De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

19 minuten leestijd

NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Drietal:
te Veenendaal (vac.-wijlen N. van der Snoek), W. L. Mulder te Hoevelaken, A. v. d. Kooy te Maarssen en L. Vroegindeweij te Waddinxveen — te Amsterdam (vac.-Roscam Abbing), dr. H. J. Honders te Wassenaar, dr. K. H. Miskotte te Haarlem en J. R. Wolfensberger te Sneek — te Meppel J. F. Berkel te Apeldoorn, J. P. E. C. Eerhard te Hillegom en H. v. d. Linde te Aals­t
Beroepen :
te Arnhem J. H. H. van Beem te Rotterdam-Vreewijk — te Genemuiden (toez.) L. Blok te Brandwijk.
Aangenomen :
naar Apeldoorn en Het Loo (6e pred. plaats), P. Visser te Amsterdam — naar Apeldoorn (vac-H. Dekker), H. Mondt te Zelhem — naar Terkaple (toez.) T. Dokter te Kolham — naar Urk (toez.) E. van Wieringen, hulppred. te Arnhem — naar Haskerhorne-Oudehaske cand. P. A. van Stempvoort te Apeldoorn — naar Zweeloo drs. J. R. J. Schut, cand. te Soesterberg.
Bedankt:
voor Gameren K. van de Pol te Boven-Hardinxveld — voor Kamerik J. H. Koster te Montfoort — voor Nieuw-Beijerland J. G. R. Langhout te Den Bommel.

CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK.
Bedankt:
voor Nieuw-Vennep P. Zwier te Schiedam.

GEREFORMEERDE GEMEENTEN.
Tweetal :
te Leiden R. Kok te Veenendaal en W. C. Lamain te Rotterdam-Zuid — te Aagtekerke-Oostkapelle J. Fraanje te Barneveld en M. Heikoop te Utrecht.

Afscheid, bevestiging: en intrede.
Zondag j.l. heeft ds. W. Vroegindewey afscheid genomen van de Ned. Hervormde Kerk te Zegveld, sprekende over 1 Petrus 1 : 24 en 25. Na de predikatie volgden toespraken tot den Burgemeester der gemeente, tot de ringcollega's,
inzonderheid tot den consulent, tot den kerkeraad en de kerkvoogdij en diverse andere personen. Z.Eerw. roemde verder nog de goede verstandhouding met het personeel der Chr. School. De catechisanten werden opgewekt trouw hun plichten waar te nemen. Tot slot werd een afscheidswoord tot heel de gemeente gesproken.
Ds. Vroegindewey werd toegesproken door Burgemeester Reijers, namens de burgerlijke overheid, door ds. den Duyn namens de Ring Mijdrecht en door ouderling Beukers namens kerkeraad en gemeente. Op diens verzoek werd den scheidenden leeraar toegezongen Ps. 121 : 4.
Ds. C. van Dop te Hierden nam wegens vertrek naar Alkmaar, afscheid met een predikatie over 1 Cor. 15 vers 1 en 2. Hij werd toegesproken door ouderling Brons namens kerkeraad en gemeente ; door den burgemeester van Harderwijk, waartoe Hierden behoort, van welk gemeentebestuur het college van B. en W. voltallig aanwezig was; door het Hoofd der Christel. School, door ds. B. N. B. Bouthoorn van Harderwijk namens den Herv. Bond voor Inwendige Zending op Gereform. grondslag en door ds. L. van Mastrigt, van Harderwijk, als consulent, namens Classis en Ring.
Toegezongen werd Psalm 121 vers 4.

Chr. Gereformeerde Kerk te Nunspeet.
De Chr. Gereformeerde Kerk te Nunspeet bereidt het bouwen van een eigen kerk voor. Men heeft een leening van ƒ 19000.— uitgeschreven. Intusschen is uit de gemeente reeds aan giften en toezeggingen ƒ 4000.— bijeengebracht.

De Eilandskerk te Amsterdam.
Binnenkort zal het twee eeuwen geleden zijn, dat de Eilandskerk aan het Bickersplein te Amsterdam in haar tegenwoordigen vorm in gebruik genomen werd. Zij verving destijds een houten loods, die op het toenmalige Bickerseiland veel jaren als „preekschuur" had dienst gedaan.

Ned. Hervormde Gem. te Middelburg.
Opheffing der 5de pred.-plaats in overweging.

Daar financieel de beroeping van een vijfden predikant bij de Ned. Herv. Gem. te Middelburg (in de vacature ds. J. de Visser) door velen niet verantwoord werd geacht, werd door het Classlcaal Bestuur van Middelburg besloten aan den Kerkeraad geen diligentverklaring voor 'n eventueele beroeping te verleenen, en is in overweging genomen deze 5de predikantsplaats op te heffen. Mogelijk zou dan — aldus luidt het bericht — in een der zich uitbreidende randgemeenten een nieuwe predikantsplaats kunnen worden gesticht.

Ledenvergadering »Kerkopbouw«.
De reorganisatievoorstellen van Kerkopbouw en Kerkherstel.

De vereeniging Kerkopbouw houdt op Dinsdag 13 October haar ledenvergadering te Utrecht in gebouw Brigittenstraat 1. Om 1.15 uur wordt een koffietafel gehouden, waar dr. O. Noordmans, zal spreken over : „De houding van Kerkopbouw tegenover Kerkherstel in de samensprekingen over de reorganisatie". Om 2.15 uur spreekt prof. dr. G. van der Leeuw over : „Reorganisatie en de opbouw der Kerk". De vergaderingen zijn voor ieder toegankelijk.

De Gasthuiskerk te Middelburg.
De Gasthuiskerk is door de Chr. Geref. Gemeente aangekocht. Van 1 Januari af zullen daarin godsdienstoefeningen gehouden worden.

Giften en legaten.
De Ned. Hervormde Gemeente van Heinenoord ontving een legaat van ƒ 2000.— van wijlen den heer G. Leeuwenburgh aldaar, te verdeelen tusschen de diaconie
en de kerkvoogdij.
De Diaconie van de Ned. Herv. Gem. te Rotterdam-Kralingen ontving een legaat van ƒ 1000.— van wijlen J. H. Fourdrenne.

Herv. Evangelisatie-Vereeniging:
Te Tynje (Fr.) is een Herv. Evangelisatie-vereeniging opgericht, genaamd „Uw Koninkrijk kome". Het ligt in de bedoeling van deze vereeniging, zoo spoedig mogelijk geregeld godsdienstoefeningen te houden.

Herdenking van William Tyndale.
Zondag 4 October heeft te Brussel en te Vilvoorde de plechtige herdenking plaats gehad van de 400ste verjaring van den marteldood van William Tyndale. Deze Engelsche bijbelvertaler, die, door den koning vervolgd, zijn land moest verlaten, werd in 1536 te Vilvoorde gewurgd. Een monument op de Nieuwe Laan aldaar herinnert aan dit historische feit.
De herdenking is Zondagochtend te Brussel ingezet met een aantal buitengewone diensten in de verschillende Protestantsche kerken van de Belgische hoofdstad. Na den middag, om 3 uur, is in de Lange Molenstraat te Vilvoorde een optocht gevormd, die zich naar het Tyndalemonument begaf. Daar werden, na 't zingen van Psalm 150 door het kerkkoor van Vilvoorde, en het leggen van een bronzen palmtak op het monument, toespraken gehouden door den hr. Poot, wethouder te Vilvoorde, ds. Ten Kate en ds. William G. Thonger, beiden pred. te Brussel. Daarna was er een plechtige dienst in de Tyndale-zaal, waar verscheidene sprekers het woord voerden.

Tegen het Communisme.
Zondag is in alle R.K. kerken in ons land een brief voorgelezen van het Nederlandsche episcopaat, waarin gewaarschuwd wordt tegen het Communisme. Gelijk men weet, is van de zijde van het Vaticaan een internationale actie ingezet tot wering van Bolsjewistische invloeden.

De kracht van ons beginsel.
Op den jongsten ARJA-toogdag (Anti-revolutionaire Jonger en-Actie) te Apeldoorn, heeft ds. J. G. Woelderink, van Ouderkerk a.d. IJssel, gesproken in de morgen-vergadering over : „de kracht van ons beginsel".
Ten allen tijde is er —aldus spreker — op politiek terrein een strijd gestreden om de macht. Onder Israël evengoed als onder de heiden-volkeren.
Eerst als het Evangelie van Jezus Christus wordt uitgedragen in de wereld, begint zich op politiek terrein een strijd te ontwikkelen van gansch anderen aard. Als de Christelijke Kerk in de heiden wereld verschijnt, kan zij met volle oprechtheid zeggen : geen aardsche macht begeeren wij. Nochtans gaan de heidensche machthebbers haar zien als staatsgevaarlijk en is zij ook vervolgd geworden wegens haar staatsgevaarlijk karakter.
Toch was de Christelijke Kerk niet revolutionair in den gewonen zin van het woord ; nooit heeft zij het zwaard getrokken tegen hen, die over het volk gesteld waren, maar juist geleerd, dat men hun alle eerbied en liefde bewijzen zou als die hun macht van God hadden ontvangen. Maar wel was in haar hand het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord, en daarmede keerde zij zich niet tegen den Staat als zoodanig, maar tegen het heidensche karakter, dat in die dagen den Staat eigen was.
Door Gods genade in Christus verlost, behoort Gods Kerk den Heere toe, met lichaam en ziel, met hart en verstand en alle vermogens. Daarom kon zij niet nalaten om alle levensgebied en levenskring den Heere toe te wijden, en wijl zij geloofde, dat de Staat niet uit de zonde was, maar uit God, opdat de zonde niet alles verwoesten zou, daarom moest zij tevens begeeren, dat ook in het Staatsleven Hem de eere werd toegebracht en de taak, hier van Hem ontvangen, naar Zijn ordinantie werd uitgevoerd.
Deze strijd der Christelijke Kerk is ook de onze, om het Staatsleven te schikken onder de geboden Gods.
Daardoor wordt onze strijd gekenmerkt als een beginselstrijd en niet een machtsstrijd:
Overal komen wij de verheerlijking van de macht tegen, d.i. de verheerlijking van den Staat, die men over de menschen en het leven der menschen wil doen heerschen als een god. En nauw daarmede verbonden is de greep naar de macht. Communisme en Sociaal-Democratie zijn aan de eene zijde in dit stuk volkomen gelijk aan het fascisme en het nationaal-socialisme aan de andere zijde.
Bij de S.G.P. kleedt zich deze verheerlijking van de macht in een vromen vorm, wijl men de hervorming van het volksleven van de Overheid verwacht en daarom eischt, dat de Overheid zich een Hiskia en Josia ten voorbeeld zal stellen. Maar een hervorming, die met machtsgeweld is opgelegd, houdt nimmer stand, gelijk het werk van genoemde koningen zonder blijvende vrucht IS gebleven.
Onze kracht zoeken v/ij in ons beginsel, wijl wij hiermede kloppen op de consciëntie van uverheid en onderdaan en wijl wij gelooven, dat deze arbeid, in den Heere verricht, niet ijdel zal zijn.
Tot dezen strijd, een eerlijken strijd, een geestelijken strijd, een schoonen strijd, roepen wij ook de jongeren op; het is een strijd in Godes dienst en al onze krachten waardig.

De organisatie der Kerk.
Op het Congres van de Vereeniging van vrijzinnig-Hervormden in Nederland, te Utrecht gehouden, heeft ds. D. T. Los, van Heerenveen, gesproken over : De organisatie der Kerk. Ook hier beluisteren we klanken, die vroeger in den kring der modernen niet werden gehoord. Het Persverslag in de N. Rott. Crt. luidde :
De inleider vangt aan met een verwijzing naar het boek der Handelingen, waar het Pinksterwonder geschiedt als een goddelijke gave. Zoo is de Kerk de gemeenschap van hen, die Gods Koninkrijk verwachten, maar dit legt haar de taak op om haar organisatie zoo goed mogelijk te maken. Allereerst zal deze zoo moeten zijn, dat zij het volk omvat. De vrijz. hervormden komen op voor het ideaal der volkskerk en zien deze als een groot gezin met vele broers en zusters. Een sectarische kerkopvatting, die het Koninkrijk Gods geheel naar het heden haalt en een opvatting, die het louter als toekomst ziet, zijn hier geen van beide mee te vereenigen. Beide brengen verdeeldheid en scheuring. Alleen Jezus Christus als het hoofd van de Kerk kan ware eenheid vestigen. Om hem hebben wij ons steeds meer te groepeeren.
Een belijdenis vraagt echter handhaving door tucht. Het Christendom als een gemeenschap, die uitziet en verwacht, kan echter onmogelijk zulk een tucht oefenen, die zich over het gansche terrein van het geloofsleven uitstrekt. De tuchtprocedure moet vereenvoudigd worden. Waarom ? Is dit niet een gevaarlijke maatregel ? Anderzijds is gewetenstucht onvoldoende. De Christelijke Kerk heeft tucht te oefenen door haar belijdenis weer uit te spreken en door persoonlijk en broederlijk vermaan. Referent sluit met ©en opwekking tot kerkelijke samenleving.
Bij de discussie merkte ds'. Los nog op, dat de organisatie der Kerk noodig is om het godsdienstig leven in stand te houden. Maar dan zal zij ook haar organisatievorm moeten hebben. Ook zeide hij : dat we niet moeten hebben een vrije spreektribune, maar een Kerk met een beginsel en met een belijdenis. En een nieuwe belijdenis zal alleen kunnen opgroeien uit de oude belijdenis der Christelijke Kerk. Men kan geen Kerk hebben, wanneer men slechts aan de subjectiviteit gelooft. De Kerk zal beide moeten hebben : een belijdenis èn: uitoefening van leertucht, want gewetenstucht zonder meer is voor de Kerk niet voldoende. De Kerk is iets anders nog dan „broederschap" en „familiekring".

Künkel en de opvoeding.
Lang geleden hebben wij in verband met een lezing voor Christelijke onderwijzers te Arnhem gewezen op het gevaar der paedagogie naar de opvattingen van den Duitschen auteur Künkel.
Het aantal bewijzen, dat men in den Christ, onderwijskring dit gevaar inzag, was niet overweldigend.
Destemeer verheugen we ons over de volgende regelen uit een artikel van ds. S. Wouters van Soestdijk in het orgaan van den Bond van Vereenigingen voor Christelijk Nijverheidsonderwijs:
„Künkel verwringt door zijn vooropgesteld schema — Wij — Ik — Wij. Ikkerigheid, Zakelijkheid, vele feiten. B.v. het centrale feit van het door God aan den opvoeder opgelegde gezag, dat hij alleen toekent aan de groote Wij der gemeenschap. We staan hier dwars tegenover Künkel en zeggen met nadruk : Iemand die zoo lijnrecht op zulk een hoog punt tegen Gods Woord ingaat, kan onmogelijk onze leidsman zijn.
„Waar blijven we met dezen paedagoog met ons Christelijk onderwijs ? Het bezitten, maar vooral propageeren van de Christelijke wereldbeschouwing aan de kinderen heet gewetensdwang en tirannie. Voornaamste doel van de opvoeding is zonder met eenige partij of wereldbeschouwing rekening te houden, de egocentriciteit van elken afzonderlijken opvoeder uit den weg te ruimen, welke eisch, zegt hij, overeenstemt zoowel met de grondbeginselen van het Christendom als die van het socialisme.
„Dat is ook weer zoo iets wonderbaarlijks. We hopen echter nu onze lezers duidelijk gemaakt te hebben, hoe gevaarlijk het is zonder nader onderzoek maar te roepen : we moeten Künkelen".

Nieuwe Theologische Studiën.
Tot de functies, v/elke prof. dr. A. van Veldhuizen tengevolge zijner ernstige krankheid moest loslaten, behoort ook het redacteurschap van de Nieuwe Theologische Studiën. Prof. van Veldhuizen deelt in een op 26 Juni j.l. gedateerden brief mede, dat hij het roer uit handen geven moet en dat prof. dr. Joh. de Groot het van hem overneemt. Twintig jaar geleden had prof. Daubanton de redactie aan den nu afgetredene overgegeven.

De Christusbeschouwing en de richtingskwestie.
Op de Zuid-Hollandsche Predikantenvergadering, te Rotterdam gehouden, heeft prof. G. Sevenster (vrijz.), van Leiden, gesproken over »Christologie en Kerkelijke richtingen*.
Het Persverslag luidt aldus :
»Spreker ving aan met eenige beschouwingen over de onderlinge verhouding der kerkelijke richtingen. Komende tot zijn onderwerp, gaat spreker uit van de stelling, dat het gansche Nieuwe Testament verkondiging wil zijn en dat deze verkondiging geheel christocentrisch is bepaald. Na dit christocentrische voor de brieven van Paulus en de Johannesche litteratuur in het licht gesteld te hebben, toont spreker in een uitvoerig betoog aan dat ook de synoptische Evangeliën geheel beheerscht worden door een Christologie, welke met de Paulinische en de Johanneïsche, wat het wezenlijke aangaat, geheel overeenstemt. Ook de eerste drie Evangeliën willen allereerst spreken van den Christus, den Zoon Gods. Met verschillende voorbeelden tracht spreker te doen uitkomen, dat nimmer gedacht moet worden aan de groote, voorbeeldige, religieuze persoonlijkheid. Hij bespreekt uitvoerig verschillende bezwaren, welke tegen deze zienswijze kunnen worden ingebracht en eindigt dit gedeelte van zijn referaat met een beschouwing over enkele punten uit de ontwikkeling van het christologische dogma.
Tenslotte staat spreker nog stil bij de vraag, in hoeverre ook op het punt van de Christologie een toenadering tusschen de richtingen mogelijk zal zijn«.
Wij vinden dit betoog van den vrijzinnigen Prof. Sevenster nogal belangrijk en onderstreepen een paar zinnen :
„Het gansche Nieuwe Testament wil verkondiging zijn en deze verkondiging is geheel Christo-centrisch", d. i. Christus in het middelpunt van alles.
Bij de brieven van Paulus en het Johannesevangelie staat Christus in het midden.
En de synoptische Evangeliën, d.w.z. de Evangeliën van Mattheüs, Marcus en Lucas, worden door een Christologie of Christusbeschouwing beheerscht, die wezenlijk hetzelfde is als in de Paulinische brieven en het Johannes-evangelie.
Ook de eerste drie Evangeliën willen allereerst spreken van den Christus, den Zoon Gods.
Wat zouden de Modernen van 25 jaar terug zich ergeren aan deze beschouwingen.
En er zullen er nóg wel zijn, die „ach en wee" zullen roepen.
We beleven wel merkwaardige tijden !

De Oxford-beweging.
Op het Congres van het Protestantsch Wereld verbond sprak prof. Normann, uit Oslo, voorzitter van den Lutherschen Bond in Noorwegen, over : »De Oxfordgroep van kerkelijk standpunt bezien«. Spr. behandelde het voor en tegen. De Oxfordbeweging zoekt nieuwe menschen te maken, wijst op de waarde van den godsdienst, wil aan de kranke ziel genezing brengen. Zij leert het kruis en verootmoediging, wekt nieuw leven. Onrecht moet worden goed gemaakt. Een harmonisch gemeenschapsleven moet gevormd worden. De Kerk moet aan den arbeid gaan. God, de mensch en zijn naaste, dat is de driebond. Ons leven moet in Gods dienst worden besteed. Naar de stem Gods in ons hart moeten wij luisteren. Ons laten gebruiken, anderen tot Christus te brengen. De Oxfordbeweging richt een appèl tot de Christelijke kerken. Grooten invloed heeft de Oxfordbeweging in Noorwegen, grooten aanhang in Denemarken, een goede ontvangst in Zweden. In Finland begint het.
Maar nu komen de bezwaren. Zij moet in echt Protestantsche richting geleid worden. Dat zij interconfessioneel Is, is volgens spreker een gevaar, zij geeft een ondogmatisch Christendom, doet „de rechtvaardiging door het geloof alleen" niet tot haar recht komen. Zij wil onder Roomschen ook werken en verzwijgt daarom dit grondprincipe van het Protestantisme. Dat Christus als Gods Zoon en Verlosser op aarde gekomen is, is volgens spreker geen hoofdbestanddeel van de leer der Oxfordbeweging. Zij neemt een negatieve stelling in tegen de theologie, acht de zonde geen schuld die verzoening behoeft maar een krankheid die genezen kan worden. Een gevaar is : eigen gedachten te rekenen tot Gods gedachten en als de leiding des Geestes. De boodschap van zonde en genade wordt niet gebracht zooals die moet gebracht worden. Doop en Avondmaal worden niet genoemd. Christus komt op den achtergrond, de Oxfordbeweging op den voorgrond. Zij heeft een algemeen religieus karakter dat ook Joden en Mohammedanen kunnen onderschrijven. Ziehier volgens spreker de gevaren. Wij moeten als Protestanten aan de reformatorische beginselen vasthouden en het evangelie brengen in zijn volle kracht.

Jubileum-Zakbijbel.
Bij J. Brandt en Zoon, Amsterdam (Rusland 24—26) verschijnt in November van dit jaar een jubUeum-zakbijbel naar aanleiding van het 3e eeuwfeest van het verschijnen van den Statenbijbel in 1937. De volgende bijzonderheden zijn over deze nieuwe uitgave te melden : de zetting is de juiste statenvertaling van Pieter Keur, van drukfouten gezuiverd ; voorts vindt men pericopen-en paragrafenindeeling, verwijzingen tusschen den tekst, uitspringende vernummering, waardoor men in een oogwenk het verlangde vers vindt, hoofdstukken en verzenaanwijzing aan den kop van iedere pagina, achter het Nieuwe Testament een register van vele bijbelteksten om bij bijzondere gelegenheden te gebruiken, correctheid der punctuatie, zuiverheid der spelling ; bij de eigennamen is aangegeven op welke lettergreep de klemtoon valt; alle voornaamwoorden die op den Allerhoogsten betrekking hebben beginnen met een hoofdletter, benevens alle woorden die den Zoon en den Heiligen Geest aanwijzen. Er is naar gestreefd dezen Bijbel zeer dun te maken, waardoor het dan ook werkelijk een zakbijbel zal zijn.
De Synode en haar oordeel over ds. Van Einpel en ds. Boer.
In December 1935 en voorjaar 1936 verschenen er in het Orgaan van den Bond van Nederlandsche Predikanten, redacteur ds. D. Boer, te Den Haag, enkele artikelen over het financieele beleid van den Raad van Beheer in de Nederl. Hervormde Kerk en over de houding van de Synode dienaangaande, welke artikelen een vrij sterke beroering verwekten, te meer, omdat in enkele aanduidingen ook de naam van den overleden voorzitter der Synode, dr. G. J. Weyland, te Veere, betrokken werd. De Synode heeft deze aangelegenheid niet laten rusten, maar heeft den voorzitter van den Bond en den redacteur van het Orgaan, ds. M. van Empel te Middelburg, en ds. D. Boer te Den Haag, uitvoerig gehoord en bovendien betreffende alle punten die in geding geacht konden worden, uitvoerige onderzoekingen ingesteld. Het resultaat is thans in een boekje van 56 bladzijden, dat aan alle predikanten en kerkvoogdijen namens de Synode is toegestuurd, gedrukt ter kennis der Kerk gebracht. Men vindt in dit boekje de beschuldigingen, eveneens het mede door ds. Van Empel en ds. Boer onderteekende proces-verbaal van hun verhoor in de Synode, en tenslotte het resultaat waartoe de Synode is gekomen. Het resultaat is in twee brieven neergelegd, één aan ds. Van Empel en één aan ds. Boer.
Wij citeeren de conclusies.
Deze luidt aan het adres van ds. Van Empel aldus : s.De Algemeene Synode der Ned. Herv. Kerk spreekt eenparig als haar oordeel uit, dat gij in deze geheele zaak gehandeld hebt met grove lichtvaardigheid en een onbegrijpelijk tekort aan verantwoordelijkheidsgevoel, beide dubbel laakbaar, waar ze worden aangetroffen bij een bedienaar van het Evangelie. Gij hebt er toe medegewerkt, dat op een los vermoeden, zonder eenigen reëelen grond, de goede naam van sommige uwer ambtgenooten, bestuurders der Kerk, onder wie een overledene, die jarenlang de Kerk op haar hoogste post met toewijding en met eere gediend heeft, in opspraak gebracht, aldus de Kerk verontrust en het vertrouwen in haar bestuurders geschokt is. De Synode keurt deze uw handelwijze ten sterkste af, betreurt het, dat gij bij de beide verhooren geenerlei leedwezen over uw handelwijze hebt getoond en vermaant u met aandrang in dezen u zelven te herzien*.
De conclusie aan ds. Boer luidt aldus : »Bij de beoordeeling van deze gansche toedracht is de Synode eenparig, gekomen tot het volgende oordeel. Gij hebt, naar wij onderstellen, gemeend te handelen in het belang der Kerk. Inderdaad hebt gij dat belang zonder twijfel geschaad. Gij hebt een volkomen onschuldige uitlating van den overleden president der Synode te baat genomen, om geheel ongemotiveerd, een blaam te werpen op zijn nagedachtenis en tevens op den goeden naam van andere leden der Synode. Dus doende, hebt gij onrust en beroering in de Kerk teweeggebracht en het vertrouwen in de onkreukbaarheid van de bestuurders der Kerk hier en daar aan het wankelen gebracht. Gij hebt door uw voortdurenden strijd tegen den Raad van Beheer, een strijd, door u met veelszins ondeugdelijke en onwaardige middelen gevoerd, achterdocht en verzet gewekt tegen den arbeid van dien Raad, waardoor deze arbeid grootelijks wordt bemoeilijkt. Terwijl gij u met woorden kondt tevreden stellen, stond de Raad van Beheer tegenover de werkelijkheid, die wel klaarlijk toonde, dat het Reglement op de Predikantstractementen niet op eenmaal in zijn geheel kon worden uitgevoerd, maar dat allerlei, soms belangrijke concessies noodig waren, wilde men iets bereiken. Door hiertegen onophoudelijk een felle oppositie te voeren, hebt gij, terwijl gij een onverkorte uitvoering der bepalingen van het genoemde Reglement bepleittet, in feite de uitvoering dier bepalingen belemmerd. Gij hebt de Synode gekrenkt, door haar voor te stellen als het slachtoffer van den Raad van Beheer, waar zij, evenals de Raad van Beheer geplaatst tegenover de werkelijkheid, niet anders kon en mocht dan ook met die werkelijkheid rekening houden. Het is niet de bedoeling, dat op den arbeid van den Raad van Beheer en van de Synode geen kritiek zou kunnen of mogen geoefend worden. Maar inzonderheid van een bedienaar van het Evangelie mag verwacht worden, dat deze kritiek bij hem op waarheid gegrond en door liefde bezield zal zijn. Aan deze beide eischen voldoet de door u beoefende kritiek geenszins. De Alg. Synode der Ned. Hervormde Kerk keurt om al deze redenen uw handelwijze in deze gansche zaak ten sterkste af. Zij vermaant u met aandrang u zelven te onderzoeken, en, in stede van alleen bij anderen echte of vermeende fouten aan te wijzen, allereerst op uw eigen fouten acht te geven en u van deze te bekeeren«.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's