RONDOM DE LEESTAFEL
ANTIREVOLUTIONAIRE STAATKUNDE. driemaandelijksch orgaan van de dr. Abraham Kuyperstichting, ter bevordering van de studie der Antirevolutionaire beginselen ; onder redactie van prof. mr. A. Anema, dr. J. W. Noteboom, J. Schouten, prof. dr. J. Severijn e.a.
De aflevering die voor ons ligt (3de kwartaal 1936) is een zéér belangrijke. Allereerst krijgen we het referaat van prof. dr. V. H. Rutgers over Une politique chrétienne? met de onderdeelen: Le Chretien et la politique, l'etat-Chretien et le nom „antirevolutionaire". Vervolgens geeft mr. F. Boessenkool een studie over : de Staatsleer van Thomas van Aquino, en niet 't minst belangrijk is de breede bespreking van prof. Severijn over „de ethiek van Brunner", waarvan nu het 2de stuk is geplaatst. Vooral onder de huidige omstandigheden, nationaal en internationaal genomen, as een dergelijk tijdschrift van de grootste beteekenis. Het wil op populairwetenschappelijke manier de problemen, die ons allen bezig houden, bespreken, om jongeren en ouderen hierbij te dienen en de noodige kennis bij te brengen.
Wij bevelen dit tijdschrift gaarne aan. Wie over politiek, christelijke politiek; over ethiek, christelijke ethiek enz. wil meepraten, die leze een tijdschrift als dit, waar bekwame, vooraanstaande mannen belangrijke bijdragen geven. De uitgave geschiedt door middel van den heer J. H. Kok te Kampen.
BIJBELSCHE ALMANAK.
Vanwege het Nederlandsch Godsdienstig Genootschap „De Lichtdrager" is voor 1937 verschenen bij D. B. Centen's Uitgevers Maatschappij, Amsterdam (C.) de 109de uitgaaf van den „Bijbelsche Almanak", bijzonder geschikt voor verspreiding bij Evangelisatie en Zondagsschoolarbeid.
De inhoud bevat: Kalender, Tekst voor lederen dag met bijbehoorend leesrooster en ruimte voor aanteekeningen. Mengelwerk van Hélène Swarth, Roel Houwink, prof. dr. A. van Veldhuizen, ds. W. J. Kan, ds. J. A. Visscher, mevr. D. Menkens— V. d. Spiegel.
JAARVERSLAG VAN DE VEREENIGING VOOR CHRIST. NATIONAAL SCHOOL-
ONDERWIJS. (76e jaargang). Secretariaat : R. Venema, Prinsenweg 81, Wassenaar.
Wij willen met een enkel woord wijzen op dit jaarboekje van de oudste Schoolvereeniging, opgericht door mr. Groen van Prinsterer, die ons geleerd heeft wat „Christelijk-nationaal" beteekent; en die door deze Schoolvereeniging heeft bevorderd het stichten en in stand houden van Scholen met den Bijbel in stad en dorp. De Heere heeft deze Vereeniging tot hiertoe rijk gezegend, 't welk ook in het 76ste jaarverslag uitkomt.
De inspecteurs van C.N.S. — elf in getal, gaande over 12 inspecties — geven belangrijke verslagen, met tal van beschouwingen, opmerkingen, raadgevingen, wat dit jaarverslag maakt tot een boekje van groote beteekenis en blijvende waarde. De inspecteurs zijn de heeren : G. Meima, van Groningen; J. Strikwerda, vroeger in Dokkum in Friesland, nu in Zeist woonachtig ; A. L. J. Wytzes te Sneek; G. Kamerling te Apeldoorn ; J. van der Spek van Utrecht; N. Heukels Jr. te Amsterdam ; dr. H. Schilp te Leiden ; W. J. Visser te Den Haag ; dr. G. Kalsbeek te Zetten ; P. Duyvendij k te Dordrecht en dr. K. Huizinga te Middelburg.
Een Schets van GeIoofsleer voor het Na-examen van C.N.S. is opgenomen (blz. 84—99), om te dienen als leiddraad èn voor degenen die examineeren èn voor hen, die examen wenschen te doen. Een afdruk van deze Schets kan men aanvragen aan het adres van ds. M. van Grieken te Rotterdam, met storting van 25 cent, giro no. 6Ö652.
Het Jaarboekje is gedrukt bij Veenman & Zn. te Wageningen.
TARWEKORRELS, bijbelsch repetitieboekje voor de Catechisatie, door ds. N. Luijendijk, Ned. Herv. pred. te Hoek van Holland. Uitgave : H. Veenman & Zonen, Wageningen.
Krijgen we niet te veel van die repetitieboekjes voor de catechisatie ? Onwillekeurig kwam die vraag bij ons op, toen we dit boekje van ds. Luijendijk door den Uitgever kregen toegezonden. En we durven zoo maar niet met een beslist „neen" te antwoorden.
Dit boekje is echter weer héél anders dan anders en heeft zeer zeker vele goede eigenschappen, 't Geeft allerlei wetenswaardigheden, die voor catechisatie en school zeer zeker van het grootste belang zijn.
VERBONDS-GESCHIEDENIS, Schetsen voor de vertelling van de Bijbelsche Geschiedenis door ds. S. G. de Graaf, Geref. pred. te Amsterdam. Ie Deel, all. 3 O.T. Uitgave : J. H. Kok te Kampen.
Deze uitgave heeft een vlot verloop. We zijn nu gekomen in het laatste deel van het boek Genesis : de geschiedenis van Jozef, de behouder des levens ; de geschiedenis van Mozes en de uitleiding uit Egypte, waarbij de Heere worstelt om Zijn volk, dat het zal komen tot de vrijheid en tot den dienst Zijns Naams; de verbondssluiting ; Gods woning, dus de bouw van den tabernakel ; de zalving der priesters, enz. Van de 120 schetsen O. Testament zijn we nu aan de 45ste.
Dit boek is waarlijk iets origineels, wat het gebruik er van .aantrekkelijk maakt. De groepeering, de gedachtengang, de opmerkingen zijn van beteekenis. Voor Catechisatie School, Zondagsschool, Vereeniging — is het een boek dat aan te bevelen is.
VOX THEOLOGICA. Interacademiaal theol. tijdschrift, orgaan van de
Vereeniging van studenten in de theol, faculteiten in Nederland, gewijd aan de studie der theol. wetenschap. Uitgave : Van Gorcum en Co. Assen.
Dit tijdschrift gaat z'n 8ste jaargang in. Wij willen met onze gelukwensch niet achterblijven. Want wij achten het een voorrecht dat zulk een tijdschrift onder de theol. studenten van alle academies bestaat.
Prof. Berkelbach van der Sprenkel was zoo vriendelijk, nu dit tijdschrift weer een nieuwen jaargang ingaat, een soort „woord-vooraf" te geven (hij denkt aan Kierkegaard, die een aardige vergelijking maakt met en 'n leuke beschrijving geeft van een postkoets" die gereed staat uit te rijden bij de vroolijke tonen van de posthoorn). Niet over examenvakken wil de hoogleeraar het hebben maar over enkele dingen waarin geen college gegeven wordt en die de studenten toch zullen moeten kennen en als geestelijk bezit moeten meedragen. „Imponderabilia" noemt hij het (de zetter maakte er van „Imponderabelia" en later „imponderablia" van), 't Zijn dingen die niet afgewogen en niet uitgemeten worden, om ze dan zóó mee te geven aan de nieuw aankomende studenten. Hij denkt dan niet aan de bijzonder begaafden alleen, neen aan heele gewone jonge menschen ; en 't zijn dingen die men voor 't ambt niet missen kan — al wordt er geen college in gegeven, 't Eerst wordt dan gesproken over de eerbiedigheid. Banaliteit moet verre van ons blijven. En dan niet alleen „eerbiedig-doen" (óók dat), maar eerbiedig zijn. Gods souvereiniteit eischt dat en de Heilige Schrift. Dat moet men voelen. Daarin wordt geen college gegeven; maar 't is onmisbaar; en 't sluit blijdschap in voor den theoloog, zelfs „heerlijkheid". En daarom moet die eerbiedigheid ook bewaard worden later, bij de bediening des Woords en der Sacramenten en der gebeden.
Niet „gemaakt", niet eerbiedig doen, maar eerbiedig zijn, vol eerbied zijn. Dat wijst ons de plaats waar we hebben te staan in het voortreffelijk ambt. Dan leven we er in !
Ook over de menschelijkheid van den theoloog spreekt prof. Berkelbach van der Sprenkel met de studenten. Er zijn zooveel „onmogelijke" menschen ; ook onder de theologen ; met aanstellerij en leugenachtigheid. En wat héél erg is : de gemeente gaat dan soms ook mee dien kant uit: een „onmogelijke" gemeente, met aanstellerij en leugenachtigheid. De waar-achtigheid is zoek. Men doet allerlei dingen „anders" dan een ander. Weet men dan ook wat Parizeer beteekent ? Hoe komt men aan dat krampachtige, aan dat anders willen zijn, aan dat zich „voordoen als", aan die houding, aan die manier ? Is het een masker ? Wat is het heerlijk vervuld te mogen zijn met eerbied en dan heelemaal gewoon te mogen zijn ; eerbiedig echt zich zelf te mogen zijn als theoloog, als dominé. „Verwaarloos de geestelijke oefeningen niet", zoo besluit prof. Berkelbach v. d. Sprenkel.
Dr. J. H. Semmelink geeft een mooi artikel over: „De dogmatische beteekenis van Gunning". Ds. Fischer schrijft over „Exegese und Anfechtung". En student P. C. van Leeuwen, zoon van wijlen ds. L. van Leeuwen, uit Den Haag, geeft een mooi artikel over de belangrijke vraag wat nu in de theologie de laatste of diepste grond is, de laatste concrete objectieve norm, waar op het geloof en de theologie zich kan beroepen. Waarop twee antwoorden gegeven worden : het eerste is de Schrift, het tweede: de Kerk; het eerste 't reformatorische, 't laatste het Roomsche.
Waar deze vraag gedaan wordt naar aanleiding van het boek van prof. Van der Leeuw : Inleiding tot de theologie (1935), wordt daarover ook gehandeld, en wordt de opmerking gemaakt, dat de autoriteit van de Kerk sterk daar naar voren komt. „Deze sterke nadruk op de Kerk vormt de grondtoon van dit geheele boek". Wijst dat in de richting van het Roomsche antwoord, als er gehandeld wordt over „het gezag, waarmee de Kerk spreekt" ? Is de Canon niet door de Kerk vastgesteld ? Zijn de canonieke of heilige boeken niet door de Kerk beoordeeld en gecodificeerd ? Is de Apostolische geloofsbelijdenis niet door de Kerk opgesteld ?
De populaire voorstelling is, dat de verhouding van Protestantisme tot Roomsch-Katholicisme, de verhouding van Schrift tot Kerk is. De Reformatie komt met de Schrift, Rome met de Kerk. Maar is daarmee alles gezegd ? Hoe is de verhouding van de Schrift tot de Kerk en van de Kerk tot de Schrift bij het Protestantisme ? Bij de reformatoren is de leer inbegrepen in den Bijbel, bij Rome is de Bijbel inbegrepen in de Kerkleer. Maar de Roomsche Kerk zegt dat haar Kerkleer Schriftuurlijk is. En het Protestantisme, dat de Bijbel de Kerkleer geeft — door de Kerk. Voor Rome is Schrift en traditie één (zie de Leuvensche dissertatie van D. van den Eynde : Les normes de 1' enseignement Chretien, enz. Gembloux 1933). De reformatoren èn ook de Roomsche Kerk hebben vastgehouden : onze leer staat in den Bijbel! Over den exegetischen weg moet dan gehandeld worden, welke weg „vol kuilen en gaten zit", waardoor menigeen gestruikeld is en nog struikelt. Wat is de norm tusschen Gods Woord en menschenwoord ? Moeten we hier het individualisme hebben ? Of de Kerk ? Waar is het gezag?
De theologia biblica wordt gedacht als verbindingsvak tusschen het historisch-exegetische materiaal èn de Dogmatiek en „de prediking is niet zóó maar naar de uitspraken der Schrift te richten" ; hierbij komt het levensgeloof der Kerk, zooals zich dat in het dogma uit! De bijbelsche gedachte en het dogma — en dan de Bijbel gewaardeerd vanuit het oogpunt van het dogma; vanuit de stem, het geloof, de leer van de Kerk? Wie, wat geeft de absolute zekerheid, wat is de laatste, de diepste grond, de laatste concrete objectieve norm, waarop het geloof en de theologie zich kan beroepen? Is de Bijbel een „bezit", is de Kerk een „bezit" voor ons ? En is het iets „Intellectueels" dat uitkomst geeft ? Of ligt het in den weg en het werk en de werking van den Heiligen Geest ? Is Die de leider in alle waarheid ? Ook de „onruststoker in de Kerk" ? „De Heilige Geest is de vooronderstelling en de verbinding der verschillende lijnen (Schrift en Kerk) — dat we ons dit scherper bewust werden" is het slot. Veni Creator Spiritus ! Dat die Geest Gods Christus Kerk leide in alle Waarheid en Gods Woord meer en meer recht doe verstaan ! „In Uw licht zien wij het licht". „Tot de Wet en tot de Getuigenis, anders zullen zij geen dageraad zien".
Voc theologie a is als maandschrift van de studenten een teeken des tijds.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's