FINANCIËN
Wat een vorige week reeds als een donkere wolk door ons werd aangevoeld, die zich boven ons hoofd dreigde te ontlasten, is werkelijkheid gebleken.
Onze hoogelijk gewaardeerde vriend ds. Batelaan ontviel ons door den dood. Waar ik hem 't eerst heb ontmoet, weet ik niet meer, maar dat hier dadelijk banden werden gelegd, weet ik des te beter. Jaren heb ik mei hem mogen werken in ons Hoofdbestuur van den Geref. Bond. Was hij niet onze! trouwe hulp als Secretaris van ons Studiefonds ? Ge zult het begrijpen, dat het mij angstig te moede was, toen ik telefonisch bericht kreeg van zijn ernstige krankheid. Ik vreesde met groote vreeze.
Hij is in het harnas gestorven. Hij heeft gewerkt zoolang tot de kracht hem begaf, zoolang, het dag was. Daar moge iets weemoedigs in schuilen, toch is er ook een blijde, een wonderschoone kant te belichten. Zoo van zijn arbeid te worden opgeroepen, een arbeid, altijd hoogst gebrekkig, om die te zien ingeruild door een arbeid, waaraan geen gebrek, geen leemte wordt gevonden - stemt tot andere gevoelens ons hart.
’k Herinner mij nog het heengaan van een mijner oude vrienden, die tot mij zei : „ik verlang zoozeer om ontbonden te wezen, niet om aan het lijden en het moeitevol bestaan te ontgaan, maar om mijn God en Zaligmaker in volmaaktheid te dienen. Mijn eerste bede 's morgens is bij het ontwaken : „of ik nog niet thuis mag komen. Het doet mij leed, dat ik niet op zulk een wijze Hem mag grootmaken, als Hij het waard is”.
Zie, daaraan dacht ik, toen ik getuige was gisteren van het uitdragen van onzen vriend uit het bedehuis, waar hij den Naam van zijn Zender zoo vaak had mogen verkondigen. Veel werd daar gesproken. Goede woorden werden beluisterd, maar wat mij het meest aangreep was het lied, dat wegklonk boven zijn baar : Gelijk het gras is ons kortstondig leven", gevolgd door de bekende regels : „Maar 's Heeren gunst zal over die Hem vreezen, In eeuwigheid altoos dezelfde wezen”.
Dat is de troost, welke er overblijft voor wie hem zullen missen uit hun midden. Dit is ook wat ons stil maakt.
Stil voor God ; stil te midden van onzen aardschen werkkring.
Wij leven maar kort. Het leven is een damp, maar 's Heeren gunst blijft eeuwig voor wie Hem hier mogen dienen. Laat ons stil ons werk voortzetten, lettende op Zijn belofte : Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht. Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht.
Dat deze schuilplaats vaak door ons worde gezocht, is onze bede.
Mogen wij in dit licht ook het laatste overzicht van ons boekjaar met u bezien ?
1. Het laatste weekoverzicht van de bij mij ingekomen posten begon met een giro-biljet uit Zwolle. Onze vriend B. zond mij 2 gld. voor De Waarheidsvriend en 2 gld. voor het Studiefonds / 4.- Wij zeggen hem zeer vriendelijk dank.
2. Mej. B. te Delft uitte haar dankbaarheid door mij 5 gld. toe te zenden voor onze fondsen f 5.- Onze vriendelijke dank.
3. In Elburg heb ik een vriend wonen die mij jaarlijks f 12.50 doet geworden. Hij gaat schuil achter de letters N.N., zoodat ik hem persoonlijk mijn dank niet kan uiten. Vandaar dat ik niet anders dan op deze wijze hem kan dank zeggen. Hij boude zich overtuigd van mijn groote erkentelijkheid. /12.50
4. Door ds. Van Grieken Jr., van Puttershoek, kreeg ik van N. N. een rijksdaalder voor onze fondsen f 2.50
Hij zal den onbekenden gever onzen dank wel willen overbrengen.
5. Door den Administrateur gewerd mij van den heer N. N. te Kralingsche Veer voor het Studiefonds f & .-r-'k Was met deze post ook zeer verblijd.
6. Mej. V. W. te Vianen zond me voor het Studiefonds / 1.- Ook hiervoor mijn zeer vriendelijke dank.
7. Van de afd. Delfshaven kreeg ik de contributiegelden door onzen ijverigen Penningmeester aldaar. Deze bedroegen / 61.25
Ik was hiermee ten zeerste verblijd, daar ik bij ervaring weet, dat het geen kleine moeite in heeft in een groote stad gelden als deze te innen. Het komt nog al een enkele keer voor, dat men terug mag komen, daar het momenteel niet erg gelegen komt. Als deze gelden binnen zijn, is het den Penningmeester wèl te moede.
Ik dank hem en de vrienden zeer hartelijk voor hun arbeid in dezen.
8. De contributie van de afd. te Zegveld werd mij afgedragen door den Penningmeester, aldaar. Geschiedde zulks vóór hem door den vader, thans is deze functie overgegaan op den zoon. Gorde de Heere hem om dezen arbeid nog vele jaren met dezelfde toewijding te behartigen. De contributie bedroeg ƒ28.50
9. Mej. V. d. P. te Terschuur was zoo goed mij de inhoud van haar busje te zenden. Deze bedroeg precies f 5.— Zij heeft in de jaren, die achter ons liggen, reeds vaker dezen arbeid verricht, 'k Hoop dat de Hèere haar daartoe nog dikwijls de kracht en de lust schenke. Zij kan op onze erkentelijkheid rekenen.
10. De kerkeraad van Huizen zond mij kort voor het heengaan van onzen vriend Batelaan een collecte, die aldaar gehouden was bij het houden van een spreekbeurt, waarbij hun oud-leeraar, ds. Van Voorthuizen, van Wezep, voorging. Deze bedroeg ruim 60 gld., n.l..../60.75 Wij zeggen de Huizensche vrienden zeer hartelijk dank.
11. Een tweetal giften kwamen bij mij persoonlijk binnen. Van de eerste is de geefster mij bekend. Uit een sterk meelevend gezin zond de dochter mij in een gesloten couvert 2 gld. voor het Studiefonds f 2.—
Dit wordt door mij zeer op waarde geschat, daar ik weet met welk een liefde deze gift wordt gegeven.
12. De volgende gift diende zich ongeveer op dezelfde wijze aan. Deze gleed ook in mijn bus, doch zonder nadere aanduiding van naam. Deze bestond uit een blauw briefje, n.l. 10 gulden, waarvan 5 gld. voor de Diaconie, 2, 50 gld. voor den Med. Dienst in Midden-Celebes en 2, 50 gld. voor het Studiefonds f 2.50
De beide eerste posten zijn reeds op hun bestemming, de laatste kan ik uitstekend gebruiken in dezen tijd. Ik ben er erg blij mee.
13. Van den heer B. te Eindhoven kreeg ik mij toegezonden 5 gld. aan contributies van de leden aldaar f 5.— Het is niet de eerste keer, dat ik met den heer B. kennis maak. Vóór 25 jaar ontmoette ik hem reeds in mijn vorige gemeente. Hij toont nog met dezelfde ijver voor den arbeid in Gods Koninkrijk te zijn bezield. Sterke de Heere hem waar hij thans woont met de Eindhovensche vrienden bij hun verre van gemakkelijken arbeid.
14. Door ds. Van den Berg te Amersfoort kreeg ik van J. te A. een gift van vijftig cent / 0.50 Hij wil voor mij den gever wel onze vriendelijke dank overbrengen.
15. Door ds. Pieper te Ooster-Nijkerk kreeg ik als gecollecteerd op den Dankdag voor het Gewas een gift van f 2.— 'k Ben hiermee ten zeerste verblijd, daar het stoffelijke hier niet los staat van het geestelijke, 's Heeren zegen ruste op gever zoowel als op de gift.
16. Door ds. Pott te Kralingen kreeg ik van een echtpaar dat de gouden bruiloft mocht vieren als dankoffer.../ 5.— Bij onze warme dank hiervoor voegen wij gaarne onze zeer hartelijke gelukwenschen. Dat des Heeren trouw en goedheid hun in rijke mate mag geworden bij het klimmen hunner jaren en dat Hij hen steune en sterke in alles.
17. Onze oude vriend en broeder, collega Dekker, van Otterloo, zond mij de collecte, welke aldaar was gehouden bij een spreekbeurt die gehouden was, waarbij de jeugdige pastor van Wilnis, ds. Brouwer, voorging. Deze bedroeg / 14.— Wij zeggen hen beiden, zoowel als de gemeente, zeer hartelijk dank.
17. Het sluitstuk komt uit Hazerswoude, waar wij nog altijd oude brieven hebben. Wat ik met dit zeggen bedoel, is niet moeilijk aan te duiden. Vóór ruim 25 jaar kwamen wij hier reeds en troffen daar warme vrienden. Deze vrienden zijn voor een deel heengegaan, hun plaatsen openlatend voor jongere vrienden, die met denzelfden ijver hun werk voortzetten. De blijken daarvan worden ons telkens op de meest ondubbelzinnige wijze getoond. Zoo hebben wij daar een van onze meest vruchtbare busjes staan, dat geregeld om de 13 weken wordt geledigd en de gelden ons afgedragen. Bij dit éene is het niet gebleven. Meerdere werden uitgezet. Wat ik vreesde, n.l. dat het oude busje daardoor minder zou opbrengen, bleek niet waar. Veeleer het tegenovergestelde, 't Oude bleef onverminderd en de nieuwe boorden nieuwe bronnen aan. Zoo kreeg ik deze week nog de inhoud van een zestal busjes, 'k Zal ze maar aanduiden met no. 1 / 2.50 ; no. 2 / 2.51 ; no. 3 / 2.50 ; no. 4 f 3.10 ; no. 5 ƒ 12.— no. 6 / 8.60.
Tezamen / 31.21 Is het niet beschamend ? Wij kunnen er dit uit zien, dat waar Gods Geest werkt, de vruchten niet weinig zijn. Zijn Naam zij geprezen. Deze laatste week stond in hetzelfde teeken als van die voorgingen : „De Heere maakt het wèl, zeer wèl". Tezaamgeteld was het
f 248.71
utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's