MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Zoo vertrok Murk weer, doch had onbewust door zijn spreken met Pleuntje bij haar het goede zaad uitgestrooid, dat nu in haar hart een plaats vond, waar het langzaam ontkiemde. Neen, het ging niet als met een tooverstaf of gelijk den wonderboom van Jona, die in één nacht groot was. 't Geschiedde als met het zaad, dat daar buiten in den akker gestrooid werd als het voorjaar kwam, maar dan een tijd lang verborgen bleef, om eerst daarna als een tenger sprietje uit de zwarte aarde op te komen en langzaam te groeien en sterker te worden, naarmate de wortelen meer vastigheid kregen. En nu was die akker vooraf nog wel klaargemaakt en toebereid, terwijl de arbeid van Murk aan de ziel van Pleuntje schijnbaar geheel onverwacht kwam, toen het bij haar daar binnen nog even dor en onvruchtbaar was. Er kwam evenwel werking in haar hart, evenals in het voorjaar op den akker, wanneer de ploegschaar door de voren wordt getrokken en de rustige bodem in zijn slaap gestoord werd. Het ging al weer zoo ongemerkt, niet het minst doordat daar binnen de onrust kwam, die bezorgdheid wekte en vreeze bracht en verlangen deed naar vrede.
„Pleun is toch dezelfde meid niet meer van vroeger, " zei de boerin op een avond tegen haar man, toen zij voor een enkelen keer een oogenblik samen waren. „Zij schijnt veel meer na te denken, en is lang zoo'n wildzang niet meer, en zelfs zie ik ze nu en dan met een boek in de handen. Vroeger las zij nooit. Stel je voor, Pleun en een boek. 't Schijnt evenwel, dat zij nog wat leeren wil."
„Wat voor een boek is dat dan ? " „'k Weet het niet zeker ; 't wordt heel zorgvuldig in haar kastje opgeborgen en zij leest er alleen in haar eigen vrijen tijd uit. Maar ik denk het wel te weten."
„'t Zal een Bijbel zijn, door Murk haar gegeven, om ook fijn te worden".
„Dat is ook mijn vermoeden, maar het hindert niet. Als zij daardoor maar niet ongeschikt wordt voor het werk. Tot hiertoe gevoelde zij zich altijd zoo afhankelijk van ons".
„Murk is met zijn vroomheid toch ook niet minder geworden en Ik hoop dit ook van haar."
„Zou zij het vroom worden dan van hem overnemen? Dat is toch het rechte niet".
„De omgang van anderen heeft veel invloed op een mensch. Zoo gaat het met allen, en het ligt dus voor de hand, dat zij ook veel van hem overneemt, 't Lijkt mij net een paar, dat bij elkaar past, " sprak de boer, die nu eenmaal van Murk alles hebben kon, omdat het hem zoo goed ging en hij hier zelf den stoot aan gegeven had, zooals hij placht te vertellen als het gesprek over diens handel liep.
„'t Zal anders de eerste keer worden, dat op „Lucht en Veld" fijn personeel woont. Als Pleun dan maar niet met onze kinderen over den godsdienst gaat praten, " zei de boerin, niet geheel zonder tegenzin, „'k Zou niet graag willen, dat onze kinderen anders werden dan wij, toen wij nog jong waren en op fatsoenlijke wijze van alles wat voor de hand kwam, genoten".
„Nu, wij zijn er ook nog en zouden hen wel weer uit het hoofd praten, wat naar onze meening daar niet hoort. Pleun zal ook dadelijk niet beginnen te preeken".
Zóó had Siderius met zijn vrouw gesproken over de merkbare verandering, die bij de dienstbode plaats had sinds haar omgang met den voormaligen arbeider.
En kort daarop kwam het uit, dat men zich niet vergist had. 't Was in het rustig middaguur. De kinderen waren naar school, uitgezonderd de kleinste, die een middagslaapje deed ; 't manvolk bevond zich in het land, en de vrouw met Pleuntje waren samen in de ruime voorkamer, elk met haar eigen werk bezig. Plotseling vroeg Pleuntje :
„Zou ik wel een deel van mijn loon mogen opnemen, vrouw ? " Verwonderd keek de boerin naar aan. Het was de eerste maal in al de jaren, die zij hier woonde, dat dit gevraagd werd. Gewoonlijk werd eenmaal per jaar verrekend, waarop dan een deel van het verdiende geld naar de spaarbank ging en de rest gebruikt werd voor het doen van de allernoodigste uitgaven.
„Wat zal er dan gebeuren ? " vroeg vrouw Siderius, niet zonder nieuwsgierigheid. „'k Wou dan een en ander koopen, om Zondagmiddag eens naar de kerk te gaan, als het u goed is."
„Naar de kerk ? Wil je naar de kerk ? " klonk het niet zonder verbazing. „Ja, 'k ben daar sinds mijn kinderjaren niet geweest en weet niet eens meer hoe het daar van binnen uitziet."
„Ik ook niet. Ga je dat nu doen om Murk ? " „Neen, ik doe het om mij zelf, maar hij heeft mij daartoe wel gebracht, 'k Zal er toch niet slechter door worden."
Daar kwamen de moeilijkheden, waartegen Pleuntje zoo had opgezien, „'k Zou mij eens onder het Woord stellen, " had Murk tegen haar gezegd. „De oude dominé geeft mij wel niet, wat ik graag had, maar wij zijn daar toch op een plaats, waar van eeuwige dingen gesproken wordt, die ver uitgaan boven het tijdelijke en door het gebed of het gezang komen wij eens uit de gewone sleur van het leven weg, om over iets anders en hoogers te leeren nadenken".
Aanstonds had Pleuntje evenwel begrepen, dat dit op tegenstand zou stuiten. Wat zou de boer of de boerin daarvan zeggen en wat zouden de menschen kijken als zij in de kerk kwam ? Doch Murk had geantwoord, dat wat het zwaarste was ook het zwaarste moest wegen en zij niet uit vrees voor de menschen dat mocht nalaten. Wat had hij al niet moeten verduren, toen hij de wereldsche kringen, in welke hij zich voorheen bewoog, ging vaarwel zeggen, om de schande des Kruises te aanvaarden. Hoe had men hem uitgelachen en bespot en allerlei scheldwoorden naar het hoofd geworpen en zoeken bang te maken. Dezelfden, die voorheen hem bespotten, kwamen vaak later bij hem om raad, en sommigen hunner waren zijn beste vrienden geworden.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's