De Heidelbergsche Catechismus (11)
De geestelijke vaders.
In onderscheidene landen hadden de leeraren der Hervormde Kerk — die uit het diensthuis van Rome was uitgeleid — behoefte gevoeld om een leerboek op te stellen ter onderwijzing in de Christelijke godsdienst, zoowel voor de scholen als voor gebruik in de Kerk ingericht. En ook in de Palz waren verschillende Catechismussen bekend, zoowel die van Brenz als die van Luther. De Catechismus van Brenz toestond uit:1. eene korte inleiding ; 2. de leer van den Doop ; 3. de Apostolische geloofsbelijdenis ; 4. het Gebed des Heeren of het Onze Vader ; 5. de Tien Geboden ; 6. het Heilig Avondmaal.
Juist omdat er zoovele verschillende Catechismussen waren, met uiteenloopende gevoelens inzake de geloofsleer opgesteld, wenschte de Keurvorst zoo vurig om zijn volk een eigen boek tot onderwijzing in de heilswaarheden te geven. Hij wenschte zijne onderdanen een Catechismus te geven", zegt dr. G. D. J. Schotel in zijn Gesch. van den oorsprong, de invoering en de lotgevallen van den HeideHbergschen Catechismus, blz. 50 — „die zoowel den Brentschen als Lutherschen Catechismus overbodig maakte. Dag en nacht dacht hij er over na, raadpleegde er met de theologische faciliteit, de superintendenten en de voornaamste Kerkdienaren over, en liet eindelijk een Kort onderwijs of Catechismus van de Christelijke godsdienst, uit het Woord van God, beide in de Duitsche en Latijnsche taal samenstellen, opdat voortaan niet alleen de jeugd in de kerken en scholen, in zulk een leer godzalig onderwezen en daartoe eenstemmig gehouden zou worden, maar ook de leeraars en schoolmeesters zelve een zekeren en eenparigen vorm en richtsnoer zouden hebben hoe zij zich in het onderwijzen der jeugd zouden gedragen, en niet, naar eigen goedvinden, dagelijksche veranderingen ondernemen of tegenstrijdige leerwijzen invoeren". Volgens verschillende schrijvers wenschte de Keurvorst zoo gaarne een eigen Catechismus „ten einde de Calvinisten en Lutherschen met elkander te vereenigen en den voortgang der scheuring tusschen dezen te verhinderen". (H. S. van Alphen, Letterkundige Geschiedenis van den Heidelb. Cat. bladz. 20). Dat de Keurvorst zelf zich met volle overtuiging - vooral sinds het godsdienstgesprek over het Avondmaal in het jaar 1560 - aan de zijde der Calvinisten schaarde, is bekend, en later, toen hij van alle kanten daarover werd aangevallen en men hem in 1566 op den Rijksdag te Augsburg zelfs in den ban wilde doen, heeft hij gedaan wat Luther te Worms gedaan heeft, hij heeft kloekmoedig belijdenis gedaan van zijn geloof, zeggende : „hier sta ik, ik kan niet anders", door welk kloekmoedig optreden het Gereformeerd Protestantisme voor Duitschland is gered. „Ik belijd mijn Catechismus", zei hij. „Hij is met gronden uit de Heilige Schrift gewapend. Daarom zal hij naar mijn overtuiging onoverwonnen blijven. Overigens troost ik mij daarmede, dat mijn Heere en Heiland mij en alle geloovigen deze gewisse belofte gegeven heeft, dat ik alles, wat ik om Zijns Naams wille verlies, honderdvoudig zal terug ontvangen".
Om Gods wil en om de wille van zijn volk, om der Waarheid wille en het heil der Kerk, begeerde de Keurvorst een leerboek, een eigen Catechismus voor de Paltz, te mogen bezitten. Maar hoe zou hij aan zoo'n Catechismus of korte onderwijzing in de Christelijke godsdienst komen ?
„Die moeilijke en gewichtige taak droeg hij (die zelf zoo geheel meeleefde) op aan Caspar OlevianusenZacharias Ursinus. Beide hadden den roem van geleerdheid en waarheidsliefde, beide waren zij bedreven in de onderwijskunde, die zij dagelijks beoefenden". Beide mannen waren nog jong, Olevianus was pas 26 jaar oud en Ursinus verschilde slechts twee jaren met hem en was 28 jaar.
Caspar Olevianus werd 10 Aug. 1536 — op St. Laurensdag — geboren te Trier. Zijn vader, Gerhard von der Olewig, aldus genoemd naar een dorp in de nabijheid van Trier, vanwaar de familie afstamde, was bakker en lid van den gemeenteraad. Door de liefderijke bemoeienissen van zijn grootvader genoot Caspar van kind af aan een welverzorgde opvoeding en uitnemend onderwijs, 't welk zeer wel aan hem besteed was. Met ongelooflijke snelheid doorliep de schrandere en vlugge knaap een reeks van scholen en van een van zijn leermeesters, den hem onvergetelijlken pater van St. Germain, ontving hij als jongen diepe indrukken van den éénigen troost die er is voor den Christen, in het zoenoffer van Christus gelegen. Nog geen 14 jaar oud, gaat hij naar Parijs om in de rechten te studeeren, vervolgens gaat hij naar Orleans en Bourges, waar hij de stille kringen der Gereformeerden vindt, waarbij hij zich gaarne aansloot. Als doctor in de rechten keert hij naar Trier terug, maar door diepe wegen geleid (hij was bijna verdronken en wonderlijk gered) verlangde hij predikant te worden. IJverig had hij reeds geruimen tijd de Heilige Schrift "bestudeerd en de werken van Calvijn gelezen en hij wenscht zijn leerling te worden te Geneve. Ook zoekt hij straks te Bazel het onderwijs van Petrus Martyr en Bullinger, en ook van Beza te Lausanne.
In 1559 ontmoeten we hem weer te Trier, waar hij aan een der scholen les geeft. „Het licht der waarheid, dat in Frankrijk en Zwitserland zoo heerlijk ivoor hem was opgegaan en zijn hart ontgloeid had, kon hij niet onder een korenmaat verbergen, en nog geen maand nadat hij zijn school had geopend, trad hij openlijk als getuige van het Evangelie op" ; en het was zijn lust daarbij de grondbeginselen van de Gereformeerde Kerk bekend te maken. Onder bescherming van den oudsten burgemeester Johan Stuysz, werkte hij daar. Maar de vijandschap laaide hoog op tegen hem en de waarheid door hem gebracht. In de school werd hem de prediking van het Kiuisevangelie verboden, maar toen trad hij in de kerk van het St. Jacobs Gasthuis op. Omringd door gewapende burgers, werd hij naar de berk gebracht „en Olevianus werd meester in de stad". Hij beriep zich tegenover zijn vijanden op den Godsdienstrede van Augsburg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's