STAAT EN MAATSCHAPPIJ
GEEN GELUKKIG VOORBEELD
Het Staatkundig Gereformeerd dagblad „De Banier" wijst in het nummer van 7 November op de noodzakelijkheid, dat de Regeering de wetten des lands handhave.
»Geen volksgemeenschap — alzoo het Staatkundig Gereformeerd orgaan — kan bestaan zonder wetten. Waren er geen wetten, dan zou van een geordende samenleving geen sprake kunnen zijn. Inplaats van orde, zou er dan anarchie heerschen, d.i. de chaos«.
Wij zijn het met deze opmerking en beschouwing van het blad volmaakt eens.
Ook artikel 36 van de Gereformeerde Geloofsbelijdenis leert: „dat onze goede God, uit oorzaak der verdorvenheid des menschelijken geslachts, Koningen, Prinsen en Overheden verordend heeft; willende dat de wereld geregeerd worde door wetten en politiën, opdat de ongebondenheid der menschen bedwongen worde en het alles met goede ordinantie onder de menschen toega".
De Overheid geeft als dienaresse Gods de wet; die wet heeft zij te handhaven en ieder onderdaan heeft de wet te eerbiedigen, te gehoorzamen en zich aan de wet te onderwerpen, omdat de wet - gelijk wij zeiden van de Overheid, als dienaresse Gods, uitgaat.
Zijn alle Gereformeerden het op dit punt geheel eens, „de Banier" heeft echter een klacht.
Deze klacht is, dat het huidige Kabinet bepaalde wetten ongestraft laat overtreden. Het blad wijst daarvoor slechts op één wet, de begrafeniswet. Doch dit voorbeeld lijkt ons geen gelukkige keuze.
„De Banier" zegt van de begrafeniswet, dat krachtens deze wet de lijkverbranding ongeoorloofd is. Daarom toehoorde de Regeering die heidensche practijk te verbieden. Zij doet dit echter niet. Moet nu zulk een houding tegenover een der wetten des lands — zoo vraagt het blad — den eerbied voor de wet in het algemeen niet sterk ondermijnen ? Zal men — aldus gaat „D e Banier" voort — om maar een voorbeeld te noemen, de Regeering niet kunnen tegenwerpen, dat zij zelve de overtreding van een bepaalde wet ongehinderd toelaat ?
Wat is nu van deze klacht juist ? Vooreerst merken wij op, dat de Staatkundig Gereformeerden in hun Macht niet alleen staan. Het was toch niemand minder dan de Minister van Justitie, die ten vorigen jare bij de behandeling van de Justitie-begrooting dit zeide : »Ook mij komt de tegenwoordige toestand (betreffende het vraagstuk der lijkverbranding), zeer onwenschelijk voor. Ik betreur, dat de begrafeniswet voortdurend wordt overtreden, zonder dat er sancties tegen zijn«
Deze laatste woorden van Minister Van Schaik vragen de bijzondere aandacht .
Want wel bepaalt artikel 1 van de begrafeniswet, dat elk overleden persoon op een begraafplaats wordt begraven en stelt artikel 41 der wet straf op de overtreding der bepaling, doch de wet verzuimt aan te geven, wie verantwoordelijk is voor het begraven van den overleden persoon op de begraafplaats, of met andere woorden, de wet bepaalt niet, wie de overtreder is, die het strafbare feit begaat. Vandaar dat de Minister van Justitie sprak, dat de begrafeniswet voortdurend overtreden wordt, „zonder dat er sancties tegen zijn".
De Regeering staat dus machteloos. Nu kan men wel zeggen, laat de Regeering dan een ontwerp van wet bij de Staten-Generaal aanhangig maken, waarbij de persoon wordt aangewezen, die voor het begraven van den overledene aansprakelijk is, opdat deze persoon bij overtreding kan gestraft worden, doch een ieder, die op parlementair gebied maar eenigszins thuis is, weet, dat voor zulk een ontwerp van wet bij de volksvertegenwoordiging geen meerderheid zou aanwezig zijn.
De Regeering zoowel als de Staten-Generaal zitten hier in een impasse, waaruit moeilijk is uit te komen.
En waar de feiten zoo staan, mag niet gesproken worden, zooals de Banier dit doet, dat de Regeering de overtreding van de begrafeniswet ongehinderd toelaat. Immers de Regeering verbiedt de lijkverbranding.
Het Kabinet zou de zaken wel anders wenschen, maar nog eens: de Regeering staat tegenover de feiten machteloos.
Daarom is de klacht, dat het huidige Kabinet bepaalde wetten ongestraft laat overtreden, terwijl men zich daarvoor niet anders beroept dan op de begrafeniswet, onjuist.
Meenen de Staatkundig-Gereformeerden intusschen, dat wijziging van de begrafeniswet wèl mogelijk is, dan hebben zij niet anders te doen dan een initiatiefvoorstel tot wijziging der wet in te dienen; zij kunnen dan de proef op de som nemen.
BELANGRIJKE PUBLICATIE
Het Centraal Bureau voor de Statistiek geeft in zijn laatste publicatie betreffende de afdeeling onderwijs belangrijke cijfers ter zake van de bevolking der universiteiten en hoogescholen in het studiejaar 1935/1936.
In totaal telde, naar het Bureau mededeelt, ons land in dat jaar niet minder dan 12629 studenten. In het vorig jaar bedroeg dit aantal 13065, een vermindering alzoo voor het jaar 1935/1936 met 436 studenten of 3.3 %. Ook verleden jaar viel er een achteruitgang met 4.6 % te constateeren.
Wat het aantal studenten in de Godgeleerdheid betreft, nam dit in de jaren 1932/1933 en 1933/1934 toe met 3 en 8.2 %, terwijl het aantal in het studiejaar 1934/1935 met 2.1 % verminderde en in het jaar 1935/1936 stationair bleef. Het aantal eerstejaars studenten, dat in 1934/1935 met 11.6 % afnam, vermeerderde in 1935/1936 met 2.6 %.
Het aantal studenten in de Godgeleerdheid der 6 universiteiten bedroeg in het studiejaar 1935/ 1936 voor Leiden 147, Utrecht 218, Groningen 117, Stedelijke Universiteit te Amsterdam 38, Vrije Universiteit te Amsterdam 294, R.K. Universiteit te Nijmegen 59 studenten. Gezamenlijk studeerden dus aan de 6 universiteiten 873 studenten, waaronder 49 vrouwelijke.
Waarschijnlijk zullen sommige lezers van ons blad in de bovengenoemde publicatie belangstellen. Daarom namen wij de cijfers, die het Centraal Bureau geeft, hier op.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's