STAAT EN MAATSCHAPPIJ
EEN REGEERINGSVERKLARING
Een van de moeilijkheden, waarvoor een ieder staat, die de nationaal-socialistische beweging bestudeert, is de beantwoording van de vraag, of de beweging niet in beginsel — want dit staat onomstootelijk vast — doch in de practijk, d.w.z. in haar optreden naar buiten, een revolutionair karakter draagt.
Ook de Regeering heeft zich langen tijd met deze vraag bezig gehouden. Zij heeft haar tenslotte bij monde van den Minister van Justitie dezer dagen beantwoord, door te verklaren, dat in den laatsten tijd duidelijk gebleken is, dat revolutionaire tendenzen bij de nationaal-socialistische beweging geacht kunnen worden aanwezig te zijn.
Dat deze tendenzen er inderdaad zijn, daarvoor behoeft men slechts de akte van toetreding tot het lidmaatschap der beweging in te zien, waaruit blijkt, dat een ieder die lid der organisatie wordt, gehouden is om de belofte van trouw en gehoorzaamheid aan de leiding af te leggen.
Zulk een belofte van trouw en gehoorzaamheid aan de leiding eener partij is wel iets wonderlijks. Immers wanneer iemand geroepen is om een dergelijke belofte af te leggen, legt hij die wel af aan de hoogst regeerende macht, maar niet aan een particulier persoon. In dit laatste schuilt een gevaar voor de veiligheid van den Staat en verricht de persoon, die de belofte doet, en de leiding, die de belofte vraagt, een revolutionaire handeling.
Acht men intusschen een daad als het afleggen van een belofte van trouw en gehoorzaamheid aan de leiding der nationaal-socialistische beweging niet voldoende om het revolutionaire karakter dier organisatie vast te stellen — en dit schijnt klaarblijkelijk bij de Regeering, die eerst nu met haar verklaring kwam, het geval te zijn —, dan hebben zeker de rustverstoringen en het eigenmachtig optreden der beweging op verschillende vergaderingen van den laatsten tijd de oogen voor de uitingen van geweld bij de nationaalsocialistische beweging geopend.
De nationaal-socialisten prikkelen in hun optreden tot verzet tegen de gestelde machten. Zij ruien op, verwekken onrust, geven valsche voorstellingen van de maatregelen der Regeering en verdraaien de waarheid der feiten. Leugen, laster en verdachtmaking zijn de wapens die dienen moeten om tot machtsvorming te geraken.
De Regeering, die verklaart, dat revolutionaire tendenzen bij de nationaal-socialistische beweging geacht kunnen worden aanwezig te zijn, kan het echter bij deze verklaring niet laten.
Zij zal verder moeten gaan.
En wanneer dan vergrijpen van revolutionairen aard niet door den rechter vervolgd en gestraft kunnen worden, zal óf het Strafwetboek moeten worden aangevuld óf andere maatregelen moeten worden getroffen.
Wij hebben goed vertrouwen, dat de Regeering, die reeds tot het uniformverbod overging en die weerkorpsen verbood, het bij deze maatregelen niet zal laten.
De veiligheid van den Staat eischt van de Regeering een krachtig optreden.
THEORIE EN PRACTIJK
De communistische partij hier te lande spreekt zich in haar verkiezingsmanifest ook uit over de godsdienst en over het standpunt dat de partij inneemt ten opzichte van den eeredienst.
De desbetreffende paragraaf in het manifest luidt :
„De Communistische Partij Nederland verwerpt elke vorm van geloofsvervolging en streeft naar gemeenschappelijk verweer met de geloovige Nederlanders tegen de gewetensdwang, de gewelddaden tegen de Kerken en de rassenvervolging, waaraan het fascisme zich schuldig maakt.
Zij waarborgt harerzijds absolute inachtneming van de in Nederland traditioneele vrijheid van godsdienst en geweten en de rechtsgelijkheid en verdraagzaamheid der rassen”.
Men ziet uit deze paragraaf van het manifest der communisten, dat de partij in Nederland het met de Religie nog niet zoo kwaad meent.
Geloofs-en gewetensvrijheid zijn bij de communisten gewaarborgd!
Dit is echter de theorie, die de eenvoudige kiezer zand in de oogen moet strooien. Het is de witte das, die de communisten bij gelegenheid van de verkiezingen aan doen.
De practijk is echter geheel anders.
Daarvoor verwijzen wij naar den brief, die de communistische Minister van Onderwijs in Spanje aan den Centralen Raad der Godloozen te Moskou schreef.
Deze brief luidt:
„Uw strijd tegen den Godsdienst is ook de onze. Helaas is Spanje steeds een land van het strijdend Christendom geweest. Het is onze plicht uit Spanje een land der militante godloozen te maken. Deze strijd zal zwaar zijn, want wij hebben in ons land nog groote massa's elementen, die tegen het aanvaarden van de Sovjetcultuur gekant zijn. Alle Spaansche kerken moeten tot communistische scholen worden ingericht, om zoodoende middelpunten der communistische propaganda voor Spanje en West-Europa te worden. Men mag ons niet kwalijk nemen, dat wij eenige kerken hebben verbrand - iedere strijd eischt offers. Wij mogen ook geen medelijden hebben met de geestelijken. dezen moeten radicaal verdelgd worden. Want ieder geestelijke heeft zijn hart aan de belangen van het kapitalisme verpand en zal alle belangen met hem ten dienste staande middelen beschermen”.
Deze taal is een geheel andere dan die, welke in het verkiezingsmanifest der communisten in Nederland beluisterd wordt.
De Minister van Onderwijs in Spanje is een der vier communisten, die de socialistische kabinetsformateur Largo Caballero in zijn Ministerie opnam.
Daar in Spanje werken socialisten en communisten samen ter verdediging van het Volksfront.
De theorie bij deze revolutionaire groepen is nog altijd anders dan de practijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's