De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE HERVORMING IN HAAR HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE HERVORMING IN HAAR HISTORIE

13 minuten leestijd

Wanneer men zich zet om enkele opmerkingen te maken over het feit der Hervorming, dan is het zeer verleidelijk, ook iets te zeggen over haar voorbereiding. Want wie denken zou, dat zij met het optreden van Luther aanvangt, vergist zich.
Het is echter niet onze bedoeling met dit artikel in die richting te gaan, doch wèl willen we even wijzen op het feit, dat er reeds vele jaren vóór 1517 een strooming openbaar werd, die de ten hemel schreiende godsdienstige toestanden zuiveren wilde van ongerechtigheden.
Eenerzijds komt de critiek op uit humanistische overwegingen; anderzijds wortelt de afkeer van de geestelijken en hun verdorvenheid in de allengs zich zettende overtuiging, dat alleen in den Christus de eenige en algenoegzame Middelaar Gods en der menschen verschenen is. Het optreden van Erasmus en Luther komt dan ook met elkaar overeen, voorzoover zij beiden den strijd aanbinden tegen zedeloosheid, bijgeloof en ontaarding op alle gebied. Over het principieel verschil, dat tusschen hen bestaat, spreken wij thans niet. Alleen dient vastgesteld, dat op verschillende wijzen de bodem des harten van velen voorbereid was om het zaad des Evangelies te ontvangen en wortel te doen schieten.
De Hervorming is geen zaak van overleg, maar een beweging, die noodwendig uiting moest geven aan gevoelens, die niet langer te onderdrukken waren. Luther was niet de eenige, die wor­stelde om de behoudenis zijner ziel, welke hij in den weg van nauwgezette opvolging en betrach­ting der kloosterwetten niet vinden kon.
Vóórdat de Hervorming zich als een geweldige bergstroom een weg baande door de meeste landen van Europa, werd het feit, dat de Kerk van Rome het vrije onderzoek omtrent de waarheden der Heilige Schrift niet duldde, gevoeld als een knellende band. Hetgeen Luther predikte, vond weerklank in de ziel van velen, wijl de afkeer van de walgelijke practijken der Roomsche hiërarchie hartgrondig was.
Oorspronkelijk was 't de bedoeling, dat Luther rechtsgeleerde zou worden. Door den plotselingen dood van een zijner vrienden aangegrepen, gaat hij in een klooster, waar hij in 1507 de priesterwijding ontvangt. Naarstig leest hij de H. Schrift en Augustlnus, waardoor hij tot de ontdekking komt dat de mensch niet door zijn werken, maar door het geloof alleen in Christus moet zalig worden. In 1508 bezet hij den leerstoel in de philosophie aan de Universiteit te Wittenberg. In 1510 of 1511 verblijft hij korten tijd te Rome, en loopt hier, als ijverig Katholiek, kerk en kluis af. Vanwege de lichtzinnigheid, die hij er zag, keert hy met een desillusie terug. Ook was hij niet bevredigd door de uitwendige boetedoeningen, die hij verricht had. Met kracht weerklonk het in zijn ziel: „de rechtvaardige zal uit het geloof leven". Op 18 October 1512 promoveert hij tot doctor in de theologie.
Reeds vóór 1517 was er verandering in zijn overtuiging en beschouwingen te constateeren. Met opzicht tot de specifiek Roomsche ketterijen valt er kentering in Luther's prediking waar te nemen. Bij de lezing en den uitleg der Psalmen en den brief van Paulus aan de Romeinen, ging hem het licht des Evangelies op.
Dat Luther óók naar buiten bekendheid aan zijn gedachten ging geven, vond zijn oorzaak in het optreden van den aflaathandelaar Tetzel, die met groote virtuositeit geld wist binnen te krijgen ten behoeve van de St. Pieterskerk te Rome. Aan zijn : „Zoodra de penning klinkt in de kist, vaart de ziel uit het vagevuur ten hemel", nam Luther geweldigen aanstoot. Deze aflaathandel is dan ook de eerste aanleiding geweest tot het wereldhistorische feit der Reformatie. Op den kansel en in den biechtstoel waarschuwde Luther er tegen. Toch meende hij zulks te doen niet tegen de Kerk, maar ter wille van haar. 2)
Als middel om bekendheid te geven aan zijn gevoelens, koos Luther het aanplakken der bewuste 95 stellingen. Men heeft deze daad op zichzelf wel voorgesteld als een stuk van moed bij uitnemendheid. Toch is zulks niet juist, omdat het in de wereld der geleerden van dien tijd gewoonte was om op deze wijze een of ander onderwerp in algemeene discussie te brengen. ^) Luther dacht in het geheel niet, dat hij iets deed, hetwelk zulke groote gevolgen zou hebben. Noch minder dacht hij er mede tegen Kerk en pausdom in te druischen. Overeenkomstig het gebruik van dezen publicatievorm wilde hij slechts ter sprake brengen : niet poneeren. ^) Luther's stellingen waren niet uitsluitend als protest bedoeld. Hij wilde meer klaarheid ontvangen. Daarom gaf hij er een vorm aan voor een openbaar debat. Niettemin veroorzaakte een en ander, hoewel onbedoeld, een buitengewonen schok. 5)
Het ligt echter niet in onze bedoeling om de historie op den voet verder te volgen. Dit is trouwens in één artikel niet mogelijk. Gaarne wilden wij op een bepaald punt, dat niet dagelijks ter sprake is, en dat toch met het oog op het kerkelijk vraagstuk van belang is, de aandacht vestigen.
Veelal kan men de meening aantreffen, dat men in den tijd der Reformatie uit de Roomsche Kerk getreden is. Zulks is echter geheel in strijd met de werkelijkheid. Men bedoelde géén uittocht uit de Kerk, en ds ex over het algemeen ook niet toe gekomen. Waar de Hervorming tot stand kwam, geschiedde dit alzoo, dat uit den ouden Kerkvorm de nieuwe te voorschijn kwam. Hervormen is dan ook geen uittreden, maar een nieuwe vorm geven aan wat verouderd en nabij de verdwijning Is. Het herlevend geloof brak zich baan en openbaarde zich in nieuwe vormen. Het nieuwe kwam niet naast het Oude te staan, maar het kwam uit het oude voort. Het nieuwe verstikte het oude. In de Hervorming hebben we dus wat anders dan Afscheiding en Doleantie in de vorige eeuw te zien gaven. Toen trad men uit, maar dat deed men in de zestiende eeuw niet. Dit moge uit het volgende blijken.

De Hervorming in Duitschland.
De plaatselijke invoering der Hervorming geschiedde meestal zóó, dat eenige mannen in de gemeente door Luther's geschriften tot het inzicht kwamen van de onbestaanbaarheid van het ware Christendom met de bestaande Kerk, waarna predikers in dezen zin, meestal Augustijner monniken, ook wel Franciscanen, de menigte voortdrongen, en met afschaffing van de mis, in weerwil van den verschillenden tegenstand der geestelijke of wereldlijke overheid, een Duitschen godsdienst invoerden, die in den beginne weliswaar nog met oude gebruiken vermengd was. Het volk werd a.h.w. overvallen door een panischen schrik voor het pausdom, en bijna overal, waar de wil des volks moest beslissen, werd de Hervorming doorgezet. Op het Kerstfeest 1523 verkondigde de bisschop van Samland, Georg van Polenz, in den dom te Koningsbergen met groote vreugde, dat de Heiland opnieuw voor Zijn volk geboren was. Overal waar de nieuwe staat van zaken met geweld ingevoerd werd, daar werden de weinigen, die aan het oude vasthielden, verschopt. Vooral de monniken werden in de hun vreemd geworden wereld teruggejaagd. ) Reeds in 1524 werden de altaren en beelden uit de cathedraal en de overige kerken der stad Koningsbergen verwijderd. De mis werd naar Luther's aanwijzingen veranderd. Over het algemeen werden de beelden verwijderd, en de mis verdween spoedig, meestentijds vanzelf. Wie het oude geloof vasthield, mocht dit thuis, niet in het openbaar, beoefenen. De geestelijkheid, die zich in den nieuwen gang van zaken schikken wilde, kon blijven ; wie zulks niet wilde, werd schadeloos gesteld, en kon gaan De Universiteit te Tubingen werd omgezet ten dienste der hervormde religie. 7)
Na al deze veranderingen werd de behoefte aan een kerkelijke organisatie sterk gevoeld. De nieuwe religie moest tegen aanvallen van rechts en van links beschermd worden.
Oorspronkelijk ging Luther uit van het priesterschap der geloovigen en van het principe der plaatselijke gemeente. Na de revolutie van 1525, toen de boeren het recht om een predikant te kiezen voor zich opeischten, kwam Luther op bovenbedoeld beginsel terug en stelde de Kerk onder de bescherming en de leiding der plaatselijke overheden. Dat was geen winst.
Ook werd de vraag inzake de kerkelijke goederen, die door de opheffing van de bisschoppelijke heerschappij en de ontbinding der kloosters vrijkwamen, urgent. R.-Katholieke vorsten en roofzuchtige edelen strekten er hun handen naar uit, zoodat ze dus voor de zaak des Evangelies behouden en dienstbaar gemaakt moesten worden. De krachtige arm der overheid was daarvoor noodig, die ze deels voor het onderhoud der predikanten, deels voor gemeenschappelijk welzijn gebruikte. Al stemmen wij met alle g volgde methoden natuurlijk niet in, — de R.K. Kerk boette gansch haar terrein in.
Behalve de hervormingen naar buiten, waren er ook naar binnen. Bij de afschaffing van de mis, waarop wij reeds wezen, kwam de nieuwe liturgie, waarin de prediking des Woords en het gezang der gemeente de hoofdbestanddeelen vormden. Het Latijn werd afgeschaft, — kortom, het was alles nieuw geworden. 8)

De Hervorming in Zwitserland.
Reeds in 1524 werd in weerwil van het protest van het bisdom Constanz, de nieuwe liturgie te Zurich ingevoerd. Elders werd den predikers, die leerden, wat zich niet uit de Heilige Schrift bewijzen liet, hun brood, moes en dak ontnomen. In Bern werden de grove misbruiken en de bisschoppen afgeschaft, terwijl te St. Gallen de abt vluchten moest en de kloosterlingen zichzelf en hun gestichten onder bescherming van Zurich, waar de Hervorming reeds vasten bodem had, stelden. 9) Te Geneve waren sedert Juli 1535 de kerken in het bezit der Hervormingsgezinden, terwijl weldra de mis overal verboden werd. 10)

De Hervorming in Nederland.
Vooral Augustijner monniken verlieten reeds vroeg hun kloosters, of begonnen gevoelens van Luther te verkondigen. Dit laatste had reeds in 1517 te Dordrecht plaats. ^^) Vele priesters 'bleven in hun parochiën werkzaam, doch bevorderden het werk der Reformatie. Het aantal onroomschen was in 1520 hier te lande reeds zeer groot, zoodat de Hervorming reeds zeer spoedig vasten voet zou hebben gekregen, wanneer niet Karel, Koning van Spanje, zulks met kracht had tegengegaan. Toen zijn geloofsgenooten zich nog schuil hielden onder de openbare belijdenis van het Roomsche geloof, bemoedigde Luther hen reeds door het zenden van een brief (1523) 13). Talrijke geestelijken uit kerken en kloosters waren de beginselen der „nieuwe leer" toegedaan. Zij lieten gedeelten der liturgie weg, oefenden critiek op het bijgeloof en brachten een zuiver Evangelie. Zelfs waren er geleerden, die zich tot priester lieten wijden, om in hun parochiekerken aan de verbreiding der Hervorming te kunnen medearbeiden. Dit heeft o.m. Jan Bakker te Woerden gedaan. 14)
Het oudste bericht omtrent een reformatorische gezindheid te Breda dateert uit het jaar 1529. Toen zijn reeds eenige ketters gevangen genomen. ^^) Ook in den Bosch drong de „ketterij" in de kloosters door. In 1547 trad een monnik uit het Minderbroederklooster als reformatorisch prediker op. ^'^) Een priester van één der hoofdkerken te Enkhuizen predikte het Evangelie zuiver, bouwde de gemeente in het allerheiligst geloof en schafte de mis af (1550) 17)
Van een dorpspastoor wordt verhaald, dat hij op een goeden dag voor zijn gemeente de bekentenis aflegde : „Kinderkens, het is een groote vergissing geweest", en van stonde aan de mis afschafte, is
Op 6 Sept. 1566 sprak de burgemeester van Leeuwarden deze moedige taal : „Heimelijk is tot nog toe het Evangelie gepredikt, maar wat hindert ons, om het nu openlijk te laten geschieden ? Maar waar zal men ter preeke gaan ? In onze openbare stadskerken ! Derhalve alle afgoden-eer moet er uit weggevaagd worden !" 18)
In 's-Hertogenbosch predikte in 1566 steeds een zekere Cornelius. Na afloop van den dienst werd de prediker onder gewapend geleide in een schuit naar Hedel gebracht, waar hij bij den pastoor logeerde ! Deze priester hield sinds een jaar reformatorische prediking, en vele Bosschenaren gingen naar hem luisteren, soms met 12 of meer schuiten vol volks. 20)
We kunnen nog veel meer voorbeelden aanhalen van predikanten, die pastoor waren 21) of het waren geweest.
Een zeer sterk staaltje van het karakter der Hervorming is nog de mededeeling, dat er niets onwaarschijnlijks in ligt, dat namelijk te Zoelen de geheele gemeente met den toenmaligen pastoor aan het hoofd, als: een eenig man, tegelijkertijd tot de Hervorming is overgegaan. 22)
Toen de Hervorming haar beslag had, werden de geestelijke goederen door de Overheid aangeslagen tot onderhoud der predikanten. 23) de Roomsche geestelijkheid werd aanvankelijk verzorgd ; door haar oproerige gezindheid verloor zij tenslotte haar voorrechten. 24)
Na dit overzicht meenen wij, dat het alleszlns juist is om te zeggen, dat de Reformatie In deze landen geen nieuwe Kerk gesticht heeft, doch dat de oude Kerk, waarin vele misbruiken geslopen waren, onder Gods zegen is gereformeerd. 25)
Of het in het licht van bovenstaande aanbeveling verdient om de bewegingen van 1834 en 1886 Reformaties te noemen, meenen wij te mogen betwijfelen. Toch doen prof. v. d. Schuit en prof. Hepp het. 2B). Liever houden wij ons aan het oordeel van prof. Severijn, als hij opmerkt, dat het, al gaat een vergelijking van Afscheiding en Doleantie in verschillende punten op bescheidener voet door, zelfmisleiding zou zijn om bedoelde bewegingen op één lijn te stellen met de Reformatie der 16de eeuw. 27)
Dat dit oordeel historisch gefundeerd is, kan uit het hier gebodene duidelijk geworden zijn.
D.
d. Z.


1) Zie de art. over Erasmus en wij van schrijver dezes in dit blad : 27e jrg. no. 29-32.
2) p.R.E. 3e Auffl. in voce : Luther, S, 723 ff.
3) Kurt Kaser, Das Zeitalterder Reformation und Gegen reformation, Stuttgart-Gotha 1922, S. 14. (Bnd. III Hartmann's Weltgeschichte).

4) P. R. E. a.a. O., S. 726.
5) Dr. F. Pijper, Beknopt Handboek tot de Geschiedenis des Christendoms, 's-Gravenhage 1924, blz. 406.
6) Dr. Karl Hase, Geschiedenis der Kerk, Utrecht 1861, blz. 394 v.v.
7) Dr. Karl Muller, Kirchengeschichte, .2er Bnd. Ie Halbbnd., Tubingen 1911, S. 299 f. u. 384 f.
8) Kaser, a. a. O., S. 35 f.
9) Hase, t. a. p. blz. 407 v.v.
10) Dr. Karl Hase, Geschiedenis der Kerk, Utrecht 1861, blz. 394 v.v.
11) G. D. J.Schotel, Kerkelijk Dordrecht Ie dl., Utrecht 1841, blz. 15.
12) A. Ypey en I. J. Dermout, Geschiedenis der Nederlandsche HerVormde Kerk, Ie deel, Breda 1819, blz:68.
13) Ypey, t. a. p. blz. 95.
14) Ypey, t. a. p. blz. 101 en 103.
15) Ned. Archief voor Kerkgeschied. Nieuwe serie, dl. 8, Den Haag 1911, blz. 297. (Art. Dr. W. Meindersma). In 't vervolg .af te korten als : N. A. v. K.
16) N. A. V. K. Nieuwe serie, dl. 7, Den Haag 1910, blz. 273 (Art. Dr. M.).
17) Ypey, t. a. p. blz. 154.
18) N. A. V. K. Nieuwe serie, dl. 1, Den Haag 1902, blz. 232 (Art. Dr. J. de Hullu).
19) Ypey, t. a. p. blz. 198.
20) N. A. V. K. Nieuwe serie, dl. 7, Den Haag 1910, blz. 381. (Art. Dr. M.).
21) Ypey, t. a. p. aanteekenlng 118, blz. 56 v.
22) N. C. Kist en W. Moll, Kerkhistorisch Archief, 2e deel, Amsterdam 1859, blz. 446.
23) Ypey, t. a. p. blz. 275.
24) Ypey, t. a. p. blz. 286.
25) G. J. Vos, Geschiedenis der Vaderlandsche Kerk van 630 tot 1842, Dordrecht 1888, blz. 56
26) j. j. V. d. Schuit, Kerk en Staat. Dordrecht z. j., bz. 26. Hendrik de Cock, de Vader der Afscheiding, naast Luther en Calvijn, Dordrecht 1933, blz. 15. Dr. V. Hepp, Dreigende deformatie, I Diagnose, Kampen 1936, blz. 7.
27) Dr. J. Severijn, Afscheiding en Doleantie, Utrecht z. 3., blz. 2. Vgl. , de critiek in dit blad op het gedenkboek : De Reformatie van '86, waar terecht opgemerkt wordt, dat dit boek juister Gedenkboek der Doleantie had behooren te heeten. Zie De WaarheidsVriend, 27e jaarg. no. 23, bladz. 229 v.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

DE HERVORMING IN HAAR HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's