De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE AFDEELINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE AFDEELINGEN

10 minuten leestijd

GOUDA. Verslag van de 4de Cursusvergadering van de Afdeeling Gouda, waarin als spreker optrad de W.Eerw. beer ds. H. Damsté, van Sluipwijk, op dato 11 November 1936.
Onze eere-voorzitter laat een Psalmvers zingen, leest een gedeelte van Gods Woord, gaat voor in den gebede en roept de talrijk opgekomen schare een hartelijk welkom toe, met de wensch, dat wij een goeden avond mogen hebben, leidt ds. Damsté in met een dankwoord voor zijn bereidwilligheid en verleent hem daarna 't woord.
Het onderwerp voor dezen avond luidt: „De Hervorming ;iSynode van Dordrecht; Strijd tusschen Remonstranten en Contra-Remonstranten". Spr. zegt: dit onderwerp is beter geschikt voor een geheelen wintercursus, want het is zeer uitgebreid en interessant en leerzaam. Toch wil hij trachten dit te behandelen in een kort bestek en dan drie punten als volgt naar voren brengen :
a. „De Hervorming". Het Woord Gods brengt kennis der Waarheid.
b. „Remonstranten—Contra Remonstranten", Het Woord Gods brengt strijd.
c. „Synode van Dordrecht". Het Woord Gods behaalt de overwinning.
I. Dit is in een tijdperk van ruim 100 jaren en die tijd is zeer leerzaam. Het begint met de Hervorming of het gloriepunt der vrijmaking, dan de Rem : en Contra Rem : een tijd van gebondenheid, dan Dordt herhaling in 't klein van de glorie der Hervorming.
II. Door de geschiedenis leert God ook ons. Dit tijdperk leert de blijvende beteekenis van het Woord Gods; dit Woord Gods kan niet verduisterd worden, noch uitgeroeid, noch verbrand, want God waakt voor Zijn Woord, en dit Woord doet altijd wat Hem behaagt.
III. Het Woord Gods is als een vuur, dat altijd doorbreekt, wat ook de menschen doen om het te bedekken ; 't is als een licht, dat wij nimmer kunnen bedekken, en dat wij toch niet volkomen kunnen verduisteren. Licht wil steeds doorbreken, 't is als een magneet, een kracht, die altijd weer tot zich trekt.
IV. Hierin versterkt de geschiedenis van 1517— 1619 ons weer zeer sterk. God bewaakt Zijn Woord; reeds in Israël steeds, en zoo ook in den tijd der Remonstranten en der vervolgingen, dit bij de Hervorming en de Synode van Dordt, en ook nog tot nu toe. Onze eeuw bepaalt ons juist bij dit alles, opdat wij Gods Woord prijzen en daarop alleen bouwen.
V. Bijzonder belangrijk maakt dit tijdperk de „Hervorming" de geboorte der „Hervormde Kerk" ook in ons land ; de Synode van Dordt is het altijd blijvend fundament onzer Hervormde Kerk.
Dan gaat spreker na de voorloopers der Hervorming, n.l. Wiclef in Engeland, Joh. Huss in Duitschland, Erasmus in Holland, de Mystieken, Wessel Gansfort, Thomas aKempis, een Augustijner monnik te Zwolle, de rederijkers met de vertooningen van de Bijbelsche geschiedenis als onderwerp hebbende en de misbruiken der R.K. aanschouwelijk voor te stellen. Dit alles wekte een terugkeer tot de H. Schrift.
Luther zette de reeks der Kerkvaders voort. Calvijn, uit Frankrijk verjaagd, zet zijn arbeid met kracht voort te Geneve. Geneve wordt onder Calvijn's leiding de wapensmidse der Gereformeerde Kerk, die overal in Europa begon te leven. De Hervorming breekt met kracht door, als motto hebbend „Daar staat geschreven". Duizenden werden hierdoor tot de kennis der Waarheid gebracht; het licht kwam op den kandelaar; Rome kon het niet meer tegenhouden. De Bijbel werd de eenige onfeilbare regel des geloofs. De belijdenis der 16de eeuw heeft steeds voortgebouwd op de vroegere belijdenissen, 1510 Confessie van Augsburg, 1559 de belijdenis der Kerk in Frankrijk. De Kerk werd vrij en onafhankelijk van den Staat.
Dan krijgen we den tijd der Remonstranten en Contra-Remonstranten,
1609—1621, in het 12-jarig bestand, de rustperiode van den 80-jarigen oorlog. De strijd was heftig. Gods souvereiniteit of menschelijke wil, 't zelfde als van Augustinus en Pelagius, of van Luther en Erasmus; of vrije genade door het geloof, öf leer der goede v/erken. De roep om een Synode tot einduitspraak. De Remonstranten wilden dan eerst een Synode, als zij in Holland volkomen meester waren geworden, doch geen Nationale. Oldenbarneveld stond naar de oppermacht over de Staten van Holland en dan de Kerk onder het juk van den Staat brengen. Van de Prinses Weduwe Louise de Coligny, met haar zoon Frederik Hendrik en Hugo de Groot, had hij medewerking. Doch God waakt, en onder den drang der omstandigheden voelde Prins Maurits zich geroepen Oldenbarneveld te weerstaan volgens den stadhouderlijken eed en ook op aandrang van Stadhouder Willem Lodewijk, doordat Friesland en Groningen tegen de Remonstranten waren.
Dan ontstonden drie perioden : 1. Onderdrukking der Remonstrantsche leer, zonder dat er weerstand werd geboden (1609-1616) ; daarna tegenwerking en strijd (1616-1618), en eindiging in overwinning en herstel, 1618-1619, waarvan het uiiteindelijk gevolg is, dat Prins Maurits zijn gezag wist te handhaven ; dat de Nationale Synode op last der Staten gehouden zou worden te Dordrecht; dat Oldenbarneveld voor een buitengewone rechtbank geroepen werd, veroordeeld en gedood werd en Hugo de Groot en Hogerbeets tot eeuwige gevangenis veroordeeld werden, naar Loevestein gebracht, ontvlucht naar Frankrijk en later op een terugreis van Stockholm sterft.
De Synode werd te Dordt gehouden Nov. 1618 —Mei 1619 door de Gereform. Christenheid. Er werden gehouden 180 zittingen, er waren 28 buitenlandsche godgeleerden, n.m.l. uit Engeland, Schotland, de Paltz, Hessen, Zwitserland, Nassau, Oost-Friesland en Bremen; 58 Nederlanders, hoogleeraren, predikanten en ouderlingen. Joh. Bogerman werd tot voorzitter gekozen.
6 December komen Episcopius met de overige Remonstranten als gedaagden ter vergadering, doch na herhaalde vermaningen werden zij wegens hun bittere en hatelijke voordracht enz. den 12 Januari uit de Synode gezet, terwijl den 24 April de plechtige veroordeeling van hun leer door de Synode uitgesproken werd. De Remonstrantsche predikanten werden afgezet van hun bediening (te Gouda drie predikanten), wat te lezen is op de Naamborden der predikanten, welke borden hangen bij de groote ingangdeuren in de St. Janskerk.
In 1626—1635 werd de Bijbelvertaling tot stand gebracht, in den geest des geloofs en gebeds, te Leiden, ook tijdens de pestziekte, waardoor niet minder dan 20.000 menschen bezweken en 100 lijken per dag werden begraven. „En niettegenstaande dit vreeselijke, hebben wij onzen arbeid" — schreven zij — „in welstand en met een heilige opgewektheid mogen verrichten".
Merkt op Gods groote wonderlijke daden. De Vijf Artikelen tegen de Remonstranten werden aangenomen en tot heden bestaan ze nog en kan men ze vinden achter in ons kerkboek. Tijdens het 12-jarig bestand is er dus heel veel ten goede voor de Gereformeerde belijdenis en het Woord Gods geschied. Het Woord Gods behield de zegepraal en allen die daarop bouwen.
Dat deze eeuw ook ons tot leering zij om op hetzelfde fundament te bouwen, want ook hiervan geldt: niemand kan een ander fundament leggen, dan hetwelk door het Woord Gods is gelegd in Jezus Christus den Heere. De Kerk zal overwinnen ; wij hebben geen Doleantie noodig ; geen uitgang dus, maar aanhouden en strijden, want een strijdende Kerk is en blijft het.
Gebed is noodig, dat wij : a. ons mogen kunnen buigen voor Gods Woord, dat tegen ons natuurlijk hart is ; alleen Gods genade kan ons dit leeren ; b. Dat wij allen het licht van Gods Woord voor anderen in en buiten onze Kerk mochten laten schijnen.
Gods Woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken.
Ds. Van Ginkel stelde de gelegenheid tot vragen open, waarvan vier personen gebruik maakten, welke door ds. Damsté op bevredigende wijze werden beantwoord. Ds. Van Ginkel dankte hierna den spreker voor zijn keurig referaat, wekte op voor de volgende cursusvergadering, waarna ds. Damsté, na het zingen van een Psalmvers, met dankgebed deze genotvolle avond besloot. Namens de Afd.:
C. J. REVET.

HOOGEVEBN. Vrijdag 20 November hield de afdeeling, met onderafd. Noord gecombineerd, haar jaarvergadering, onder leiding van den voorzitter, den W.Eerw. heer ds. Van Nie. Na de gebruikelijke opening heette hij alle aanwezigen welkom, in inzonderheid ds. Vroegindeweij en de onderafd. Noord, en wijst er tevens op de eenheid te bewaren. Wij moeten denken voor de toekomst.
Nadat de notulen door den secretaris waren gelezen, verkreeg br. K. Brunsting het woord, die voor ons inleidde het eerste Artikel van onze Ned. Geloofsbelijdenis. Om des tijds wille werd de bespreking hierop uitgesteld tot de e.k. vergadering.
De secretaris verkreeg gelegenheid zijn jaarverslag voor te lezen. Wanneer wij achteruit zien is een jaar spoedig voorbij met al zijn lief en leed ; de ouderen zeggen, dat het sneller gaat dan voorheen. Vraagt men het tegenwoordig de jongeren, die zeggen hetzelfde. Zelfs de werklooze heeft bijna geen tijd om er iets bij te doen. Men vraagt zich wel eens af : hoe komt dat toch ? De jaren zijn even zoo lang als eeuwen terug. Hoe brengen wij dan onze jaren door ? Mozes, de man Gods, zegt er iets van in zijn gebed naar aanleiding van Psalm 90 : Wij brengen onze jaren door als een gedachte, en laat tevens uitkomen hoe nietig de mensch is. Aan het begin prijst hij God : Gij zijt ons geweest een toevlucht van geslacht tot geslacht. Overgelukkig is die mensch, welke die toevlucht kent. Hij vraagt dan gedurig : leer ons alzoo onze dagen tellen, dat wij een v/ijs harte bekomen; dat wij recht verstaan de gramschap tegen de zonde, U, o God, leeren vreezen en dat wij deze korte tijd des levens besteden mogen in Uwen dienst. Zijn wij dit jaar voor onze afdeeling geweest, die wij moesten wezen ? Hébben wij echt medegewerkt tot opbouw van Gods Koninkrijk ? Een ieder steke zijn hand in eigen boezem. Bevestigt Gij het werk onzer handen, bevestigt dat; regeer al ons voornemen en doen alzoó, dat het voortaan, althans door Uwe genade, vast en bestendig blijve. Als wij dit jaar terugblikken, heeft God ons rijk gezegend, niettegenstaande onze afdwalingen. Aan het begin van ons vereenigingsjaar werden wij opgeschrikt doordat ds. Vermaas een beroep ontving naar Huizen. Tusschen hoop en vrees moesten wij enkele weken later vernemen, dat het beroep door hem was aangenomen. De afdeeling verloor hierdoor een zeer ijverig voorzitter en de gemeente een bemind predikant. Ook heeft ds. Vermaas het grootste aandeel gehad bij het oprichten van de onder-afdeeling Noord. De Heere sterke hem en de zijnen tot in lengte van dagen, en schenke hem bovendien een gezegend arbeidsveld.
De afdeeling telt thans ruim honderd leden, en hield één openbare-, twee bestuurs-en elf algemeene vergaderingen, die telkens door een goed aantal vrienden werden bezocht.
De propaganda is reeds ter hand genomen, zoowel om meer leden te winnen, als het aantal lezers te verhoogen van „De Waarheidsvriend". Dit laatste moet vooral gebeuren. Als het laatste slaagt, komt vanzelf het andere. Van lezer wordt men natuurlijk lid van den Gereformeerden Bond.
Opmerkelijk is het, dat onderwerpen die werden behandeld, en de besprekingen die daarop volgden, maakten telkens een zeer goeden indruk. In stilte mogen wij wel een loflied op de lippen nemen : U alleen, U loven wij ! Wij zijn beschaamd geworden met al onze bezorgdheid. Nadat enkele beroepen waren uitgebracht mocht nog zoo onverwacht de thans aanwezige weleerw. ds. Vroegindeweij tot ons overkomen, en roepen hem nogmaals een hartelijk welkom toe in onze gelederen. Geve de Heere, dat gij ons vele en lange jaren moogt voorlichten in kerkelijke, maar bovenal in de hoogere geestelijke beginselen, en dat gij tezamen met uw mede-arbeider, den weleerw. heer ds. van Nie in dit deel des wijngaards met vrucht en zegen moogt arbeiden.
Nadat de penningmeester zijn financieel verslag had uitgebracht en de werkzaamheden voor het komende jaar zooveel mogelijk geregeld waren, overlegden de beide predikanten onderling welke vergaderingen voor hun rekening kwamen, en die te moeten leiden als voorzitter, zoowel voor Noord als Hoogeveen.
Op verzoek van den voorzitter, ds. van Nie, sloot ds. Vroegindeweij deze zoo goed geslaagde vergadering met dank aan God.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE AFDEELINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's