoop.
Dan eerst is er een roemen in den Heere ; dan moet de groote barmhartigheid Gods geprezen ; en alleen Gods barmhartigheid. Al Gods kinderen zullen het den apostel Paulus nazeggen: „mij, den grootste der zondaren, is barmhartigheid geschied".
Omdat zij uit God geboren zijn, verheerlijken al Gods gunstgenooten alleen den drieëenigen God.
Die wondere daad Gods, waarin Hij den zondaar levend maakt, den blinde ziende, den kreupele gaande, ontsluit nu ook voor zijn zielsoog eene nieuwe toekomst.
De apostel spreekt daarom ook van eene levende hoop. Satan maakt den zondaar ten leste wanhopig. Al wie de poort der helle doorgaat, moet alle hoop voor eeuwig laten varen.
Het uitnemend voorrecht der verkorenen is, dat zij hopen en blijven hopen, omdat hen eene levende hoop bereid is. Eene hoop, die leeft, maar ook het eeuwige leven doet verwachten.
Die hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in hunne harten is uitgestort.
Die hoop wordt verlevendigd, zoodra het oog des geloofs gericht wordt op Hem, in Wien die hoop is belichaamd. Die hoop toch is wèl gefundeerd. Zij vindt haren grond in de opstanding van Jezus Christus uit de dooden.
Het is onmogelijk deze hoop te voeden buiten den Opgestane om. Eerst wanneer gij met dien Verrezene ééne plante geworden zijt in de gelijkmaking Zijner opstanding, zal ook de levende hoop u bezielen op den weg door de woestijn dezes levens. De dood en doods-verschrikking is er aan alle kant. Ook het sterven aan zichzelf en aan deze wereld. Juist dan blijkt, wat de Heere God den Zijnen bereid heeft in de opstanding van den Borg uit de dooden. Hij heeft getriumfeerd over de macht der hel en des doods. De Vorst des levens is Koning der gerechtigheid en des vredes. De Borg dient niet meer in den staat der vernedering, maar heerscht koninklijk in den staat Zijner verhooging.
In en door dien verhoogden Koning worden ook alle Konings-kinderen verlevendigd door de hoop, die hun is weggelegd. In het volgende vers omschrijft ons de apostel den inhoud dier hope aldus: „tot eene onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen .bewaard is voor u".
„Waar Ik ben", zeide de Heere, „daar zal ook Mijn dienaar zijn". De reizigers naar het hemelsche Jeruzalem zijn omgord met de levende hoop ; zij gaan van kracht tot kracht steeds voort. Al zijn de moeiten vele; al verheffen zich aan allen kant hun bestrijders en belagers, toch gaan zij moedig voorwaarts en versagen niet. Bij al hun wederwaardigheden worden zij altijd weer opgebeurd door de levende hoop, die hun het hoofd doet omhoog heffen, omdat zij mogen en moeten zien op de heerlijkheid van hun Koning en Zaligmaker. Want allen die zalig worden, worden in hope zalig.
Wageningen
v. d. Wal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's