FINANCIËN
Met een zekere weemoed zet ik mij ditmaal achter mijn schrijftafel.
Of daarvoor reden bestaat, zoo vraagt ge ? Ja, waarde vrienden, zelfs meer dan een. Vooreerst omdat wanneer ge dit nummer van De Waarheidsvriend voor u ziet liggen, daarmede de laatste week van mijn boekjaar is begonnen. Deze is nog wel niet afgesloten, maar toch prijkt daarop als nummer 52.
't Is dus met recht de laatste week. Zou dit niet tot weemoed kunnen stemmen ? Ons leven vliegt zoo ras voorbij, dat wij eerder het eind daarvan bereikt zullen hebben, voor wij het recht weten.
Daarbij kwam nóg iets.
'kZat n.l. gereed om te beginnen met mijn overzicht voor deze keer, toen mij per telefoon werd medegedeeld : dat een onzer, en nog wel uit den nauwen kring van onze vrienden, hoogst bedenkelijk ziek lag, zoodat het ernstigste werd gevreesd.
Zouden deze dingen ons onbewogen kunnen laten ? Immers neen.
De volle ernst van ons leven komt hierdoor zoo in 't middelpunt te staan. Alles gaat voorbij. Ook onze levensduur is beperkt. Wat is kracht en jonkheid ? De Schrift zegt daarvan : 't is alles ijdelheid.
Nu is de Heere zoo goed, ons daaraan bij voortduring te herinneren, 't Is genade-tijd, waarin wij leven. Als wij nu maar mogen verstaan wat genade beteekent. Wie dat recht geleerd mag hebben, weet de betrekkelijke waarde van alles hier op deze voorbijgaande wereld te schatten, om te eindigen in dit punt: Heere, Gij zijt mij geweest een toevlucht van geslachte tot geslachte. Bij U zoek ik mijn heil, bij U alleen. Ik verwacht het niet meer van deze wereld. Ik waag het enkel op de genade van onzen Heere Jezus Christus.
Wanneer wij zoo voor de dingen mogen staan, maakt de donkerheid van het korte leven plaats voor het licht van de eeuwigheid. Dan zien wij de dingen zoo heelemaal anders dan gewoon. Dan wordt de vraag bij alles gesteld : wat beteekenis heeft het voor de eeuwigheid ?
Laten wij zoo ook onzen arbeid bezien. De Heere weet van het allergebrekkigste en het allerkleinste iets wonder-schoons te maken, als het maar op Zijn hand wordt gelegd. Niet wat wij doen, maar wat Hij doet, heeft beteekenis. 'kLeg u hiermee het overzicht over van deze laatste twee weken.
1. De eerste post, welke mij werd toegezonden, kwam van het eiland, n.l. van collega Verkerk te Oude-Tonge. In de collectezak was een rijksdaalder gevonden voor het Studiefonds ƒ 2.50
Wij werden hierdoor blijde gestemd. Uit zulk een gift spreekt echt medeleven met onzen arbeid.
2. De tweede gift gewerd ons van iets dichter bij. In Mijnsheerenland hebben wij ook van die eoht-meelevende vrienden, die van tijd tot tijd onzen arbeid steun bieden. Zoo ook nu gewerd ons van den heer de J. aldaar 10 gld „ lo.— Wij zeggen hem zeer hartelijk dank.
3. Thans meldde zich een gift, weer van verre, n.l. vanuit bet zoele Zuiden. Onze vriend J. V. O. te lerseke zond ons voor het Studiefonds „ 10.— waarmee wij hartelijk verheugd zijn. Onze oprechte dank zal hij zeker wel van ons willen aannemen.
4. Nu meldde zich een gift van zeer dicht bij, n.l. vanuit eigen gemeente. Een onzer trouwe vriendinnen heeft haar busje eens nagezien. Dit bevatte 9 gld. Weet ge wat zij nu deed ? Zij deed er zelve nog een gulden bij en maakte er een ronde som van. Zoo kreeg ik een tientje, „ 10.— waarmee ik meer dan verblijd werd. De Heere zegene beide, geefster en gift.
5. Zoo gaat het telkens van den eenen hoek naar den anderen. De gift, welke nu
werd afgedragen, kwam uit Vlaardingen. Ken onzer oude vrienden zond ons een gift van 1 gld. ais blijk van erkentelijkheid voor het goede, door God hem zoo rijkelijk geschonken „ 1—
Ook hierover gebiede de Heere Zijn onmisbaren zegen.
6. Thans volgen enkele busjes uit onderscheidene oorden van ons vaderland.
Uit Noord-Holland, uit Alkmaar n.l., zond onze vriend M. mij tegelijk met de inhoud van het busje van de fam. V. wat in het zijne werd gevonden. Tezamen bedroeg dit „ 7.50
Wij waardeeren deze blijken van warm meeleven ten zeerste.
7. 't Volgende busje is een maandelijksch busje, d.w.z. dit wordt geregeld elke maand geledigd en mij toegezonden. Dat staat bij de fam. Bardelmeijer te Zegveld „ 2.26
Wanneer ik deze naam zie, zoo word ik gedurig herinnerd aan onzen getrouwen vriend, die van ons heenging, daar hij werd thuis gehaald. De zijnen bleven de oude trouw handhaven. Wat ons dit waard is, kan niet in woorden worden
uitgedrukt. Wij zijn blijde, zulke trouwe vrienden te hebben.
8. Wat hierop volgde, waren de contributiegelden uit onderscheidene gemeenten.
Ik wil ze gemakshalve maar even achter elkander opnoemen.
De Penningmeester van de Afdeeling Harderwijk zond me „ 48.- Die van de Afd. Goudriaan volgde met de som van „ 25.50
Daarna kwam de Penningmeester van de Afd. Den Haag met een nalezing. Als nagekomen contributie-gelden droeg hij aan mij af „ 3.75
Wat hierop volgde, kwam uit Amersfoort. De ingezamelde contributie-gelden aldaar bedroegen ruim 50 gld., n.l „ 50.25 Vlak daarop kwam onze vriend v. L. mij afdragen uit Hilversum „ 25.- Eveneens contributie van de leden aldaar.
De heksluiter, wat contributie-gelden betreft, was de Penningmeester van de Afd. Wageningen. Deze droeg aan mij af „29.-
Mag ik mijn dank in dezen tezamen vatten, waarvan ieder die hieraan zijn gaven en arbeid wilde geven, maar afneme. Ieder die weet, wat onze tijden voor moeilijkheden bieden, kan eenigszins beseffen wat het beteekent voor mij, op zulk een gemakkelijke manier mijn gelden te mogen innen. 'kBen hoogst erkentelijk voor deze hulp.
9. Thans komen weer de losse giften. Wanneer een opmerking in dezen door mij wordt gemaakt, is het dat in het jaar, dat thans wordt afgesloten, deze betrekkelijk veel ten achter bleven bij een vorig jaar. Het stemt mij dan ook tot bizondere dank, onder deze rubriek een post te mogen noteeren. De heer R. te Wezep zond mij 5 gld., waarvoor Ik hem allerhartelijkst dank zeg , 5.-
10. Wat hierop volgde, was een gift uit eigen gemeente. Een onzer vrienden, de heer B., zond mij voor den wijkarbeid 10 gld. 'k Heb deze met veel dank aan het rechte adres verzonden „ lo.-
11. Onze vriend ds. Hakkesteegt te Mastenbroek zag zich verblijd door een gift van honderd gulden, waarvan een vierde deel was bestemd voor het Studiefonds „ 25.- Was hij verblijd, ik niet minder. Wij zeggen hem en niet minder den milden gever allerhartelijkst dank.
12. Door ds. Koolhaas te Charlois kreeg ik van de fam. R. f 1.50; van de K. fl.- van N.N. f2.50 en van een echtpaar ook f 2.50. Tezamen „ 7.50 Mag ik collega Koolhaas vragen aan de gevers mijn bizonderen dank te betuigen ?
13. Van den Penningmeester van de Afd. Alphen a/d Rijn kreeg ik toegezonden een post, samengesteld uit de collecte, gehouden aldaar, waarbij voorging ds. Steenbeek, van Oudewater, en den Inhoud van busjes. Deze bedroeg tezamen , 15.29 Wij zeggen de Alphensche vrienden zeer vriendelijk dank.
14. Voor het gratis lezen van De Waarheidsvriend kreeg ik van een goeden vriend tien postzegels mij toegezonden, met de waarde van 60 cent „ 0.6O 'k Ben hiermee even blij, zoo niet meer, dan met het volle abonnementsgeld.
15. Evenzoo deden een tweetal vrienden, die mij voor het lezen van De Waarheidsvriend de abonnementsgelden deden toekomen, n.l. uit eigen gemeente een vriendin. .„ 4.- Uit de gemeente van Vorchten de heer B-K 4.-Uit de gemeente van Boskoop de heer J. Z „ 4.- De Administratie heeft hiervan kennis gekregen.
16. Uit eigen gemeente krijg ik telkens zulke ondubbelzinnige blijken van waardeering. Zoo ook nu kreeg ik van een oudleerling op mijn Bijbellezing 300 halve centen, waarbij hij nog 1 gld. had gevoegd. Tezamen » 2.50 Zulke giften weet ik zeer sterk te waardeeren. Gods zegen ruste op gever en gift.
17. Door ds. Van Dorp te 's-Hage ontving ik als door hem ontvangen van N.N. 2 gld. en - van N.N. 1 gld. Beide giften waren bestemd voor de beide fondsen „ 3.— Beide onbekende gevers worden, evenals ds. Van Dorp, die het mij toezond, zeer hartelijk dank gezegd.
18. Door den heer v. W. de J. te Woudrichem kreeg ik als aldaar gecollecteerd voor het Studiefonds, een rijksdaalder „ 2.50 Mag ik den heer v. W. de J. hartelijk dank zeggen en niet minder den gever mijn dank betuigen.
19. Thans komen nog een paar busjes. De eerste uit Schoonhoven, waarvan de heer O. zoo goed was mij de inhoud toe te zenden. Deze bedroeg „ 3.25 En vervolgens uit eigen gemeente. De fam. V. d. H., de houdster van een busje, heeft mij de inhoud afgedragen, zijnde.., , 3.— 'kBen met deze beide inzamelingen ten zeerste verblijd.
20. Uit de gemeente Sprang ontving ik van N. N „ 5.— 'k Geloof wel, dat de gever mij niet heelemaal onbekend is. 'k Zeg hem vriendelijk dank.
21. In Abbenes heb ik ook vrienden wonen van onzen Bond. Van hen ontving ik onder letters N.N. voor onze fondsen „ 10.— Ook deze gift heeft mij dankbaar gestemd.
22. Te Dinteloord was de kerkeraad zoo goed een spreekbeurt te doen houden, waarbij voorging ds. Rijnsburger, van Oud-Beijerland. Deze bedroeg „ 38.— Hiervoor mijn zeer vriendelijken dank.
23. Het sluitstuk wordt ditmaal gevormd door een catechisatiebus, n.l. van ds. Hovius, van Ouddorp. Mij werd de inhoud toegezonden, 'k Mocht 10 g!d. noteeren „ 10.— 'kWil hiervoor hartelijk dank zeggen. Tezamen geteld, kom ik nog tot geen slechte sluitsom. Deze bedroeg nog f 377.40
't Is zooals wij zeiden, wel het laatste nummer van De Waarheidsvriend van dezen jaargang, maar ons boek wordt pas afgesloten met 30 November.
Wie dus nog wat goed te maken heeft, d.w.z. wie iets naliet, wat hij doen moest, heeft nog even den tijd deze fout te herstellen.
Wij wachten geduldig af en geven het alles in de handen van den Genadevolle. Utrecht.
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's