KERKELIJKE RONDSCHOUW
ONZE PROPAGANDA-MAAND
In overleg met onze Commissie van Actie hebben we November genomen als onze propaganda-maand bij uitnemendheid. D.V. begint 1 December de nieuwe jaargang van ons Bondsblad De Waarheidsvriend, en dus leent November er zich uitnemend voor om dan gedurende een viertal weken proefnummers te verspreiden bij bekende adressen, waar men nog geen abonné van „De Waarheidsvriend" is.
Wij zoeken door heel ons land; in grootere, maar ook in kleinere plaatsen iemand, die als agent en vertegenwoordiger van ons Bondsblad kan en wil optreden, waarvoor gaarne eenige vergoeding wordt gegeven, indien men er in slaagt enkele jaar-abonnementen af te sluiten.
Maar meer nog is ons oog gericht op onze Bondsleden zélf en op de abonnees van „De Waarheidsvriend", die we gaarne een dubbel nummer zullen toezenden, indien men dan bereid is, dat tweede nummer aan een bepaald adres thuis te bezorgen en moeite wil doen om daar een abonné te winnen.
Waar een Afdeeling is, zou dit centraal kunnen gebeuren. Men maakt een lijst van adressen in gereedheid, waarop de namen voorkomen van allen, die eenigszlns voor abonné in aanmerking komen; deze lijst worde verdeeld onder de leden, voor ieder een bepaald getal propaganda-adressen ; en op de maandelijksche ledenvergadering wordt dan verslag uitgebracht over den arbeid: waar men geweest is en wat als resultaat mag worden geboekt.
Waar we vooral in dezen tijd allen noodig hebben, die liefde hebben voor de Waarheid, en zoo gaarne zouden zien dat onze Hervormde Kerk weer uit haar diepen val werd opgericht, daar hopen we dat al onze Bondsleden en al de lezers van „De Waarheidsvriend" zullen willen medewerken om dit doel mee te helpen bevorderen.
Wil men ook op de advertenties letten, die op deze zaak betrekking hebben ? Eendracht maakt macht!
HET DUITSCHE HEIDENDOM EN DE CHRISTELIJKE SCHOOL
Het Duitsche heidendom wil zich voordoen als godsdienst, en wel als christelijke godsdienst bij uitnemendheid. En nu moeten de Joden over de grens en de RBoomschen en de Protestantsch christenen kunnen blijven, mits ze willen meehelpen door de Kerk en door de School, dat heel het volk één gemeenschap wordt, één Duitsche gemeenschap, één in geloof, dat dan het Duitsche heidendom moet zijn. Allen weer terug naar de oude Germaansche godsdienst, met dje oude natuur-goden van zon en maan, waarbij de Jezus-figuur als figuur nog geduld wordt, maar het echte, positieve christendom van Roomschen en Protestanten, van Lutherschen en Gereformeerden, „verboden waar" is.
Daarom ook naast de aanvallen op de belijdenis-Kerk, de gruwelijke aanvallen op de belijdenisscholen !
Het Correspondentieblad der Chr. Schoolvereeniging vertelt ons een en ander van den schoolstrijd in Duitschland en wijst er op, dat er soms menschen zijn, die een paar dagen met vacantie in Duitschland vertoevend, en dan hier zulke wónder-gunstige mededeelingen doen aangaande Duitsche toestanden, zelfs wat de Kerk en de School aangaat. Maar de menschen die zulke dingen vertellen (er zijn er gelukkig niet velen, die zulke dingen gelooven), doen het dikwijls omdat ze geheel „verpolitiekt" zijn en met de beginselen van de N.S.B, behept, tegelijk zoo graag onze huidige Regeering een hak zetten !
De menschen, die in Duitschland wonen, en daar met liefde voor de waarheid werken, weten ons dingen te vertellen, die allervreeselijkst zijn en bewijzen te over zijn, dat het „Duitsche" christendom (beter gezegd het Duitsche heidendom) niet rusten zal voor het bijbelsch christendom van de belijdenis-Kerk en de belijdenis-School uitgeroeid zal zijn. Het „Evangelische Schulblat" zegt, dat het bij de „nieuw-heidenen" gaat om deze zaak : „Hoe kan de Duitsche jeugd, ondanks den arbeid der Christelijke confessies, tot één onverwoestbare gemeenschap opgevoed worden ? "
En dan kan een verscheurde en verdeelde christenheid — zegt men — niet meehelpen, om tot zoo'n „onverwoestbare gemeenschap" van de jeugd en van het volk te komen. Dan kan ook de Christelijke School daartoe niet meewerken, als zij niet de school kan zijn voor alle kinderen des volks. En daarom kan de toekomstige Duitsche gemeenschapsschool slechts dan een volksschool zijn, als er geen enkele confessie meer iets heeft in te brengen!
Dat zijn geen communisten of bolsjewisten die dit schrijven, maar „Duitsche" christenen.
Niet alleen zal de Staatsschool absoluut godsdienstloos moeten zijn, maar ook de Christelijke School, de belijdende of „belijdenis-school", moet volkomen verdwijnen, opdat het Duitsche volk in het alleen-zaligmakende nieuw-heidendom zal kunnen worden opgevoed.
Nationaal-socialisme is hier 't zelfde als Duitsch-heidendom, dat zich „Duitsch-christendom" noemt! Hoort maar!
De „Duitsch-geloovigen" stellen voor het onderwijs deze eischen :
Vóór de puberteit (vóór de jaren dat de jeugd in zake het geslachtsleven tot bewustheid komt) mag er geen afzonderlijk godsdienstonderwijs gegeven worden. De kinderen moeten met inwendige zekerheid-van-zichzelf worden geleid, zoodat zij op natuurlijke sijze in-groeien in het Duitsche levens-en waardegeloof.
„Bij het begin der puberteit wordt de heldere inleiding in de nationaal-socialistische wereldbeschouwing en in de Germaansch-Duitsche wereld-en godsbeleving ingezet".
„Het Christendom wordt in de Duitsche school als historisch verschijnsel behandeld en voorzoover het nog overeenstemt met de ziels-werkelijkheid van het volk besproken. De Christelijke Kerkgeschiedenis moet van uit Duitsch waardeerlngsstandpunt opnieuw geschreven worden en moet dienen als een deel van het wereldbeschouwing-vormend, onderricht over de Interne tegenstanders van den volksstaat".
„Een Duitsch geloovige „Belijdenis-school" bestaat niet. Ons geloof is niet op belijdenissen opgebouwd en behoeft niet door een afzonderlijk onderricht veilig gesteld te worden".
Het komt dus hierop neer, dat het Nationaal-Socialisme a la Rosenberg en Hitler (in „Mein Kampf") zegt: Wij hebben geen Duitsch-geloovig godsdienstonderwijs noodig.
Wij zullen onze jeugd verzekerd en sterk maken en één doen zijn, door (het opkomend geslacht Germaansch op te voeden en te zorgen, dat zij over het Christendom alles kwaads en niets goeds hooren.
Het zijn „die volksbedriegende duisterlingen" („Dunkelmanner" zegt Rosenberg immers? ) die daaraan behoefte hebben. Baldur Von Sirach zei in een rede te Heidelberg :
„Wij willen inderdaad het begin 'van een nieuwen tijd zijn. Wij willen de laatste overblijfselen van het egoïsme uitdelgen uit deze jeugd en willen een geloovige gemeenschap zijn, die niets anders kent dan het eeuwige aangezicht der Duitsche natie. Daarmede zijn wij tevens de dragers van een religieuze overtuiging en de verkondigers van een nieuw en heilig geloof".
Dat is dus de Rijksjeugdleider en het is dus zoo officieel mogelijk namelijk het Nationaal-Socialisme : de laatste overblijfselen van het belijdend Christendom (dat maar „egoïsme" is !) moeten weg, 't moet uitgedelgd worden uit de tegenwoordige jeugd — en niets anders dan het Duitsche heidendom mag worden erkend en bevorderd onder het jongere geslacht!
Het is deze beweging die zich van land tot land voortzet: de zonde-en wereldgeest strijdend tegen den Heiligen Geest, Die in alle waarheid leidt. De Heere geve ons te waken en te bidden en te strijden !
DE KERK VOLGENS DE VRIJZINNIGEN (3)
In een 2de opstel schrijft prof. Lindeboom over de Kerk en haar begin.
De Evangeliën zeggen in deze niet veel — aldus prof. L. Want Matth. 16 : 18 en 18 : 17 kunnen niet als oorspronkelijke gezegden van Jezus worden beschouwd. In de brieven van Paulus vinden we iets meer. Er is dan als speculatief begrip sprake van „het lichaam van Christus" ; een metaphysische grootheid ; de gemeente des Heeren. De Kerk is dan iets anders : een feitelijk gegeven, empirisch begrip.
Wat die Kerk betreft: n Gal. 1 : 22, 1 Thess. 2 : 14 is sprake van „de gemeenten die in Judea zijn", waarschijnlijk kringen van "bepaald gezinden, die de synagogen trachtten te winnen voor hun christelijke opvatting aangaande den Messias. Daar naast stonden de gemeenten buiten het Joodsche land. Naar Joodsche traditie trachtte men zich, in te richten in de ambten; en komen de bisschoppen. Van veel invloed zijn de rondreizende profeten, die veelal eschatologisch wijzen op een naderend wereldeinde. Ignatius (begin 2de eeuw) schuift de bisschoppen naar voren. „Waar de bisschop is, is de gemeente, gelijk waar Christus Jezus is, de Katholieke Kerk". De ambtsdragers hebben dan hun gezag uit den hemel. De sacramenten leggen het concrete verband tusschen God en Zijn Kerk op aarde. De plaatselijke gemeente wordt organisch onderdeel van een grooter geheel : de Kerk. Bij Ignatius is elke plaatselijke gemeente de Kerk, die in haar de gansche Kerk vertegenwoordigt, 't Gaat nog niet zoozeer om de éénheid der gemeenten.
De empirische, feitelijk gegeven, veelszins „democratistche" gemeente staat op den voorgrond, 't Zijn groepen van gelijikgezinden, die zich op natuurlijke wijze aaneensluiten; maar de „vereeniging" rust niet op natuurlijke dingen, maar is een religieuze gemeenschap, méér en anders dus dan een natuurlijke vereeniging.
Iets bijzonders is daarbij, dat de Kerk zich voelt als geroepen van vóór het begin der wereld ; aan den hemel verwant zijnde, het aardsche te boven gaande.
Daarom wordt de Kerk gedacht in een scherpe tegenstelling met de wereld en met wereldsche vormen. „Deze Kerk staat in correlatie met Christus als boven-persoonlijke macht. En zoodoende kon Paulus zeggen : gij zijt het lichaam van Christus, en leden in 't bijzonder" (1 Oor. 12 : 27). Het kenmerk van de Kerk is het lichaam-van-Christus-zijn, dat uitgaat boven het feitelijk gegevene en de empirische bepaaldheid. En deze Kerk (lichaam-van-Christus-zijn) is „katholiek" of algemeen ; niet omdat zij dadelijk al universeel was, maar omdat zij is : voor allen plaatsbiedend, in aanleg allen omvattend.
Zoo wordt de heilige Kerk uitgeheven boven toevallige, ruimtelijke en tijdelijke bepaaldheid. Daarom ook de plaats in het credo of de geloofsbelijdenis van de oude christenen : „ik geloof een heilige, algemeene Kerk".
Het religieuze element wordt dan niet afhankelijk gesteld aan toevallige, menschelijk-onvolmaakte gesteldheden ; maar de Kerk is en blijft goddelijk instituut. (Empirische en speculatieve Kerk, de feitelijk gegevene en de ideëel genomene Kerk). Hierbij sluit aan de onderscheiding van zichtbare en onzichtbare Kerk (al dekt deze niet geheel die andere van empirische en speculatieve Kerk).
Zichtbare en onzichtbare Kerk zijn op elkander aangewezen ; bij Rome, waar de priester in het zichtbare het onzichtbare, het goddelijke, verpersoonlijkt, minder dan bij ons. Het Protestantisme houdt de zichtbare en onzichtbare Kerk uiteen, de onvolmaaktheid der zichtbare Kerk sterk accentueerend ; waarbij het Protestantisme dan tegelijk de gedachte aan de onzichtbare Kerk niet missen kan, als zijnde norm en absolute waarde, onder welker critiek en oordeel de zichtbare Kerk zich telkens moet stellen en aan welker kracht men steeds nieuwe krachten ontleend !
De geschiedenis van de secten, die er reeds sedert de 2de eeuw zijn, is hierbij (onderscheiding van zichtbare en onzichtbare Kerk) leerzaam. Zij stelde de absolute eisch niet aan de onzichtbare Kerk, het lichaam, maar aan de leden afzonderlijk. Bij een klein getal kan daarvan nog iets terecht komen misschien, maar die bij meer universeele ontwikkeling onbeantwoord moet blijven.
Secten zijn dan ook geen „afgesneden stuk". De secte is dan heilig in haar leden ; de Kerk is heilig in haar ideaal, haar objectieve waarheid, welke is het lichaam van Christus.
„In de bewogen tijden der Reformatie is de Ned. Hervormde Kerk dan ook niet geboren als secte, maar als Kerk, die méér wil zijn dan wat de leden er op een bepaald oogenblik van maken. Zij grondt zich dan ook niet meer op de menschen dan op Christus zooals de Ned. Geloofsbelijdenis zich uitdrukt in Art. 29".
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's