WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT
Wees sterk en goedsmoeds.
»Wees sterk en heb goeden moed ! zeide de Heere tot Jozua, toen hij voor de zware taak stond Kanaan voor Israël te veroveren, ofschoon het op dat oogenblik nog geheel in de macht der inwonende bevolking was.
Wij hebben als volk van Nederland deze opwekking ter harte te nemen, sterk en goedsmoeds te zijn, nu de toestand, waarin wij reeds lang verkeeren, nog iets verscherpt is door het loslaten van den gouden standaard en de daaruit voortkomende matige depreciatie van den gulden.
Voor bittere noodzaak moet iedere Regeering zwichten, tenzij zij land en volk er aan wil wagen. Het Kabinet is door den loop der omstandigheden gedwongen tot den maatregel. Uit de rede van dr. Colijn heeft ieder kunnen hooren, dat het de Regeering uitermate zwaar gevallen is het onvermijdelijke besluit te nemen. Zoolang het mogelijk was, heeft zij gestaan als een ijzeren pilaar en een muur van koper — daarvoor zal het volk haar steeds dankbaar blijven. En nu de gulden niet meer gaaf als te voren is te houden, heeft zij het kwaad tot de kleinst mogelijke proporties herleid, — ook daarvoor heeft zij aanspraak op aller dank en vertrouwen, die haar door de meeste groepen gul geschonken worden, en waardoor zij zich in haar bovenmenschelijk zware taak gesteund moge voelen.
Wees sterk en heb goeden moed! — laat het gansche volk van Nederland deze roepstem ter harte nemen, door, evenals Jozua, onvoorwaardelijk op God te vertrouwen. De Heere zeide waarlijk niet alléén tot hem, maar tot allen, die Hem kennen als een Toevlucht en een Hoog vertrek : „Ik zal u niet begeven en zal u niet verlaten !"
Sterk zijn — wij kunnen dit alléén, indien wij schouder aan schouder rondom de Begeering gaan staan, onze persoonlijke of Partij-belangen niet aan 't woord laten komen, maar het oog uitsluitend op het algemeene, nationale belang richten.
Sterk zijn — dit is voor zwakke menschen slechts mogelijk, indien zij 't niet van zich zelf of de broederen op de Regeeringszetels verwachten, maar alleen van den God der krachten, die Zijn kracht in 's menschen zwakheid volbrengt.
Zien wij deze dingen in, dan zullen wij ook goedsmoeds zijn, al is veel tegen ons, gelijk tegen de geheele menschheid. Er zal ons dan geen paniek-stemming overkomen, waardoor men dwaasheden doet. Bange vrees voor de toekomst zal dan verre van ons zijn. Evemnin zullen wij het hoofd dan als slappelingen laten hangen en de armen in ledigheid over elkaar slaan. Wij zullen niet vreezen, al veranderde de aarde hare plaats, en al werden de bergen verzet in het hart der zeeën. Een geloovend en biddend volk heeft altoos goeden moed, zelfs in het aangezicht van den dood, volgens 2 Cor. 5. — En zouden wij nu durven jammeren, omdat wij donkere en booze dagen beleven ?
Dat zij verre !
Oude Paden : Ds. J. J. KNAP.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's