De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

10 minuten leestijd

OM TE ONTHOUDEN
Bij een vorige gelegenheid schreven wij reeds over de winst, die de zoogenaamde herwaardeering in guldens van den goudvoorraad der Nederlandsche Bank aan het Rijk zal opleveren.
Sommigen, die op het tijdstip van de loslating van den gulden van het goud het depreciatie percentage al dadelijk op 30 stelden, schatten toen die winst op 300 millioen gulden.
Echter zal de winst belangrijk minder zijn. De solide naam, welke Nederland zoowel in het binnenland als in het buitenland geniet, zal, naar het zich laat aanzien, de depreciatie van den gulden belangrijk geringer doen zijn. Misschien wordt, wanneer de toestanden in de wereld althans niet ongunstiger worden, een winst verkregen van 150 a 20O millioen.
Doch over dit bedrag, dat dan toch maar voor een keer wordt genoten, zal eerst dan kunnen beschikt worden wanneer de gulden van den zwevenden toestand, waarin hij nog altijd verkeert, weer op goudbasis is gebracht geworden.
Intusschen wordt nu reeds van verschillende zijden 'bij de Regeerinig aandrang uitgeoefend tot pot verteren.
De een is van meening, dat de belastingen kunnen worden verlaagd met vermindering van de invoerrechten en liet buiten werking stellen van de omzetbelasting.
De ander Is van oordeel, dat de tijd is aangebroken om de salariskortingen, die de amb­tenaren in de laatste jaren hebben ondergaan, weer ongedaan te maken.
Echter zou de Regeering verkeerd doen, en wij verwachten dit ook niet, door aan deze stemmen gehoor te geven.
De aanpassing, die reeds verkregen werd, en die oorzaak is, dat de levensstandaard van ons volk niet in eens zoo'n heel stuk behoeft naar beneden te gaan, hetgeen in andere landen bij devaluatie wel het geval was, zouden verloren gaan.
De Sociaal-democraten en Christen-democraten denken daar natuurlijk anders over.
Deze meenen, dat de Regeering tegen nieuwe uitgaven b.v. voor salarisverhooging van ambtenaren en van lager personeel niet behoeft op te zien.
Opmerkelijk is echter, dat de bedrijven, die onder socialistische leiding staan, over deze dingen heel anders denken.
Een staaltje daarvan vinden wij in de circulaire, die van den directeur van de Arbeiderspers is uitgegaan.
Wegens het merkwaardige van het geval, laten wij deze clrcuiaire hieronder afdrukken. Zij luidt:
„Aan de Typografen. Naar aanleiding van het verzoek van het typografisch personeel in Amsterdam om de loonsverlaging, die 4 October is ingegaan, niet door te voeren, moet de Directie berichten, dat zij tot haar leedwezen niet aan dit verzoek kan voldoen, aangezien het hier slechts betreft de uitgestelde uitvoering van een contractueel overeengekomen bepaling. Naar de opvatting van de Directie kan wijziging in de loonregeling slechts geschieden op de basis van het contract en geldend 'voor 'het geheele grafische bedrijf.
Bij de beslissing van de Directie heeft mede gegolden de overweging, dat juist tengevolge van de devaluatie en de daarmee gepaard gaande prijsverhooging van de grondstoffen, het bedrijf een uiterst moeilijke periode zal doormaken. Het kan ieder duidelijk zijn, dat het niet mogelijk is het grootste deel van de hoogere kosten van de grondstoffen te verhalen op de clientèle. Dit geldt in het bijzonder van onze dagbladen en periodieken, waarvan prijsverhooging in de naaste toekomst uiteraard uitgesloten is.
Bovendien is het toch wel eenigermate voorbarig om thans reeds rekening te houden met de stijging van de kosten voor levensonderhoud, aangezien van deze kostenstijging nog niets met zekerheid is te zeggen. De ervaring elders leert, dat het volstrekt niet zeker is in welke mate stijging van kosten voor levensonderhoud zal ontstaan.
Indien niettemin stijging van kosten voor levensonderhoud zal intreden, weet men dat artikel 25 van de Collectieve Arbeidsovereenkomst aan een looncommissie het recht geeft te beoordeelen of aanleiding bestaat de in de C.A.O. bepaalde loonen te wijzigen, en, zoo ja, welke die wijzigingen dan zijn. De Directie meent, dat het juist is, een dergelijke uitspraak af te wachten, alvorens voor ons bedrijf beslissingen inzake verhooging van loonen worden genomen.
Uw verzoek afwijzende, verklaart de Directie zich echter bereid het ter definitieve beslissing voor te leggen aan de vergadering van den Raad van Commissarissen, die in den loop van deze maand zal worden gehouden. Mocht de Raad van Commissarissen tot een andere opvatting komen, dan zal hiervan mededeeling worden gedaan".
Uit deze circulaire blijkt, dat het bij de typografen, in dienst van de Arbeiderspers, zelfs nog niet ging om loonsverhooging, maar om het tegenhouden van loonsverlaging en voorts kan men in de circulaire zien, dat de directeur van de Arbeiderspers over de loonkwestie niet anders denkt, dan wat de Regeering oordeelt, dat voor haar personeel moet worden gedaan.
De circulaire is leen kostelijk stuk. De directeur van de Arbeiderspers doet toch niet anders, dan het tegenovergestelde, van wat de Sociaal-Democraten van de Regeering eischen, wanneer het eigen bedrijf in geding is.
De circulaire is waard om onthouden te worden.

Rondblik buiten de Grenzen
Mussolini houdt er van om zijn naaste familieleden met belangrijike politieke opdrachten te vereeren. Hij ziet in hen blijkbaar betrouwbare volgelingen die hij, zoo noodig, in 't oog kan houden. De zonen van den Duce hebben, naar de bladen ons herhaaldelijik verzekerden, in den Abessijnschen oorlog een voorname rol gespeeld en Mussolini's schoonzoon, graaf Ciano, werd benoemd tot Minister van Buitenlandsche Zaken.
Hoewel graaf Ciano nog pas ruim dertig jaar oud is, vertrouwt zijn schoonvader hem belangrijk diplomatiek werk toe. Dezer dagen is Ciano bij de Berlijnsche heeren op bezoek geweest. Zijn weg was reeds min of meer geëffend door het bezoek dat mindere grootheden uit Duitschland en Italië aan Rome en Berlijn hadden gebracht. Het is nog niet zoo lang geleden (tijdens de Olympische Spelen) dat de Italiaansche kroonprins met Duitsche diplomaten in contact kwam en daarvoor bezocht Goebbels het Rijk van Mussolini om te Venetië bijzondere filmvertooningen bij te wonen. Het valt te verstaan, dat bij deze gelegenheden reeds 't een en ander over de verhouding van Italië en Duitschland ter sprake is gekomen.
Maar de reis van graaf Ciano vormde toch de offlcieele bekroning van de reeds vriendschappelijke ontmoetingen, welke tusschen Berlijn en Rome plaats vonden. Ciano ging officieel als Minister van Buitenlandsche Zaken en 't werd ook niet onder stoelen of banken gestoken dat zijn bezoek diplomatieke belangen gold. En de Italiaansche graaf werd in Duitschland bijzonder hartelijk ontvangen. Hij heeft gesproken met den Führer zelf en met zijn Duitschen collega, de bekwame diplomaat, Von Neurath, een der ouderen, die men in het Derde Rijk nog in waarde weet te houden. Ciano heeft met tal van kopstukken uit het Derde Rijk gedineerd en toen hij afscheid nam, bleef Hitler met opgeheven arm op het bordes van zijn villa staan tot de auto van Ciano de laatste bocht van den weg voorbij was.
Dat is dus allemaal heel hartelijk en vriendschappelijk. Het zakelijk resultaat van de gevoerde besprekingen interesseert ons echter uiteraard meer. Journalisten werden niet toegelaten, doch graaf Ciano heeft persoonlijk inlichtingen aan de pers verschaft.
En zoo weten we, dat als eerste concreet resultaat van de visite van Mussolini's jeugdigen schoonzoon aan Duitschland het Keizerrijk Ethiopië officieel door Duitschland wordt erkend. Dat was te verwachten. Hitler, die zelf Volkenbondsverdragen aan zijn groote laars heeft gelapt en met groot gebaar den Volkenbond verlaten heeft, zal er geen principieel bezwaar tegen hebben gehad om de verovering van het weerlooze Volkenbondslid door een bevriende mogendheid te erkennen.
Ook behoeft het geen verwondering te wekken dat Italië en Duitschland gemeenschappelijk sympathie koesteren (gelijk nu officieel werd overeengekomen) voor het regime van den nationalistischen generaal Franco in Spanje. De z, g. n. non-interventie zal echter gehandhaafd worden. Het laat zich op 't oogenblik aanzien, dat de met Franco sympathiseerende landen ook geen reden hebben om van die niet-inmengingspolitiek afstand te doen. De roode regeering van Madrid komt ook zoo reeds danig in den knel.
Over het Donau-vraagstuk zal door Duitschland en Italië op vriendschappelijke wijze worden samengewerkt. Op welke wijze, wordt niet nader aangeduid. Tot nog toe waren de dictators van Berlijn en Rome het over ddit punt lang niet eens. Wel werd, na de totstandkoming van het Duitsch-Oostenrijksche accoord, een toenadering tusschen Duitschland en Italië merkbaar, maar over de economische kwesties, welke rondom de Balkan-landen hangen, bestond toch geen eenstemmigheid. Dat Goering zoo vlijtig aan tal van jachtpartijen in Hongarije deelnam, zal Mussolini wel niet bijster aangestaan hebben. Deze hoek van Europa is van te veel belang, om daar rustig een Duitschen invloed te laten doorwerken. De ietwat vage omschrijving van hetgeen omtrent deze zaak door Ciano en Hitler overeengekomen is, wettigt o.i. dan ook het vermoeden, dat de oplossing nog niet werd gevonden.
Tegenover de Duitsche erkenning van Abessynië als Italiaansch bezit, schijnt Italië nu erkend te hebben dat Duitschland aanspraak kan maken op koloniën. En verder zullen beide landen „een anti-communistische actie ontplooien ten gunste van den vrede". Het is duidelijk, dat ook deze bepaling een tegemoetkoming jegens Duitschland beteekent. Mussolini heeft er nooit voordeel in gezien om tegen het communistisch gevaar te velde te trekken, gelijk Hitler gedaan heeft en nog doet. Italië is ook wat verder van Rusland verwijderd, en een niet-al-te-vijandige verhouding tusschen Rome en Moskou had voor Mussolini dit voordeel, dat hij sterker stond tegenover Engeland, als dat eens al te veel zeggenschap wilde uitoefenen in de Middellandsche Zee.
Dat Italië zich nu minder aan Moskou gelegen laat liggen, blijkt ook uit de verklaring, dat Duitschland en Italië een garantie-pact voor West-Europa verlangen.
Een nieuw „vredespact" 'dus, zonder Rusland ? Zoo schijnt ook Frankrijk de betrokken zinsnede uit het communique op 'te vatten. En 'het voelt zich niets gerust.
Het kon wel eens zijn, dat de Sovjet-Unie zich door haar bemoeiing met den Spaanschen burgeroorlog in de vingers heeft gesneden, 't Werd al te duidelijk, dat communistische, om niet te zeggen : rechtstreeks Russische, invloeden dezen broederkrijg hebben voorbereid en onderhouden. Portugal heeft openlijk deze beschuldiging tot de Sovjet-Unie gericht, zich uitgesproken voor de nationalistische regeering van Spanje, en de diplomatieke banden met Madrid verbroken.
Er wordt bericht, dat ook Italië en Duitschland, als niet officieel gepubliceerd resultaat der gevoerde besprekingen, dit Portugeesche voorbeeld zouden volgen. In ieder geval zoodra Franco de Spaansche hoofdstad in bezit heeft genomen. Dat dit gebeuren zal, is niet twijfelachtig meer, al zal daar wel een bloedig gevecht aan voorafgaan.
Met dit al blijkt, dat Italië en Duitschland elkaar over en weer den bal toewerpen. Of zij eensgezind zullen blijven, weten we niet. Maar op 't oogenblik vormen zij in het door vrees en wantrouwen verscheurde Europa een macht, waarmede rekening zal worden gehouden. Immers de macht, en niet het récht, is het, die de internationale politiek beheerscht ?
Brussel heeft een onrustigen Zondag meegemaakt. Ondanks het verbod, hebben de Rexisten in de Belgische hoofdstad betoogingen gehouden. Gelijk met de betooging, welke de oud-strijders voor den Koning hielden. Men vreesde ernstige incidenten, en de regeering-Van Zeeland was dan ook voorbereid. Gendarmerie en politie was in grooten getale op de been om de orde te handhaven. Ongeveer 1800 gewapende gendarmen doorkruisten de stad. Zij hebben gelukkig met het maken van enkele charges kunnen volstaan, zoodat er geen bloed gevloeid heeft. De jeugdige leider der Rex-beweging, Degrelle, heeft een paar uur in arrest gezeten, doch werd, Zondagnacht aanstonds weer vrij gelaten. Blijkbaar voelde de regeering er niet voor om de oppositie een „martelaar" te bezorgen. Hoewel Degrelle zijn aanhangers bij duizenden blijkt te tellen, heeft de Belgische gewapende macht getoond, dat ze den toestand nog volkomen meester is. En daar zullen ook linksche opposanten eventueel rekening mede moeten houden. Want de minister-president Van Zeeland heeft duidelijk verklaard, dat hij ook van die zijde geen opstootjes verwacht.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's