KERKELIJKE RONDSCHOUW
DE KERK ALS BELIJDENDE KERK
Onder de Vrijzinnigen — ook onder hen — is de Kerk het onderwerp van den dag. Er gaat geen week voorbij of we lezen uit dien kring iets, rakende de Kerk. En onlangs is er zelfs een Congres te Utrecht gehouden dooi de Vereeniging van Vrijzinnig Hervormden in Nederland (voorzitter ds. J. Boonstra, te Gieten), waar als onderwerp aan de orde was gesteld : Wezen en taak der Kerk. Over het onderwerp : „De Kerk als belijdende Kerk" is óók gesproken. En als merkwaardigheid laten we hier het korte verslag volgen van wat ds. J. H. Klein Wassink — de jongere — Ned. Herv. pred. te Culemborg, gezegd heeft op dat Congres. Wie had dat tien jaar geleden kunnen denken ? Hier is het persverslag uit de N. Rt. Ct. :
»De kerk als de heilige vergadering der ware Christelijke geloovigen, kan niet anders zijn dan een belijdende berk. Zij is geen vereeniging, geen genootschap, geen sociëteit, maar gegrond in de daad Gods. En daarvan getuigt de kerk.
Als antwoord op de vraag, wat belijden eigenlijk is, schijnt wel allereerst gezegd te moeten worden : het is uitspreken van tiet geloof, onder woorden brengen van het geloof. De kerk kan niet zonder belijdenis.
Alleen een kerk, die haar belijdenis handhaaft, is waard den naam. van kerk te dragen. Bovendien komt hier tot uiting, dat belijden iets meer is dan met den mond spreken, dat het ook is : met de daad toonen en als 't moet met lijden en dood bekrachtigen.
De Nederlandsche geloofsbelijdenis heeft willen zijn een professie en een apologie der geloovigen in deze landen, die willen leven naar het zuivere Evangelie van onzen Heer Jezus Christus.
Dat moet altijd de kern zijn van iedere belijdenis en van ieder belijdenisgeschrift in onze Hervormde Kerk. Niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.
Dat er op dit fundament verschillend gebouwd kan worden, zal aan onze kerk den zegen schenken der verschillende richtingen. De eenheid wordt daardoor ook niet verbroken. Van terugbrengen tot de eenheid kan dan ook alleen sprake zijn door erkenning van het verschil in geloofstype.
In de nieuwe proponentsformule is niet voldoende rekening gehouden met het „reformanda" der belijdenis.
Volledigheidshalve laten we hier nu tegelijk volgen de proponentsformule, zooals die nu in het reorganisatie-ontwerp is voorgesteld :
»Wij, ondergeteekenden, door de Provinciale Synode van (door de Waalsche ), tot de openbare Evangeliebediening in de Nederlandsche Hervormde Kerk toegelaten, beloven in het diep besef van onze roeping, daarin met ijver en trouw bezig te zullen zijn overeenkomstig hare belijdenis, zooals deze uitkomt in hare symbolische en liturgische formulieren en mitsdien het Woord Gods te verkondigen in gebondenheid aan de openbaring van Vader, Zoon en Heiligen Geest naar de Schriften; dienovereenkomstig den dienst der gebeden en der Sacramenten te vervullen; mede te werken aan den arbeid van de Algemeene Christelijke Kerk en van de Nederlandsche Hervormde Kerk in het bijzonder ; hare verordeningen op te volgen en ons te zullen onderwerpen aan hare vermaning en tucht, behoudens beroep op Gods Woord." :
Een medewerker van de N. Rott. Ct. schreef naar aanleiding van het voorstel, dat nu bij de Synode aanhangig is, inbegrepen deze proponentsformule :
„Deze proponentsformule verschilt nu werkelijk maar héél weinig van de door Kerkherstel in 1929 voorgestelde. Men zal het met ons eens zijn : Dit zijn, alles bij elkaar genomen, hoogst belangrijke voorstellen. De kans op aanneming mag zeker niet gering worden geacht. En van de vijf heeren, die door de Synode aan het negental zijn toegevoegd, mag zeker niet worden verwacht, dat zij in deze reeds ontworpen voorstellen een noemenswaardige wijziging nog zullen aanbrengen. De reorganisatie der Hervormde Kerk zal nu wel werkelijkheid v/orden. Verzet van uiterst links zal niet meer baten, nu rechts en uiterst rechts zóó conciliant zijn geweest".
Of deze profetie werkelijkheid zal worden is iets anders. Maar merkwaardig is ze in elk geval wel !
DE KERK VOLGENS DE VRIJZINNIGEN(1)
Er is een boekje verschenen (bij v. Gorcum en Co. te Assen) : Wezen en taak der Kerk, een bundel opstellen van Vrijzinnige Hervormde dominees, waarbij ook prof. Lindeboom van Groningen, oud-Voorzitter van de Vereeniging van Vrijzinnige Hervormden in Nederland.
Wij zijn blij met dit boekje. Want het is ons een nieuw bewijs, dat de Kerk in 't centrum, van de belangstelling staat en dat ook de Vrijzinnigen zich moeten bezinnen op het wezen en de taak der Kerk. 't Gaat niet meer om er minachtend over te spreken, 't Gaat ook niet meer om individualistisch over de Kerk te spreken, de een dit en de ander dat. Zelfs de Vrijzinnigen schrijven : we moeten komen tot een positief Kerkideaal - waarbij we moeten streven naar een gemeenschappelijke uitspraak - want niet een bont mengelmoes van individueele opvattingen, maar slechts een gemeenschappelijke overtuiging kan ons brengen waar we wezen moeten. Het individualisme in de slechte zin speelt ons nog maar al te zeer parten en nu moeten wij trachten, door de veelheid der particuliere meeningen heen, te komen tot die éénheid, die recht laat wedervaren aan het persoonlijke, maar waarin de enkelingen toch gelijk gericht zijn. (Aldus ds. D. Bakker, bladz. 8).
Het Hoofdbestuur van de Vereeniging van Vrijzinnig Hervormden heeft nu een „werkprogram" en een Leiddraad opgesteld. En de bedoeling van dit boekje is nu, dat deze Leiddraad besproken en uitgewerkt wordt, wat geschiedt in elf hoofdstukken : De Kerk als Religieuze Gemeenschap, door dr. C. J. Bleeker; De Kerk : haar begin, door prof. Lindeboom; De Kerk: haar beginsel, óok door prof. L.; De Kerk en de Traditie, door ds. F. W. J. v. d. Poel; Kerk en Belijdenis, door dr. H. de Vos; De Eenheid en Verscheidenheid der Kerk, door dr. C. J. Bleeker ; De Eenheid der Kerk in haar Christus-belijdenis, door ds. D. Bakker; Kerk en Bijbel, door dr. J. N. Sevenster ; Kerk en Eeredienst door ds. J. M. van Veen ; De Sacramenten, door dr. H. de Vos ; Kerk en Cultuur, door ds. D. A. Vorster, die dan schrijft over : Rome, het Calvinisme en het Vrijzinnig Protestantisme. Ds. D. Bakker schrijft een slotartikel over : De Kerk : haar Organisatie. Omdat de Leiddraad en grondslag ligt aan deze artikelen, willen we over die Leiddraad nog iets zeggen.
Het Hoofdbestuur van de Vereeniging van Vrijzinnig Hervormden wist, dat de Vrijzinnige beweging dreigde dood te loopen door de hopelooze verwarring van denkbeelden, die er onder de leden werd aangetroffen. Er was geen éénheid en er was geen leiding. Toen heeft men een werkplan opgesteld, waarbij de Afdeelingen werden geanimeerd in één of meer bijeenkomsten „wezen en taak der Kerk" in discussie te stellen. Voor die besprekingen werd toen door het Hoofdbestuur een Leiddraad gegeven. „Die leiddraad was niet een willlekeurige, individueele uiting van één of meer personen, maar na discussie collectief aanvaard om als „leiddraad" (méér niet, maar ook niet minder) gebruikt te worden". „Op 'deze wijze wüde het Hoofdbestuur allerminst opleggen, maar toch wel overtuigen in de geest van wat er zijn formuleering in gevonden heeft”.
De hoofdgedachten van de Leiddraad zijn: Het Evangelie van Jezus Christus heeft als orgaan de Kerk noodig. Maar de Kerk is méér dan een wenschelijkheid van practischen aard, ze vloeit voort uit het wezen van bet christelijk geloof zelf.
De geloofsgemeenschap, die wij Kerk noemen, is nog iets anders dan een vereeniging ter bevordering van godsdienstig en christelijk leven, maar zij is veelmeer te vergelijken met een gezin. Haar schat van Godsgaven komt o.a. tot uitdrukking in belijdenis en liturgie.
De Kerk, die zich in verscheidenheid van vorm vertoont, is echter oecumenisch van aard en blijve haar éénheid vinden in haar Christusbelijdenis, ook bij verschil van opvatting. De Nieuw-Testamentisohe Jezus-gestalte doet ons bewust worden die zedelijke en religieuze waarden, die geen tijd kan ontberen, maar die ónze tijd toch wel in het bijzonder noodig heeft.
De Bijbel neemt hierbij een bijzondere plaats in, niet alleen het Nieuwe Testament, maar óók het Oude Testament. Bij alle wetenschappelijke critiek, die men op de Bijbel toepast, kan hij deze bijzondere plaats behouden.
In de liturgie wordt door woord, lied en handeling, collectief uiting gegeven aan wat men gemeenschappelijk bezit aan geloof en roeping. Naast bewust godsdienstig gemeenschapsbesef is telkens weer vernieuwing noodig, om te voorkomen, dat de liturgische handeling doode vorm wordt. Tusschen liturgie en het geloof der gemeente moet levendig verband zijn en blijven. In de Kerk moet het Vrijzinnig Protestantisme zich naar zijn eigenlijke wezen kunnen uitleven. Ook de taak aan de wereld, naast de individueele zielszorg, moet worden volbracht. Verschillende Kerken zullen elkander daarbij hebben te helpen en om die taak te kunnen vervullen, zal iedere Kerk Volkskerk moeten zyn en blijven, „in dien zin, dat ze binnen zekere grenzen ruimte laat aan verschillende opvattingen en daardoor het volk in zijn breede lagen zal omvatten en beïnvloeden".
Over die beginselen van de Leiddraad handelen de bovengenoemde opstellen, waaruit we een en ander willen noemen.
[Wordt voortgezet.]
KOHLBRUGGE De reis naar het Wupperdal. (8)
De brieven, die Kohlbrugge in het najaar aan zijn vrienden in Holland schreef, geven er getuigenis van, hoe de bladeren van de aanvankelijke geestdrift voor hem begonnen te verwelken. Wel bleef de groote belangstelling voor zijn preeken bestaan. En hij kon slechts met moeite de talrijke (30, 40) personen tevreden stellen, die geregeld tot hem kwamen om allerlei vragen betreffende hun innerlijk leven met hem te bespreken. „Den geheelen dag ben ik omgeven door bekommerden, die gaarne iets wenschen te hooren over Gods vrije genade en over de gerechtigheid van Christus. Ik heb nauwelijks tijd om te eten". Ook beleefde hij tot zijn groote vreugde krachtige bekeeringen en verkwikte hij zich door de omgang met Gottfried Daniël Krummacher. Zijn preek over Romeinen 7 vers 14 was spoedig uitverkocht.
Toch trad de tegenstelling tegenover hem steeds duidelijker aan het licht. Kohlbrugge zelf meende deze tegenstelling zeer in het bijzonder bij Friedrich Graeber in Barmen te bespeuren. Deze Graeber, die ondanks zijn inzicht in de zwakheden der Kerk, toch een zeker kerkelijk optimisme huldigde, vond, dat Kohlbrugge door zijn prediking de gemeente ophitste. Toen de vergadering van de Synode gehouden werd, waaraan ook Kohlbrugge deelnam, „vertelde Graeber, de Voorzitter, dat alle candidaten in de waarheid geheiligd waren (en daarbij waren de meesten vijanden van de leer der genade) en dat Krummacher een Salomo was. Sander begon eerst, en de andere predikanten gingen in dezelfde lijn voort. Toen brak ik los als een leeuw, zoodat zij het tenslotte allen moesten opgeven. Verschillende plaatsen uit de H. Schrift werden mij zoo maar ingegeven en God sterkte mij wonderlijk".
Veel sensatie verwekten in 't bijzonder eenige preeken, die door Kohlbrugge omstreeks 't midden van November gehouden werden (over de tekst: De rechtvaardige zal uit het geloof leven Doen wij dan de Wet teniet door het geloof ? Dat zij verre !). Hij viel de schouwburg, de danszaal, de opera, de onderdrukking van de arbeiders, de bedriegerijen van de handelsstand, de liefdadigheidsinstellingen voor de armen en het mystieke streven naar heiligheid van de aanhangers van Tersteegen zoó onverbloemd aan en liet zoó duidelijk uitkomen, dat de eigenlijke antinomisten diegenen waren, die weer door Wet en vroomheid zich verdienste bij God wilden verwerven, dat men tegen hem begon „te razen". Moest men zich dit alles maar laten welgevallen, en dan nog wel van een vreemdeling ?
In den loop van den zomer had Kohlbrugge een verzoek ingediend bij den Kerkeraad, waarin hij verzocht om toegelaten te mogen worden tot de Evangeliebediening. Nu werd hem bij afwezigheid van dr. Grasber, door den Superintendent Heuser medegedeeld, dat ook de Synode van Düsseldorf ernstige bezwaren had tegen het optreden van Kohlbrugge en dat de Kerkeraad daarom het volgende besluit genomen had :
»Daar de candidaat in de theologie, dr. Hermann Friedrich Kohlbrugge, tot meeningsverschillen met den predikant, bij wien hij als proponent aangesteld was, aanleiding gegeven heeft en wegens zijn van de gangbare meening afwijkende opvattingen op een voor hem weinig eervolle wijze weggestuurd is, daar genoemde candidaat de Unie zoo weinig toegedaan is, dat hy van de Luthersche naar de Gereformeerde belijdenis wil overgaan, daar hij ten slotte als geboren Amsterdammer bezwaarlijk als Duitsche kanselredenaar zal kunnen dienst doen, kunnen wij geen vrijmoedigheid vinden om den proponent Kohlbrugge toe te laten tot het examen pro lieentia concionandis (ter verkrijging van de bevoegdheid om het Evangelie te bedienen)«.
Na het ontvangen van dit merkwaardige schrijven heeft Kohlbrugge gemeend zich te moeten rechtvaardigen. Hy verklaarde zich bereid om ten allen tyde den Kerkeraad te bewyzen, dat hij in Amsterdam in alle opzichten rechtvaardig gehandeld heeft. En hoe kan de Kerkeraad, zonder hem gehoord te hebben, zeggen dat hij geen liefde heeft voor de Unie, „welke liefde toch iedere ware geloovige moet bezitten, naar 't woord van den apostel: „Jaagt er naar om onder elkander de eenheid des geestes te bewaren" ? Deze ware Unie is Kohlbrugge van harte toegedaan en steeds is hij bereid om deze eenheid te helpen bevorderen. Waarom hij overgegaan is tot de Gereformeerde belijdenis ? Daarom, „omdat de leer van de Gereformeerde Kerk het meest overeenkomt met mijn overtuiging en omdat dit de leer is, die God het hoogst verheerlijkt en alle roem van het schepsel uitsluit". Ten slotte wijst hij er op, dat hij nu vijftien maal gepreekt heeft en daarbij het genoegen gehad heeft een talrijk gehoor voor zijn prediking te vinden. Mag hieruit niet de conclusie getrokken worden, dat hij door allen begrepen werd ? Opnieuw diende hij een verzoek in, waarin hij verzocht om toegelaten te mogen worden tot de Evangeliebediening.
[Wordt voortgezet.]
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's