WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT
Preeken - uit den Catechismus of preeken uit het Woord ?
Is de Gereformeerde Kerk in de fout vervallen, om uit een „kerkelijk boekje" te gaan preeken, zooals onze Heidelb. Catechismus is ? Is het niet van ouds de spreuk van de Gereformeerde Kerk geweest: „in de Kerk niets dan Gods Woord" ?
En dan weten we, dat de Catechismus niets anders zijn wil, dan een verklaring, uitlegging, bespreking, prediking van het Woord. Wat de Catechismus zegt, zegt hij, omdat hij het aldus gevonden heeft in de Schriften en nu gaarne in de gemeente en op de scholen als uitlegger van de Schriften wil dienen.
Ds. G. van Veldhuizen, Ned. Herv. pred. te Hantum. (zoon van prof. dr. A. van Veldhuizen) „praat" over den Catechismus, in verschillende artikelen in verschillende weekbladen en „praat" nu o.a. ook over die kwestie „dat we den Catechismus niet mogen zien als een tweeden Bijbel en geen kerkelijk boekje in de plaats mogen schuiven van de Heilige Schrift". En hij schrijft dan :
»Tegen deze dwaling is van oudsher met klem gewaarschuwd door alle Catechismusuitleggers. Hoornbeek, die een der eerste commentaren levert, zegt nadrukkelijk dat er niet wordt gepreekt uit den Catechismus, hoewel deze wordt uitgelegd en behandeld, maar uit de Schriften, wier waarheden en woorden de Catechismus samenvat. Amesius, Martinus Knibbe en anderen, allen uitleggers uit den ouden tijd, doen aan de Catechismuspreek een tekst voorafgaan en spreken daarover. Amesius gaat zelfs eerst zoo'n tekst heelmaal exegetiseeren om dan op een oogenblik te zeggen : En de waarheid, die Wie hier dus vinden, treffen, we ook in den Catechismus, in de afdeeling van vandaag. Zoo doet hij gevoelen, dat niet de Catechismus het fundament is, maar de Schrift; dat de Catechismus slechts de goede vriend is, die de woorden van den Meester influistert op het oogenblik dat de leerlingen die dreigden te vergeten. En nog bestaat de gewoonte bij sommigen (vooral bij Christelijk Gereformeerden) om aan de preek over den Catechismus een aantal teksten te doen voorafgaan en na hun voorlezing op te merken : Op deze teksten is de waarheid gegrond, die we beschreven vinden in de afdeeling voor vandaag. Achter dit alles staat wel de overoude vrees voor de Roomsche zuurdeesem, die het kerkelijk geschrift stelde boven Gods Woord. Die na het concilie van Trente ook Catechismen geeft, maar dan boeken, die de Schrift willen overbodig maken en weghouden van de menschen. En dat is nu eenmaal nooit het doel der Catechismusopstellers geweest. Want dat onderscheyt — zegt Bastingius in zijn voorwoord — isser tusschen hare ende onse Catechismen ; dat de Roomsche aengericht zijn, om de menschelicke insettingen ende supersticien, die sy met hoopen ingevoert hebben, also op te pronoken, datse den mensche beter, als de H. Schrifture selve, aenstaen en behagen mochten, d-welc immer een groote Godloosheyt ende Kerc-roof is. Maer ter contrariën zijn onser Kercken Catechismen tot geenen anderen eynde dienende, dan dat door neerstige oeffeninghe van sulcke corte uyttogen (uittreksels) der Schrifturen, so wel de kinderen als volwassene tot het heylichdom selve, dat is tot de H. Bybelsche Schrifture getrocken endje geleyt souden worden om; daer by te blijven. De Catechismus mag niet zijn een muur tusschen ons en het Woord, maar moet blijven een deur tot het Woord. Druiventros van Eskol, die verlangen doet naar het beloofde land.
En dat gezichtspunt wordt nu met name in onze 19e vraag onderstreept. Waar uit weten we dat Christus onze Heiland is! was de vraag. En het antwoord verwijst naar de Schriften en naar de Schriften alleen. Neen, de Catechismus kent zich in dit oogenblik geen hoogere macht toe dan hij hebben mag. Hij zegt niet: Ja, hier moet ge m ij nu maar gelooven. Hij zegt niet: Zoo heb ik het ervaren. Hij getuigt niet: Als ik dat nu toch zeg, het kerkelijke geschrift mijner eeuw, dan zal het toch wel waar zijn. Hij vrijst enkel naar de Schriften. Daaruit, o lezer, haal ik mijn wijsheid. Daar zult gij ook moeten zoeken om wijs te worden voor tijd en eeuwigheid.
Dit is de armoede van den Catechismus en zijn rijkdom tegelijk. Wie hem wil prijzen, komt een verwonderd mensch tegen, die zegt: Wat prijst gij mij, prijs God, want ik breng u slechts Zijn Woord, van mijzelf is hier niet met al bij, dat ik zoude te prijzen zijn. Maar wie hem laken wil en weerspreken, komt dan ook een mensch tegen, die op zijn stuk blijft staan, zeggende : Wat laakt gij mij en zijt het oneens met mij ; gij zijt het met God oneens, want ik breng Gods Woord, van mijzelf tot hier niet met al bij, dat ik zoude te laken zijn. En zoo gij dat toch meent: leest vrij ende ondersoecket: Het is wel weert ende van noode (Bastingius)) ! Geen Catechisimusvergoding en geen Catechismusverguizing : menschen, die onderzoeken de Schriften of deze dingen alzoo zijn, daar moet het heen !«
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's