Rondblik buiten de Grenzen
„Het wordt vrijwel een algemeen gebruik, verklaringen over de internationale politiek af te leggen van een openbaar spreekgestoelte op een toon, die zeker niet beheerscht is en voor zoo talrijk mogelijke vergaderingen".
Welke sprekers Sir Anthony Eden, van wien deze woorden afkomstig zijn, hierbij op het oog had, is duidelijk. De Engelsche minister van buitenlandsche zaken doelde hierbij waarschijnlijk op den Duitschen rijkskanselier, maar zeker ook op den Italiaanschen dictator, wiens luidruchtige redevoering te Milaan door Eden openhartig doch bezadigd is beantwoord.
Tegenover Mussolini, die verklaarde dat de Volkenbond voor zijn part verdwijnen mocht, verzekerde Eden, dat de Volkenbondsbeginselen de beste zijn, en dat het Engelands plicht is den Bond zoo belangrijk mogelijk te maken.
Dat Eden zeer goed inziet, dat de fouten vooral zitten in de wijze, waarop met de geroemde beginselen wordt omgesprongen, bewees hij door te wijzen op de noodzakelijkheid, den Bond in staat te stellen zoo snel mogelijk maatregelen te nemen, en op de tot nu toe onbenutte mogelijkheid tot legale verdragsherziening, welke in het Volkenbondspact zelf wordt gegeven.
Eden verklaarde, dat de vriendschap tusschen Engeland en welk ander land ook (en dit was meer speciaal een antwoord aan Duitschland) niet exclusief kan zijn en niet gericht tegen wien ook.
Met groote stelligheid heeft Eden te kennen gegeven dat Engeland aan geen enkele omsingelings-of blokvormingspolitiek mee wil doen, maar in nauwe samenwerking met Frankrijk naar vriendschap en vrede en overeenstemming met allen streeft. Ook dus met Duitschland, èn met Italië èn met Rusland. Deze conclusie, welke uit de vriendelijke woorden van Eden getrokken kan worden, wijst er op dat Engeland niet van plan is om met de door Berlijn en Rome gevormde „spil" mee te draaien, en voor een anti-communistisch blok, zooals Hitler wenscht, al evenmin veel voelt. Trouwens de Engelsche minister van buitenlandsche zaken heeft in deze redevoering toch zeer duidelijk te verstaan gegeven dat hij niet voor de „onbeheerschte redevoeringen" op zij gaat. Mussolini kreeg het veelzeggende verwijt te hooren, dat de verhouding van Engeland en Italië alleen daarom verslechterd is, omdat Engeland poogde zijn verplichtingen krachtens het Volkenbondshandvest na te komen. Dat de Middellandsche Zee voor Italië het leven zelf is, ontkende Eden niet, maar hij voegde daar aan toe, „dat de scheepvaart in 'deze wateren eveneens een vitaal belang is, in den ruimsten zin des woords, voor de landen van het Britsche gemeenebest".
Zeer scherp was de opmerking „dat er thans naties zijn, die zelfs den levensstandaard ten offer brengen aan hun bewapeningen". Dit was kennelijk een antwoord op de krijgshaftige redevoeringen, welke Goering en Goebbels onlangs hielden en waarbij Engeland onvriendelijk ter sprake werd gebracht. Engeland erkent ook voor zichzelf 'de onontkoombare noodwendigheid. om zijn bewapening en weerbaarheid op te voeren, doch dit neemt niet weg, dat Engeland uiteindelijk naar ontwapening blijft streven.
Sir Anthony Eden achtte den internationalen toestand „vrij ernstig", doch persoonlijk geloofde hij niet dat een catastrophe onvermijdelijk is. We laten ieder gaarne zijn persoonlijke meening.
Voor de legercommissie van de Fransche Kamer heeft de Minister van Nationale Defensie, Daladier, een rede gehouden over den militairen toestand van Frankrijk. Hij achtte dien „volkomen geruststellend". Aan de Noord-Oostzij de is Frankrijk beschermd door de befaamde fortenrij en de Minister kondigde aan, dat ook de Jurastreek zal worden gefortifiëerd, teneinde dezen kant van den weg te versperren voor een invallend leger, dat de neutraliteit van Zwitserland zou hebben geschonden. Daladier kondigde aan, dat hij een crediet van 500 millioen zal aanvragen „ten behoeve van de vervolmaking der defensieve organisatie aan de grenzen, en vooral in de Noordelijke streek, welke thans vooral door „waterwerken" verdedigd wordt".
Of dergelijke maatregelen voor den algemeenen toestand even „geruststellend" kunnen worden geacht, als Frankrijk ze voor eigen veiligheid vindt, moet betwijfeld worden.
De Belgische Koning heeft deze week wederom in het openbaar een rede gehouden. Ditmaal niet over den internationalen toestand, doch over de binnenlandsche situatie. In verband met de roerige bewegingen welke zich bij onze Zuiderburen openbaren is deze rede niet van belang ontbloot. „Het politieke klimaat van België, aldus Koning Leopold, is niet geschikt voor hevige wijzigingen. Niet dat België afkeerig is van evolutie in de ideeën en instellingen, verre vandaar, maar het wenscht die evolutie slechts na wijs beraad te doen voltrekken". De Koning gaf zijn volk de wijze raad om het kostbare goed, verkregen door onze politieke rijpheid, niet te doen leiden tot duurzame en diepgaande verdeeldheid. „Laten wij in een geest van wederzijdsch begrip een einde maken aan de twisten, die des te heftiger zijn, omdat zij voortspruiten uit een oprechte en te eerbiedigen overtuiging".
Laten we hopen dat dit bezadigde woord van zoo gezaghebbende en betrouwbare zijde gesproken zijn uitwerking niet zal missen. Het is trouwens niet alleen voor het Belgische volk de overdenking waard.
De verwachtingen aangaande de Amerikaansche Presidentsverkiezing zijn bewaarheid : Franklin Delano Roosevelt heeft het stembuspleit gewonnen. De aftredende president werd met een voor Amerika ongekend groote meerderheid herkozen. Door zijn forsche „New Deal" politiek heeft hij zich bij de groot-industrieelen nu niet bepaald bemind gemaakt. Maar de „kleine luiden" vonden in hem een beschermer. De verwachting is, dat Roosevelt in de komende regeerperiode zijn „experimenteer-politiek" zal voortzetten. Zij het misschien in wat meer gematigde vorm.
Omtrent den toestand in Spanje kunnen we kort zijn : de nationalisten zijn reeds tot de buitenwijken van de hoofdstad doorgedrongen. De regeering heeft haar zetel verplaatst en er wordt door de regeeringsgetrouwen heftig weerstand geboden. Hoe de situatie zal worden als Madrid geheel in handen der nationalistein zal zijn zullen we moeten afwachten.
De berichtgeving over den krijg zelf is zoo tegenstrijdig, dat we ons er maar niet aan wagen om daarvan in kort bestek een samenvatting te geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's