KERK, SCHOOL, VEREENIGING
NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Beroepen :
te Loosduinen (2e pred. plaats) L. Buenk te Veessen (Geld.) - te Kloetinge G. Ph. Scheers te Kolderveen - te Jaarsveld cand. M. Verkerk te Buiksloot - te Delft K. J. v. d. Berg te Amersfoort - te Arnemuiden en te Giessen-Oudkerk cand. M. Verkerk te Amsterdam-N. - te Colmschate (toez.) A. Blanson Henkemans te Nisse (Zld.).
Aangenomen:
naar Bergentheim (Ov.) C. J. Dijkhuis, cand. en hulppred. te Winterswijk.
Bedankt:
voor Aalsum en Wetzens J. N. de Ruiter, cand. te Utrecht.
GEREFORMEERDE KERKEN.
Tweetal :
te Uithuizen: S. G. Bloem te Niezijl en W. F. M. Lindeboom te Serooskerke te Schiedam : P. D. Kuiper te Sassenheim en D. Zwart te Aalten.
Beroepen :
te Wassenaar (vac.-Rullmann) dr. P. G. Kunst te Deventer.
Bedankt:
voor Giessendam M. Heikoop te Utrecht - voor Zonnemaire K. Bokma te Waardhuizen.
CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK.
Bedankt:
voor Bussum-Naarden J. Tamminga te Harderwijk — voor Zeist G. Salomons te Amsterdam-West — voor Dedemsvaart-Lutten D. Biesma te Drogeham.
GEREFORMEERDE GEMEENTEN.
Beroepen: te Terneuzen en te Oostkapelle M. Heikoop te Utrecht.
Afscheid, bevestiging en intrede.
Ds. G. van der Zee hoopt Zondag 8 November afscheid te nemen van de Ned. Herv. Gemeente te Vaassen en 15 November d.a.v. intrede te doen te Ridderkerk, na bevestigd te zijn door ds. H. H. van Ameide van Elburg.
— Zondag j.l. heeft cand. J. G. Hooykaas van Wassenaar zijn ambt als predikant der Nederl. Hervormde Kerk te Dussen aanvaard met een predikatie over Jes. 49 : 16. Aan het einde van den dienst richtte ds. Hooykaas zich tot den bevestiger, den consulent, den kerkeraad, ds. v. d. Berg, Kerkvoogden en Notabelen, Jongens-en Meisjes vereenigingen. Zondagsschool, Ringpredikanten, tot de vertegenwoordigers van de Leidsche Studentenvereenigingen en tenslotte tot zijn gemeente.
Hierna sprak ds. Reijenga als consulent en ook namens den Kerkeraad. Toegezongen werd Ps. 143 : 10. Voorts spraken ds. v. d. Berg als vriend, ds. van Duij keren, van Heusden, namens de Ring predikanten en als collega den nieuwen Leeraar toe, en de vertegenwoordigers der Leidsche Studentenvereenigingen.
— Ds. P. van Asch nam Zondag j.l., na een verblijf van vijf jaar, afscheid van de Ned. Herv. gemeente te Wierden, met een predikatie over Openbaring 1:4. De belangstelling was zeer groot, voornamelijk van buiten de gemeente. Ds. Spelt, als consulent, sprak namens de gemeente woorden van dank voor al het werk wat ds. van Asch tot zegen der gemeente mocht verrichten.
— Zondag 4 October werd ds. W. Vroegindewey, gekomen van Zegveld, bevestigd als predikant van de Ned. Hervormde gemeente te Hoogeveen, door zijn broer ds. L. Vroegindewy, van Waddinxveen, met een predikatie over 1 Cor. 3 VS. 9. Toegezongen werd Ps. 134 : 3. Des namiddags verbond ds. W. Vroegindewey zich aan zijn nieuwe gemeente, waarbij hij sprak naar aanleiding van Jesaja 61 : 3. Aan het einde van den dienst richtte de nieuwe predikant toespraken tot B. en W., bevestiger, ring-predikanten, in 't bijzonder tot ds. van Nie, eveneens te Hoogeveen, kerkeraad, kerkvoogdij, Ned. Herv. Scholen, Vereenigingen enz. Toespraken werden nog gehouden door ds. Kooyman van Hollandscheveld, namens classis en ring en door ds. Van Nie, namens kerkeraad, kerkvoogdij en gemeente. Gezongen werd nog Ps. 75 : 1. Behalve de genoemde predikanten waren nog aanwezig ds. Mooi van Koekange en ds. van Barneveld van Zuidwolde.
— Voor de Ned. Herv. Gemeente van Alphen aan den Rijn was het Zondagavond een uur van scheiding ; haar herder en leeraar ds. J. Schoneveld nam afscheid wegens vertrek naar Groningen. Hij sprak daarbij naar aanleiding van Lucas 18 : 8b. Uit de hartelijke toespraken zoowel van den scheidenden leeraar als van zijn collega's ds. de Bruin (namens den kerkeraad) en ds. Odé van Ouderkerk (namens den Ring) bleek wel, hoe sterke banden hier losgemaakt moesten worden. Men zong ds. Schoneveld toe Ps. 121 : 4.
— Zondag nam te Sneek in den avonddienst ds. Jac. Treffers afscheid na een 2 1/2-jarige ambtsbediening, wegens vertrek naar Woerden. Nadat de scheidende prediker vooraf zich in een toespraak had gericht tot kerkeraad, kerkbestuur collega's, enz., hield hij een predikatie over Ps. 138 : 7 en 8. Aan het einde van den dienst sprak ds. J. R. Wolfensberger zijn vertrekkenden collega hartelijk toe.
— Volgens besluit van den kerkeraad der Ned. Hervormde gemeente te Alkmaar stonden Zondag wegens bevestiging en intrede van ds. van Dop, die van Hierden overkwam, alle andere kerkdiensten der gemeente stil. Dientengevolge was de Groote Kerk meer dan gevuld met een groote schare belangstellende leden. De voltallige kerkeraad met de beide predikanten ds. W. H. M. Baar en ds. J. H. W. Warners waren zoowel des morgens als des avonds tegenwoordig.
De bevestiging geschiedde des morgens door prof. Hugo Visscher, die tot tekst had Joh. 5 : 25: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, de ure komt en is nu, wanneer de dooden zullen hooren de stem van den Zoon Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven". Achtereenvolgens sprak hij over het wezen, de kracht en de zending van Gods Woord. Zijn thema was: Gods Woord is 'n daad. Ten slotte sprak hij den jeugdigen Dienaar des Woords hartelijk toe, den wensch uitende, dat Gods kracht In zijn zwakheide mocht volbracht worden.
Des avonds verbond ds. C. van Dop zich aan de gemeente met een predikatie over Joh. 6 : 37: Al wat mij de Vader geeft, zal tot Mij komen, en die tot Mij komt, zal Ik geensizins uitwerpen". Naar aanleiding van deze woorden sprak hij over het leerstuk van Gods eeuwige verkiezing, dat door de Kerk van alle eeuwen is beleden.
In zijn toespraken bracht ds. van Dop o, a. dank aan den burgemeester voor diens aanwezigheid en aan den kerkeraad voor het in hem gestelde vertrouwen. Indien maar eenigszins mogelijk, wil hij — ook met de collega's Baar en Warners samenwerken, mits binnen de grenzen door Gods Woord en de Belijdenis gesteld. ledere eerlijke overtuiging zal hij eerbiedigen. Denzelfden eerbied vraagt hij voor eigen beginsel. „Vraag van mij", zoo zegt hij, „niet meer dan ik u geven kan". Zich tot de gemeente richtende, verzoekt hij haar hem te willen vergunnen zichzelf te zijn naar eisch van het Woord des Heeren.
Ds. Baar, sprekende als voorzitter van den Kerkeraad en namens de ringpredikanten, merkt op, dat het hier in Alkmaar niet zoo rustig is als ginds in Hierden, waar de geheele gemeente eensgezind is. Hier bevinden zich in de gemeente vogels van diverse pluimage". Ook ds. F. Kuiper, doopsgezind predikant, voert het woord, wijzende op een hoogere eenheid. Ds. Van Dop, de sprekers beantwoordende, wenscht eenheid aan den voet van het Kruis.
(De Standaard).
Promotie ds. L. D. Poot. Op Woensdag 14 October j.l. is aan de universiteit te Amsterdam ds. L. D. Poot, Ned. Herv. predikant te 's-Gravenhage, tot doctor in de Godgeleerdheid gepromoveerd op een dissertatie over „Het oud-Christelijk Avondmaal" en zijn historische perspectieven.
De lijvige dissertatie, die bij H. Veenman en Zonen te Wageningen het licht zag, behandelt het Avondmaalsprobleem op zeer volledige wijze en biedt een waardevolle bijdrage tot de Nederlandsche dogmatische studie. Aan de stellingen ontleenen wij enkele karakteristieke, o.a. : 3. Het principieel verschil tusschen den heilsweg van de mysteriegodsdiensten en dien van het Christendom is het feit, dat door de mysteriën geleerd wordt de godwording van den mensch, maar door het Christendom de menschwording van God ; 17. Het verdient aanbeveling om, in de volgens artikel 39 van het Reglement op het godsdienstonderwijs der Ned. Hervormde Kerk vastgestelde belijdenisvragen, als derde vraag de belofte te doen afleggen, om te zullen volharden in de gemeenschap der Kerk, inzonderheid door een getrouw opgaan ten eeredienst en door een gehoorzaam aanzitten aan de tafel des Heeren ; 18. Het is eisch, terzake van de werkvaardigheid harer dienaren en aldus van haar eigen positie en toekomst, dat de opleidingstijd voor candidaten in de theologie vanwege de Ned. Hervormde Kerk worde gesteld op twee jaren, zulks onder leiding van drie hoogleeraren (respectievelijk voor de systematische, de historische en de practische vakken), terwijl het hulppredikerschap dient te worden verplicht gesteld ; 19. De in Nederland verschijnende bundels : „Liederen uit den schat van de Kerk der eeuwen" en : „Het boek der psalmen, de psalmen van Israël op de oorspronkelijke melodieën der zestiende eeuw naar het Hebreeuwsch bewerkt en voorzien van aanteekeningen", welke beide instemming en aanvaarding vinden, zoowel bij de verschillende reformatorische groepen alsook bij het Roomsch-Katholiek episcopaat, blijkens diens „evulgeter", wijzen het middel aan om van de fundamenteele eenheid der Christenheid, in het gemeenschappelijk beleden apostolicum gegeven, althans hymologisch, een oecumenische uiting te geven.
Opheffing predikantsplaats.
De Kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente te Zaltbommel heeft bericht ontvangen, dat het besluit tot opheffing der tweede predikantsplaats is goedgekeurd en wel met ingang van 1 Januari.
Dr. F. J. Kromsigt 70 jaar.
Vrijdag a.s. hoopt dr. P. J. Kromsigt, sedert 1 October 1934 emer. pred. van de Ned. Hervormde Gemeente te Amsterdam, en sindsdien wonende te 's-Gravenhage, zijn 70-sten verjaardag te vieren. Pieter Johannes Kromsigt, een der meest bekende figuren in den theologischen kring in ons vaderland, werd 16 October 1866 te Wijk bij Heusden, waar zijn vader predikant was, geboren. Hij bezocht het instituut-Kinsbergen te Elburg, waar zijn grootvader, ds. J. C. Wijkman, predikant was, en bezocht de gymnasia te Leiden en te Dordrecht, waarna hij aan de Utrechtsche Universiteit theologie studeerde.. Daar hebben met name de professoren Kleyn en Valeton een stempel op hem gedrukt.
Achtereenvolgens stond hij te Scherpenisse (in welke gemeente hij promoveerde tot doctor in de theologie op een dissertatie, die gewijd was aan : John Knox als Kerkhervormer (vooral in zijn verhouding tot Calvijn), te Wierden, Rotterdam en Amsterdam.
Eerst neiging hebbende naar de ethische richting, koos dr. Kromsigt onder invloed van prof. Kleyn voor de Gereformeerde beginselen. Al spoedig trad hij in de Confessioneele Vereeniging op den voorgrond. Hoedemaker's leuze : „Heel de Kerk en heel het volk" werd de zijne en heeft hij vele jaren in woord en geschrift op talentvolle wijze gepropageerd, waarbij hij, naar bekend, meermalen met dr. A. Kuyper in felle botsing kwam, waarbij hij echter steeds diens machtig talent erkende en uitsprak veel aan hem te danken te hebben gehad.
Dr. Kromsigt is zeer overvloedig in zijn persarbeid geweest. Ook verschenen tal van geschriften van zijn hand. Hij is in den lande, ook buiten den kring van zijn geestverwanten, zeer geacht. En hij heeft vele trouwe vrienden.
Weemoedige Doopplechtigheid.
Dezer dagen kwam de schokkende tijding, dat de jonge Zendeling-arts, dr. Güse, en zijn vrouw, zijn omgekomen, toen zij in de buurt van Taroetoeng een bad namen. Zij deden dit geregeld, maar ditmaal zijn zij blijkbaar bedwelmd geworden door opstijgende zwaveldampen.
Het kleine kind van zes weken, dat zij thuis hadden achtergelaten, is op den Zondag na het ongeval gedoopt. Die doopplechtigheid heeft plaats gehad in den rouwdienst. Het zegel des Verbonds — aldus meldt „de Ned." — werd op het kind gelegd tusschen de kisten, waarin het stoffelijk omhulsel van vader en moeder ten grave werd gedragen.
De Staatscommissie en de concentratie bij het Bijzonder Onderwijs.
Het liberaal lid van de Eerste Kamer, mr. Droogleever Fortuijn, heeft onlangs reeds ongeduldig gevraagd! aan de Regeering, hoe het nu stond met het werk van de Staatscommissie ? Nu heeft mr. A. M. Joekes, de leider van de Vrijzinnig Democratische Kamerfractie, te Groningen het volgende verklaard :
Ten aanzien van de concentratie van het onderwijs, en in het bijzonder wat betreft het werk van de Staatscommissie, die moet onderzoeken op welke wijze het mogelijk is om aan de bezwaren van rechts tegen de bekende paragraaf 12 tegemoet te komen, zeide mr. Joekes met nadruk, dat van eenige tegenwerking in deze commissie of van op de lange baan schuiven geen sprake is. Met groote ernst beraadslaagt de commissie over de moeilijke problemen, waarbij op geen enkele wijze getornd zal worden aan de grondslag van de onderwijspacificatie.
Verheugende cijfers.
De bijzondere school regel, de openbare aanvulling — is en blijft ons ideaal. De „School met den Bijbel" gaf in het laatste nummer van 8 October cijfers, die duidelijk doen zien, dat de verwezenlijking van dit ideaal vordert. In het kort komen de gegevens hierop neer
Jaar 1910 1915 1920 19'25 1930 1935 Prot. Chr 153.310 183.174 202.408 245.689 301.391 293.490 R.K. Totaal op Bijz. Sch. 188.008 (ong.) 341.318 213.061 410.637 244.544 461.370 325.086 577.184 416.363 737.411 447.282 758.603 Openb. Scholen 562.824 570.791 570.324 500.768 480.970 390.691
Terwijl alzoo in 1910 op de bijzondere school 341.318 kinderen en op de openbare 562.824 gingen, is na 25 jaren de verhouding aldus gewijzigd, dat tegenover 390.691 kinderen, welke de openbare school telt, staan 758.603 leerlingen, die de bijzondere school bezoeken. Het bijzonder onderwijs overvleugelt alzoo sterk het openbaar onderwijs, is bijna dubbel zoo sterk.
Ook onze Prot.-Christelijke School deelt in dien vooruitgang, al moest van 1930 op 1935 in verband met de bezuinigingsmaatregelen een kleine terugtred worden geboekt. Met dit al, verheugende cijfers !
[De Standaard.]
Giften en legraten.
Bij den penningmeester van het Bouwfonds der Ned. Herv, Gemeente te Haarlem (Noord) is binnengekomen een gift groot ƒ 2000.—, bestemd voor den- bouw van een tweede kerk in Haarlem (Noord).
— Ds. J. A. Wormgoor, Ned. Herv. pred. te 's-Gravenhage, ontving een gift groot ƒ 3000.— van een onbekenden gever, waarvan o.m. ƒ 1000.— voor de Kerkvoogdij en ƒ 1000.— voor de Zending
Christelijk Militaire Tehuizen.
De Vereeniging van Huisvaders in Chr. Mil. Tehuizen hoopt haar jaarvergadering op Woensdag 11 November .a.s., in het Tehuis te Utrecht, te houden. De heer H. Kaldeway, van Ede, hoopt in deze samenkomst over „De Overheid en de Christelijke levenspractijk in de kazerne" te spreken.
Kerkelijk Lippe-Detmold.
In een onzer Zondagsbladen hebben wij het vermoeden geuit, dat de kerkelijke gesteldheid van Lippe-Detmold wel niet ver zou afliggen van de richting der Belijdenis-kerken. Een mededeeling van H. W. S. in. de Wartburg bevestigt dat vermoeden.
Het vorstendom Lippe — aldus de schrijver — ging na Luther's optreden al spoedig over tot de Luthersche hervorming. Simon VI (t 1614) echter werd Gereformeerd en volgens den regel cujus regio, ejus religio (de Godsdienst van den vorst is ook die der onderdanen), werd aan het volk het Calvinisme opgedrongen. Er rees daartegen wel verzet, inzonderheid te Lemgo, doch Simon heeft dit den kop weten in te drukken. Later schijnt het Lutherdom er zich opnieuw te hebben vertoond, doch werd met de Gereformeerden in eene geünieerde landskerk vereenigd. Volgens opgave van 1926 waren er toen 153670 Gereformeerden en 19641 Lutherschen. De laatste behooren tot 6 gemeenten met 6 predikanten, 5 kerken en een kapel. Er zijn plannen om ook in een dorp nabij Detmold een kapel te bouwen en er een hulpprediker aan te stellen. Ongeveer 4000 Lutherschen wonen te zeer verstrooid om kerkelijk behoorlijk verzorgd te bunnen worden. De Lippische landskerk behoort tot de Belijdenis-beweging.
Een poging tot vereeniging met de Gereformeerde Kerk van Hannover, is in 1933 van Staatswege verijdeld.
[Uit: Nieuwe Haagsche Courant.]
Joodsche invloeden bij Paulus.
Vrijdag 2 Oct. j.l. is ds. P. G. Kunst, van Deventer, zoon van wijlen ds. Kunst, laatstelijk pred. bij de Geref. Kerk te Arnhem, aan de Vrije Universiteit te A'dam gepromoveerd tot doctor in de theologie, na verdediging van een proefschrift dat handelde over Joodsche invloeden bij Paulus. Prof. dr. H. H. Kuyper schrijft daarvan in „De Heraut" :
»Gaarne vestigen wij de aandacht op dit proefschrift, dat een onderwerp behandelt, dat zeker van groot belang is om de houding van den apostel Paulus tegenover het Jodendom recht te verstaan.
De groote heiden-apostel staat meer dan ooit in het brandpunt van den wetenschappelijken strijd over het ontstaan van het Christendom. Geschrift na geschrift wordt over hem uitgegeven. Een der belangrijkste vragen, die daarbij aan de orde kwamen, was de vraag, hoe het te verklaren is, dat Paulus, die wel het meest beslist zich tegen het Judaïsme, de wetsleeraars, het onderhouden van de besnijdenis en de wet van Mozes heeft gekeerd, toch Timotheüs liet besnijden, trouw bleef aan den tempeldienst en, zooals hij zelf getuigde, den Joden een Jood bleef, ja zelfs naar Jeruzalem reisde, om daar offeranden te doen.
Dr. Kunst heeft nu zeer nauwkeurig eerst wat in de Handelingen der Apostelen aangaande Paulus ons wordt meegedeeld; vervolgens heeft hij nagegaan wat Paulus zelf zegt in zijn brieven en daarna nog bijzondere tekstgedeelten als Hand. 15, het zoogenaamde Apostelconvent, in verband met Galaten 2, Hand. 16 de besnijdenis van Timotheüs, Hand. 18, dte gelofte die Paulus te Kenchrese aflegde, en Hand. 21, Paulus' optreden bij zijn laatste bezoek aan Jeruzalem en voorts enkele uitspraken van Paulus, die voor dit onderwerp van belang zijn, als Rom. 1 vs. 16 : „Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk die gelooft, eerst den Jood en ook den Griek" ; 1 Cor. 9 vers 20 : „En ik ben den Joden geworden als een Jood, opdat ik de Joden winnen zou; dengenen, die onder de wet zijn, ben ik geworden als onder de wet zijnde, opdat ik degenen, die onder de wet zijn, winnen zou" ; Gal. 2 vers 3, 4 : „Maar ook Timotheüs, die met mij was, een Griek zijnde, werd niet genoodzaakt zich te laten besnijden, en dat om der ingekropen en valsche broederen wil, die van terzijde ingekomen waren om te verspieden onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, opdat zij ons zouden tot dienstbaarheid brengen".
In een volgend hoofdstuk teekent hij dan den apostel Paulus in, zijn missionairen tijd, terwijl hij in een vijfde hoofdstuk de oorzaak aangeeft van de Joodsche elementen in Paulus' optreden, waarbij hij vooral bestrijdt, dat dit een accomodatie (of „aanpassing") van Paulus zou geweest zijn, omdat dit Paulus tot een huichelaar zou maken of tot een. man, die met alle winden kon meedraaien. Evenmin gaat dr. Kunst mee met hen, die dit toeschrijven aan de incompetentie (of „machteloosheid") van Paulus, die zelf geen weg wist in dit conflict, bij hem of de inconsequentie bij hem, of aan een evolutie, een zich langzaam ontwikkelen. De oplossing vindt dr. Kunst daarin, dat Paulus geroepen werd in het kader van den overgangstijd, waarin de Kerk toen verkeerde, welke gedachte hij dan nader uitwerkt in een slothoofdstuk*.
Prof. Kuyper schrijft dan tenslotte : »Dit korte overzicht van den rijken inhoud moge strekken om het belang van deze studie te doen zien, die we inzonderheid onzen predikanten ter lezing aanbevelen*. »Inzonderheid wat hij schreef over het z.g.n. Apostelconvent en in verband daarmede over Galaten 2, heeft onze hartelijke instemming*.
Kleine zonden.
Men behoeft — zegt de Amerikaansche predikant Beecher — de lenzen van een telescoop niet stuk te slaan of ze met verf te bedekken, om te maken, dat men er niet door zien kan. Adem er slechts even op en de dauw van uw adem zal al de sterren voor uw oog verborgen houden.
En zoo worden er evenmin groote misdaden toe vereischt, om het licht van Gods aangezicht voor ons te verbergen. Kleine zonden en overtredingen kunnen het evenzeer doen ! Ge behoeft geen tijger of olifant te ontmoeten om u te dooden. De microbe van tering of kanker velt menschen als boomen.
Ge behoeft geen dief of moordenaar te zijn, om eeuwig verloren te gaan. Het kleine leugentje, een klein bedrog, waarover geen oprecht berouw is en waarvoor geen vergeving gevraagd wordt met het ernstig voornemen het liegen en bedriegen te laten, werkt even verderfelijk als de grootste misdaad.
God maakt geen onderscheid tusschen dagelijksche zonden en doodzonden. Elke overtreding van een der geboden Gods stelt den mensch schuldig voor God en al Zijn geboden. Allen hebben we dus gezondigd en missen de heerlijkheid Gods. Doch om niet worden we gerechtvaardigd, zoo we in het geloof gaan tot Jezus Christus, Hem onze zonden belijden en Hem voortaan in zuiverheid des harten dienen.
[Kralingsche Kerkbode.]
De Arabisch-Palestijnsche staking: ten einde Godsdienstplechtigheden in Jeruzalem.
De Arabische bevolking van Palestina heeft dezer dagen het werk, dat ruim 165 dagen als protest tegen de Joodsche invasie had stilgelegen, weder hervat. In Jeruzalem zijn godsdienstplechtigheden gehouden, waarbij God dank werd gebracht voor het beëindigen der staking. Gelijktijdig met het eindigen der staking is het laatste Engelsche troepentransportschip de haven van Haifa binnengeloopen.
De opperbevelhebber der Britsche troepen in Palestina, generaal Dill, heeft in een legerbevel aan de Britsche strijdkrachten verklaard, dat 't te hopen is, dat thans ook , de veldtocht van moord en banditisme" zal ophouden. Het is echter noodzakelijk, dat alle troepen nog een tijdlang paraat blijven, om zoo noodig de rust en orde onmiddellijk te kunnen herstellen.
De laatste nacht vóór het einde der staking is in het geheele land zeer onrustig verloopen. De Irak-petroleumleiding is opnieuw beschadigd en de olie in brand gestoken.
Bij een nachtelijken aanval op een Joodsche kolonie werd een man gedood, terwijl verscheiden personen verwondingen opliepen. Op een plantage zijn duizenden sinaasappelboomen vernield.
Het Olympische vuur.
Men weet, dat bij de Olympische spelen in Berlijn een groote plechtigheid was, dat het heidensche vuur weer binnen gedragen werd. Bij dat vuur, uit de oude heidenwereld gehaald, zou men de spelen uitvoeren.
In een Duitsche courant stond : „Voor de eerste maal werd bij de Olympiade van 1936 het vuur in het Nordische Vaterland gebracht. De misdaad van 394 (de laatste Grieksche Olympiade, dooving van het heilige vuur der Vesta) is goed gemaakt! Het bedrog van Sinaï en de dwaalster van Bethlehem wijken voor de Olympische vlam. Niet alleen in Duitschland, neen, in de geheele wereld, overwint de zuivere idee van het Olympische vuur over het barbaarsche, het Arische over het Aziatische".
Is het niet gruwelijk en Godslasterlijk om zóó over het heidensche vuur te spreken in tegenstelling van het licht van de Ster van Bethlehem en van 't geen bij Sinaï is geschied ? , Het heidendom zal weer triumfeeren over het Christendom ! En dat is de oorzaak van groote blijdschap, die al den volke wezen zal!
Temeer bespottelijk en ergerlijk is die snoeverij wat betreft het Olympische vuur, als men weet, dat de fakkel onderweg is uitgegaan en de snellooper, die het lichtende vuur moest overbrengen, heel gewoon een lucifer genomen heeft, om de fakkel weer aan te steken ! De Olympische vlam is dus nog niet eens echt!..........
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's