De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE LEESTAFEL

7 minuten leestijd

HET REVEIL IN NEDERLAND, door mej. M. E. Kluit. Uitgave : H. J. Paris, te Amsterdam.
We zijn heel blij met dit boek. Het Reveil, de geestelijke opwaking in de vorige eeuw ook hier in ons land gekomen, is van buitengewoon groote beteekenis, voor het geestelijk leven (dat éérst), maar óók voor het practische leven: Kerk, School, Maatschappij en Staat (wat niet minder van belang is). En hoe meer en hoe beter we worden ingelicht aangaande het Reveil, hoe meer het tot geestelijk en practisch voordeel kan zijn, ook voor ónzen tijd.
Nu is mej. Elisabeth Kluit zeker de persoon, die ons meer en die ons beter nog kan inlichten, want zij is de achterkleindochter van Willem de Clercq, die dus haar overgrootvader was. Daardoor beschikt zij over tal van stukken en gegevens, die anderen niet hebben. Maar zij is ook secretaresse van het „Reveil-Archief", waarin reeds zooveel bijeengebracbt is, dat vroeger verspreid lag en ook voor een groot deel onbekend. Zij zit dus bij 't vuur en heeft de bronnen vlak bij haar. Zoo mogen we dan ook verwachten, dat dit een subliem boek is over het Reveil, wat ook wel het geval is ; maar — velen zullen toch niet voldaan zijn, al zijn ze dankbaar. Want zeker zijn de vele personen, die van 't grootste belang zijn, nu beschreven en geteekend, te midden van allerlei omstandigheden, gebeurtenissen, ervaringen, enz. enz., waaraan we inderdaad veel hebben voor onze kennis van de belangrijke gebeurtenissen van de eerste helft der vorige eeuw, maar of de geestelijke gang der dingen, waarom het eigenlijk gaat, zóó is beschreven, zooals het inderdaad moet gebeuren, betwijfelen we. 't Is ook moeilijk. En daarom willen we onze groote dankbaarheid uitspreken voor het beteekenisvolle boek, dat de schrijfster — ingeleid door niemand minder dan dr. N. Japikse — ons heeft gegeven, maar we spreken tegelijk de wensch uit, dat zij met dit werk zal voortgaan, aangemoedigd door de groote dankbaarheid van velen en acht gevende op de critiek en de wenschen van verschillende vooraanstaande personen, die mee beseffen, dat we hier moeten staan naar een meer volledige teekening en beschrijving, vooral ook met de beschrijving van de groote lijnen, die „het geheel" zullen maken tot wat het is geweest en voor ons moet blijven.
Wat is het toch een buitengewoon belangrijke, merkwaardige tijd geweest, dat aristocraten en democraten, geleerden en eenvoudigen, in de stad en op het platte land, in Amsterdam en in Scherpenzeel, elkander vonden, bijeengebracht door een wondere werking van Gods Geest en bezield met een wondere liefde tot den Heiland en des Heeren Woord en Koninkrijk. Confessioneel-juridisch, ethisch-irenisch, met vragen van politieken aard, van kerkelijk belang, rakende 't schoolwezen, gaande tot in het maatschappelijk leven, zien we ze bij elkaar de Christelijke Vrienden, die ook wel eens minder vriendelijk voor elkaar waren, maar die saam niet loslieten het wondere Evangelie van Gods genade, dat om toepassing vraagt op alle terreinen des levens !
Vinet, Monod — zijn de vreemdelingen ; Bilderdijk. Da Costa, Capadose, Groen van Prinsterer, De Clercq, H. J. Koene, ds. A. S. Thelwall (met zijn geschrift: „Keert u tot Hem, Die slaat", enkele jaren geleden weer opnieuw uitgegeven), van Hogendorp, Baron van Zuylen v. Nyevelt, Van der Kemp, Kohlbrugge Wormser, O. G. Heldring, T. M. Looman en zoovele anderen nog, zijn onze landgenooten en ze zijn elkandter tot steun, al gaan de meeningen soms ook wel uiteen en loopt het werk uit elkaar. God heeft in het Reveil ons volk en vaderland rijk gezegend. Wij zullen goed doen onze volle aandacht te schenken aan dezen merkwaardigen tijd.
Dus : dankbaar, maar niet voldaan; wat we zeggen, om dit boek hartelijk aan te bevelen. maar om tegelijk te zeggen, dat we hopen van deze bekwame schrijfster nog méér te zullen ontvangen ; van haar, die vlak bij de bronnen zit.
De Uitgever zorgde voor een buitengewoon smakelijk boek, keurig in alles verzorgd, met belangrijke portretten, handschriften, platen enz.

WILLIAM BOOTH, een strijder Gods, door dr. J. H. Gunning: J.Hzn. Uitgave: H. J. Spruyt's Uitg.-Mij., Amsterdam.
Men moet eerbied hebben voor de werkkracht en de werklust van den bejaarden schrijver van dit lijvige boek, dat ons de levensgeschiedenis verhaalt van den Generaal van het Leger des Heils. En hoe levendig doet hij het! Met heel z'n Ziel leeft hij in in 't geen hij beschrijft; wat al aanstonds in het inleidend woord uitkomt. Want dat is maar niet een kort zakelijk relaas, maar dat is "geest en leven", origineel, pittig, ernstig, mooi. Zelf zegt dr. Gunning, dat hij 't wel weet, dat hij zijn „opinies en gevoeligheden" heeft; dat hij ook in dit boek zichzelf hier en daar repeteert; maar wij zeggen : dat hinder/t niet. Want het is ons aangenaam, als de hoogbejaarde schrijver, die zelf „met vreugde zestig jaar lang z'n zwarte toga gedragen heeft", nu schrijft over den grijzen Evangelieverkondiger in uniform, met een uniformpet op.
Dr. Gunning weet de dingen zoo leuk te zeggen. „De dictators met hun bruut geweld kweekén millioenen slaven, kruipers, hoerah-roepers en verminkte, kranke zielen". Maar God geeft gelukkig ook andere menschen, kloeke werkers, bidders en strijders, helden des geloofs. „William Booth is een Ahasverus, een „wandelende Jood", een mensch, die nergens rust kon vinden in zijn leven ; maar nu niet omdat hij Jezus verworpen, maar omdat hij Hem gevonden heeft en toen geen oogenblik meer gelukkig kon zijn, zoolang niet allen zijn voorrecht deelen. Met den edelen graaf Van Zinzendorf kan ook William Booth getuigen : „ik heb maar ééne passie en dat is Hij, Hij, Hij !"
Over het Leger schrijft dr. Gunning: „Eene op militairen voet georganiseerden, uit den nood onzer hedendaagsche samenleving, in Engeland ontstane, uit het Methodisme geboren, religieussociale gemeenschap van internationaal, christelijk-synkretistisch (de geloofsverschillen verzoenend) karakter, allereerst tot heil van de geestelijk en maatschappelijk gezonken klassen der menschheid arbeidend. Zij moet niet als Kerk of kerkelijke gemeenschap worden beschouwd, maar als eene godsdienstige vereeniging van christenen, die de redding van ongelukkige medemenschen beoogt, gedrongen door de liefde van Christus".
Het lijvige boek van ruim 350 groote bladzijden is in twee gedeelten opgezet. Eerst wordt behandeld: „William Booth en de zijnen", 't Begint met de oriënteering in Engeland, dan gaat het over de jeugd van W. Booth, z'n ouders, enz. Verder over de geestelijke ontwikkeling en ontplooiing van Booth. Over de breuk met de Kerk, over de opwaking, over de vroegste arbeid in Londen, over het Zendingswerk, over de geboorte van het Leger (Salvation Army, reddings-of heilsleger). Vragen worden dan behandeld : is het Leger wei noodig; hoe staat het Leger tegenover de dogmatische vragen, de sacramenten, de bekeering van kinderen, enz. enz. Over den socialen arbeid wordt breed gehandeld, over het avond-en nachtwerk, enz. enz. Het 2de gedeelte is dan meer beschouwing, beoordeeling, waardeering van het werk en van het Leger. Op bladz. 333 vinden we dan ('t is een van de laatste hoofdstukken), „een brief aan al mijn ambtgenooten in de verschillende kerken van ons Vaderland", waarin Gunning weer „echt" uitkomt zooals hij is. „Indien ik niet zoo vast verzekerd was dat Jezus' beloften alle vervuld moeten worden, zou ik onmogelijk kunnen voortgaan de eenheid aller geloovigen zoo nadrukkelijk en zoo blijmoedig te belijden en aan te prijzen. Maar ik kan niet anders, dan te midden van alle kerkelijke ellende en onchristelijke verscheurdheid der belijders, telkens het oog hoopvol en blijmoedig te richten op de groeiende Gemeente des Heeren! Het zal worden ééne kudde onder éénen Herder. Halleluja !"
De Uitgever heeft op den omslag van dit boek met groote letters laten zetten als een soort reclame: „Een magistrale levensbeschrijving". Dat is 't inderdaad, 't Is magistraal ook in de uitgave zelve.
Die over het Leger lezen wil of er over praten of schrijven wil, die leze dit boek. „Tot oordeelen bevoegden noemden dit boek een der beste biografieën".
Dat begrijpen we. 't Is ook zoo.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's