De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Heidelbergsche Catechismus (10)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heidelbergsche Catechismus (10)

6 minuten leestijd

De Geestelijke Vaders van den Catechismus (3).
Wat die omgewerkte Catechismus van Calvijn betreft spreekt men wel van „de editie van Straatsburg". In 1537 hebben we dan de Catechismus van Geneve (de Catechismus prior of eerste Catechismus) en in 1541 (nadat Calvijn van 1538—'41 te Straatsburg vertoefd heeft) de omgewerkte Catechismus, die wel in 1541 te Geneve verscheen, maar te Straatsburg (haastig) is samengesteld (omgewerkt). Dit is de beroemde Catechismus posterior of latere Catechismus.
Merkwaardig is, dat Calvijn in z'n eerste Catechismus (een soort „Kort Begrip") de volgorde heeft bij de behandeling der stof, even gelijk aan Luther, en wel: Wet—^Geloof—Gebed. In de latere edities (geheel omgewerkt) is de volgorde anders gekozen en wel: Geloof—Wet—Gebed. Hierop wees J. Courvoisier, predikant te Geneve, tijdens de Calvijn-herdenking in 1935 te Parijs (waar ook prof. dr. H. H. Kuyper en prof. mr. V. Rutgers tegenwoordig waren). Hier zit een dogmatische ontwikkeling achter, gelijk ook uitkomt bij de omwerking van zijn Institutie na 1539. De nieuwe volgorde was in overeenstemming met den Catechismus van Straatsburg, in het jaar 1534 verschenen.
De Catechismus van Calvijn (en nu hebben we het over den Catechismus posterior of latere, van 1541) had het voordeel kort te zijn. Slechts 40 blz. klein formaat en dan in vraag en antwoord. De leeraar stelt de vraag en de leerling antwoordt. Het werk omvat 5 hoofdstukken : 1. Van het Geloof ; 2. Van de Geboden ; 3. Van het Onze Vader ; 4. Van het Woord van God ; 5. Van de Sacramenten. Totaal 55 afdeelingen of „Zondagen", die successievelijk eiken Zondag moesten worden opgezegd in de Kerk. Tot slot waren er enkele gebeden.
Calvijn gaat van het standpunt uit, dat het wezenlijke doel van het menschelijk leven is : God te kennen. Hem te eeren en te gehoorzamen volgens Zijn Wet.
De Christen moet zich in geloove aan God toevertrouwen, wanneer hij Hem door Jezus Christus kent; deze kennis is begrepen in de Geloofsbelijdenis, bekend onder den naam van „de 12 Geloofsartikelen". Calvijn verklaart elk der artikelen en ontwikkelt de 4 hoofdstukken : God - Jezus Christus, onze Heere - de Heilige Geest en de Kerk.
Daarna teekent hij het karakter van het ware geloof ; hij komt tot de Wet, door de vraag naar het geloof en de werken. De Wet, waaraan wij ons moeten onderwerpen, is begrepen in de Tien Geboden ; hij, die ze houdt, eert God.
Maar om de Wet te houden, heeft men de hulp des Heeren noodig, welke verkregen wordt door het gebed, waarvan wij een model hebben in het Gebed des Heeren of het Onze Vader.
Ten slotte, om God te kennen en Hem te dienen en te eeren, om een volk te mogen zijn, dat Zijn deugden verkondigt en Zijn eer bedoelt, moet men Zijn Woord kennen, zooals het ons geopenbaard is in de Schriften, en moet men deel nemen aan de Sacramenten.
Ter oriënteering schrijven we een gedeelte van den Catechismus van Calvijn hier af.
De titel is : „De Catechismus van de Kerk van Geneve of Formulier, bestemd voor het onderricht der kinderen in den Christelijken godsdienst, in den vorm van een samenspraak, waarbij de predikant ondervraagt en de leerling antwoordt, door Johannes Calvijn".
Eerste Hoofdstuk : Het Geloof. Zondag 1.
1. Vraag : Wat is het voornaamste doel van het menschelijk leven ? Antwoord : Dat is God te kennen.
2. Vraag: Waarom ? Antwoord : Omdat God ons heeft geschapen en in de wereld gesteld om bij ons te worden verheerlijkt. En het is wel betamelijk, dat wij dit geheel tot Zijn eer teruggeven, omdat Hij de Schepper en de oorsprong van ons leven is.
3. Vraag: Wat is het hoogste goed der menschen ? Antwoord : Hetzelfde wat boven gezegd is.
4. Vraag : Waarom noemt gij dat het hoogste goed ?
Antwoord : Omdat, zonder dit, onze toestand ongelukkiger zou zijn dan die der beesten.
5. Vraag : Wij zien dus hieruit, dat er geen ongeluk zóó groot is als niet te leven voor God ?
Antwoord : Zoo is het.
6. Vraag : Maar wat is de ware en rechte kennis van God ?
Antwoord : Dat is Hem te kennen om Hem te eeren.
7. Vraag: Wat is de wijze om Hem reeht te eeren ?
Antwoord : Dat is, dat wij al ons vertrouwen op Hem stellen ; dat wij Hem dienen, door Zijn wil te gehoorzamen ; dat wij Hem aanroepen in al onze nooden, zoekend in Hem onze zaligheid en ons geluk, en dat wij ten slotte belijden met het hart en met den mond, dat alle goede dingen van Hem alleen komen". (Tot zoover Zondag I).
Uit Zondag 17 (nog altijd gaande over het Geloof) nemen we dit:
106. Vraag : Wat volgt nog ? [We zijn hier bezig met de behandeling van de 12 Artikelen.]
Antwoord : De opstanding des vleeschses en het eeuwige leven.
107. Vraag : Waarom is dit artikel in de belijdenis gezet ?
Antwoord : Om met een dubbel doel te laten zien, dat ons geluk niet op aarde ligt. Allereerst om ons te leeren door de wereld te gaan als door een vreemd land, alle aardsche dingen gering te achten en er nooit het hart op te zetten. Ten tweede, opdat wij, wanneer wij de vrucht der genade, die God ons in Jezus Christus heeft geschonken, nog niet bemerken, toch den moed niet zouden verliezen, maar er met geduld op wachten tot den tijd van haar openbaring.
108. Vraag: Hoe zal de opstanding plaats hebben ?
Antwoord : Zij, die te voren gestorven zullen zijn, zullen hun lichaam terug krijgen, maar met andere hoedanigheden ; dat wil zeggen : hun lichamen zullen niet meer aan den dood onderworpen zijn, noch aan het verderf, hoewel zij hetzelfde wezen hebben. En wat hen betreft, die zich nog levend op aarde zullen bevinden. God zal hen wonderlijk opwekken door de plotselinge verandering, waarover wij hebben gesproken.
109. Vraag : Zal die opwekking niet gelijkelijk het deel zijn van boozen en goeden ?
Antwoord : Ja, maar onder geheel andere omstandigheden : want sommigen zullen opstaan tot de zaligheid en het geluk, en anderen tot de straf en den dood.
110. Vraag : Waarom wordt er toch alleen dan maar over het eeuwige leven gesproken en niet tevens over de hel ?
Antwoord : Omdat er in dit korte onderricht alleen gesproken wordt over hetgeen tot troost is der geloovigen en er slechts gehandeld is over de goederen, die God heeft bereid voor degenen, die Hem dienen, wordt er voorts geen melding gemaakt van de goddeloozen, die van Zijn Koninkrijk zijn uitgesloten.
[Wordt voortgezet.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De Heidelbergsche Catechismus (10)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's